Meerderjarig worden is voor velen een moment waar ze enorm naar uitkijken, er is immers geen toestemming meer nodig van de ouder/voogd/gezaghouder voor wat dan ook. Je bent geheel verantwoordelijk voor je eigen daden en er is buiten de staat niemand meer die je rechtsmacht beperkt. Dat verandert echter weer op het moment dat je besluit te trouwen. In dat geval heeft de ene echtgenoot voor bepaalde rechtshandelingen toestemming nodig voor de andere echtgenoot. Dit geldt ook voor overeenkomsten ter zekerheidsstelling ten behoeve van derden. Als hier geen toestemming voor is gegeven door de andere echtgenoot staat in beginsel vernietiging open. Gehuwde ondernemers beroepen zich vaak op het ontbreken van een dergelijke toestemming op het moment dat ze onder een overeenkomst uit willen. Die vlieger gaat echter niet altijd op zoals we zien in onderhavige zaak.

De feiten:
De man is eigenaar van een bouwbedrijf dat wordt uitgeoefend in een vennootschap. Hij is de enige bestuurder van die vennootschap. In die hoedanigheid is hij een overeenkomst aangegaan waarbij hij zich persoonlijk garant stelde voor een overeenkomst aangegaan door de vennootschap. Het bouwbedrijf ging failliet en nu wordt de man aangesproken tot betaling op grond van de persoonlijke garantstelling. Zijn vrouw tracht nu deze garantstelling te vernietigen omdat zij geen toestemming zou hebben gegeven.

Oordeel en overwegingen van de rechtbank:
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:88 lid 1 sub c BW de echtgenoot van de andere echtgenoot toestemming behoeft voor zekerheidsstelling ten behoeve van derden. Echter, volgens artikel 1:88 lid 5 BW is voor dergelijke handelingen geen toestemming vereist indien deze worden verricht door een bestuurder van een besloten vennootschap die alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt, voor zover de handelingen worden verricht ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf. [r.o. 4.11.]

De openliggende vraag is derhalve of deze zekerheidsstelling kan worden gezien als zijnde gedaan in de normale uitoefening van het bouwbedrijf. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Door de persoonlijke verbintenis te aanvaarden heeft het bedrijf een financieel voordeel gekregen omdat een kwijtschelding van een deel van de vordering deel uitmaakte van de voorwaarden. Daarnaast ziet de betalingsovereenkomst op schulden die direct verband houden met de bedrijfsuitoefening, te weten openstaande vorderingen betreffende bouwwerkzaamheden zijn verricht. [r.o. 4.14.]

Er vindt derhalve geen vernietiging plaats.

Conclusie:
Het is zonder

Comments closed.