We stappen vandaag over de Nederlandse landsgrenzen heen richting België en Europa. Het HvJEU heeft een uitspraak gedaan in de Euronics zaak over het verkopen van producten met verlies. Gezien het feit dat deze uitspraak afkomstig is van HvJEU is deze zaak van belang voor consumentenbescherming en handel in heel het Europees rechtsgebied.

De feiten:
In België is het bij wet sinds 12 mei 2010 verboden om producten met verlies te verkopen. Dat wil zeggen tegen een prijs die lager is dan de inkoopprijs, waardoor op die producten verlies wordt geleden.

Euronics beticht Kamera Express ervan twee modellen fotocamera onder de inkoopprijs te verkopen en heeft een zaak aangespannen bij de Rechtbank van Koophandel te Gent om vast te stellen dat de wet is geschonden en te doen bevelen dat de betrokken praktijken stoppen.

Rechtsvraag:
De vraag waar de rechtbank zich voor ziet gesteld is of de Belgische wet, die onder meer de consumentenbelangen beoogt te beschermen, strijdig is met de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken waar het de verkoop met verlies verbiedt terwijl de Richtlijn dit schijnbaar niet verbiedt en de Belgische wet mogelijk strenger is dan de Richtlijn voorziet en wat verboden is door artikel 4 van die Richtlijn. (Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad).

Artikel 4 van de Richtlijn bepaalt dat: “De lidstaten mogen geen beperkingen opleggen aan het vrij verrichten van diensten of aan het vrije verkeer van goederen om redenen die vallen binnen het bij deze richtlijn geharmoniseerde gebied.” Voor het overige omvat de Richtlijn een uitputtende omschrijving van wat als oneerlijke handelspraktijken aangemerkt moet worden.

Verkoop met verlies:
De Belgische wet beoogt met het verbod van verkoop op verlies consumenten te beschermen. Het verkopen met verlies kan dienen als een soortement lokvogel strategie dienen. In dit geval werden camera’s bijzonder goedkoop verkocht waarbij mensen in de fotozaak ook andere producten zullen aanschaffen zoals accessoires bij de camera. Een andere mogelijkheid is het gebruik van loss-leader strategie zoals deze werd gepionierd door Gillette waarbij je een scheermes met verlies verkoopt en winst maakt op de losse mesjes die daarna moeten worden aangeschaft. Het verkopen onder kostprijs kan ook als effect hebben dat bijvoorbeeld een groot bedrijf met ‘diepe zakken’ een klein bedrijf uit de markt drukt door producten zo goedkoop te gaan verkopen dat het kleine bedrijf uit de markt wordt gedrukt omdat die nooit zo ver zal kunnen zakken met de prijs. Van dit laatste kan overigens ook gewoon gezegd worden dat dit normaal is een markteconomie waar bedrijven elkaar proberen weg te concurreren.

Oordeel en overwegingen van het HvJEU:
Zaken die met verlies worden verkocht en dus als een lokvogelprocedé werken, hebben tot doel consumenten naar de winkel van een handelaar te lokken en deze consumenten tot kopen aan te zetten. Zij maken dus deel uit van de commerciële strategie van een ondernemer en houden rechtstreeks verband met de verkoopbevordering en de afzet van zijn producten. Zij vormen dan ook handelspraktijken die binnen de werkingssfeer van de Richtlijn vallen. [punt 22]

De Richtlijn heeft de wetgeving aangaande dergelijke handelspraktijken in de gehele EU geharmoniseerd en onder artikel 4 van de Richtlijn staat het lidstaten niet vrij zelf strengere regelgeving op te stellen, ook niet om een hoger niveau van consumentbescherming te bereiken. [punt 24]

De Richtlijn omvat een uitputtende opsomming van handelspraktijken die zonder meer als oneerlijk hebben te gelden alsmede criteria om te bepalen of een handelspraktijk oneerlijk is en derhalve mogelijk verboden. Het verkopen van producten met verlies valt hier niet zonder meer onder en kan slechts in specifieke omstandigheden een oneerlijke handelspraktijk opleveren. [punt 25 t/m 29]

De Belgische wetgeving omvat een algemeen verbod om goederen met verlies te koop aan te bieden of te verkopen, zonder dat op basis van de feitelijke omstandigheden van elk geval hoeft te worden bepaald of de betrokken handelstransactie „oneerlijk” is volgens de criteria van de Richtlijn. Gelet op bovenstaande verzet de Richtlijn zich tegen een nationale bepaling die een algemeen verbod omvat om goederen met verlies te koop aan te bieden of te verkopen, voor zover deze bepaling de bescherming van de consument beoogt.

Conclusie:
België heeft een wettelijke bepaling ingevoerd welke volgens het HvJEU in strijd is met de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken voor zover die bepaling de bescherming van de consument beoogt. Dergelijke bepalingen zijn echter niet zonder meer in strijd met de Richtlijn indien zij verkoop met verlies verbieden indien is voldaan aan de criteria van de richtlijn om vast te stellen of er sprake is van oneerlijke handelspraktijken.

De nationale rechter zal nu verder met de zaak aan de slag moeten om vast te stellen of er inderdaad sprake is van oneerlijke handelspraktijken.

Bron:
HvJEU C‑343/12 via curia.europa.eu
Consumentenrecht: Belgisch verbod op verkoop met verlies in strijd met EU-recht via juridischdagblad.nl

Comments closed.