Wie weet nog vorig jaar de kleine rel rondom de anonieme tipgever die honderden zwartspaarders aangaf bij de Belastingdienst in ruil voor een beloning? De rechtbank Den Haag bepaalde in een kort geding dat de fiscus de identiteit van de tipgever geheim mocht houden.

De overeenkomst:
Het ministerie van Financiën heeft een geschoonde versie van de overeenkomst openbaar gemaakt. Hieruit blijkt dat de tipgever vrijwillig heeft gemeld te beschikken over informatie over zwartspaarders. Deze informatie is niet afkomstig van de Staat zelf en de tipgever heeft evenmin voor de staat gewerk bijvoorbeeld bij de Belastingdienst. Er is een vergoeding overeengekomen die afhankelijk is van de belastingopbrengst die de fiscus zal halen bij het aanpakken van de zwartspaarders.

Ook is in de overeenkomst bepaald dat tipgever niet zal worden ontzien op het vlak van belastingheffing, hij krijgt geen korting op zijn aangifte en er is geen verrekening met belastingschulden mogelijk. Daarnaast is de tipgever gewezen op de risico’s die zijn verbonden aan het tippen van de Belastingdienst. Het fiscale beleid is echter nog altijd gericht op geheimhouding van tipgevers.

De rechtbank:
Aanvankelijk oordeelde de geheimhoudingskamer van de rechtbank in Arnhem nog dat de tipgever bekend moest worden gemaakt. De zwartspaarders moesten de betrouwbaarheid van de tipgever kunnen toetsen. Dat is van belang omdat voor mensen die weigeren mee te werken aan onderzoek door de Belastingdienst, een omgekeerde bewijslast geldt: zij moeten aantonen dat zij niets verkeerd hebben gedaan. De rechtbank Den Haag bepaalde vervolgens dat de uitspraak van de rechtbank in Arnhem niet betekent dat de Belastingdienst ‘absoluut gehouden’ is om de identiteit te onthullen. Dit oordeel werd vervolgens weer bevestigd door de voorzieningenrechter in Arnhem.

Staatssecretaris Weekers van Financiën werd ondertussen niet warm of koud van de hele handel en heeft altijd gezegd dat hij de identiteit van de tipgever pas zou prijsgeven als de Hoge Raad hem daartoe zou dwingen.

In cassatie:
In cassatie is betoogd dat de fiscus op grond van het in art. 6 EVRM besloten liggende equality of arms-beginsel gehouden is aan eisers ongeschoonde stukken over te leggen. Het gaat hier om een civiele vordering die tot doel heeft stukken omtrent de tipgever geopenbaard te krijgen om ze te kunnen gebruiken in de fiscale zaak.

In beroep moet de fiscus alle van belang zijnde stukken indienen op grond van art. 8:42 Awb. Het is echter mogelijk op grond van gewichtige redenen het overleggen van stukken te weigeren. Aan de rechter kan worden meegedeeld dat slechts hij kennis mag nemen van de stukken (art. 8:29 Awb).

De rechter beslist of de weigering van de fiscus gerechtvaardigd is. Bij een negatief besluit blijft de verplichting om stukken te overleggen in stand. Als de fiscus dan nog steeds weigert de stukken te overleggen, trekt de rechter op grond van art. 8:31 Awb gevolgtrekkingen die hem geraden voorkomen.

De Hoge Raad overweegt dat in een fiscale procedure waarborgen zijn ingebouwd (waaronder art. 8:42 alsmede 8:29 en 8:31 Awb) die rekening houden met het belang dat eisers willen beschermen. Het gaat daarbij om hun verdedigingsbelang. Het is daarvoor niet noodzakelijk dat eisers op de hoogte worden gesteld van de naam van de tipgever en van de tipgeversovereenkomst. Hun belang is slechts dat zij zich in de fiscale procedure naar behoren kunnen verdedigen tegen de opgelegde aanslagen en boeten.

De fiscus is daarom vrij om openbaring van de ongeschoonde stukken te weigeren.

Conclusie:
De Hoge Raad stelt in deze civiele zaak dat het belang van eisers is dat zij zich kunnen verdedigen tegen de opgelegde aanslagen en boeten. De belastingrechter is in beginsel vrij om kennis te nemen van de stukken en ze geheim te houden als hij dat nodig acht. Als de fiscus dan nog steeds weigert, is de belastingrechter vrij om daar conclusies aan te verbinden. Hiermee is het verdedigingsbelang van de eisers voldoende gewaarborgd in de fiscale procedure.

Vooralsnog staat het de fiscus dus vrij om de gegevens van tipgevers geheim te houden. De kans dat eisers dus leren aan wie ze hun boetes te danken hebben, is vrij klein.

Bron:
Hoge Raad ECLI:NL:HR:2013:1042
Tipgeversovereenkomst deel 1 en 2

Comments closed.