Velen houden er van om wel een lekker biertje te drinken. Gelukkig zijn velen slim genoeg om niet in de auto te stappen als je gedronken hebt waardoor je risico loopt op ongelukken. Helaas zijn er enkelen die dat wel doen en dan is er een forse kans dat je daar letterlijk een prijs voor moet betalen. Als je rijdt onder invloed dan ben over het algemeen niet verzekerd omdat de verzekeringsvoorwaarden een expliciete uitsluitingsclausule bevatten. In onderhavig geval was dat niet anders maar dat weerhield de drinkende automobilist er niet van om te gaan procederen waarbij uiteindelijk verzekeraar TVM in cassatie gaat.

De feiten:
Op 30 oktober 2008 heeft de drinkende bestuurder van een personenauto een aanrijding veroorzaakt. Hij was ten tijde van de aanrijding bij TVM verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid voor met het motorrijtuig veroorzaakte schade. TVM heeft in de bepalingen een clausule opgenomen waarin staat dat van de verzekering is uitgesloten: “De schade of het ongeval, welke met opzet, voorwaardelijk opzet of goedvinden van een verzekerde is veroorzaakt.”

Op het verzekeringsformulier heeft de bestuurder onder meer ingevuld dat hij op de andere auto was geklapt met alcohol op en uit het politierapport bleek dat hij 840.0 µg/l blies. TVM heeft aan het slachtoffer een bedrag van € 25.315,57 betaald. TVM wil dit bedrag nu verhalen op de bestuurder.

Bij het hof:
TVM stelt dat sprake is van voorwaardelijk opzet, omdat verzekerde willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er een aanrijding zou plaatsvinden door te gaan rijden met een aanzienlijke hoeveelheid alcohol in zijn bloed. Anders verwoord heeft de bestuurder voorwaardelijk opzet gehad op het ongeluk.

Het hof zag dit echter anders en wees de vorderingen af. In de polisvoorwaarden is voorwaardelijk opzet uitgesloten van dekking, maar de polisvoorwaarden bevatten geen zogenoemde alcoholclausule, waarin expliciet schade als gevolg van het rijden onder invloed van alcohol van dekking is uitgesloten. Bij de beantwoording van de vraag of bij het ontbreken van een dergelijke clausule schade als gevolg van het rijden onder invloed van alcohol valt onder de uitsluiting van dekking als gevolg van voorwaardelijk opzet, is uitgangspunt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 13 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3715, NJ 2006/282, heeft geoordeeld dat niet kan worden gezegd dat het algemene publiek dat een WAM-verzekering afsluit, geacht kan worden te weten, of uit voor ieder toegankelijke bronnen te weten kan komen, dat veelal in WAM-verzekeringen dekking is uitgesloten voor schade die is toegebracht door de verzekerde auto terwijl de bestuurder daarvan meer alcohol in zijn bloed had dan het wettelijk toegestane promillage. (rov. 3.14-3.15)

Gelet hierop heeft verzekerde dus redelijkerwijs niet hoeven te begrijpen dat de door hem veroorzaakte schade van dekking onder de WAM-verzekering was uitgesloten. Derhalve komt TVM in dit geval geen beroep toe op de uitsluitingsclausule ter zake van voorwaardelijk opzet. (rov. 3.16)

Bij de Hoge Raad:
In cassatie stelt TVM dat het hof miskend heeft dat sprake is van voorwaardelijk opzet en dat het door het hof aangehaalde arrest niet als uitgangspunt kan dienen. De Hoge Raad begint met de constatering dat het arrest uit 2006 zag op een andere situatie. Ook in dit geval was er sprake van een dronken bestuurder, maar de verzekeraar sloot dekking uit op grond van de bepaling dat schade veroorzaakt terwijl de feitelijke bestuurder niet wettelijk bevoegd is het motorrijtuig te besturen niet gedekt wordt. Die wettelijke bevoegdheid is in de onderhavige zaak niet in het geding.

Het hof had moeten beoordelen of de verzekerde bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst heeft moeten begrijpen dat door deze clausule de schade veroorzaakt door het dronken besturen van een auto van dekking is uitgesloten. Bij de uitleg van dat beding gelden de maatstaven van het arrest DSM/Fox (HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493). Als verzekerde consument is in de zin van afdeling 6.5.3 van het Burgerlijk Wetboek, geldt daarnaast de eis dat voor hem bij de totstandkoming van de overeenkomst in de omstandigheden van het geval duidelijk en begrijpelijk moet zijn geweest dat een schadevoorval zoals het onderhavige met dit beding van dekking zou zijn uitgesloten, en prevaleert bij twijfel over de betekenis van het beding de voor hem gunstigste uitleg (art. 6:238 lid 2 BW).

De Hoge Raad oordeelt dat de uitspraak van het hof onvoldoende gemotiveerd is en verwijst het door naar een ander hof voor feitelijke behandeling. De Hoge Raad merkt daarnaast nog op dat de enkele constatering dat het geen feit van algemene bekendheid is dat in WAM-verzekeringen dekking voor schade veroorzaakt door dronken achter stuur kruipen, niet volstaat voor het oordeel dat TVM geen beroep toekomt op de dekkingsuitsluiting wegens voorwaardelijk opzet.

Conclusie:
Het verwijzingshof zal zich nu moeten buigen over de uitleg van de opzetclausule met het oog op DSM/Fox en de specifieke bepalingen uit het BW die gelden waar de verzekerde een consument is. Het zou in ieder geval voor verzekeraars raadzaam zijn om naast de vrij algemeen verwoorde dekkingsuitsluitingsbepalingen tevens een ‘alcoholbepaling’ op te nemen daar jaarlijks nogal wat dronken mensen achter het stuur stappen en ongelukken veroorzaken. De uitleg van de algemene bepalingen leidt nogal eens tot een discussie en met een specifieke bepaling sta je als verzekeraar toch weer een stuk steviger.

Bron:
ECLI:NL:HR:2015:83

Comments closed.