Aan enkele functionarissen van de overheid worden extra eisen gesteld omdat zij posities zitten waarbij zij moeten werken met vertrouwelijke gegevens. Zo is het prettig als bijvoorbeeld het hoofd van AIVD niet is veroordeeld voor spionage en gerelateerde misdrijven.

Ook voor de fiscus geldt, dat zij eisen stelt aan haar personeel. Dat is logisch gezien het feit dat ambtenaren bij de fiscus gevoelige en vertrouwelijke informatie in handen hebben. Als je dan de mist in gaat als werknemer kun je ontslag op staande voet verwachten. Dit gebeurde in onderstaand geval waar een werkneemster na onderzoek van FIOD-ECD zich buiten de regelementen bleek te begeven.

Standpunt staatssecretaris:
De ontslaggrond is volgens de staatssecretaris schending van de geheimhoudingsplicht door de inhoud van een interne memo per sms aan een belastingplichtige te zenden over het onderzoek waarbij deze betrokken was. Daarnaast raadpleegde zij de systemen van de Belastingdienst om persoonlijke redenen en heeft ze fiscale werkzaamheden verricht voor derden, zonder dat aan haar werkgever te melden. Deze gedragingen waren van dusdanige aard dat ontslag op staande voet gerechtvaardigd is.

Standpunt werkneemster:
Volgens de vrouw is het strafontslag onevenredig en heeft de staatssecretaris het besluit onvoldoende gemotiveerd. Er zou slechts wat algemene voorlichting zijn gegeven over verboden gedragingen, zodat ze niet wist dat haar gedragingen tot ontslag zouden leiden. Ook zou ze geen direct voordeel hebben gehad van de doorgegeven informatie en keek ze slechts uit behulpzaamheid in de systemen van de Belastingdienst.

Van toepassing zijnde regelgeving:
Voor een ambtenaar in het algemeen en een ambtenaar van de Belastingdienst in het bijzonder geldt een hele reeks specifieke voorschriften die goede vervulling van de functie moeten waarborgen. Ik haal hier even de belangrijkste uit het vonnis. Er zijn maar liefst twee geheimhoudingsregelingen van toepassing:

Artikel 67 lid 1 AWR; het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de belastingwet of voor de invordering van enige rijksbelasting als bedoeld in de Invorderingswet 1990 (geheimhoudingsplicht).

Daarnaast hebben we nog artikel 125a lid 3 van de Ambtenarenwet (AW). De ambtenaaris verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.

Daarnaast is er nog sprake van een specifieke werknemersregeling van de Belastingdienst. Dit is het Reglement Personeelsvoorschriften Belastingdienst (RPVB). In hoofdstuk 10, onderdeel 1.3.3 hiervan is bepaald dat het in ieder geval verboden is voor derden fiscale werkzaamheden te verrichten (zoals het invullen van aangiftebiljetten of het schrijven van verzoek-, bezwaar-, of beroepschriften). Het is de ambtenaar slechts toegestaan dergelijke werkzaamheden te verrichten ten behoeve van een zeer beperkt aantal relaties in de persoonlijke levenssfeer.

Oordeel rechter:
Volgens de rechter heeft de staatssecretaris zijn besluit voldoende en op basis van zorgvuldig onderzoek gemotiveerd. Voor het ontslag geldt het vereiste dat op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging moet zijn verkregen dat de betreffende ambtenaar zich aan de hem verweten gedraging heeft schuldig gemaakt. Strafrechtelijk bewijs is derhalve niet vereist. Het onderzoek van FIOD-ECD is dan ook meer dan voldoende.

Daarnaast heeft de staatssecretaris voldoende aannemelijk gemaakt dat ambtenaren bij de Belastingdienst regelmatig voorlichting krijgen, waarbij expliciet wordt aangegeven dat het schenden van de geheimhoudingsplicht tot strafontslag leidt. Ook op grond van algemene informatie had het duidelijk moeten zijn dat werkneemster de haar verweten gedragingen niet mocht verrichten.

Over de per sms doorgespeelde informatie oordeelt de voorzieningenrechter dat er sprake is van ernstig plichtsverzuim. Deze gedraging is op zichzelf al grond voor onvoorwaardelijk ontslag. Van een Belastingdienstmedewerker mag te allen tijde worden verwacht zich te onthouden van het verstrekken van informatie over een onderzoek bij een belastingplichtige.

Om het geheel af te maken heeft werkneemster ook nog de belastingaangiftes voor familie, vrienden en anderen heeft verzorgd, zonder hiervan melding te doen bij haar werkgever en en heeft ze voor priv├ędoeleinden informatie heeft geraadpleegd in de systemen van de Belastingdienst.

Weinig verrassend besluit de voorzieningenrechter met het besluit dat ontslag gerechtvaardigd was en een onevenredig zware maatregel.

Conclusie:
Een werknemer van de Belastingdienst moet aan veel regelgeving voldoen. Dat is ook niet meer dan terecht gezien het feit dat er wel wat verwacht mag worden van iemand die in een dergelijke positie zit. Een werknemer van de Belastingdienst gaat immers dagelijks om met vertrouwelijke gegevens van miljoenen belastingplichtigen.

Ook zal een dergelijke ambtenaar niet jan en alleman mogen helpen met het invullen van aangiftes. Dan ga je eigenlijk optreden als belastingadviseur en dat kan belangenverstrengeling opleveren.

Gezien het gedrag van de persoon in kwestie is ontslag op staande voet zonder meer proportioneel te noemen.

Bron:
LJN: BW9500,Voorzieningenrechter Rechtbank ‘s-Hertogenbosch

Comments closed.