Er zijn vele manieren om aan geld te komen: je kunt net zoals het merendeel van de burgers een opleiding doen, een baan zoeken en gaan werken. Een alternatief is om een beroepscrimineel te worden. Nu levert de meeste criminaliteit weinig opbrengsten op maar er zijn ook criminelen die wel succesvol zijn in het opbouwen van een illegale onderneming waar goed mee wordt verdiend.

Om te voorkomen dat dergelijke types na een paar jaartjes cel rustig in een ver land kunnen gaan rentenieren, hebben we de zogenaamde “Pluk-ze” wetgeving. Deze maakt het mogelijk om wederrechtelijk verkregen voordeel te ontnemen. Deze mogelijkheden zijn opgenomen in Titel IIIb van het WvSv. Op 26 maart heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen aangaande de interpretatie van art. 511f Sv waarin staat dat de schatting van het op geld waardeerbare wederrechtelijk verkregen voordeel slechts kan worden ontleend aan wettige bewijsmiddelen. Als wettig bewijsmiddel wordt gewoonlijk een financieel rapport in het geding gebracht, wat een gefundeerde schatting geeft van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

De feiten:
Uit de samenvatting van het vonnis van het Hof blijkt dat er sprake is van twee discussiepunten. Ten eerste is er de vraag of de bankrekening bij de Banque Populaire in Marokko toebehoorde aan de veroordeelde. Ten tweede is er twijfel over de juistheid van de door de rechtbank als bewijs gebezigde verklaring van getuige.

Het Hof verwerpt de stellingen van de verdachte en zet uiteen waarom zij het aannemelijk acht dat de bankrekening aan de betrokkene toebehoorde, verklaringen over stortingen op die rekening betrouwbaar zijn, en dat het saldo op die rekening aan de betrokkene toekwam. Voor het overige zijn de overwegingen uit het rapport niet of onvoldoende bestreden.

De bewijsmiddelen houden in als uitkomst van een vermogensvergelijking over de periode van 1 januari 2002 tot en met 22 oktober 2002 dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene wordt geschat op € 163.507,78, en houden voorts in dat er geldbedragen zijn gestort op een bankrekening bij de Banque Populaire te Marokko die op naam van de betrokkene stond. Blijkens het rapport is er een voordeel door verdachte behaald van € 163.507,78

Rechtsvraag:
De te beantwoorden rechtsvraag waar het in dit stuk om gaat volgt uit het vijfde cassatiemiddel [conclusie A-G punt 29] en valt uiteen in twee klachten:

  1. De door het Hof gebezigde bewijsmiddelen zijn ondeugdelijk, nu deze slechts conclusies van de verbalisanten behelzen en niet of in onvoldoende mate met dragende feiten en omstandigheden zijn onderbouwd.
  2. ‘s Hofs motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ondeugdelijk. Het Hof heeft daarbij feiten en omstandigheden betrokken die niet op de gebezigde bewijsmiddelen zijn terug te voeren, terwijl het Hof niet heeft aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel het die feiten en omstandigheden heeft ontleend.

Overwegingen en oordeel van de Hoge Raad:
Bij de beoordeling van het middel stelt de Hoge Raad een aantal dingen voorop:

  • Op basis van wetgeving moet de uitspraak bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover bevattende de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden.[ro. 3.3.2.]
  • Als wettig bewijsmiddel zal veelal een financieel rapport in het geding zijn gebracht met een gefundeerde schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Gewoonlijk wordt daarin onder verwijzing naar, of samenvatting van aan de inhoud van andere wettige bewijsmiddelen ontleende gegevens, gevolgtrekkingen worden gemaakt omtrent de verschillende posten die door de opsteller(s) van het rapport aan het totale wederrechtelijk verkregen voordeel ten grondslag worden gelegd. Er bestaat geen specifieke rechtsregel om de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitsluitend op de inhoud van een financieel rapport te baseren. [ro. 3.3.3.]

