Het mechanisme van de hyperlink is praktisch de basis die het WWW mogelijk maakt. Een hyperlink is een verwijzing (referentie) in een hypertekst (bijvoorbeeld een website) die door een gebruiker gevolgd kan worden. Het volgen van een hyperlink (bijvoorbeeld door erop te klikken) roept een andere plek in de hypertekst op, meestal een andere (web)pagina. Zodoende hangt het hele internet aan elkaar van hyperlinks.

Deze hyperlinks en het auteursrecht staan vaak op enigszins gespannen voet met elkaar. Strikt theoretisch gezien zou er geen probleem moeten zijn aangezien het auteursrecht het openbaarmaken van beschermde werken verbiedt. Een verwijzing is niet per saldo hetzelfde als een openbaarmaking. Deze redenering heeft er lange tijd voor gezorgd dat het internet en het auteursrecht redelijk met elkaar door één deur kunnen.

Er is echter een kentering zichtbaar. In Nederland was dit de zeer recente zaak van Sanoma tegen Geenstijl. Door een link te plaatsen naar de integrale Playboy-fotoreportage van Britt Dekker, maakte GeenStijl inbreuk op de auteursrechten van Sanoma. Niet eerder oordeelde een Nederlandse rechter dat het plaatsen van een hyperlink – onder omstandigheden – kan resulteren in auteursrechtinbreuk.

In Zweden is nu een soortgelijke zaak aan de gang waarbij nu ook vragen worden gesteld aan het HvJEU.

De feiten:
De zaak is aanhangig gemaakt door de Zweedse journalistenvakbond tegen de zoekdienst Retriever. Retriever linkte naar artikelen van de klagers op de openbare website van Göteborgs Posten, een Zweedse krant.

Het geschil gaat om de vraag of het linken vanaf deze “gesloten” database naar een openbare website van een krant toelaatbaar is, of dat er sprake is van een inbreuk op het auteursrecht.

De rechtbank Stockholm oordeelde dat er geen sprake was van openbaarmaking en dus geen schending van het auteursrecht. De journalisten gingen in hoger beroep en het Zweedse Hof stelt nu interessante prejudiciële vragen aan het Europees Hof.

De prejudiciële vragen:
De geformuleerde vragen zijn zeer principieel van aard en de uitkomst zal zonder meer spannend zijn. Dit komt mede doordat de vragen bijzonder scherp zijn geformuleerd.

De onderstaande vragen zijn gesteld door het Zweedes Hof:

  1. Is sprake van mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, wanneer iemand anders dan de houder van het auteursrecht op een bepaald werk, op zijn website een aanklikbare link plaatst naar het werk?
  2. Is het voor het antwoord op de eerste vraag relevant of het werk waarnaar de link verwijst, is geplaatst op een website op het internet waartoe iedereen zonder beperkingen toegang heeft dan wel of de toegang op enige wijze is beperkt?
  3. Moet bij de beantwoording van de eerste vraag onderscheid worden gemaakt tussen gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, wordt getoond op een andere website, en gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, aldus wordt getoond dat de indruk wordt gewekt dat het op dezelfde website verschijnt?
  4. Kan een lidstaat een ruimere bescherming bieden aan het uitsluitende recht van auteurs door onder het begrip “mededeling aan het publiek” een groter aantal handelingen te verstaan dan die welke zijn genoemd in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29?

Deze vragen betekenen dat het HvJEU zich moet gaan buigen over diverse aspecten van hyperlinken zoals het verschil tussen doorlinken en embedden. De belangen zijn groot en vele lidstaten zullen hun stem laten horen. De uitspraak kan daarom best behoorlijk lang op zich laten wachten.

Bron:
Verzoek om prejudiciële beslissing 18/10/2012, zaaknr. C-466/12
LJN: BX7043, Rechtbank Amsterdam
EU-Hof buigt zich over inbreuk door hyperlinkvia webwereld.nl
Hyperlink via wikipedia

Comments closed.