Bij het verlenen van een milieuvergunning 8.10 en 8.11 Wm (Wet Milieubeheer) heeft men logischerwijs rekening te houden met het milieu. Bij het afgeven van een milieuvergunning moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor het milieu. Tot die gevolgen behoren blijkens artikel 1.1, lid 2 Wm óók de gevolgen die verband houden met het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting. In deze uitspraak zet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State expliciet een nieuwe lijn in ten aanzien van de aanvullende toets van verkeershinder en parkeerhinder als gevolg van de verkeer van en naar de inrichting.

De feiten:
Er is een milieuvergunning aangevraagd voor een honden- en kattensalon. Enkele omwonenden maken bezwaar op grond van het feit dat er sprake zou zijn van een toename van verkeersbewegingen van bezoekers met verkeersoverlast, parkeerhinder op de openbare weg en gevaar voor de verkeersveiligheid tot gevolg. Er worden tal van andere bezwaren gepropageerd door omwonenden maar aangezien deze niet relevant zijn voor dit stuk, laat ik die buiten beschouwing.

De verkeersveiligheid:
Het argument aangaande verkeersveiligheid wordt door de ABRvS direct al buiten werking gesteld hetgeen in vaste jurisprudentie ook altijd al gebeurde. Het belang van de verkeersveiligheid vindt bescherming in andere regelgeving, zoals de Wegenverkeerswet, en betreft niet het belang van de bescherming van het milieu in de zin van de artikelen 8.10 en 8.11 Wm. De gevolgen van het in werking zijn van de inrichting voor de verkeersveiligheid konden voor het college dan ook geen aanleiding zijn om de gevraagde vergunning te weigeren of daaraan voorschriften te verbinden. Anders gezegd: het belang van verkeersveiligheid is geen belang in het kader van het milieu.

Verkeersoverlast en parkeerhinder:
Ten aanzien van verkeersoverlast en parkeerhinder zag de Afdeling tot dusver altijd ruimte voor een aanvullende toets in het kader van de Wet Milieubeheer ook al ligt het primaire toetsingkader voor de aanvaardbaarheid daarvan bij de wegenverkeerswetgeving. Van dit standpunt komt de Afdeling nu expliciet terug:

Ook het belang van het voorkomen of beperken van parkeer- en verkeershinder […] vindt bescherming in andere regelgeving, zoals de Wegenverkeerswet. Anders dan in eerdere uitspraken, is de Afdeling thans van oordeel dat ook dit belang niet het belang van de bescherming van het milieu in de zin van de artikelen 8.10 en 8.11 van de Wet milieubeheer betreft. Anders dan in die eerdere uitspraken is overwogen, is er wat dit belang betreft geen plaats voor een aanvullende toets in het kader van de Wet milieubeheer ten opzichte van die andere regelgeving, zoals de Wegenverkeerswet.

Conclusie:
Betekent deze koerswijziging nu dat aan artikel 1.1, lid 2 Wm, ook verkeersgevolgen zijn milieugevolgen, geen betekenis meer toekomt? Nee, deze nieuwe lijn van de Afdeling ziet slechts op de aanvullende toets die voorheen wel plaatsvond in het kader van de Wet Milieubeheer. Er kunnen nog steeds verkeersgevolgen zijn die wel degelijk als milieugevolgen worden gezien waaronder trillingen van zwaar vrachtverkeer en geluidsoverlast.

Verkeersoverlast en -hinder worden nu net als verkeersveiligheid behandeld namelijk in het kader van wegenverkeerswetgeving. Deze koerswijziging van de Afdeling leidt mijns inziens tot een zuiverder en uniformer uitleg van de toetsingscriteria. Het immers een enigszins gekunstelde en kunstmatige splitsing om verkeersveiligheid wel onder het kader van de wegenverkeerswetgeving te laten vallen en verkeershinder niet, hoewel er ook aan verkeershinder (in de zin van aantal auto’s wat passeert) ook verdedigd kan worden dat er leefomgevingsaspecten aan zitten.

Er wordt nu meer een splitsing gemaakt naar het doel van de wet. Voor zover verkeersgevolgen het milieu aantasten, vallen zij nog steeds onder de reikwijdte van de Wet Milieubeheer, voor zover zij dit niet doen vallen zij onder wegenverkeerswetgeving.

Voor wie graag een ander artikel over dit onderwerp wil lezen, raad ik het artikel van Jan Coen Binnerts van Pot Jonker advocaten aan. Dat artikel bevat voorts nog verwijzingen naar oudere jurisprudentie voor wie graag over de oude lijn wil lezen die de Afdeling hanteerde. Het is vindbaar onder de bronnenlijst.

Bron:
LJN: BZ7577, Raad van State
Verkeershinder ten gevolge van bedrijf niet langer een milieugevolg door Jan Coen Binnerts van Pot Jonker advocaten)via potjonker.nl

Comments closed.