Sinds 1 januari 2007 bestaat voor de kleine ondernemingen de mogelijkheid om te kiezen uit verschillende modellen voor het vormgeven van de jaarrekening. Dit zijn de jaarrekening op fiscale grondslagen die wordt gebruikt om verschuldigde belasting te bepalen, het Nederlands jaarrekeningenrecht (RJ) en het internationale jaarrekeningrecht(IFRS). Nyenrode en de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) hebben onderzoek verricht naar de vraag in hoeverre kleine ondernemingen gebruik maken van de mogelijkheid om de jaarrekening vorm te geven op grond van het fiscale regime.

Het systeem:
Normaliter heeft een onderneming twee sets jaarrekeningen. Er is een fiscale jaarrekening om de verschuldigde belasting te bepalen en er is een jaarrekening op grond van titel 9 boek 2 BW welke is vormgegeven volgens RJ-richtlijnen of IFRS (IFRS is overigens verplicht voor beursgenoteerde ondernemingen) beiden werken op basis van bedrijfseconomische principes.

Dit systeem heeft te maken met verschillende inzichten die verworven moeten worden. Financiële verslaggeving op basis van bedrijfseconomische grondslagen heeft tot doel gebruikers te
ondersteunen bij het nemen van economische beslissingen. Daarentegen is het primaire doel van fiscale grondslagen het bepalen van de juiste belastinglast. Voor kleine bedrijven kan het prettig zijn om te kiezen voor één jaarrekening op basis van fiscale grondslagen. Het bespaart tijd en kosten van het maken van een bedrijfseconomische jaarrekening en voor kleine bedrijven is een bedrijfseconomische jaarrekening vaak minder relevant omdat een fiscale jaarrekening voldoende inzicht in geeft in de onderneming.

Het onderzoek:
De Raad brengt sinds 2004 elk jaar een nieuwe editie uit van de „Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen‟ Deze richtlijnen geven een nadere invulling voor de jaarverslaggevingsregels van kleine rechtspersonen op basis van titel 9 boek 2 BW. Aanleiding voor het onderzoek was de vraag of er nog behoefte is aan deze publicatie nu toepassing van fiscale grondslagen mogelijk is.

Het onderzoek laat zien dat het marktaandeel van rapportage op fiscale grondslagen nog niet bijzonder groot is. Het begon in 2007 met 0,5% en had een aandeel van 10% in 2010. Voor het boekjaar 2013 zal het marktaandeel naar verwachting ongeveer 13% – 22% bedragen. Er zit dus een duidelijk stijgende lijn in het aantal kleine ondernemingen dat fiscale grondslagen hanteert.

Uit onderzoek onder accountants blijkt dat 69% van de accountants cliënten heeft geadviseerd over vrijwillige toepassing
van fiscale grondslagen. Actieve benadering door cliënten valt mee, maar is wel hoger dan de actieve benadering van de accountant bij bedrijfseconomische grondslagen.

De overwegingen bij het toepassen van fiscale grondslagen lijken overeen te komen met de kosten en baten die samenhangen met de externe financiële verslaggeving. Bij vrijwillige toepassing van fiscale grondslagen zijn er minder externe belanghebbenden die om bepaalde redenen een voorkeur geven aan bedrijfseconomische verslaggeving.

Een volgens de onderzoekers opvallend gegeven is dat het
onderzoek lijkt uit te wijzen dat micro-ondernemingen relatief minder vaak fiscale grondslagen lijken toe te passen. Een mogelijke verklaring daarvoor kan worden gevonden in het feit dat veel micro-ondernemingen amper activiteiten ontplooien die grote discrepantie tussen fiscale en bedrijfseconomische grondslagen tot gevolg hebben. Hierdoor is het kostenvoordeel om over te gaan op fiscale grondslagen beperkt.

Het onderzoek zal over twee jaar opnieuw worden uitgevoerd.

Bron:
Toepassing van Fiscale Grondslagen door Kleine Rechtspersonen in Nederland via rjnet.nl

Comments closed.