White tie is in het dagelijks leven voor de meeste mensen een dresscode die dusdanig zeldzaam is dat ze er zelden tegenaan zullen lopen. In studentkringen is white tie echter niet bijzonder ongewoon zeker wanneer we het hebben over gala’s alsmede afstudeer- of promotiegelegenheden. Het is derhalve zaak om goed op de hoogte te zijn van wat je precies moet dragen als die magische woorden op de uitnodiging staan. Dit artikel beperkt zich in beginsel tot de kleding zelf en gaat niet verder in op gala etiquette behoudens waar dat aangaande kleding nodig is. Ook ga ik niet in op het dragen van dingen als militaire onderscheidingen.

White tie:
White tie is in zijn meest zuivere vorm de meest chique alsook formele en rigide dresscode voor avondkleding. Waar bij dresscodes zoals tenue de ville een moderne variant en een klassieke variant onderscheiden kunnen worden, is dat bij white tie eigenlijk niet het geval.

De origine van white tie is verloren geraakt in de tijd maar enkele vermakelijke verhalen suggereren dat ‘white tie’ zoals wij die nu kennen zijn oorsprong vindt bij Beau Brummel, de fameuze dandy die geregeld optrok met de latere koning George IV. Vele verhalen doen de ronde dat hij de dresscodes in die tijd zowel heeft gesimplificeerd als gecodificeerd. Het is in ieder geval wel waarschijnlijk dat white tie is opgekomen in het zogenaamde Regency era (1795 – 1837) wat een belangrijk tijdperk was met veel ontwikkelingen op het vlak van Britse architectuur, mode, literatuur, politiek en cultuur.

Dit kleine historische uitstapje even terzijde schuivend, gaan we over op wat white tie daadwerkelijk van de drager verwacht. Voor heren is de dresscode nauw ingekaderd met strikte voorschriften. Dat is prettig voor degene die bij van duidelijke instructies houdt, voor de liefhebber van artistieke vrijheid is het daarentegen wellicht wat minder prettig.

De regels:
Indien de uitnodiging white tie vermeldt, gaat de heer ten alle tijde gekleed in het rokkostuum met het bijbehoren rokwit. Dit bestaat uit:

  • Een zwarte (of nachtblauwe) pandjesjas van zijde of wol welke horizontaal is opengewerkt aan de voorzijde en waarvan de revers een facing hebben van zijde. Niet te verwarren met het jacquet wat, hoewel qua snit praktisch gelijk, de tegenhanger is voor overdag
  • Een pantalon welke qua stof en kleur gelijk is aan de pandjesjas met één brede bies of twee smalle biezen aan de zijkant. De biezen dienen te zijn uitgevoerd in zijde.
  • Een wit gesteven hemd met opstaande boord en vadermoordernaarskraag. Boord en hemd mogen naar keuze los van elkaar zijn hoewel deze tegenwoordig vaak aan elkaar zitten.
  • Een wit gilet/vest
  • Een witte strik
  • Zwarte zijden kousen
  • Zwarte lakleren opera pumps of een Oxford veterschoen in lakleer of kalfsleer.

Over het rokkostuum:
De pandjesjas volgt de contouren van het lichaam. De revers kunnen naar keus van de gepunte variant zijn of een shawlkraag waarbij de facing dezelfde kleur heeft als de pandjesjas zelf. De jas is wordt open gedragen en is zo gesneden dat deze niet kan worden gesloten. De twee zijdes mogen elkaar dan ook niet kunnen raken.

Gewoonlijk zijn er zes decoratieve knopen aangebracht van hoorn of bedekt met hetzelfde materiaal als de facing van de revers. De positionering is drie aan elke zijde. De manchetten hebben gewoonlijk vier knopen.

De pantalon is van hetzelfde materiaal als de pandjesjas en heeft of een enkele brede bies of twee smalle biezen welke dicht tegen elkaar aan zitten. De bies loopt altijd langs de buitenste zijkant van het been. Het middel is meestal hoog gesneden zodat de voorkant van de pandjesjas en het gilet de broekband compleet bedekken. De pantalon wordt indien nodig opgehouden met bretels. Een riem zou de positionering van het gilet kunnen verstoren en bovendien blijven de vouwen in de pantalon beter uitgelijnd.

Over het rokwit:
Het gilet en de strik zijn gewoonlijk van piqué geweven katoen (ook wel á marcella genoemd). Het gilet is diep uitgesneden zoals bij avondkleding gebruikelijk is. Het gilet hoort ook de correcte lengte te hebben, het hoort niet onder de voorkant de pandjesjas uit te komen. Tegenwoordig zijn gilets vrijwel zonder uitzondering wit, zwart werd vroeger meer gedragen en tegenwoordig nog wel bij zwaarmoedige gebeurtenissen. Het gilet kan naar keus double-breasted of single-breasted zijn en een gehele rug of geen rug hebben. Knopen zijn vrijwel altijd verwijderbaar om het gilet goed te kunnen behandelen met stijfsel.

De strik hoort altijd wit te zijn, vandaar ook de naam van de dresscode. Een zwarte strik is uit den boze aangezien deze vaak wordt gedragen door het bedienend personeel. Er is weinig wat erger dan als gast worden aangezien voor een ober. De strik dient altijd handgestrikt te zijn. De onpersoonlijke perfectie van een machinaal geknoopte strik kun je beter bewaren voor een andere gelegenheid.

Qua mogelijke overhemden loopt de selectie behoorlijk uiteen. Traditioneel is een overhemd met een losse kraag. Tegenwoordig zit de kraag vaak aan het overhemd vast. De kraag is van het vadermoordenaar type. Het overhemd kan naar keuze gemaakt zijn linnen, katoen of katoen piqué. Dit is met name een kwestie van persoonlijke voorkeur alsook klimaat. Overigens dienen zowel overhemd, kraag als manchetten altijd strak gesteven te zijn. Er zijn overhemden verkrijgbaar waarvan de knopen verwijderbaar zijn om dit proces te vergemakkelijken. Aansluitend hierop zijn er losse decoratieve knopen verkrijgbaar voor deze overhemden gemaakt van dingen als parelmoer en hoorn.

Accessoires:
Buiten kaartjes, sleutels en geld voor de taxi draagt de heer weinig bij zich. Een horloge is uit den boze, een mobiel is wel toegestaan mits deze op stiltestand staat. Zo het weer een overjas dicteert dan is een Chesterfield een goede keuze. Een operacape of Inverness cape zijn ook acceptabel hoewel ietwat gedateerd qua uiterlijk.

Witte handschoenen werden onontbeerlijk gezien maar gelden tegenwoordig niet langer als verplicht. Voor degene die wel handschoenen draagt, vergeet ze af te doen tijdens het eten. Om het plaatje compleet te maken kan worden gekozen voor het dragen van een hoge hoed, witte zijden sjaal en decoratieve wandelstok.