Inmiddels is de overdrachtsbelasting permanent op het tarief van 2% gesteld bij tijdelijke maatregel totdat er een wetswijziging van het tarief daadwerkelijk is doorgevoerd. Deze maatregel is bedoeld om de overdracht van woningen te vergemakkelijken en bevorderen. Maar hoe zit dat met bouwgrond want ook daar is immers overdrachtsbelasting over verschuldigd. In onderhavig geval dat diende in Arnhem was in het geding of het belastingtarief van 6% gehandhaafd mocht worden bij de overdracht van bouwgrond. De koper van een perceel grond voor de bouw van een nieuwe woning stelde dat hij op oneigenlijke gronden gelijkgesteld werd met projectontwikkelaars en beriep zich ook op het gelijkheidsbeginsel. Kopers van grond met daarop een sloopwoning komen namelijk in aanmerking voor het 2%-tarief.

Overweging van het beroep:
De rechter begint met kijken naar het besluit waarin de verlaging is vastgelegd. De staatssecretaris keurt het verlaagde tarief goed voor de verkrijging op of na 15 juni 2011 van een woning. Onder woningen moet worden verstaan onroerende zaken die naar hun aard zijn bestemd voor bewoning door particulieren. Grond bestemd voor woningbouw wordt expliciet uitgesloten. Dit werd verder nog bevestigd in de antwoorden op vragen gesteld door de KNB.

Het verlaagde tarief is wel van toepassing als bijvoorbeeld een nieuwe woning wordt aangekocht waarvan op moment van aankoop alleen nog de fundering is gelegd of indien een woning wordt aangekocht met als doel het te verbouwen tot een bedrijfspand. Of de koper hierbij een projectontwikkelaar is of een particulier maakt niet uit. Anders gezegd, het gaat om de hoedanigheid van het onroerende goed op het moment van verkrijging en niet om de hoedanigheid van de verkrijger. Eiser wordt dus niet op oneigenlijke gronden gelijkgesteld aan projectontwikkelaars.

Voor wat betreft de toepassing van het gelijkheidsbeginsel begint de rechtbank met de vaststelling dat het doel van de maatregel was om de bestaande woningmarkt te stimuleren. Dit valt niet te vergelijken met de koop van een perceel grond heeft gekocht waarop een nog te slopen woning staat. Het bouwen van een nieuwe woning heeft namelijk een ander effect op de markt dan vervanging van een sloopwoning omdat er in het laatste geval geen nieuwe woningen bijkomen.

Oordeel van de rechtbank:
De rechtbank verklaart het beroep van de eiser ongegrond. Hij is niet op oneigenlijke gronden vergeleken met een projectontwikkelaar nu het niet gaat om de hoedanigheid van de koper en het beroep op het gelijksheidsbeginsel faalt omdat het niet gaat om gelijke gevallen.

Conclusie:
Dat het beroep faalt viel wel te verwachten. Het besluit vermeldt immers zeer specifiek en excpliciet dat het verlaagde tarief geldt voor de koop van een woning. Daarbij wordt dan wel toegelaten dat het kan gaan om een woning in aanbouw. Enkel de koop van grond is zelfs expliciet uitgesloten wat het eindresultaat voorspelbaar maakt.

Voor wat betreft het beroep op het gelijkheidsbeginsel staat het er minder expliciet in maar ook hier is het resultaat niet opzienbarend. De doelstelling van het besluit is wel nauwkeurig omschreven; het stimuleren van de bestaande woningmarkt. Er is niets wat er op duidt dat het ook van toepassing moet worden geacht op de aankoop van grond met als doel om daar een woning op te bouwen. Dit geldt te meer nu de aankoop van grond met een woning in aanbouw reeds als uitzonderingssituatie wordt aangemerkt waarbij toch het verlaagde tarief mag worden toegepast. Het enkele hebben van een voornemen om een woning te gaan bouwen is immers al weer veel minder concreet dan als er een woning in aanbouw is.

Of deze situatie zo zal blijven is afhankelijk van de precieze verwoordingen van het wetsvoorstel dat in de maak is. Wellicht gaat het tarief over de hele linie naar 2% maar dat is een kwestie van afwachten. Het merendeel van alle transacties die onder overdrachtsbelasting vallen betreft woningen, de reikwijdte van de overdrachtsbelasting is alleen wel fors breder. Dat is wel iets om rekening mee te houden bij het opstellen van een begroting.

Bron:
LJN: BX3580, Rechtbank Arnhem

Comments closed.