Trouwe lezers van legallife weten dat ik dol ben op klassiekers, retro en alles wat daarmee te maken heeft ongeacht of het nu gaat om jurisprudentie of stijl. Daarom gaan we het vandaag eens hebben over een absolute klassieker op kledinggebied: denim ofwel spijkerstof.

Wat is denim:
Denim is een bijzonder sterk, gekeperd, katoenen weefsel. Een keperweefsel, ook wel twill genoemd, is gemakkelijk herkenbaar aan de diagonale lijnen die over de stof lijken te lopen. Voor de meeste weefsels is een tweeschatsweefgetouw genoeg maar voor een keperweefsel zijn minimaal 3 schachten nodig en afhankelijk van het gewenste keperweefsel kan het aantal schachten zelfs tot 24 oplopen.

Een weefsel bestaat altijd uit een schering en een inslag. De schering bestaat uit de ‘verticaal’ opgespannen draden, de inslag is de draad die er telkens tussendoor wordt gehaald. Voor iedere inslag wordt het bindpunt zijwaarts in één richting verplaatst. Hierdoor schuiven de bindpunten op in een schuine lijn wat keperweefsel het herkenbare aanzicht geeft. De diagonale lijnen in het weefsel lopen door van de rechterbenedenhoek tot aan de linkerbovenhoek of omgekeerd. Allicht is de de schuine lijn aan de rechterzijde van een keperweefsel tegengesteld aan de schuine richting aan de averechtse kant.

De kleur:
Als we aan denim denken dan denken we allemaal aan blauwe jeans. De kleur indigo is vrijwel vereenzelvigd met het keperweefsel. Aanvankelijk werd indigo gemaakt van planten, met name de Indigofera tinctoria. Dit was een kostbaar proces wat vrij lang duurde. Het kunnen betalen van blauwe kleding was dan ook een statussymbool. Tegenwoordig kunnen we de kleurstof ook synthetische produceren dankzij het pionierswerk van Adolf von Baeyer vanaf 1865. Uiteindelijk was het BASF dat een commercieel aantrekkelijk proces vond in 1897.

Bij denim is altijd de inslag indigo geverfd terwijl de schering gewoon wit is. Hierdoor ziet een spijkerbroek er aan de binnenzijde altijd witter uit dan aan de buitenzijde.

Het ouderwetse verven vindt plaats middels zogeheten dompelbad-verfmachines. Een streng katoengaren wordt door een bad met indigo geleid en vervolgens omhoog naar het dak van de fabriek zodat het indigo kan oxideren en zijn kenmerkende kleur krijgt. Dompelbad verfmachines zijn tegenwoordig zeldzaam en worden nauwelijks meer gebruikt. Aanvankelijk was het katoenen garen ook veel minder strak gesponnen dan heden waardoor het veel meer verf opnam.

Selvage:
Bij premium denim wordt wel eens gesproken over selvage of selvedge denim. Het gaat dan om een samentrekking van het woord self-edge wat letterlijk de zelfkant van de stof betekent. De zelfkanten zijn de afgewerkte einden aan weerskanten van het weefsel. Aanvankelijk gaven denimwevers iedere afnemer een eigen kleur in weefsel van de zelfkant zodat het denim gemakkelijk geïdentificeerd kon worden en niet door elkaar werd gehaald. Tegenwoordig is het garen in de zelfkant vaak rood of groen.

Het kenmerk van selvage denim is dat het wordt geweven op traditionele schietspoelmachines in plaats van grotere projectielweefmachines. Bij schietspoelmachines wordt de inslag aan één stuk door heen en weer door de schering gehaald. Bij projectielweefmachines is er geen doorlopende inslag en worden verschillende draden gebruikt voor de inslag. Hierdoor heeft selvage denim een afgewerkte, rechte zijde terwijl ‘gewoon’ denim een gerafelde zijde heeft.

De traditionele breedte van een selvage weefsel is 30 inch (76 cm) in tegenstelling tot een 2,5 tot 3 meter voor projectielweefsels. Om jeans te maken van selvage weefsel is vaak een 3 meter nodig en selvage denim ontstond dan eigenlijk ook omdat kleermakers de stof helemaal tot aan het laatste randje gebruikten om vooral maar niets verloren te laten gaan. Als je de rand van jeans omslaat die met selvage denim zijn gemaakt dan zie je ook nog steeds waar de zelfzijdes aan elkaar zijn gestikt.

De projectielweefmachines zijn verreweg in de meerderheid omdat ze veel meer stof kunnen produceren in kortere tijd en de vraag naar denim hoog is. Projectielweefmachines werden ontstonden aanvankelijk ook omdat met schietspoelweefmachines niet langer aan de toenemende vraag te voldoen was.