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad wordt wel afgeleid dat de uitspraak een (volledige) weergave dient te bevatten van de feiten en omstandigheden waarop de in dat rapport gemaakte gevolgtrekkingen steunen. De Hoge Raad ziet aanleiding de in dit verband aan de motivering te stellen eisen te verduidelijken. [r.o. 3.3.4. geheel]

Zo een gevolgtrekking in het rapport ontleend is aan de inhoud van een of meer wettige bewijsmiddelen en voldoende nauwkeurig in dat rapport aangeduide bewijsmiddelen en die gevolgtrekking door betrokkene niet of onvoldoende gemotiveerd is betwist, kan de rechter bij opsomming van de bewijsmiddelen zich beperken tot een vermelding van (het onderdeel van) het financieel rapport als bewijsmiddel waaraan de schatting (in zoverre) is ontleend en het weergeven van die gevolgtrekking uit het rapport.[r.o. 3.3.5.]

Is een gevolgtrekking door betrokkene wel voldoende gemotiveerd betwist, dan dienen aan de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel nadere eisen te worden gesteld. De rechter zal in zijn overwegingen aangaande die schatting moeten motiveren op grond waarvan hij die gevolgtrekking aanvaardt, ondanks hetgeen tegen die gevolgtrekking en de onderliggende feiten en omstandigheden is aangevoerd. Als de rechter de aan wettige bewijsmiddelen ontleende feiten en omstandigheden die hij gebruikt ter ondersteuning van zijn oordeel in de overwegingen weergeeft onder nauwkeurige vermelding van de vindplaatsen daarvan, is aan zijn wettelijke verplichtingen voldaan.[r.o. 3.3.6.]

Gelet daarop kunnen in casu de bewijsmiddelen, bezien in samenhang met ’s Hofs overwegingen, het oordeel dragen dat het door betrokkene wederrechtelijk genoten voordeel kan worden begroot op € 163.507,78, en is aldus voldaan aan genoemde verplichting.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en
vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 133.981,- bedraagt. Voor het overige wordt het beroep verworpen.

Conclusie:
De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof slechts ten dele. Gezien het feit dat de jurisprudentie van de Hoge Raad vaak zo wordt uitgelegd dat de uitspraak een (volledige) weergave dient te bevatten van de feiten en omstandigheden waarop de in dat rapport gemaakte gevolgtrekkingen steunen, ziet de Hoge Raad zich genoodzaakt om uiteen te zetten hoe er gemotiveerd dient te worden.

Als het rapport de bewijsmiddelen op afdoende wijze omschrijft én de daaraan verbonden gevolgtrekking wordt niet of niet voldoende gemotiveerd bestreden door betrokkene, dan kan de rechter volstaan met een verwijzing naar het (relevante deel van) het financiële rapport en de daarin gemaakte gevolgtrekking. Dit is logisch want het heeft weinig zin om een rechter in het vonnis het hele rapport nogmaals te laten citeren. Het heeft immers weinig toegevoegde waarde voor de kenbaarheid van een juridische redenering en de daaraan verbonden gevolgtrekking. Daar valt echter wel op af te dingen dat ook lezers van het vonnis anders dan verdachte gebaat kunnen zijn bij de informatie zoals deze in het rapport staat om zelf een oordeel te kunnen vormen over de (on)juistheid van een dergelijke redenering.

Als betrokkene een gevolgtrekking wel voldoende gemotiveerd betwist dan worden er zwaardere eisen gesteld aan de motivering. De rechter zal duidelijk moeten maken waarom hij de gevolgtrekking toch aanvaardt ondanks hetgeen door betrokkene tegen die feiten en omstandigheden wordt aangevoerd. Ook dit is logisch want anders is het niet duidelijk op grond waarvan argumenten van de betrokkene worden genegeerd.

Na dit vonnis hoeven rechtbanken en gerechtshoven echter niet meer alles wat in het rapport staat ook in het vonnis op te nemen. Dat scheelt toch weer een klein beetje voor de werkdruk van de toch al overbelaste rechterlijke macht.

Bron:
LJN: BV9087, Hoge Raad
Profijtontneming: De HR ziet in het feit dat uit de jurisprudentie wel wordt afgeleid dat de uitspraak een (volledige) weergave dient te bevatten van de f&o waarop de in dat rapport gemaakte gevolgtrekkingen steunen, aanleiding de aan de motivering te stellen eisen te verduidelijken via bijzonderstrafrecht.nl

Comments closed.