De fiscus heeft ter uitoefening van haar taak verscheidene bevoegdheden om correcte belastingheffing mogelijk te maken. Zo heeft iedere belastingplichtige ingevolge art. 47 Awr (Algemene Wet Rijksbelastingen) de verplichting desgevraagd aan de inspecteur: a. de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn en; b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan – zulks ter keuze van de inspecteur – waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de belastingheffing te zijnen aanzien, voor dit doel beschikbaar te stellen.

Indien niet aan deze verplichtingen wordt voldaan, kan een informatiebeschikking worden opgelegd als bedoeld in art. 52a Awr. In onderhavig geval is de vraag of een informatiebeschikking terecht is opgelegd.

De feiten:
De Nederlandse fiscus heeft in het kader van een zogenaamde spontane uitwisseling van de Belgische fiscus fotokopieën gekregen van rekeningoverzichten van Nederlandse rekeninghouders. Naar aanleiding daarvan is verder onderzoek verricht. Uit dat onderzoek bleek onder meer dat eiseres in het geding in de periode 1994 tot en met 1996 obligaties, een lopende rekening en effecten aanhield in het buitenland. Eiseres heeft in haar aangiften over 2008 tot en met 2010 geen vermogensbestanddelen opgenomen die betrekking hebben op een buitenlandse bankrekening.

Eiseres heeft ontkend dat zij een buitenlandse bankrekening heeft, zij heeft de fiscus dan ook geweigerd bankgegevens te verstrekken over de jaren 2008 tot en met 2010. De fiscus legde vervolgens een informatiebeschikking op. Eiseres ging hiertegen in beroep. De vraag is nu of de bankgegevens welke zijn verkregen van de Belgische fiscus een gegronde reden opleveren om een informatiebeschikking op te leggen.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
De rechter stelt eerst vast dat indien niet aan de verplichtingen van artikel 47 Awr wordt voldaan, een informatiebeschikking ingevolge art 52a Awr mag worden afgegeven. De fiscus heeft de gegevens welke ontvangen zijn van de Belgische fiscus vergeleken met de informatie in het eigen informatiebeheersysteem. Eiseres is de enige in Nederland met de naamcombinatie die overeenkwam met de naam en rekening op de fotokopieën. Zodoende kan de fiscus voldoende aannemelijk maken eiseres rechthebbende is van de saldi op de Belgische bankrekening.

Daarnaast vond de rechter dat de gegevens relevant zijn voor de belastingheffing over de jaren 2008 tot en met 2010. Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 8 januari 1986, nr. 23 034, LJN: AW8125) is namelijk voor de aanwezigheid van een belang als bedoeld in artikel 47 van de Awr is namelijk slechts vereist dat het gevraagde op zichzelf beschouwd van belang kan zijn voor de belastingheffing van de betrokken belastingplichtige. De verkregen gegevens stammen zijn namelijk weliswaar verouderd maar het kan niet worden uitgesloten dat eiseres niet nog steeds de bewuste buitenlandse rekening aanhoudt. Omdat de rekening goeddeels bestaat uit obligaties en effecten is het aannemelijk dat het gaat om een belegging voor de langere termijn en dat de buitenlandse rekening nog steeds bestaat.

De informatiebeschikking is derhalve terecht opgelegd.

Conclusie:
Het logisch dat eiseres een poging waagt om onder de informatiebeschikking uit te komen. Zij heeft namelijk zeer waarschijnlijk buitenlands vermogen wat zijn niet heeft opgegeven bij de fiscus. Als de fiscus die gegevens alsnog in handen krijgt dan kan blijken dat eiseres een zogeheten zwartspaarder is. Dat betekent dat zij een aanzienlijke boete wegens belastingontduiking tegemoet kan zien.

Bron:
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2013:9517

Comments closed.