Wanneer je grote hoeveelheden gelijke handelingen in een proces moet verrichten is het logisch om het proces zoveel mogelijk uniform in te richten en te automatiseren. Zo heeft het CJIB een hele “productielijn” voor de afhandeling van verkeersboetes gemaakt. Dit is an sich een goed idee, het zorgt er immers voor dat de afhandeling van een dossier binnen afzienbare tijd kan geschieden en verkleint de kans op fouten. Het is echter ook mogelijk om in een dergelijke manier van werken door te schieten. In onderhavige zaak gebeurt dit en krijgt het CJIB er flink van langs van de kantonrechter.

De feiten:
Een verdachte heeft tal van verkeersovertredingen begaan. Deze worden door het CJIB als verschillende zaken behandeld. In onderhavige zaak worden drie gevoegde zaken behandeld. Strekking van de vordering is dat gijzeling jegens betrokkene wordt toegepast.

Overwegingen van de rechter:
De kantonrechter stelt voorop dat machtiging tot gijzeling slechts wordt verleend indien aan het subsidiariteitsbeginsel is voldaan. Voldoende aannemelijk moet zijn, dat het toepassen van minder ingrijpende middelen eerst is bezien en dat een en ander niet tot betaling van de boete heeft geleid of kan leiden. De wet kent verscheidene minder ingrijpende alternatieven zoals beslag op goederen. De officier van justitie heeft in de toelichting op de vordering standaardformuleringen gebruikt die onvoldoende recht doen aan de individuele zaak, er blijkt niet wat concreet is gebeurd.De kantonrechter zal dergelijke verzoeken niet (langer) te honoreren.

Efficiency nastreven is begrijpelijk doch dit mag geen afbreuk doen aand de rechten van een burger in een individuele procedure. Verzoeken moeten voldoende feitelijk worden onderbouwd waarbij het duidelijk moet zijn dat gijzeling de enige nog openstaande mogelijkheid is. Voornoemd verzoek tot gijzeling voldoet hier niet aan en wordt alleen om deze reden al afgewezen.

Tijdens de behandeling ter zitting is gebleken dat er nog andere zaken open staan. Betrokkene heeft contact gezocht met het arrondissementsparket om een regeling te treffen maar hij heeft nog geen reactie mogen ontvangen.

Rechtsoverweging 1.4 citeer ik integraal om recht te doen aan de bewoording van de kantonrechter:

Wat de kantonrechter niet begrijpt, is dat het CJIB (en de bevoegde officier van justitie) kennelijk niet in staat is om een probleem “in zijn totaal aan te pakken” en in overleg op te lossen. Zelfs niet als een advocaat van een betrokkene zich schriftelijk meldt met een daartoe strekkend verzoek en ook niet als er al eerdere betalingsregelingen door die advocaat namens zijn cliënt getroffen zijn. Het CJIB gaat in dat geval gewoon door met in iedere individuele zaak (geautomatiseerd) het totale pakket aan verhaalsmogelijkheden en dwangmiddelen af te werken met alle bijkomende kosten van dien. Dit betekent dat deze kantonrechter op 25 juli 2013 de onderhavige 3 zaken heeft mogen behandelen en dat hij op 12 september 2013 3 andere zaken krijgt voorgelegd, welke hij ook weer zal gaan afwijzen. Dit kennelijk onder het motto “Hoe houd ik de rechtbank/de kantonrechter aan het werk”.

Alles bij elkaar heeft de kantonrechter voldoende redenen om de vordering af te wijzen.

Conclusie:
Op de keper beschouwd hebben we hier te maken met een betrokkene die kennelijk structureel verkeersovertredingen begaat. Dat hij daarvoor moet worden gestraft is logisch maar dat dient wel op correcte wijze te geschieden. Het OM heeft er nu allemaal aparte zaken van gemaakt in plaats van het gehele probleem in één keer bij de wortel aan te pakken. Dat betrokkene zelf al contact zoekt met het OM met dit doel en vervolgens geen enkele reactie krijgt is vreemd. Op deze manier haal je ook de goede wil die iemand eventueel heeft om zichzelf te verbeteren wel weg.

Het is zelfs zo erg dat er voor een komende zitting nog driemaal hetzelfde verzoek aangaande dezelfde betrokkene op de rol staat. Een dergelijke manier van werken is gigantisch inefficiënt, kost de gemeenschap klauwen met geld en belast het toch al overbelaste rechtssysteem nog eens verder.

Aan de andere kant wil het OM net eventjes te efficiënt zijn met de motivatie van het verzoek tot gijzelneming. Er worden kennelijk alleen maar standaardformuleringen gebruikt en er is nergens een feitelijke onderbouwing te vinden.

Al met al is het zeer terecht dat de kantonrechter fel van leer trekt tegen het OM want dit is simpelweg broddelwerk. Het gaat hier wel over een verzoek tot gijzelneming, dat is een zware sanctie en daar wordt op vrij laconieke wijze mee omgesprongen. Het is dan ook te hopen dat het CJIB en de bevoegde officier van justitie snel hun zaakjes op orde krijgen.

Bron:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant ECLI:NL:RBZWB:2013:6073

Comments closed.