PPS als modeverschijnsel:
Publiek-private samenwerking is de laatste jaren hot in ondernemingsland. Publiek-private samenwerking, afgekort tot PPS, is een label dat overal te pas en te onpas op wordt geplakt. Het houdt kort gezegd in dat overheidslichamen (publiek) en reguliere marktpartijen (privaat) samen een project opstarten, uitvoeren en beheren. Dit in tegenstelling tot vroeger waar de overheid vaak exclusief de zaken binnen haar eigen domein regelde en helemaal zelf de touwtjes in handen hield, private partijen werden dan slechts ingeschakeld om dingen te regelen die overheid zelf niet kon regelen.

Toen en nu:
Aanvankelijk was de gang van zaken bijvoorbeeld dat de Rijksgebouwendienst besloot een nieuw kantoor neer te gaan zetten. Er werd dan een private ondernemer ingeschakeld voor het daadwerkelijke materiële bouwwerk maar meer dan dat ook niet. De overheid regelde zelf het ontwerp, financiëring en beheer van de objecten.

Tegenwoordig is het niet ongebruikelijk om bepaalde zaken hiervan uit te besteden. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat Rijkswaterstaat een nieuwe snelweg wil. Dan ontwerpt Rijkswaterstaat zelf de snelweg en geeft een private partij een vergunning om het ding te bouwen en te exploiteren (tolweg) maar daar zit dan ook een onderhoudsverplichting van de weg aan vast.

Dit soort contracten wordt samengevat onder de noemer contracten voor huisvesting en infrastructuur. Tegenwoordig moeten dit soort dingen door Europese regelgeving aanbesteed worden. De overheid maakt modelovereenkomsten zodat intekenaars ongeveer weten waar ze aan toe zijn als ze willen intekenen op een project van de overheid.

Modelovereenkomsten:
Van deze modelovereenkomsten zijn nu een paar nieuwe varianten gemaakt. Het gaat dan om de DBFM(O) overeenkomsten voor huisvesting en infrastructuur. In de branche van het bouwrecht is men dol op afkortingen en deze afkortingen geven aan wat er van een intekenaar wordt verwacht en wat hij mag. DBFMO staat voor Design-Build-Finance-Maintain-Operate. DBFM is allicht hetzelfde principe maar dan zonder Operate.

Grote complexiteit:
De overeenkomsten zijn leuk om eens door te kijken omdat ze laten zien wat voor pakketten papier je voor je neus krijgt als je ooit eens iets met vastgoed wilt gaan doen. De overheid is namelijk niet de enige die dit soort overeenkomsten gebruikt. Ook in de wereld van commercieel vastgoed zijn ze mateloos populair. Zoals met alle overeenkomsten geldt dat ze uitermate nuttig kunnen zijn wanneer ze goed gebruikt worden. Alleen heeft dit soort overeenkomsten de vervelende bijkomstigheid dat ze vanwege hun hoge complexiteit voor gigantisch vervelende rechtszaken kunnen duren op het moment dat het misgaat.

Als de publieke sector om de hoek komt kijken dan komt er als complicerende factor het aanbestedingsrecht bij. Dat zorgt er voor dat er nog veel grotere problemen kunnen optreden als het misgaat.

Tips tot besluit:
Vanwege het feit dat er bij deze overeenkomsten zo ontzettend veel verschillende rechtsgebieden bijeen komen, kunnen ze ietwat lastig te lezen zijn. Wees dan ook niet verbaasd als er bepalingen tussen staan die je niet kunt plaatsen. Ze zijn echter zeker de moeite waard om naar te kijken. Voor wie dit leuk vindt, is een vak als bouwrecht in Leiden of aan de TU Delft een aanrader. Voor wie geen apart onderwijs er voor wil volgen maar het wel een leuk onderwerp vindt, is het boek “Bouwrecht in kort Bestek” een aanrader.

Bron:
Bouwrecht in kort bestek
Modelovereenkomsten Huisvesting en Infrastructuur

Comments closed.