Met een recente uitspraak van het gerechtshof in Den Haag kan de stichting Thuiskopieheffing haar geluk niet op. We kennen al jaren een heffing op blanco cd’s. Deze heffing wordt de thuiskopieheffing genoemd en dient om belanghebbende artiesten een vergoeding te geven voor het gebruik van dat medium om daar muziek van uitvoerende artiest op te zetten. Dit is dus ongeacht het daadwerkelijk gebruik van het medium. We kennen deze heffing echter niet voor mp3-spelers en opname-apparatuur met een harde schijf (PVR= Personal Video Recorder).

De stichting Naburige Rechtenorganisatie voor Musici en Acteurs (NORMA) plus nog een paar artiesten en stichtingen zijn in juni 2008 begonnen met een bodemprocedure tegen de staat welke als doel had ook de thuiskopieheffing in te voeren op andere media en de schade die de artiesten in de tussentijd hebben geleden door dit niet te doen vergoed te krijgen. Op 27 maart jongstleden hebben zij gelijk gekregen van het hof Den Haag.

Wettelijk kader:
Een populair misverstand in dit soort zaken is denken dat het wettelijk kader enkel bestaat uit de Auteurswet. Daaronder is slechts het openbaren en vermenigvuldigen van werken niet zonder meer toegestaan. Aan de aspecten van duplicering door de manier waarop ICT- apparatuur werkt ga ik hier voor de helderheid even aan voorbij.

Het gaat in deze zaak ook om naburige rechten in de zin van de Wet op de naburige rechten (WNR). Op grond van art. 10 sub e WNR jo. art. 16c lid 2 tot en met 7 Aw wordt het reproduceren van een op grond van de WNR beschermd werk niet als een inbreuk beschouwd, indien het reproduceren geschiedt zonder direct of indirect commercieel oogmerk en uitsluitend dient tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die de reproductie vervaardigt. Dit proces wordt samengevat onder de noemer thuiskopie. Voor het maken van een thuiskopie dient een ‘billijke vergoeding’ te worden geheven welke ten goede komt aan de uitvoerende artiest.

Wellicht zullen de wat oudere lezers zich herinneren dat het heffen van een thuiskopie vergoeding op mp3-spelers en aanverwanten enkele jaren geleden ook al speelde. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft toen een aantal amvb’s uitgevaardigd waarin werd besloten deze media niet aan de heffing te onderwerpen. Het zijn dan ook deze besluiten welke het doelwit vormen van het proces, alsmede een schadevergoeding voor misgelopen inkomsten.

Tot slot hebben we nog te maken met de bepalingen uit de Auteursrechtenrichtlijn en de jurisprudentie van het HvJEU daarover.

De uitspraak:
Geconcludeerd moet worden dat de amvb’s destijds op onjuiste gronden tot stand zijn gekomen (overweging 3.8) Dat het huidige stelsel niet uit de voeten kan met dingen als clouds en spotify, is geen reden om kopieën die met digitale audiospelers en digitale videorecorders (kunnen) worden gemaakt onbelast te laten. Ook de problematiek van de onverdeelde gelden levert geen rechtvaardiging op voor het niet aanwijzen van digitale audiospelers en digitale videorecorders als voorwerpen waarover een heffing verschuldigd zal zijn. Bovendien volgt uit het systeem van de Auteursrichtlijn dat een lidstaat die het ongeautoriseerd maken van een thuiskopie mogelijk maakt, ervoor moet zorg dragen dat de rechthebbende daarvoor een billijke compensatie ontvangt en dat die billijke compensatie het (mogelijke) nadeel moet vergoeden dat de rechthebbende ondervind. De Staat heeft hierbij geen beleidsvrijheid anders dan de wijze van inning van compensatie en de hoogte ervan vaststellen. Dit betekent dat de staat niet mag kiezen of aan de rechthebbenden een billijke vergoeding toekomt over digitale audiospelers en digitale videorecorders. Dat het huidige systeem van regelgeving een totaal onwerkbaar geval is, doet daar niets aan af.

Een volgende vraag is dan of de staat niet kan volstaan met de vergoedingen die vanaf de blanco cd’s en dvd’s worden geheven. Daar krijgen de rechthebbenden immers al geld van. Die vlieger gaat helaas niet op. De vergoeding moet op grond van de Auteursrechtenrichtlijn worden bepaald aan de hand van het mogelijke nadeel dat de rechthebbende lijdt door het vermoedelijke gebruik van de desbetreffende apparaten voor het vervaardigen van reproducties voor privégebruik. Dit betekent dat waar de Staat heeft gekozen voor een systeem waarin een heffing wordt gelegd op apparaten die voor het maken van thuiskopieën gebruikt worden, hij niet zonder meer bepaalde categoriën mag uitzonderen. (Overweging 3.13) Het daarnaast ook nog onaannemelijk dat de rechthebben voldoende gecompenseerd worden door de heffing op blanco cd’s en dvd’s nu andere media zo populair zijn.

De uitspraak en gevolgen:
De Staat heeft onrechtmatig gehandeld jegens NORMA en mede-eisers door in strijd met hogere regelgeving (de Auteursrechtrichtlijn en de in overeenstemming daarmee uit te leggen Aw en WNR) in de amvb’s geen heffing te leggen op mp3-spelers en PVR’s. Uitvoerend kunstenaars hebben recht op een billijke vergoeding voor die apparaten waarmee voor een meer dan verwaarloosbaar gedeelte thuiskopieën worden gemaakt. Zolang de Staat de regelgeving niet aanpast, dient hij de schade die de kunstenaars daardoor lijden te vergoeden.

Gevolgen:
Dit is allicht een geweldige klap voor de Staat. De schadevergoeding over al die media over afgerond vier jaar tijd kan aardig in de papieren lopen. Dat is bepaald niet leuk in een tijd van bezuinigingen. Daarbij zal de huidige regelgeving als een haas moeten worden aangepast want zolang dat niet is gebeurd blijft de teller voor schadevergoeding doortikken.

Voor de consument betekent dit dat de prijzen van mp3-spelers etc. omhoog gaan. Dat is vervelend maar er is een nog veel fundamenteler probleem. Deze uitspraak zet de deur open voor een heffing op elke blanco geheugenchip waarvan blijkt dat ze in de praktijk voor een meer dan verwaarloosbaar deel voor kopiëren van beschermd materiaal worden benut. Dat betekent dus ook een heffing op dingen als USB-sticks en mobiele telefoons. Als die heffing alle schade moet compenseren dan zullen dat vrij prijzige heffingen worden.

In het verlengde daarvan ligt natuurlijk ook dat iedereen die een heffing betaalt op dergelijke producten praktisch een rechtvaardiging heeft om alles wat ze kunnen vinden te downloaden. Overigens zijn we dan nog niet eens aangeland bij het probleem wat clouddiensten en bijvoorbeeld Spotify vormen voor dergelijke regelgeving. Het streamen van muziek is immers wat anders dan het downloaden. Dhr. D.J.G. Visser heeft hier een aardig stuk over geschreven waarvan de link beneden is bijgesloten. Hij schetst heel goed in een paar regels wat de onmiddellijke problemen in de zeer nabije toekomst gaan zijn.

Bron:
LJN: BV9880, Gerechtshof ‘s-Gravenhage
Heffing op hardware is gevolg keuze van de politiek

 

Comments closed.