Als werkgever moet je de eigen werknemers kunnen vertrouwen. Dit is niet alleen belangrijk bij functies waar mensen zitten die letterlijk toegang hebben tot miljoenen maar op alle niveaus. Ook als schoonmakers dingen mee naar huis nemen die aan de werkgever toebehoren kost het nog steeds geld en diefstal is nu eenmaal diefstal. Als werknemer hoef je dan ook niet op genade te rekenen en ook de rechtbanken tillen hier zwaar aan zoals eens te meer blijkt uit onderstaande uitspraak.

De feiten:
Q-Park exploiteert parkeergarages. De garages worden bemand door werknemers van Q-Park werkzaam in de functie van ‘parking host’ die de garage beheren en operationeel houden. Zij werken vaak alleen en hebben een grote mate van vrijheid. Q-park is door een gebruiker aangeschreven over een weigering door een ‘parking host’ van een betaling van het verschuldigde bedrag van € 24,- met een creditcard en een door die ‘parking host’ verlangde contante betaling in plaats daarvan.

Q-park rook onraad en stelde een onderzoek in. Uit camerabeelden bleek inderdaad dat de bewuste parking host contanten aannam en vervolgens de slagboom handmatig opende. De betaling is niet vastgelegd in het elektronisch logboek waarin transacties moeten worden opgenomen die niet door het reguliere betaalsysteem worden vastgelegd.

De parking host werd op staande voet ontslagen op grond van artikel 7:677, eerste lid, BW wegens verduistering. Q-Park heeft dit handelen in de brief aangeduid als voor haar ‘volstrekt onaanvaardbaar’ en als reden om ‘definitief elk vertrouwen in een verdere samenwerking met u [te hebben] verloren’.

De parking host spande een kort geding aan en eiste dat hij verder mocht werken en salaris doorbetaald kreeg. De kantonrechter wees de vorderingen af en nu dient het hoger beroep.

Oordeel en overwegingen van het hof:
De eerste stelling van de parking host is dat het ontslag op staande voet hem niet is gegeven onverwijld nadat de gestelde dringende reden ter kennis van Q-Park was gekomen en dat het ontslag reeds hierom geen stand kan houden. Het hof volgt hem niet omdat uit niets blijkt dat Q-Park dit onderzoek onvoldoende voortvarend ter hand heeft genomen. Evenmin is gebleken dat zij heeft gedraald de gevolgtrekking te maken dat een dringende reden voor ontslag – de gestelde verduistering en overtreding van procedure – bestond en werknemer vervolgens te ontslaan.

De tweede stelling betoogt dat er geen dringende reden was voor het ontslag. Ook deze stelling faalt. Het hof overweegt dat niet in geschil is dat op de camerabeelden zichtbaar is dat de parking host contanten in ontvangst neemt. Het is eveneens zonder meer duidelijk dat de betaling niet in het elektronisch logboek is vastgelegd terwijl hij dit wel had moeten doen. Dit is door werknemer zowel bij de kantonrechter als bij het hof erkend. Uit registraties van betalingshandelingen van het geautomatiseerde systeem, blijkt niet dat er een storing was die het onmogelijk maakte om per creditcard te betalen. De door werknemer genoemde aanleiding voor het aannemen van een contante betaling is derhalve niet aannemelijk.

Het is evenmin aannemelijk dat het ontvangen bedrag aan het eind van de dag in een envelop in het postvak van leidinggevende is achtergelaten zoals werknemer heeft gesteld. Dit is uitdrukkelijk door leidinggevende ontkend en er zijn geen feiten die het tegendeel doen vermoeden.

Op grond hiervan moet vooralsnog worden aangenomen dat werknemer geld heeft verduisterd. De gestelde verduistering en overtreding van procedure kunnen niet worden afgedaan als ‘een administratieve slordigheid’ en leveren een dringende reden voor het gegeven ontslag op, mede in aanmerking genomen het belang van Q-Park dat betalingen daadwerkelijk ontvangt.

De verder onberispelijke staat van dienst, ingrijpende gevolgen van het ontslag en persoonlijke omstandigheden staan aan het aannemen van een dringende reden voor het ontslag niet in de weg. Hoe zwaar het hof tilt aan verduistering ongeacht het bedrag blijkt uit de volgende passage:

De aard en de ernst van de omstreden gedraging van [appellant] zijn, gelet op de hierboven genoemde belangen van Q-Park en op het vertrouwen dat Q-Park in bij haar als ‘parking host’ werkzame personen […] moet kunnen hebben, dusdanig dat sprake is van een dringende reden voor ontslag, ook als rekening wordt gehouden met de zojuist genoemde omstandigheden aan de zijde van [appellant]. De gedraging waarop het ontslag van [appellant] is gestoeld vormt kortom, ongeacht de beperkte omvang van het ermee gemoeide bedrag, een zo wezenlijke inbreuk op de belangen van Q-Park en op het door Q-Park in [appellant] gestelde en van deze te verlangen vertrouwen dat niet op grond van de belangen en persoonlijke omstandigheden van [appellant] kan worden geoordeeld dat een dringende reden voor ontslag ontbreekt.

De vordering van appellant wordt afgewezen.

Conclusie:
De wet is in ieder geval duidelijk dat diefstal een gegronde reden voor ontslag op staande voet is. Het antwoord op de vraag of een bagateldelict een ontslag op staande voet rechtvaardigt wordt niet gegeven in de wet. De wet heeft meer een soort niet-limitatieve lijst van voorbeelden die ontslag op staande voet rechtvaardigen. Bovendien moet een rechter altijd alle omstandigheden van het geval meewegen, deze zijn allicht ook niet in de wet vindbaar.

Eind 2012 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2012:BV9532) een belangrijke richtinggevende uitspraak gedaan op dit vlak. Een werknemer van de Bijenkorf kon in de uitverkoop voor € 10 vijf kledingstukken kopen. De volgende dag vroeg werknemer zijn leidinggevende of hij nog een paar kledingstukken kon kopen. De leidinggevende antwoordde met een simpel en duidelijk ‘nee’. Toen trachtte toch een overgebleven broek en jasje mee te nemen hetgeen direct werd afgestraft met ontslag op staande voet.

De Hoge Raad overwoog dat de Bijenkorf een duidelijk beleid (niet stelen) voerde en dat ook kenbaar maakte. Het oordeel van het hof dat de diefstal onder deze omstandigheden een ontslag op staande voet rechtvaardigde was alleszins begrijpelijk en ging uit van een juiste rechtsopvatting. Daarmee waren hof en Hoge Raad duidelijk strenger dan de kantonrechter die in eerste aanleg nog oordeelde dat het ontslag op grond van persoonlijke omstandigheden onterecht was.

Daarmee is het zonder meer duidelijk dat diefstal (en verduistering) altijd een reden voor ontslag oplevert als er duidelijk en kenbaar beleid is, ook al is het goed van geringe waarde en zijn persoonlijke gevolgen mogelijkerwijs groot.

Bron:
Gerechtshof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2013:2683

Comments closed.