Het kan zomaar zijn dat je tijdens een verbouwing er achter komt dat je nog iets anders wilt meenemen in de verbouwing of toch net een ander kozijn of deurtje. In een dergelijk geval zal je aannemer moeten afwijken van de offerte die is opgesteld. Als je voor een goedkopere optie kiest dan is het gevolg minderwerk waardoor je goedkoper uit bent maar vaker zal het meerwerk betreffen wat dus ook meer geld zal gaan kosten. De aannemer moet dan waarschuwen voor de kosten van meerwerk, als hij dit verzuimt dan kan hij fluiten naar zijn geld. In deze zaak geeft het hof inzicht in de reikwijdte van de waarschuwingsplicht bij ondernemers.

De feiten:
Geïntimeerde heeft in onderaanneming werkzaamheden verricht voor appellante. Appellante heeft vooraf met dat meerwerk ingestemd maar heeft enkele rekeningen onbetaald gelaten omdat geïntimeerde niet heeft voldaan aan haar uit artikel 7:755 BW voortvloeiende verplichting om, op straffe van verval van haar aanspraak op vergoeding, de opdrachtgever tijdig te waarschuwen voor de prijsconsequenties van de door hem gewenste aanvulling op het werk. In geding is nu hoe ver de waarschuwingsplicht van artikel 7:775 BW reikt.

Artikel 7:775 BW:
Artikel 7:755 BW bepaalt meerwerk betaald moet worden als de aannemer op tijd de opdrachtgever heeft gewaarschuwd dat er een prijsverhoging zal zijn vanwege toevoegingen aan het werk. Het is niet nodig om de opdrachtgever te waarschuwen als deze had moeten begrijpen dat de toevoegingen een verhoging van de prijs tot gevolg zal hebben.

Oordeel en overwegingen van het hof:
Het hof stelt voorop dat het feit dat appellante vooraf met dat meerwerk heeft ingestemd geïntimeerde niet ontslaat van de waarschuwingsplicht uit artikel 7:755 BW. De ratio van die waarschuwingsplicht is de opdrachtgever te behoeden voor vermijdbare kostenoverschrijdingen. Als opdrachtgever immers bijtijds op de hoogte is van dreigende kostenoverschrijding dan kan hij tijdig maatregelen treffen.

Het hof neemt aan dat appellante zich heeft gerealiseerd dat het tot een prijsverhoging zullen leiden, maar waar het op aankomt is of de opdrachtgever een reëel inzicht heeft gekregen in de omvang van de concreet te verwachten meerkosten. Dat klemt in dit geval temeer omdat door de prijs van het meerwerk de offerte met bijna 70% wordt overschreden. Ten aanzien van de meerkosten staat vast dat tijdens een bespreking gewezen is op een prijsverhoging van minimaal € 21.000, -. Voor het overige is met betrekking tot de waarschuwingsplicht slechts gesteld dat de uitvoering van de werken in roestvrijstaal duurder zou zijn dan in kunststof.

Het hof oordeelt dat, mede in het licht van het totaal gefactureerde bedrag aan meerwerk a € 59.180,- ex btw, geen reëel inzicht is verschaft in de omvang van de concreet te verwachten meerkosten. Het enkele feit dat een inschatting is gegeven van een specifiek onderdeel van het meerwerk kan aan deze conclusie niet afdoen.

De vordering van geïntimeerde wordt afgewezen.

Conclusie:
Wie artikel 7:775 BW leest zou de indruk kunnen krijgen dat het enkele waarschuwen voor toenemende kosten door meerwerk afdoende is om deze kosten vergoed te krijgen. Het hof legt deze bepaling nader uit en geeft daarmee een reikwijdte voor de waarschuwingsplicht die de aannemer heeft. Volgens het hof moet de opdrachtgever een reëel inzicht krijgen in de omvang van de concreet te verwachten meerkosten. Met andere woorden: het gaat er niet om dat er gewaarschuwd is maar het moet ook duidelijk zijn hoevéél het meerwerk gaat kosten. Uit het vonnis kunnen we ook afleiden dat een zeer ruwe indicatie onvoldoende is omdat dit opdrachtgever nog steeds geen reëel inzicht verschaft.

Laat dus als aannemer (en ook als opdrachtgever) niets aan het toeval over en zorg er voor dat van tevoren duidelijk is hoeveel aanpassingen gaan kosten.

Bron:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2013:7180

Comments closed.