De Hoge Raad is voor het merendeel van de rechtszaken binnen Nederland de hoogste rechter. De Hoge Raad vernietigt (casseert) een rechterlijke uitspraak indien in de uitspraak het recht is geschonden of met nietigheid bedreigde vormvoorschriften zijn verzuimd. De functie van de Hoge Raad wordt vaak omschreven met de 3 R-woorden: het bewaken en bevorderen van rechtsbescherming, rechtsontwikkeling en rechtseenheid.De Hoge Raad verschilt ook van andere rechters in de zin dat zij geen feitenrechter is. Voor dit orgaan procederen vereist dan ook specifieke kennis en vaardigheden.

Grenzen aan de capaciteit
Recentelijk komen de kerntaken van de Hoge Raad steeds verder onder druk te staan. Dit heeft niet alleen te maken met de kwantiteit van de instroom cassatieschrifturen maar ook met de kwaliteit ervan. Er is een toenemend aantal zaken waarin de aard van cassatie miskend wordt en welke dus kansloos of ongeschikt zijn. Zo worden er in toenemende mate middelen aangevoerd welke eigenlijk vragen om een nieuwe vaststelling van de feiten. In strafzaken wordt soms een beroep gedaan op feiten die in cassatie voor het eerst worden ingebracht. Dat dit een onwenselijke situatie is, is volstrekt duidelijk. De Eerste Kamer heeft dan ook op 13 maart een wetsvoorstel geaccepteerd wat hier verandering in moet brengen.

De aangenomen maatregelen zijn tweeledig van aard. Enerzijds gaat het om een mogelijkheid om de kwantiteit van zaken sneller in de kiem te kunnen smoren: een versnelde niet-ontvankelijkheid. Anderzijds gaat het om een middel om de kwaliteit van de voorgelegde zaken te verbeteren: het stellen van kwaliteitseisen aan advocaten die willen procederen bij de Hoge Raad.

Selectie aan de poort
De versnelde niet-ontvankelijkheid doet denken aan de huidige afdoeningsmogelijkheid van art 81 R.O. Dit artikel houdt kort gezegd in dat wanneer een zaak niet tot cassatie kan leiden en niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, de Hoge Raad zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel. Dit voorkomt dat er een uitgebreid vonnis hoeft te worden geschreven waar uitvoerig alle gronden worden genoemd waarom de zaak niet tot cassatie kan leiden.

De praktische grens van 81 R.O. is dat dit artikel pas aan het einde van de cassatieprocedure toepassing vindt. Dat betekent ook dat (in civiele zaken en strafzaken altijd) de procureur-generaal al een conclusie heeft moeten nemen en de HR er naar heeft moeten kijken.  Het zou voor zowel procespartijen als de cassatierechter een aanmerkelijke verlichting zijn wanneer kansloze zaken eerder in het proces en op een eenvoudige wijze kunnen worden afgedaan.

De niet-ontvankelijkheidsmogelijkheid maakt selectie aan de poort mogelijk en verlicht derhalve de druk op de cassatierechter en het parket. Dit moet allicht wel wettelijke grondslag hebben en dat krijgt het met dit wetsvoorstel. Deze methode is ook in lijn met aanbevelingen van de commissie Hammerstein die zich in 2008 over de versterking van cassatierechtspraak uitsprak.

Richtlijnen voor de advocaat
Voor wat betreft het probleem van kwalitatief goede cassatieschrifturen wordt een vrij eenvoudige oplossing gekozen. Kwalitatief goede cassatieschrifturen komen van kwalitatief goede cassatieadvocaten. De wetgever gaat zich er echter niet zelf aan wagen om vast te stellen welke vereisten dat dan precies moeten zijn. Daarom wordt in dit wetsvoorstel aan het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van Advocaten (hierna: de NOvA) in de Advocatenwet de opdracht gegeven om bij verordening regels te stellen over onder meer de eisen van vakbekwaamheid aan advocaten die willen toetreden tot de cassatieadvocatuur. Een niet onlogische keuze gezien het feit dat de NOvA meer (veel) meer expertise in huis heeft dan de wetgever en dus beter kan beoordelen hoe die vereisten moeten luiden. Daarbij speelt dat de wet nu al uitgebreide regeling kent met de algemene eisen voor reguliere toetreding tot de advocatuur betreft. Het zou echter wat ver voeren en tot onnodige regulering op het niveau van formele wet leiden, wanneer hiernaast ook voor een zeer specifiek deelterrein een dergelijke uitgebreide regeling in de wet opgenomen zou worden. Een verordening van de NOvA zelf is hier beter voor geschikt.

Andere ontwikkelingen:
De rechtspraak is behoorlijk in beweging. Zoals we in het plan van de rechtspraak voor 2012 al konden lezen en tal van politiek debatten is genoemd, is het van belang dat het makkelijker wordt om je rechten te effectueren. Het bovengenoemde wetsvoorstel is hier helemaal mee in lijn. Het moet een eind maken aan de de enorme, vaak onnodig grote werklast van de Hoge Raad. Andere maatregelen welke ook de vernieuwingsslag passen zijn de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad en voorgenomen vernieuwing van de arbitrage.

Bron:
Dossier 32576 via eerstekamer.nl
Rapport versterking cassatierechtspraak Kamerstukken II 2007/08, 29 279, nr. 69 te vinden via officielebekendmakingen.nl

Comments closed.