Met regelmaat worden eenmanszaken omgezet in B.V. als ze groeien. Daar kunnen tal van redenen voor zijn zoals het verminderen van het risico op aansprakelijkheid, het veiligstellen van je persoonlijke vermogen en fiscale redenen. Wel dient er rekening gehouden te worden met het verschil tussen de werking van schuldovername en contractsovername.

Bij omzetting van de onderneming in een B.V. stort de ondernemer de aandelen van de BV vol, door inbreng van de eenmanszaak in de BV. Dit lijkt op een betaling in natura of een ruil met gesloten beurzen. De B.V. verkrijgt de onderneming en de ondernemer verkrijgt de aandelen in de B.V.

De achterliggende gedachte bij inbreng is dat zowel alle activa van de eenmanszaak overgaan naar de BV, als ook alle schulden en lopende verplichtingen. Op die manier zou er een eind moeten komen aan de persoonlijke aansprakelijkheid van de ondernemer. In de praktijk gaat dit niet altijd vlekkeloos zoals blijkt uit onderhavige zaak bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De feiten:
X had een eenmanszaak welke hij heeft ondergebracht in Y B.V. Gedurende de omzetting verrichtte Z werkzaamheden voor X welke na omzetting voor Y B.V. werden verricht. Z heeft nog een openstaande rekening voor die werkzaamheden en de vraag is nu aan wie dat moet gaan betalen X, Y B.V. of moeten zij beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn?

X heeft gesteld dat die werkzaamheden zijn verricht in opdracht en voor rekening van de vennootschappen en niet voor hem in privé en dat er geen reden is om hem hiervoor naast de vennootschappen hoofdelijk aansprakelijk te houden. Hij voert hiertoe aan dat met de omzetting de overeenkomst van X met de Z mee is overgegaan. Z heeft volgens X deze overdracht geaccepteerd en haar medewerking hieraan verleend door werkzaamheden te gaan verrichten voor de vennootschappen, facturen aan hen te sturen en een betalingsregeling met hen overeen te komen.

Het hof overweegt dat zover X heeft beoogd te stellen dat er sprake is van contractsoverneming, hier geen sprake van kan zijn. Contractsoverneming is een driezijdige rechtshandeling. Voor de overdracht van de overeenkomst is onder meer een akte vereist tussen de overdragende en overnemende partij, waarvan niet is gesteld of gebleken dat deze is opgemaakt.

De vervolgvraag is of er sprake is van contractsvernieuwing in die zin dat na inbreng van de eenmanszaak Z in het vervolg haar werkzaamheden in opdracht en voor rekening van de vennootschappen zou gaan verrichten in plaats van voor X. Z heeft daar tegenin gebracht dat er geen nieuwe opdrachtbevestiging is getekend, zodat de verdere werkzaamheden geacht moeten worden voort te vloeien uit de eerste opdracht en dat zij voorts niet heeft beoogd ermee in te stemmen dat Z als haar contractspartij zou wegvallen.

Volgens artikel 3:37 BW kunnen verklaringen, met inbegrip van mededelingen, in vormvrij geschieden en kunnen zij in een of meer gedragingen besloten liggen. Instemming kan dus ook stilzwijgend worden gegeven en/of in gedragingen besloten liggen. Z was op de hoogte van de inbreng van de eenmanszaak, waardoor zij wist dat het belang van X bij de overeenkomst was komen te vervallen, nu de eenmanszaak niet langer bestond. Z is vervolgens in opdracht van beide vennootschappen werkzaamheden gaan verrichten die betrekking hadden op de vennootschappen. Z geeft immers zelf aan dat de vennootschappen hadden te gelden als feitelijk opdrachtgever. Z is facturen aan de vennootschappen gaan zenden, met hen de contacten gaan onderhouden en heeft met hen een betalingsregeling getroffen.

Het hof oordeelt dat in voornoemde feiten en omstandigheden besloten ligt dat tussen partijen contractsvernieuwing heeft plaatsgehad en dat de vennootschappen als contractspartij van hadden te gelden. Dit leidt ertoe dat X niet is gehouden de facturen die betrekking hebben op de vennootschappen te voldoen. Wel blijft, voor zover werkzaamheden zijn verricht ten behoeve van de eenmanszaak X aansprakelijk voor betaling van de facturen.

Conclusie:
Rechtsvormen kunnen wijzigen al naar gelang de omstandigheden dat vereisen. Het is echter wel verstandig om wederpartijen uitdrukkelijk op de hoogte te stellen van een wijziging.

Bestaande schulden van de eenmanszaak worden pas schulden van de BV, indien de BV de schulden van de eenmanszaak heeft overgenomen (“schuldoverneming”). De akte van oprichting van de BV is daarvoor voldoende, hierin wordt de volstorting van de aandelen in de vorm van inbreng van de onderneming in de BV geregeld. Let wel dat de schuldoverneming pas werkt jegens de schuldeiser indien deze zijn toestemming geeft nadat partijen hem van de overneming kennis hebben gegeven op grond van art. 6:155 BW.

Bij lopende contracten die zijn aangegaan door de eenmanszaak, werkt het anders. Contractsoverneming is een driepartijenovereenkomst, waarbij de eenmanszaak zijn gehele rechtsverhouding tot de wederpartij met medewerking de wederpartij overdraagt aan de BV in een overeenkomst. Bij contractsoverneming gaan alle tot de rechtsverhouding behorende rechten en verplichtingen over op de BV, uiteraard slechts indien en voor zover de wederpartij daaraan zijn medewerking heeft verleend.

Het is mogelijk dat een overeenkomst stilzwijgend is overgegaan van de eenmanszaak naar de BV, ondanks dat de wederpartij niet uitdrukkelijk heeft ingestemd met deze contractsovername. Dit komt omdat verklaringen vormvrij kunnen geschieden zoals ook in dit geval aan de hand was.

Of een overeenkomst stilzwijgend is overgedragen, moet per geval worden bekeken waarbij materieel wordt getoetst. Relevante feiten kunnen onder meer zijn dat ineens andere bankrekeningnummers worden gehanteerd die op naam van de B.V. staan en dat alle correspondentie vanuit de B.V. wordt verstuurd. Als een wederpartij daar niets mee doet dan kan het zijn dat in een rechtszaak wordt geoordeeld dat hij kennelijk stilzwijgend akkoord is gegaan.

Dit kan een probleem worden op het moment dat de B.V. niet langer aan de betalingsverplichtingen kan voldoen en wederpartijen bij de aandeelhouder aankloppen omdat die mogelijkerwijs nog aansprakelijk is. Om een dergelijke discussie te vermijden is het beter om alle wederpartijen expliciet op de hoogte te stellen van omzetting.

Bron:
ECLI:NL:GHARL:2015:2172

Comments closed.