Precies op tijd voor de verkiezingen krijgt de SGP een tik een forse tik op de vingers van het EHRM. Het probleem waar het om ging was dat de SGP vrouwen van de kieslijst weerde. De rechtvaardiging die hieraan ten grondslag ligt kan uit de bijbel worden gedestilleerd. De redenering zoals hieronder uiteen gezet is volgt de formulering van het EHRM zoals uiteen gezet in punt 8.

De beginselen van de SGP:
In essentie is de SGP van mening dat, hoewel alle mensen gelijkwaardig zijn als Gods schepselen, zij verschillen in aard, talenten en plaats in de samenleving. De bijbel (in het bijzonder 1 Korintiƫrs 11:3) leert dat mannen en vrouwen hebben verschillende rollen in de samenleving. Zo doen vrouwen niet onder voor mannen, maar in tegenstelling tot mannen, moeten vrouwen niet in aanmerking komen voor een openbaar ambt. Dit beginsel is ook duidelijk neergelegd in de beginselen van de partij.

De klachtmiddellen:
Nadat alle nationale rechtsbronnen uitgeput waren kwam de SGP terecht bij het EHRM. In de klachtmiddelen stelt de SGP een schending van hun grondrechten op basis van artikelen 9, 10 en 11 welke respectievelijk over geloofsvrijheid, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging gaan.

Het oordeel van het EHRM:
Allereerst stelt het EHRM dat er de vraag is of de SGP kan worden gezien als ‘slachtoffer’ van schending van fundamentele rechten nu de Nederlandse overheid nog niet is overgegaan tot het dwingen om vrouwen toe te laten. Deze vraag hoeft echter niet beantwoord te worden omdat de klachten op andere gronden al afgewezen kunnen worden. Het EHRM opereert verder onder de aanname dat er daadwerkelijk een inbreuk op voornoemde rechten van de de SGP heeft plaatsgevonden.

Een inbreuk op grondrechten is alleen gerechtvaardigd op het moment dat een inbreuk in het belang is van het goed functioneren van de democratische rechtsstaat. Een politieke partij kan onder het Verdrag, haar politieke doelen slecht navolgen op twee voorwaarden:

  • ten eerste moeten de middelen die gebruikt worden om die doelen te realiseren wettelijk en democratisch zijn
  • ten tweede moeten de voorgestelde veranderingen op zichzelf verenigbaar zijn met fundamentele democratische principes

Mits voldaan is aan deze voorwaarden, kan een politieke partij geanimeerd door de morele waarden
opgelegd door een religie niet worden beschouwd als intrinsiek schadelijk voor de fundamentele beginselen van democratie, zoals onder het Verdrag.

Het bevorderen van de gelijkheid van de geslachten is een belangrijk doel in alle lidstaten. Dat betekent dat er zeer gewichtige redenen moeten worden opgegeven om hier vanaf te wijken. De visie van de SGP is niet van dusdanige aard dat de staat hieraan haar steun moet geven. Het antidiscriminatiebeginsel gaat hier voor de rechten geciteerd door de SGP. Het enkele feit dat geen enkele vrouw zich verkiesbaar wilde stellen bij de SGP acht het EHRM niet van doorslaggevende aard.

Op deze gronden worden de klachten van de SGP afgewezen

Conclusie:
De SGP heeft nu ook bij de hoogste rechter ongelijk gekregen. Sterker nog, hun klacht wordt verworpen op fundamentele principes. Het EHRM legt vrij duidelijk een lijn neer over wat wel en wat niet toegelaten is. Zo is een politieke partij op basis religieuze principes niet bij voorbaat ontoelaatbaar maar je hebt wel een probleem zodra de fundamentele principes van democratie worden aangetast.

De uitspraak is nuttig om een keertje door te lezen voor wie het hele incident nog eventjes in het geheugen wil halen. De gehele voorgeschiedenis van de Nederlandse procesvoering staat er in vermeld. Wie alleen de belangrijkste punten wil lezen kan volstaan met de punten 70 t/m 75.

Het EHRM besluit nog met de opmerking dat het niet aan haar is om te oordelen hoe de Nederlandse regering moet optreden in de huidige situatie. Er kan geen oordeel tot actie worden gegeven in een beslissing omtrent het al dan niet verwerpen van een klacht. Hoewel hiermee het voor het EHRM is afgedaan heeft de Nederlandse regering dus nog wel een praktisch vraagstuk liggen wat moet worden opgelost.

Bron:
EHRM 10/07/2012, zaaknr. 58369/10, SGP

Comments closed.