Recentelijk heeft het CBB uitspraak gedaan in de zaak van de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis en de Voedsel en Warenautoriteit handelende onder autoriteit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Gelukkig kunnen we dankzij deze uitspraak voorlopig stellen dat het hebben van een gevoel voor humor niet verboden is.

De feiten:
Het Ketelhuis vierde in 2009 haar tienjarig bestaan met een poster die haarzelf en de Nederlandse film moest promoten. Deze poster was een parodie op de verpakking van Lucky Strike sigaretten.

poster

De VWA legde het Ketelhuis vervolgens een boete op omdat de vertoning van het logo van een tabaksfabrikant in strijd was met het in artikel 5a lid 2 van de Tabakswet neergelegde verbod om reclame te maken voor tabaksproducten.

Standpunt minister:
De minister stelt dat artikel 5, eerste lid, van de Tabakswet een algemeen verbod behelst en dat de in de overige leden van dat artikel voorziene uitzonderingen restrictief moeten worden uitgelegd. Artikel 5a van de Tabakswet breidt volgens de minister de werking van het reclameverbod nog verder uit. Het parodiërende gebruik van een naam, merk, symbool of een ander onderscheidend teken wordt niet expliciet als uitzondering genoemd.

Gelet op de objectiverende formulering van het begrip ‘reclame’ in artikel 1, onder d, van de Tabakswet kan de intentie van de gebruiker van de filmposter niet afdoen aan het reclamekarakter van de commerciële mededeling. Artikel 5a van de Tabakswet bevat uitsluitend objectieve bestanddelen, zodat de intentie om het reclameverbod te omzeilen niet bewezen hoeft te worden.

Standpunt Ketelhuis:
Het Ketelhuis stelt dat het bewerkte logo op de poster een duidelijk andere vorm heeft dan dat van het merk “Lucky Strike” en dat de poster ook in zijn geheel een duidelijk andere vorm heeft. De boete is in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur mede gelet op het doel van de verbodsbepaling van artikel 5a, tweede lid, van de Tabakswet. Tot slot vormt de boete een ongerechtvaardigde inbreuk vormt op de vrijheid van meningsuiting als in artikel 10 van het EVRM.

Overwegingen en oordeel van het CBB:
Het CBB volgt dezelfde lijn als de rechtbank en kijkt met name naar de intentie van het reclameverbod in de tabakswet. Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 5a van de Tabakswet blijkt dat deze tot doel heeft het omzeilen van de reclamebeperkingen te voorkómen zoals bijvoorbeeld het op de markt brengen van snoepgoed of een ander kindvriendelijk product, dat de naam draagt van of eruit zien als een populair tabaksmerk of productintroducties ten behoeve van verhulde tabakspromotie gericht op tieners. Het gaat dus met name om het bestrijden van sluikreclame of sponsoring.

Het Ketelhuis beoogt met de filmposter haarzelf en de Nederlandse film te promoten. De poster is een parodie op tabaksreclame.
Het College volgt de minister niet in zijn, niet nader toegelichte en onderbouwde, stellingen dat de poster onvermijdelijk de behoefte aan het roken van sigaretten van het merk “Lucky Strike” stimuleert, en dat het oordeel van de rechtbank de handhaving van het reclameverbod onmogelijk maakt en daarmee het verbod tot een dode letter.

Ook het argument dat de intentie om het reclameverbod te omzeilen niet bewezen hoeft te worden, houdt geen stand. Indien er niet beoogd wordt het reclameverbod te omzeilen, is er in beginsel geen grond voor het opleggen van een boete.

In het licht van deze overwegingen hoeft het argument aangaande de vrijheid van meningsuiting niet verder besproken te worden, aldus het College. Het oordeel van de rechtbank wordt bekrachtigd.

Conclusie:
Een parodie maken op een sigarettenverpakking is toegestaan mits er geen sprake is van een intentie om het (sluik-)reclame en promotieverbod voor tabak te omzeilen. Een mijns inziens terechte uitspraak daar een boete in dit geval een erg disproportionele maatregel is. De Tabakswet is niet bedoeld om dergelijke overduidelijk parodiërende uitingen te verbieden. Het is dan ook niet in te zien hoe deze poster mensen zou aanzetten tot roken.

Bron:
ECLI:NL:CBB:2013:65, College van Beroep voor het bedrijfsleven

Comments closed.