Het is niet ongebruikelijk dat mensen een testament laten opstellen voordat zij komen te overlijden om hun wereldse zaken te regelen. Het testament wordt opgesteld en neergelegd in een akte door de notaris op basis van de wensen van de erflater. Als vervolgens de erflater komt te overlijden, dient uitvoering te worden gegeven aan de bepalingen uit het testament. De bepalingen van het testament worden strikt uitgelegd. Achterliggende ratio daarbij is dat de erflater andere bepalingen had laten opnemen als hij iets anders had bedoeld en een en ander is ook zorgvuldig besproken met de notaris. Pogingen van erfgenamen om het testament anders uit te laten leggen omdat erflater mogelijk iets anders had bedoeld zijn dan ook vaak gedoemd om te mislukken. Eens in de zoveel tijd wordt er toch weer een poging gedaan in de rechtszaal, zo ook in onderhavige zaak.

De feiten:
In het geding is de uitleg van het testament van erflater. Uit zijn eerste huwelijk had hij kinderen met wie hij geen bijster harmonieuze relatie had. Erflater is vervolgens hertrouwd en komen te overlijden gedurende dit tweede huwelijk. De kinderen hebben recht op een legitieme portie uit de nalatenschap van erflater.

De vraag is of erflater mogelijk bedoeld heeft om een zogeheten 4:82 beding op te nemen in zijn testament. Dit is genoemd naar artikel 4:82 BW en maakt het mogelijk om te voorkomen dat de vorderingen van de legitimarissen opeisbaar zijn voor het overlijden van zijn vrouw.

Oordeel en overwegingen van het hof:
Het hof overweegt dat het strikte vormvereiste van notariƫle akte, waaraan een testament moet voldoen, is ingegeven door de gedachte:

  1. dat volstrekt duidelijk moet zijn dat deze erflater deze uiterste wil heeft gemaakt;
  2. dat hij de inhoud ook daadwerkelijk gewild heeft;
  3. dat de instrumenterende notaris kan zorgen voor een formulering die zo duidelijk mogelijk deze laatste wil onder woorden brengt, nadat aan de testateur de nodige voorlichting is gegeven.

Bij de uitleg van een uiterste wilsbeschikking dient mede te worden gelet op de verhoudingen die de erflater bij die beschikking kennelijk heeft willen regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt. Daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen uitleg en het aanvullen van uiterste wilsbeschikkingen. Eventuele daden of verklaringen van de erflater die niet in de uiterste wil zijn opgenomen kunnen slechts dan voor de uitleg worden gebruikt als het testament zonder die daden en/of verklaringen geen duidelijke zin zou hebben.

Het is op basis van de bewoordingen van het testament en gedragingen van de erflater niet duidelijk of hij zijn kinderen zo weinig mogelijk of helemaal niets heeft willen nalaten. Zo heeft erflater na het verlijden van zijn testament nog schenkingen gedaan aan zijn kinderen hoewel hij ze heeft uitgesloten als erfgenaam.

Dat erflater met zijn uiterste wil zodanige verhoudingen had willen regelen dat zijn kinderen hun legitieme portie eerst hadden kunnen opeisen bij overlijden van appellante, heeft het hof niet kunnen vaststellen. Gezien de strenge vormvereisten waaraan een uiterste wilsbeschikking dient te voldoen dient er naar het oordeel van het hof zeer grote terughoudendheid te worden betracht bij de uitleg van een uiterste wilsbeschikking op grond van omstandigheden en verklaringen van de erflater buiten het testament. De erflater kan immers niet meer om zijn mening worden gevraagd. De erflater moet bij het passeren van zijn uiterste wil erop kunnen vertrouwen dat zijn wil zoals neergelegd in de uiterste wil in beginsel strikt wordt nageleefd. Dit is de kern van het testamentaire erfrecht.

Dat erfgenamen en andere partijen ieder een andere mening zijn toegedaan over de nalatenschap van de erflater, is niet relevant. Door de vrouw zelf wordt erkend dat erflater niet op de hoogte was van artikel 4:82 BW. Hij heeft dus ook nooit een duidelijk oordeel kunnen vormen over de strekking van deze bepaling. Het niet opnemen van artikel 4:82 BW maakt niet dat de uiterste wil van erflater geen duidelijke zin heeft. De erfrechtelijke positie van de betrokken partijen is duidelijk en ondubbelzinnig geregeld door het testament.

Het testament wordt derhalve letterlijk uitgelegd en er wordt geen 4:82 beding aangenomen. De kinderen kunnen als legitimarissen hun portie opeisen en hoeven niet te wachten tot ook de vrouw is overleden.

Conclusie:
Het is bij het maken van een testament nodig om zorgvuldig na te denken over het doel wat je wilt bereiken. Als je de kinderen zo min mogelijk na wilt laten en er voor zorgen dat je echtgenote verzorgd achter blijft dan zul je dat kenbaar moeten maken. De notaris zal dan in ieder geval de mogelijkheid bespreken om een 4:82 beding op te nemen in het testament. Als de erflater dat dan vervolgens niet doet is het zijn keus.

De erfgenamen, legitimarissen en andere belanghebbenden kunnen altijd stellen dat de erflater iets gewild zou hebben maar zoals het hof constateert, kunnen we dat niet langer vragen aan de erflater. Daarom wordt altijd strik aangesloten bij de bewoordingen van het testament tenzij het testament onduidelijk is. Anders wordt de grens van het uitleggen van een testament overschreden naar het aanvullen van een testament en als we daar aan beginnen is het einde zoek.

Bron:
ECLI:NL:GHDHA:2014:2812

Comments closed.