Er is veel te doen rondom overheidsfinanciën en de rechstreekse gevolgen daarvan zoals bezuinigingen. De last van het op orde maken en houden (houdbaar maken) van overheidsfinanciën valt niet op de schouders van de landelijke overheid maar ook op die van decentrale overheden. Minister de Jager heeft een wetsvoorstel houdbare overheidsfinanciën (de wet Hof) naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze wet regelt dat het Rijk en de decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning leveren om het begrotingstekort de komende jaren verder weg te werken.

De wet Hof:
Het wetsvoorstel is er uiteindelijk op gericht om het EMU tekort terug te dringen. De eerste aanleiding voor het maken van de wet Hof was eigenlijk het verlangen van de Tweede Kamer om het Nederlandse systeem van het trendmatig begrotingsbeleid neer te leggen in een wet. Dat is in de wet Hof ook gebeurd hoewel het slechts één van de vele elementen is.

Rode draad van de wet is nu dat de Europese begrotingsnormen in acht dienen te worden genomen bij het uitvoeren van het trendmatig begrotingsbeleid. Er worden maatregelen getroffen voor zowel de centrale overheid als de decentrale overheden. De huidige wettelijke kaders en toezichtverhoudingen voor de financiën van de decentrale overheden bieden namelijk geen waarborgen ten aanzien van begrotingsevenwicht in EMU-termen.

Geen harde normen:
Het wetsvoorstel bevat geen harde normstellingen maar zoekt aansluiting bij het Europese Stabiliteits- en Groeipact. Op deze manier hoeven wijzigingen in het Stabiliteits- en Groeipact niet te leiden tot aanpassingen van de wet. Daarnaast scheppen de open termen de mogelijkheid om via bestuurlijk overleg rekening te houden met specifieke omstandigheden bij de decentrale overheden en in het verlengde daarvan bij de vaststelling van die gelijkwaardige inspanning.

Een mogelijk probleem wat ik daarbij opmerk, is dat dit soort gesprekken mogelijk niet soepel zal lopen. Niemand zal immers willen inleveren en alle betrokken partijen zullen derhalve een eigen idee hebben over hoe het begrip gelijkwaardige inspanning moet worden uitgelegd. Een voordeel is dan wel weer dat het veel bestuurlijke flexibiliteit geeft.

De verhouding centrale overheid/decentrale overheden:
Aanvankelijk bevatte het wetsvoorstel geen macronorm voor het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk maar specifieke eisen ten aanzien van de maximale EMU-tekorten van afzonderlijke gemeentes, provincies en waterschappen. Dit is gewijzigd na overleg met de belangenbehartigers van de verschillende decentrale overheden te weten de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW).

De wijziging naar een macronorm betekent dat er meer ruimte is voor lokale investeringen. Daarbij wordt voorkomen dat het toezicht zich richt op de individuele gemeente, provincie, of het waterschap. Het voorkomt ook dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van een decentrale overheid als een knellende norm gaat werken.

De centrale overheid is wel zo slim om niet alleen op het overleg te vertrouwen. Er is ook nog een stok achter de deur. Deze sanctie is in eerste instantie een aan te houden renteloos depot. Bij onvoldoende verbetering van het EMU-saldo van de decentrale overheden wordt het depot na drie jaar omgezet in een boete.

Deze mogelijkheid wordt noodzakelijk geacht omdat instrumenten om de macronorm voor het EMU-saldo van de decentrale overheden te beheersen, ontbreken behoudens de mogelijkheden die het bestuurlijk overleg daartoe zullen bieden. Het is echter bedoeld als uiterste redmiddel voor wanneer bestuurlijk overleg geen soelaas kan bieden.

Het begrotingscorrectiemechanisme:
Het gevolg van zoeken van aansluiting bij het Stabiliteits- en Groeipact is dat dit bijna directe doorwerking krijgt in het Nederlands begrotingsbeleid. In de toekomst op basis van de wet Hof verplicht om aanbevelingen vanuit de Europese Commissie onverkort over te nemen. Budgettaire maatregelen worden in de vorm van een herstelplan aan de Tweede Kamer voorgelegd en de Raad van State geeft advies over het herstelplan en waakt tevens over de uitvoering en planning.

Conclusie:
Deze wet komt tegelijkertijd aan een aantal wensen tegemoet. Allereerst was er het verzoek om van de Tweede Kamer om het trendmatig begrotingsbeleid in een wet vast te leggen. Ten tweede is meteen de gelegenheid aangegrepen om meer grip te krijgen op de financiën van decentrale overheden. Ten derde is er een mechanisme geregeld over hoe om te gaan met aanwijzingen van de Europese Commissie.

Met name dit derde punt, het correctiemechanisme, kan nog wel eens op wat verzet stuiten van partijen die vinden dat Europa hiermee teveel directe invloed krijgt. Aan de andere kant is het wel een helder plan dat voorziet in controle door de Tweede Kamer en toezicht door de Raad van State. Daarmee is het wel een redelijk doordacht draaiboek voor hoe om te gaan met aanwijzingen van de Europese Commissie. Het is nu verder aan de politiek om hierover te beslissen.

Het opvallende aan het toezicht op decentrale overheden is dat dit gaat door middel van bestuurlijk overleg. Eens in de zoveel tijd wordt er weer eens geroepen dat het poldermodel opgehouden is te bestaan maar met dit soort wetsvoorstellen twijfel ik daar toch altijd weer aan. Als de overlegpartijen zich redelijk opstellen dan kan het best werken maar het kan ook een lijdensweg zijn als niemand mee wil werken. Gelukkig is er nog wel een sanctiemechanisme voor als het bij decentrale overheden echt de spuigaten uitloopt, maar dat is meer als afschrikmiddel bedoeld dan als eerste optie.

Over het neerleggen van de basis van het trendmatig begrotingsbeleid valt niet zo heel veel op te merken. Dit middel bestond al in de praktijk en nu staat het ook op papier.

Bron:
Wetsvoorstel Houdbare Overheidsfinanciën inclusief MvT via rijksoverheid.nl
Nader Rapport Wet Hof via rijksoverheid.nl

Comments closed.