Het enkele gedogen van bewoning van een woning levert voor de Successiewet geen belastbare schenking op, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Zeeland West-Brabant

De feiten:
Belanghebbende woonde kosteloos met zijn gezin in een woning welke toebehoorde aan zijn ouders. Ten aanzien van dit verblijf is het volgende afgesproken:

  • de ouders hebben de volledige beschikkingsmacht over de woning en bepalen zelf wie in de woning verblijft/woont
  • de ouders kennen geen enkel (huur)recht aan belanghebbende toe
  • de ouders kunnen op elk moment aan belanghebbende het verblijf in de woning ontzeggen
  • belanghebbende hoeft voor zijn verblijf in de woning geen vergoeding aan de ouders te betalen

De vraag is nu of dit verblijfsrecht in de woning moet worden aangemerkt als een schenking en derhalve belast is onder de Successiewet.

Oordeel en overwegingen van de rechter:
Belanghebbende wordt door de gedoogsituatie verrijkt, hij hoeft immers niets te betalen. De ouders worden echter niet verarmd door de situatie. De waarde in het economisch verkeer heeft geen wijziging ondergaan als gevolg van het verblijfsrecht van de zoon. Het gegeven dat de ouders een X bedrag aan huur hadden kunnen krijgen als zij andere afspraken hadden gemaakt, betekent niet dat ouders zijn verarmd voor X bedrag. Feitelijk hebben de ouders op basis van de afspraken geen huur genoten, zodat deze ook nimmer tot hun vermogen heeft behoord.

Dat de ouders door de gedoogsituatie de mogelijkheid tot eigen bewoning van de woning van dag tot dag prijsgeven, doet hier niets aan af. De onbezwaarde waarde van de woning behoort tot het vermogen van de ouders en deze wijzigt niet door het van dag tot dag prijsgeven van de mogelijkheid tot eigen bewoning. Enkel de waarde van de woning behoort tot het vermogen, er is niet daarnaast ook nog een apart bedrag voor de mogelijkheid van eigen gebruik.

De ouders hebben de volledige beschikkingsbevoegdheid en kunnen de zoon op ieder moment het gebruik ontzeggen. Dat het niet waarschijnlijk is dat de ouders dat zullen doen, betekent niet dat aangenomen moet worden dat belanghebbende een recht van gebruik en bewoning of huurrecht heeft.

De inspecteur heeft ten onrechte het bedrag van huurwaarde aangemerkt als belastbare schenking.

Conclusie:
Dit is een typisch voorbeeld van hoe het maken van goede afspraken je een leuke belastingbesparing kan opleveren. Als de ouders hadden gekozen voor een huurconstructie en vervolgens de huurpenningen hadden kwijtgescholden dan was er zonder meer sprake geweest van een schenking. Er is dan immers wel sprake van een verarming van de ouders omdat zij van een geldbedrag afzien. Expliciet afspreken dat er geen sprake is van een huurrecht is echter nog niet voldoende. Er kan immers sprake zijn van een verarming van ouders doordat zijn verblijf aldaar de waarde van de woning in het economisch verkeer aantast. Dit is afgedicht door de afspraken dat de ouders volledig beschikkingsbevoegd blijven en zelf beslissen wie er in de woning verblijft en het verblijfsrecht op elk moment ontzegd kan worden. Hierdoor hebben de ouders eigenlijk op elk moment de volledige beschikking over de woning in onbezwaarde staat. Met andere woorden, zij kunnen de woning op elk moment verkopen zonder dat er iemand in verblijft en dus de ‘volledige’ marktprijs verkrijgen zonder last te hebben van het feit dat er iemand in de woning verblijft hetgeen de marktwaarde van de woning zou drukken. Als er iets de marktwaarde van de woning drukt, zoals iemand die daar mag verblijven, dan zou dat namelijk een aantasting van de waarde in het economisch verkeer opleveren en dus een verarming van de ouders en dus een schenking.

Bron:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant ECLI:NL:RBZWB:2013:8307

Comments closed.