Veel particulieren die een verbouwing willen doen zullen eerst een aantal offertes aanvragen bij verschillende partijen om deze daarna te vergelijken en tot een keus te kunnen komen. In essentie is dit dezelfde methode die bij een aanbestedingsprocedure wordt gebruikt voor publiekrechtelijke lichamen. Maar als je nu een aantal offertes aanvraagt, ben je dan als particulier ook gebonden aan de beginselen die gelden bij een aanbestedingsprocedure zoals bestuursorganen die gebruiken?

De feiten:
Een architect had een aannemer namens zijn opdrachtgever verzocht om een vrijblijvende prijsopgave uit te brengen voor de bouw van een vrijstaande woning volgens een bestek. Bij dat verzoek was een termijn gesteld waarbinnen vragen konden worden gesteld welke vervolgens zouden worden opgenomen in een nota van inlichtingen. Na het uitbrengen van een offerte, berichtte de architect dat er meerdere offertes waren ontvangen en dat er een gesprek zou worden gevoerd met de twee laagste inschrijvers. De aannemer was één van de partijen die op gesprek mocht komen.

Dit gesprek had plaats op 27 december en toen heeft de aannemer een eindvoorstel gedaan. Dezelfde avond ontving hij al bericht dat er overeenstemming was bereikt met een andere aannemer. Tegen die beslissing wordt nu een rechtszaak aangespannen waarbij aannemer zich op het standpunt stelt dat er sprake is van een private meervoudig onderhandse aanbesteding. De architect dient zich daarbij te houden aan de maatstaven die voortvloeien uit de precontractuele redelijkheid en billijkheid. In casu betekent dit dat op de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing zijn. De architect heeft deze beginselen geschonden door na opening van de inschrijving een tweede ronde te organiseren waarbij inschrijvers in concurrentie dienden te treden op basis van eerder door hen ingediende inschrijvingen.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
De rechter stelt allereerst de reikwijdte van het aanbestedingsrecht vast. In beginsel is de werkingssfeer van Europese aanbestedingsrichtlijnen, Nederlandse aanbestedingsregelgeving en aanbestedingsrechtelijke beginselen beperkt tot overheidsinstellingen en daarmee gelijkgeschakelde private opdrachtgevers. Een private partij valt daar niet onder, ook niet wanneer deze wordt bijgestaan door een architect. Echter, ook private partijen zijn gehouden zich te gedragen overeenkomstig de in de precontractuele fase geldende maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Bij een aanbesteding kan dit tot gevolg hebben dat deze partijen aanbestedingsrechtelijke beginselen in acht moeten nemen.

Van een dergelijke situatie kan bijvoorbeeld sprake zijn als een private partij een machtspositie heeft of expliciet heeft gekozen voor een aanbesteding en haar offerteaanvraag dienovereenkomstig heeft ingericht (vgl. HR 4 april 2003, LJN: AF2830). Daar is in onderhavig geval echter geen sprake van. Van een machtspositie is in het geheel niet gebleken en uit de bescheiden valt geen expliciete keus voor een aanbesteding af te leiden.

In een dergelijke situatie hoeft een particulier zich niet laten leiden door aanbestedingsrechtelijke beginselen. Het maatschappelijk belang is daar ook niet mee gediend. De architect was vrij om zijn procedure in te richten met vrijblijvende offertes en na de voorselectie ondernemers onderling in concurrentie te laten treden. De architect was evenmin gehouden om met de laagste bieder in zee te gaan. De vordering wordt afgewezen.

Conclusie:
Onder een aanbesteding kan worden verstaan: de procedure waarbij een opdrachtgever bekend maakt dat hij een opdracht wil laten uitvoeren en bedrijven vraagt om een offerte in te dienen. Strikt naar dat criterium gekeken, moet de route zoals gevolgd door de architect eigenlijk als een aanbestedingsprocedure worden gekwalificeerd.

In particuliere gevallen is daar echter alleen sprake van als er een machtspositie is of als er expliciet is gekozen voor het houden van een aanbestedingsprocedure. Wellicht was het woord ‘vrijblijvend’ bij het uitbrengen van een offerte een belangrijk criterium waarom hier geen sprake is van een aanbestedingsprocedure.

Ook het maatschappelijk belang wordt genoemd, zij het slechts kort. Vooralsnog lijkt de rechtspraak terughoudend met het toepassen van aanbestedingsrechtelijke beginselen op rechtsverhoudingen waarbij alleen private partijen zijn betrokken. Dit kan voortkomen uit een (niet ongerechtvaardigde) vrees dat het voor een particulier anders niet meer te doen is om een verbouwing uit te laten voeren zonder een advocaat in de arm te nemen die goed op de hoogte is van het bouwrecht.

Particulieren zullen echter wel met enige voorzichtigheid te werk moeten gaan, een gewaarschuwd mens telt immers voor twee. Indien men meerdere partijen een offerte uit laat brengen, komt het gevaar om de hoek kijken dat aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing zijn. Het is daarom belangrijk om altijd duidelijk te maken dat het expliciet niet om een aanbestedingsprocedure gaat.

Bron:
LJN: BZ6325, Rechtbank Rotterdam

Comments closed.