Er is uitspraak gedaan in de zaak die de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) had aangespannen tegen de onteigening door de overheid. Het vonnis is vrij lang maar de hoogtepunten zal ik er uit lichten. Zo komt er bijvoorbeeld een beroep op onder artikel 6 EVRM voorbij maar dit zal dus niet behandeld worden. Gezien de ongelooflijk grote diversiteit aan rechtsargumenten verdient het echter wel de aanbeveling om een vonnis als dit een keertje helemaal door te lezen.

De onteigening:
De onteigening was veelomvattend. Onteigend werden:

  1. lle aandelen
  2. alle Core Tier 1 capital securities in het kapitaal van SNS REAAL en
  3. alle achtergestelde schuld van zowel SNS REAAL als SNS Bank waaronder effecten en onderhandse leningen.

Alle aandelen en achtergestelde obligaties worden dus eigendom van de staat en alle investeerders vissen dus achter het net. Het gevolg van de onteigening is dat de Staat de facto enig aandeelhouder wordt en daarmee alle zeggenschap in de onderneming verkrijgt. Daarmee kan de Staat onder meer dingen doen als een nieuw bestuur aanstellen wat inmiddels ook ten dele is gebeurd.

De financiële gevolgen van de onteigening zijn 3,7 miljard aan kosten. Ook komt er 1,1 miljard euro aan overbruggingskrediet en 5 miljard euro aan garanties. Deze kosten leiden in 2013 tot een verslechtering van het EMU-saldo met 0,6 procent en de EMU-schuld neemt toe met 1,6 procent.

Over de financiële stabiliteit:
Een heikel punt in de hele affaire is de vraag of SNS Bank een integraal onderdeel vormt van het financiële stelsel. Met andere woorden: is SNS een systeembank? Volgens de minister is er sprake van een systeembank, indien het faillissement van de instelling onaanvaardbaar grote en onwenselijke gevolgen zou hebben voor de financiële stabiliteit, de Nederlandse economie en de Nederlandse belastingbetaler. Gelet op op de omstandigheden waarin SNS verkeerde, en dan met name de tak Property Finance, heeft de minister terecht geoordeeld dat SNS Bank een systeemrelevante instelling is. Dat SNS Bank op punten als het beheerde bedrag aan spaargeld en de omvang van de buitenlandse activiteiten, niet vergelijkbaar is met de drie grootste Nederlandse banken (ING, Rabobank en ABN AMRO), maakt dit niet anders. Voor zover betogen zich daartegen richten, falen zij.[punt 16]

Daarnaast zou als de minister had ingegrepen, DNB een noodregeling hebben moeten aanvragen wat waarschijnlijk het faillissement van de bank tot gevolg had gehad (zie in dit kader ook het DSB-debacle). SNS Bank kon niet zelfstandig het kapitaaltekort kon oplossen dat met name door verliezen op de vastgoedportefeuille van SNS Bank was ontstaan. Voorts had DNB geëist dat voor 31 januari een structurele oplossing voor het kapitaaltekort zou zijn bereikt. Op die datum was geen goede oplossing voor handen. Zonder ingrijpen van de minister zou SNS zeer waarschijnlijk failliet zijn gegaan. Dat zou eveneens hebben geleid tot het faillissement van ASN Bank en RegioBank. Dat zou een zeer zware wissel hebben getrokken op het depositogarantiestelsel en daarmee ernstige gevolgen voor de andere banken en de Nederlandse Staat. Al met al is de minister er dus terecht van uitgegaan dat de financiële stabiliteit van het stelsel bedreigd werd. [punt 17 t/m 19]

Rechtmatigheid van de onteigeningen:
Een aanzienlijk aantal appellanten betoogt dat de minister anders gebruik had moeten maken van de bevoegdheid tot onteigening. De minister is voor onteigening uitgegaan van de volgende principes:
(1) het onteigeningsbesluit moet de bedreiging voor de stabiliteit van het financiële stelsel adequaat wegnemen, (2) het onteigeningsbesluit moet een zo gering mogelijk beslag op de algemene middelen leggen en (3) de lasten van de onteigening moeten zoveel mogelijk worden gedragen door degenen die aan SNS Bank of SNS Reaal risicodragend vermogen hebben verschaft. De Raad van State geeft aan dat het eerste punt de reden is dat er onteigeningsbevoegdheid bestaat en acht de andere twee punten niet onredelijk. Daarbij wordt expliciet opgemerkt dat de minister de vrijheid heeft om rekening te houden met de (financiële) belangen van de Staat. Er is geen rechtsregel die de Staat de verplichting geeft om reeds voor de onteigening door beleggers geleden verliezen ten laste van de algemene middelen te compenseren.

Ook het betoog dat slechts activa onteigend kunnen worden en dat passiva naar hun aard niet onteigend kunnen worden, gaat niet op. De minister mocht alle effecten, waaronder aandelen, achtergestelde obligaties en participatiecertificaten, en de achtergestelde onderhandse leningen van SNS Bank en SNS REAAL onteigenen.[punt 20 & 21]

Obligaties:
Ook het onderscheid tussen houders van obligaties en houders van achtergestelde is toegestaan. De rechtvaardiging verschilt enigszins per aangedragen element. De minister had met het onteigenen van de aandelen kunnen volstaan om de zeggenschap te krijgen maar dat had geen noemenswaardige verbetering van de kapitaalpositie opgeleverd.

Er is ook geen sprake van ongelijke behandeling van de twee soorten obligatiehouders. De minister heeft er voor gekozen om aan te sluiten bij de positie die de houders van die effecten bij een faillissement zouden innemen in de faillissementsladder. Nu zij op de faillisementsladder geen gelijke positie bekleden, betreft het geen gelijke gevallen en faalt het betoog over de gestelde ongelijke behandeling.