Omdat het nog steeds meer tijd kost om selvage te weven en er een grotere lengte weefsel nodig is om kleding te maken, is het nog steeds duurder dan regulier denim. Van origine werd het Amerikaans denim als de beste kwaliteit gezien maar tegenwoordig kijken liefhebbers vaak naar Japan. Zoals vermeld werden door toenemende vraag naar denim projectielmachines ingevoerd en werden de schietspoelmachines vaak uitgefaseerd. Ook werd steeds meer denim gekleurd met synthetische verfstoffen.

In de jaren ’80 zag een groepje Japanse bedrijven een markt voor ambachtelijk geproduceerd denim. Ze kochten de oude Amerikaanse schietspoelmachines op en gingen denim produceren voor kleine, lokale bedrijven. Toen de hype rondom ‘premium denim’ begon, werd daar handig op ingespeeld door ouderwets selvage denim te gaan produceren dat werd geverfd met echte indigo in eveneens ouderwetse dompelbad-verfmachines. Overigens resteren in de V.S. nog steeds bedrijven die selvage denim produceren op ouderwetse wijze.

Selvage denim dat op ouderwetse manieren is geproduceerd voelt anders dan denim dat met de moderne projectielmachines is geproduceerd mede omdat er gebruik wordt gemaakt van authentieke katoenen garen. Dit breekt makkelijker dan de moderne strakgesponnen katoenen garen maar levert wel een dikker en steviger weefsel op. Bij enkele merken wordt een draad wel 30 keer door een bad geleid wat een prachtige diepblauwe kleur oplevert. Het verschil met moderne productietechnieken is duidelijk zichtbaar.

De vraag is echter of de kwaliteit van selvage zoveel beter is dat het de meerprijs ten opzichte van regulier denim waard is. Dat is iets wat ieder voor zich zal moeten bepalen.

De geschiedenis:
Wie aan denim denkt, denkt gewoonlijk direct aan jeans, Levi’s en westerns maar de geschiedenis van denim gaat veel verder terug. In hoofdlijnen is het vermoeden dat de naam denim is afkomstig van een stof die werd geproduceerd door de familie André in Nîmes voor veehoeders in de Camargue. Deze stof werd serge de Nîmes genoemd wat al snel werd ingekort tot denim. Uit onderzoek van Pascale Gorguet-Ballesteros, verbonden aan het Musée de la Mode et du Costume in Parijs, blijkt dat zowel in het V.K. als in Frankrijk al ruim voor de zeventiende eeuw stof bekend was die serge de Nîmes werd genoemd. Er zijn voorbeelden bekend van serge de Nîmes gemaakt van wol en zijde maar voor zover bekend is denim altijd van katoen gemaakt.

De naam jeans komt vermoedelijk van de Franse naam voor Genua (Gênes). Genua was ook een bekende producent van onder meer corduroy weefsels gemaakt van wol met katoen of linnen. Jean was van origine waarschijnlijk een soort zeildoek dat werd gebruikt om goederen te beschermen als ze op de kade stonden. Het is niet geheel duidelijk of het serge de Nîmes mogelijkerwijs een poging was om het Italiaanse corduroy na te maken. Op enig punt is men daar ook begonnen met het produceren kleding, met name broeken, van dergelijke stoffen. De Genovese stof was populair en werd in het Verenigd Koninkrijk reeds in de zestiende eeuw in grote getale geïmporteerd.

Voor zover bekend zijn er dus drie soorten stoffen die allen verband houden met de naam denim en allen keperweefsels zijn. We hebben het Britse serge de Nîmes, het Franse serge de Nîmes en het Genovese jean. Het is bekend dat jean tegen het einde van de zestiende eeuw ook werd geproduceerd in het Britse textielcentrum Lancashire. Rond het einde van de achttiende eeuw werd deze stof uitsluitend nog gemaakt van katoen.

Rond diezelfde tijd werd in de V.S. hard gewerkt aan het opstarten van de productie van stoffen om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse import. Ook daar bleef het onderscheid tussen jean en denim nog bestaan. Dankzij een bezoek van George Washington aan een weverij in Massachusetts in 1789 weten we dat daar zowel denim als jean werd geproduceerd. Het Weavers Draft Book and Clothiers Assistant boek uit 1792 bevat technische schetsen voor de productie van verschillende keperweefsels.

Levi Strauss begon pas in 1873 met zijn bekende spijkerbroeken, er was toen al snel een 80 jaar verstreken. Daar zullen we wat meer aandacht aan besteden bij het artikel over spijkerbroeken. Het is echter niet geheel duidelijk wanneer het verschil tussen jean en denim als stof verdwenen is.

Tot besluit:
Je hebt zojuist meer dan 1300 woorden over een stof achter de rug en dan is dit nog slechts een korte introductie over denim. Je weet nu wat denim is, hoe het geproduceerd wordt en waarom selvage denim duurder is. Volgende weken gaan we kijken naar de iconische blue jeans waarbij we ook op Levi Strauss nog op de geschiedenis van Levi Strauss zullen ingaan. De week daarop zijn de minstens net zo populaire trucker jackets aan de beurt.

Comments closed.