24. October 2016 · Comments Off on Schadestaatprocedure: snelheid hof levert geen geldig excuus voor trage fiscus · Categories: Belastingrecht, Legal, Rechtspraak

Rechtspraak gaat niet altijd even snel. Soms worden er argumenten gestoeld op het feit dat juristen soms langzaam handelen. In een schadestaatprocedure is het mogelijk dat een persoon schadevergoeding ontvangt voor het trage handelen van de fiscus. In onderhavige uitspraak van de rechtbank Gelderland wijst de fiscus op het snelle handelen van het hof als grond om schadevergoeding te matigen. Dat betekent een snel handelend Gerechtshof een probleem voor de fiscus.

Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de rechtszekerheid als algemeen aanvaard rechtsbeginsel dat aan artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) mede ten grondslag ligt, ertoe noopt dat ook de beslechting van belastinggeschillen binnen een redelijke termijn plaatsvindt. Een overschrijding van die termijn leidt in de regel tot spanning en frustratie. Behoudens bijzondere grond vormt dat grond vormt voor vergoeding van immateriële schade. Voor een uitspraak in eerste aanleg heeft te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt indien de rechtbank niet binnen twee jaar nadat die termijn is aangevangen uitspraak doet, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In deze termijn is de duur van de bezwaarfase inbegrepen.

Als de bezwaarfase en de beroepsprocedure voor de rechtbank samen langer duren dan twee jaar, is in principe de redelijke termijn overschreden. In geschil in deze schadestaatprocedure is of de redelijke termijn is overschreden.

De rechter is van oordeel dat hoewel het hof binnen redelijke termijn uitspraak heeft gedaan, dit niet kan compenseren voor het feit dat de bezwaar- en beroepsprocedure te lang heeft geduurd. Het bijkomende standpunt dat de inspecteur een last onder dwangsom opgelegd had gekregen van het hof, was evenmin grond voor matiging van de schadevergoeding. Een dergelijke last is immers bedoeld om ervoor te zorgen dat de fiscus tijdig zal beslissen en niet om te dienen als vergoeding voor het feit dat de fiscus niet tijdig beslist.

Een matigingsgrond was wel aanwezig vanwege het feit dat de hoofdzaak gevoegd met een andere hoofdzaak werd behandeld. Deze beide zaken hadden namelijk betrekking op de verkrijging van dezelfde woning. De rechtbank oordeelt dat de spanning en frustratie bij een gezamenlijke verkrijging niet groter is dan bij de verkrijging van de woning door één persoon. Daarom hoeft de fiscus slechts één keer schadevergoeding te betalen.

De fiscus kan zich dus niet verschuilen achter het snel handelende hof om schadevergoeding te ontlopen nu in de bezwaar- en beroepfase niet snel genoeg is gehandeld.

Comments closed.