Een werkgever heeft een zorgplicht ten opzichte van zijn werknemer, dit is neergelegd in artikel 7:658 BW. Zo kun je als werkgever schadevergoeding moeten betalen als je werknemer schade lijdt ten gevolge van een overval(poging) als je niet aan je zorgplicht hebt voldaan. Als je wel aan je zorgplicht hebt voldaan dan moet je als werknemer zelf je schade dragen. Hoe een dergelijke zaak kan uitpakken zien we hieronder.

De feiten:
Werkneemster was werkzaam als apothekersassistente toen in de avond van 12 februari 2012 rond 03.00u drie personen het dak van de apotheek opklommen. Werkneemster was op dat moment de enige die dienst had. Twee inbrekers de trap op naar de bovenverdieping. Toen één van hen een vuurwapen op haar richtte zag zij geen andere mogelijkheid dan uit het raam te springen. Bij deze actie heeft werkneemster haar rechterenkel verbrijzeld, een fractuur aan haar stuitje opgelopen en twee wervels gebroken.

De daders zijn niet gevonden zodat de geleden niet op hen kan worden verhaald. Werkneemster vordert nu van haar werkgever, apotheek Straver, vergoeding van alle door haar geleden en te lijden schade omdat deze in onvoldoende mate voldaan heeft aan de op haar rustende zorgplicht van artikel 7:658 BW.

Zij voert daartoe aan dat Straver er niet alles aan gedaan om voorvallen te voorkomen. De achterzijde van het pand was onvoldoende beveiligd en er waren geen duidelijke instructies gegeven over hoe te handelen in een dergelijke situatie. Pas toen het kwaad al was geschied zijn er maatregelen genomen zoals betere beveiliging van de achterzijde en een aangepaste instructie voor het gebruik van de alarmpieper.

Oordeel en overweging van de rechtbank:
De rechter stelt vast dat het geschil zich toespitst op de vraag of werkgever haar zorgverplichtingen is nagekomen. De werkgever moet maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn functie schade lijdt. Partijen zijn het er over eens dat aan de voorzijde adequate beveiligingsmaatregelen zijn getroffen. De rechtbank stelt ook vast de apotheek aan de achterzijde behoorlijk was beveiligd tegen inbraak en dat het daarnaast de apotheek niet eerder overvallen was. [r.o. 4.5. & 4.6. & 4.11.]

De rechter oordeelt dat de getroffen veiligheidsmaatregelen afdoende waren. Als toelichting voert de rechtbank aan Straver een apotheek is en geen bank. De klantcontacten zijn de normale veiligheidsrisico’s en die betreden het pand aan de voorzijde waar zonder meer afdoende maatregelen waren getroffen. De apotheek was aan de achterzijde bepaald niet gemakkelijk toegankelijk. Het is aan achterzijde continu verlicht, het dak waar de overvallers op zijn geklommen is drie meter hoog en de ramen aan de achterzijde konden niet open en waren voorzien van dubbel glas.

Zowel Straver als zijn werkneemster zijn getroffen door een overval die buiten de normale te verwachten risico’s lag. Het kan Straver niet worden verweten dat hij het pand niet heeft omgebouwd tot een vesting. Dat sindsdien wel zwaardere veiligheidsmaatregelen aan de achterzijde zijn getroffen, betekent niet dat Straver niet had voldaan aan zijn zorgplicht op het moment van de overval.

De slotsom is dan ook dat ten tijde van de overval voldaan was aan de zorgverplichtingen zoals bedoeld in artikel 7:658 BW.

Conclusie:
Een werkgever heeft een zorgplicht richting werknemer op basis van artikel 7:658 BW. Wat adequate invulling van de zorgplicht is, is erg casuïstisch. Voor de apotheek in onderhavig geval geldt dat zij voldaan had aan haar zorgplicht. De normale risico’s liggen bij het klantcontact en de voorzijde was zwaar beveiligd. De achterzijde was ook niet zonder toegankelijk, de overvallers hebben echt moeite moeten doen om binnen te komen.

Van een bank of een juwelier zullen echter veel zwaarder beveiligingsmaatregelen verlangd worden omdat de kans op een overval daar vele malen groter is en zij ook over aantrekkelijker doelwitten voor het dievengilde beschikken. Het is een grijs gebied welke maatregelen in redelijkheid van de werkgever gevraagd kunnen worden. Van belang zijn onder meer aard van de werkzaamheden, het risico dat zich iets voordoet en de te verwachten ernst van de gevolgen.

Een soortgelijke zaak (ECLI:NL:GHSGR:2005:AU9629) waarin de rechter tot een andere conclusie kwam is de Brink’s zaak uit 2005 waarin een geldloper werd neergeschoten tijdens het bijvullen van een geldautomaat. Het hof vond toen dat de werkgever meer maatregelen had moeten nemen met name gezien het aanzienlijke risico dat een geldautomaat wordt overvallen. De geldloper overleefde overigens het incident.

De les is in ieder geval dat je als werkgever een behoorlijk zware zorgplicht hebt ten opzichte van werknemers en bij twijfel of je voldoende maatregelen hebt getroffen kun je maar beter professioneel advies vragen of meteen zwaardere maatregelen nemen.

Bron:
Rechtbank Limburg ECLI:NL:RBLIM:2014:873

Comments closed.