Eind april van dit jaar was in de media te lezen dat een automobilist een motorrijder met hoge snelheid achtervolgde over de A12 en meerdere malen heeft geprobeerd de motorrijder omver te rijden. De rechtbank heeft nu uitspraak gedaan in deze opzienbarende zaak.

De feiten:
In de ochtend van 27 april is verdachte gearresteerd nadat hij op de Oostweg in Zoetermeer frontaal op een andere auto geklapt. Kort daarop kwam de motorrijder aanlopen die vertelde dat verdachte hem kort daarvoor op de A12 meerdere malen van zijn motor had geprobeerd te rijden. Als klap op de vuurpijl bleek verdachte op het politiebureau 330 ug/l te blazen.

Verdachte is aangeklaagd voor poging tot moord dan wel doodslag, subsidiair poging tot zware mishandeling, dit alles onder de invloed van alcohol. Voor de goede orde wordt hem ook het veroorzaken van verkeershinder onder artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
Uit technisch onderzoek van de politie, camerabeelden en getuigenverklaringen staat vast, dat op de A12 de motorrijder vanuit Den Haag vanaf het Prins Bernhardviaduct te ’s-Gravenhage tot Zoetermeer door de automobilist werd achtervolgd met hoge snelheden. De automobilist probeerde daarbij meerdere keren de motorrijder omver te rijden. De automobilist is met zeer hoge snelheid dicht achter de motorrijder gaan rijden, heeft hem meermalen van achteren aangereden, heeft hem ingeklemd, weggedrukt en is voor hem gaan rijden om vervolgens plotseling te remmen.

Het verweer van de autobestuurder wordt door de rechtbank verworpen. De autobestuurder stelt dat zijn rijgedrag werd veroorzaakt door extreme en acute stress omdat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij werd gevolgd door een man die hem kort tevoren met een pistool had bedreigd vanuit een zwarte Golf 5 die naast hem stond voor een verkeerslicht. Hij wilde slechts wegkomen van de jongen in de zwarte Golf 5. Verdachte heeft verklaard dat op de A12 een motorrijder voor hem reed, die steeds voor hem bleef rijden terwijl verdachte hem probeerde te passeren.

Dit standpunt wordt echter niet gedragen door de getuigenverklaringen welke aangeven dat er ruimte genoeg was om te passeren. Daarnaast is er op de camerabeelden 10 minuten voor het moment van het passeren van verdachte op de camerabeelden en 5 minuten daarna geen zwarte of donkerkleurige Golf te zien. Volgens dezelfde camerabeelden reed verdachte bovendien vóór de motorrijder hetgeen niet strookt met zijn verklaring dat de motorrijder hem er niet langs wilde laten. De rechtbank noemt verklaring van verdachte dan ook onwaarschijnlijk.

De rechtbank acht verdachte schuldig aan poging tot moord. Verdachte heeft tijd heeft gehad om zich te beraden op het besluit, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Uit bewijsmiddelen blijkt dat verdachte meerdere malen, over een lange afstand met meerdere tussenpozen heeft geprobeerd om de motorrijder van het leven te beroven. Ook blijkt uit de verklaring van verdachte dat hij wel tijdens deze rit rationeel kon nadenken. Zo heeft hij bijvoorbeeld de snelweg verlaten om te gaan tanken, hetgeen overeenkomt met het feit dat zijn brandstoftank nagenoeg leeg was.

De rechtbank acht verdachte schuldig aan poging tot moord, het rijden onder invloed en het veroorzaken van verkeershinder. Verdachte wordt veroordeeld tot 6 jaar cel en zeven jaar ontzegging van rijbevoegdheid.

Conclusie:
Verdachte heeft meerdere keren getracht een motorrijder omver te rijden. Hij geeft helaas geen duidelijke verklaring waarom dat gepoogd is. Gezien de omstandigheden die in het vonnis zijn geschetst, heeft motorrijder een leger beschermengelen gehad die overuren draaiden. De bewijsmiddelen geven de rechtbank echter voldoende aanknopingspunten om verdachte zes jaar celstraf op te leggen en een zeven jaar ontzegging van de rijbevoegdheid.

Bron:
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2013:10721

Comments closed.