Als je naar de rechter gaat of berecht wordt dan hoor je voor een onafhankelijke en niet vooringenomen rechter te verschijnen. De rechter wordt geacht deze kwaliteiten al te hebben vanuit zijn ambt. Er geldt een zeer strenge en zware selectieprocedure voor iemand mag toetreden tot de rechterlijke macht dus over het algemeen is dat geen probleem.

Omdat de wereld echter niet kan draaien op preventie alleen, hebben we ook het middel van wraking. Op het moment dat een procespartij vreest dat de rechter niet onafhankelijk of vooringenomen is, mag hij een wrakingsverzoek indienen. Er zijn wel grenzen aan de mogelijkheid om wrakingsverzoeken in te dienen en als je het te bont maakt dan loop je het risico Ć¼berhaupt geen wrakingsverzoeken in een zaak in te mogen dienen. Dat overkwam een verdachte in de volgende zaak.

De voorgeschiedenis:
De behandeling van een bezwaarschrift tegen DNA-afname door de rechtbank is gepland op 14 februari 2012 en verzoeker is in dit kader opgeroepen om te verschijnen. Verzoeker verzocht de rechtbank per brief van 5 februari 2012 de behandeling van de zaak aan te houden zolang hij nog geen nieuwe advocaat had gevonden.
Daarnaast verzocht hij de zaak door de rechtbank Groningen te laten behandelen omdat hij niet wil dat de rechtbank ‘s-Gravenhage deze zaak behandelt.

Vervolgens heeft hij per brief van 9 februari 2012 de rechter medegedeeld dat hij, naar aanleiding van zijn brief van 5 februari 2012 is gebeld door de griffier met de mededeling dat hij toch ter zitting moet verschijnen. De rechter had dus besloten de zaak niet aan te houden. Hij gaf ook te weten dat hij direct een verzoek doet tot wraking van de behandelend rechter als aan zijn verzoek niet wordt voldaan.

Zo gezegd, zo gedaan en er ging een wrakingsverzoek naar de wrakingskamer van de rechtbank. Daarmee zijn we er nog niet want de verzoeker besloot ook een wrakingsverzoek in te dienen tegen de rechters van de wrakingskamer zelf.

Bij brief van 14 februari 2012 is verzoeker medegedeeld dat de zitting van de wrakingskamer zal plaatsvinden op 27 februari 2012 en dat zijn verzoek zal worden behandeld door mr. E. Rabbie, mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en mr. G.P. van Ham.

Bij brief van 16 februari 2012, ontvangen bij de griffie van de wrakingskamer op 17 februari 2012, heeft verzoeker een verzoek tot wraking van de rechter en/of rechters van de wrakingskamer ingediend.

Bij brief van 17 februari 2012 is verzoeker medegedeeld dat, voorafgaand aan de ontvangst van verzoekers brief van 16 februari 2012, de samenstelling van de wrakingskamer reeds is gewijzigd en dat zijn verzoek zal worden behandeld door mr. L. Alwin, mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en mr. G.P. van Ham. Deze wijziging geschiedde dus onafhankelijk van het verzoek tot wraking van de wrakingskamer. De verzoeker kreeg de vraag of hij, gelet op deze verandering, zijn wrakingsverzoek in stand wilde houden.

Het standpunt van de verzoeker:
De verzoeker stelt dat hij geen advocaat kan vinden die bereid is om hem bij te staan, waardoor hij in zijn verdediging wordt geschaad. Hij wraakt alle rechters omdat hij er geen zicht op heeft welke rechter(s) eerder met hem in contact is (zijn) geweest omdat hij zijn dossier niet heeft. Dat dossier is momenteel in bezit van zijn ex welke hem het dossier niet wil geven. Zolang hier geen duidelijkheid over is gaat hij ervan uit dat er sprake is van vooringenomenheid van de behandelend wrakingsrechters.

Standpunt rechter in hoofdzaak:
De rechter stelt dat het aanhoudingsverzoek vragen opriep. Er bestond daarom geen reden om de behandeling ter zitting aan te houden. Tijdens de zitting zou het verzoek met de verzoeker worden besproken. Als er dan aanleiding toe bestond had de behandeling eventueel alsnog aangehouden kunnen worden.

Oordeel van de wrakingskamer:
De wrakingskamer is allereerst van oordeel dat het verzoek tot wraking van de rechters van de wrakingskamer kennelijk misbruik van het rechtsmiddel wraking oplevert. Hierbij neemt de wrakingskamer in aanmerking dat verzoeker zelf stelt niet te weten of de betreffende rechters betrokken zijn geweest bij een eerdere behandeling van zijn zaak en dat verzoeker geen concrete voorbeelden kan noemen waaruit vooringenomenheid zou blijken. Daaruit leidt de wrakingskamer af dat verzoeker zijn wrakingsverzoeken kennelijk indient met het doel de voortgang van de hoofdprocedure te frustreren. Mede gelet op het belang van een voortvarende behandeling van die procedure acht de wrakingskamer dat misbruik van recht.

Met betrekking tot het verzoek tot wraking van de rechter in de hoofdzaak overweegt de wrakingskamer dat er geen uitzonderlijke omstandigheid is die een vrees van vooringenomenheid van deze rechter kan rechtvaardigen. Het behoort tot de bevoegdheid van de rechter om de behandeling van de zaak ter zitting al dan niet aan te houden.

Omdat de verzoeker het rechtsmiddel heeft misbruikt, wordt bepaald dat volgende wrakingsverzoeken van verzoeker in de deze zaak niet in behandeling zullen worden genomen.

Conclusie:
De verzoeker kan een gebrek aan lef in ieder geval niet worden ontzegd. Het is echter vrij lastig om de rechter in de hoofdzaak alsmede een wrakingskamer die al in gewijzigde samenstelling zit te wraken enkel en alleen op grond van het feit je vooringenomenheid vermoedt omdat je niet weet of ze eerder een zaak van je hebben behandeld en zonder enige vorm van concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Ook aan de positie van de rechter in de hoofdzaak is niets bijzonders te ontdekken. Dat deze graag vragen wil stellen omtrent het verzoekschrift en dan ter zitting beslist over al dan niet aanhouden van de zaak is volstrekt normaal. Het geeft alleen maar de mogelijkheid om meer duidelijkheid te krijgen.

Het is dan ook niet heel verwonderlijk dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek afwijst en de mogelijkheid voor meer van dit soort pogingen blokkeert.

Bron:
LJN: BX2827, Rechtbank ‘s-Gravenhage

Comments closed.