De uitspraak van de rechtbank Breda over de erfbelasting houdt de gemoederen nog steeds lekker bezig. De rechtbank besliste dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 voor alle tot een nalatenschap behorende goederen zouden moeten gelden, aangezien deze faciliteiten een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling veroorzaken.

De rechtszaak:
Kortgezegd draaide de rechtszaak om de vraag of het gelijkheidsbeginsel als bedoeld in artikel 26 IVBPR of artikel 14 EVRM met zich meebrengt dat de bedrijfsopvolgingsregelingen in de Successiewet 1956 ook op ander vermogen dan ondernemingsvermogen van toepassing is. De rechtbank in Breda oordeelde dat de vrijstelling van erfbelasting voor ondernemingsvermogen ook moet gelden voor privévermogen. De Belastingdienst is in beroep gegaan tegen deze uitspraak. Dat doet ze overigens niet zonder reden. In vergelijkbare eerdere zaken voor de Hoge Raad (Hoge Raad 9 december 2011, nr. 11/02099, LJN: BU6998) werd zij in het gelijk gesteld. Het conflict is dus nog niet beslecht.

Massaal bezwaar
Op 6 augustus schreef ik nog dat het handig was voor belanghebbenden om alvast bezwaar aan te tekenen. Dat is een vaste truc voor iedereen die enigszins bekend is met belastingrecht. De uitspraak kan namelijk gevolgen hebben voor elke aanslag erf- en schenkbelasting die nog niet onherroepelijk vaststaat. De Belastingdienst heeft dat geweten. Duizenden mensen willen meeliften op de uitspraak van de rechtbank. Dientengevolge verwacht de fiscus dat het totale aantal bezwaren mogelijk zal oplopen tot meer dan 50.000 bezwaarschriften op jaarbasis. Om die reden wordt de massaal bezwaarprocedure nu van stal gehaald. Het gaat daarbij om massaal bezwaar als bedoeld in artikel 25a van de AWR, voor bezwaarschriften tegen aanslagen erf- en schenkbelasting waarbij voor niet-ondernemingsvermogen geen bedrijfsopvolgingsfaciliteit wordt verleend.

Dit betekent dat alle bezwaarschriften waarin belastingplichtigen zich beroepen op de uitspraak van rechtbank Breda (met uitzondering van degene die worden voorgelegd aan de rechter), worden aangehouden totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan in de proefprocedures. De toepassing van de regeling van artikel 25a van de AWR betekent onder meer dat als de Belastingdienst niet geheel in het gelijk wordt gesteld, ook de aanslagen worden herzien van de belastingplichtige die geen bezwaar heeft ingediend. Dat is prettig want dan is het indienen van bezwaar niet langer nodig. Als het bezwaar (mede) ziet op een of meer andere geschilpunten, moet de inspecteur het bezwaar op het punt van de rechtsvraag afwijzen. Ook in dit geval wordt de aanslag echter herzien op het punt van de rechtsvraag als de Belastingdienst niet geheel in het gelijk wordt gesteld.

De Tweede Kamer moet overigens nog wel akkoord gaan met het aanwijzen van massaal bezwaar inzake deze gevallen.

Conclusie:
De Belastingdienst heeft het er maar druk mee. Belastinplichtigen ruiken een kans en pakken deze logischerwijs met beide handen aan. De uitspraak van de rechtbank Breda raakt praktisch iedere beschikking op het vlak van erf- en schenkbelasting dus het aantal bezwaren is ook fors. Het aanwijzen van massaal bezwaar is voor dergelijke zaken handig. Alle bezwaarschriften kunnen gedurende het proces aangehouden worden en er kan in één keer uitspraak worden gedaan. Daarnaast is het dan niet langer nodig om individueel bezwaar in te dienen omdat als de Belastingdienst niet geheel in het gelijk wordt gesteld, ook de aanslagen worden herzien van de belastingplichtige die geen bezwaar heeft ingediend. Desalniettemin is het nog steeds handig om individueel bezwaar in te dienen!

Het andere prettige aspect is dat de collectieve procedure in beginsel meteen de afsluiting van het hele hoofdstuk oplevert. Tegen deze collectieve uitspraak staat geen beroep open. Wel kan de individuele belanghebbende die het niet eens is met de collectieve uitspraak, bij zijn “eigen” inspecteur binnen een redelijke termijn nog een individuele uitspraak op bezwaar aanvragen. Collectief bezwaar is in ieder geval voor deze zaak een handig middel om de werklast binnen de perken te houden en de rechtsuniformiteit te bevorderen.

Bron:
Kamerbrief inzake besluit aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen erf- en schenkbelasting als massaal bezwaar via rijksoverheid.nl
Aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen erf- en schenkbelasting als massaal bezwaarvia rijksoverheid.nl

Comments closed.