Een aantal weken terug besteedde ik al aandacht aan het gevaar dat het gebruik van Anglosaksische standaardclausules opleveren. Hier een link naar het betreffende artikel. Het spanningsveld waar het om ging was tussen het haviltexcriterium en de entire agreement clausule. Het eerste is een uitvloeisel van de redelijkheid en billijkheid welke in Nederland worden gebruikt om de inhoud van contracten uit te leggen. Het tweede staat hiermee op gespannen voet omdat de bedoeling van de entire agreement clause is dat in de overeenkomst alles is vastgelegd wat tussen partijen is afgesproken.

Het hof Leeuwarden heeft een uitspraak gedaan waarin een praktische handleiding staat over hoe om te gaan met deze materie. Het conflict en eindoordeel zelf niet zo belangrijk dus die behandel ik niet.

Haviltex is de basis:
De norm is nog altijd het Haviltex arrest (HR 13 maart 1981, LJN: AG4158, NJ 1981, 635). Dit is bij iedereen bekend en fungeert als de basis voor andere aangehaalde arresten. De bekende formulering is als volgt:

De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht

Samenvattend kunnen we dus zeggen dat een zuiver taalkundige uitleg in strijd kan zijn met de redelijkheid en billijkheid en dat ten gevolge daarvan ook moet worden gekeken naar wat contractanten over en weer van elkaar mochten verwachten.

Taalkundige uitleg is wel belangrijk:
Uit een andere uitspraak van de HR (20 februari 2004, LJN: AO 1427 NJ 2005, 493) volgt volgens het hof dat de taalkundige betekenis van de bewoordingen, gelezen in de context van het contract als geheel, bij de uitleg vaak wel van groot belang zijn. Het belang van de taalkundige opstelling van een contract dient dus niet onderschat te worden.

Dit geldt in het bijzonder waar het gaat om gelijkwaardige professionele partijen die een commerciële transactie doen waarbij zij worden bijgestaan door deskundige juristen en de overeenkomst een entire agreement clausule bevat.(HR 19 januari 2007, LJN: AZ3178, JOR 2007, 166) In deze uitspraak kwam de HR tot de conclusie dat voor de uitleg van de entire agreement clausule een beslissend gewicht dient te worden toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis, gelezen in de context van de overige, voor de uitleg relevante bepalingen van de clausule.

Uiteindelijk beheersen redelijkheid en billijkheid de verbintenis:
Het hof besluit met de opmerking dat partijen zich altijd in hun gedrag mede moeten laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij welke zij destilleert uit HR 19 oktober 2007, LJN: BA7024.
Uiteindelijk kan toepassing van de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid dus toch nog andere resultaten hebben dan je op basis van een taalkundige uitleg zou verwachten.

Conclusie:
In één rechtsoverweging zet hof op overzichtelijke wijze uiteen hoe de stand van zaken op dit moment ongeveer is. Haviltex is nog altijd ontzettend belangrijk en het ziet er niet naar uit dat criterium binnenkort met pensioen wordt gestuurd. Aan de andere kant is wel duidelijk een ontwikkeling zichtbaar waar er bij dingen als een entire agreement clausule meer nadruk op de taalkundige uitleg wordt gelegd.

Gezien de ratio van veel bepalingen in de wet, zoals bijvoorbeeld consumentenbescherming bij algemene voorwaarden, is het onwaarschijnlijk dat dingen als een entire agreement clausule op korte termijn in contractuitleg een dominante positie in zullen nemen.

Bron:
LJN: BX0321, Gerechtshof Leeuwarden

Comments closed.