Er is ook gesteld dat ten onrechte de achtergestelde obligaties van SNS REAAL zijn onteigend, terwijl die vennootschap niet in problemen verkeert die vergelijkbaar zijn met de problemen van SNS Bank. De minister heeft dat echter noodzakelijk achten met het oog op het toereikend afwenden van de bedreiging van de stabiliteit van het financiële stelsel, gelet op de sterke onderlinge financiële verwevenheid van beide vennootschappen. [punt 22 t/m 27]

Participatiecertificaten:
Vrijwel alle appellanten die houder waren van een participatiecertificaat stelden dat zij dachten dat certificaten een spaarproduct vormden en bij de aanschaf er niet over zijn geïnformeerd dat het een achtergestelde obligatie is.

Dat zij stellen onvolledig geïnformeerd te zijn doet niet af aan het feit dat de certificaten achtergestelde obligatieleningen met onbepaalde looptijd zijn. Zoals hierboven vermeld is de keus om achtergestelde obligaties te onteigenen niet onredelijk. Er hoeft daarbij geen onderscheid gemaakt te worden tussen verschillende partijen.[punt 28]

Achtergestelde onderhandse leningen:
De houders van de onderhandse leningen stellen dat de minister ten onrechte deze schulden heeft onteigend. Te dien einde hebben zij aangevoerd dat onder vermogensbestanddelen uitsluitend activa vallen. Zoals hierboven vermeld is dat niet het geval. FNV heeft specifiek aangevoerd dat de achterstelling in de overeenkomst tussen SNS Reaal en FNV slechts opgenomen is omdat SNS REAAL anders solvabiliteitsproblemen zou krijgen. Ook bevat de achterstelling niet de daarbij behorende kenmerken en heeft de lening, in tegenstelling tot de obligaties, niet de kenmerken van risicodragend kapitaal. Ten slotte stelt FNV onevenredig geraakt te worden omdat zij op 24 februari de laatste betalingstermijn zouden hebben ontvangen.

Het betoog van FNV faalt omdat de minister mocht uitgaan van de bewoordingen in de overeenkomst. Binnen een bepaalde categorie hoefde geen onderscheid gemaakt te worden. Dus de onteigening van de onderhandse lening tussen SNS REAAL en de FNV is toegestaan.

Ook het feit dat onteigening is geschied ten gunste van een speciaal daar toe opgericht vehikel (SAOS) is niet onrechtmatig. Door vermogensbestanddelen ten name van deze stichting te onteigenen, wordt de eigendom van die vermogensbestanddelen afgescheiden van het vermogen van de Staat. Daardoor wordt de staat niet aansprakelijk voor eventuele schulden. Dat SAOS geen verhaal voor de betalingsverplichtingen zal bieden, maakt onteigening krachtens de Wft nog niet onrechtmatig.[punt 29 & 30]

Toekomstige vorderingen:
De Raad van State heeft het onteigeningsbesluit vernietigd voor zover de minister ook alle vorderingen heeft onteigend die voormalige aandeel- en obligatiehouders in de toekomst zouden kunnen instellen. De minister heeft er voor gekozen om, in aansluiting op de bij een faillissement geldende rangorde van schuldeisers, alle achtergestelde vorderingen te onteigenen, maar de concurrente vorderingen in beginsel niet.

Door toekomstige vorderingen toch te onteigenen, heeft de minister niet in overeenstemming gehandeld met de keuze om concurrente vorderingen buiten de onteigening te houden. Daarnaast wordt met de onteigening binnen de concurrente vorderingen een onderscheid gemaakt tussen de vorderingen van de onteigende aandeel- en obligatiehouders en die van anderen. Dat is strijdig met de keuze om binnen een bepaalde categorie geen onderscheid tussen verschillende partijen te maken. Dat dit noodzakelijk is om te voorkomen dat de onteigende aandeel- en obligatiehouders hun koersverlies en beleggersrisico alsnog zouden kunnen afwentelen op de Staat of SNS REAAL, kan niet tot een ander oordeel leiden. Een vordering uit hoofde van verplichtingen en aansprakelijkheden, onder meer uit onrechtmatige daad, heeft een wezenlijk ander karakter dan een aanspraak op schadeloosstelling wegens onteigening van effecten. [punt 31]

Conclusie:
De onteigening de effecten, waaronder aandelen, achtergestelde obligaties en participatiecertificaten, en de achtergestelde onderhandse leningen van SNS Bank en SNS REAAL is toegestaan. Slechts de toekomstige vorderingen ontspringen de dans. Dat is voor de onteigende aandeel- en obligatiehouders bijzonder prettig nu dat betekent dat zij een schadevergoeding kunnen krijgen. Dan moeten ze wel kunnen aantonen dat er wanbeleid is gevoerd.

Daartoe wordt allereerst een procedure aanhangig gemaakt bij de Ondernemingskamer in Amsterdam (OK) over de schadeloosstelling. De minister heeft al laten weten dat deze op nul wordt gesteld. De VEB zal zich namens de gedupeerde beleggers bij de OK melden om er op toe te zien dat de werkelijke waarden van de onteigende aandelen en achtergestelde obligaties op een juiste wijze worden vastgesteld.

Ook heeft de VEB bij de OK gevraagd om een enquêteprocedure te starten om duidelijkheid te krijgen wie waarvoor verantwoordelijk is. Het persbericht van de VEB lijkt overigens te suggereren dat er sprake is geweest van wanbeleid maar dit is nog allerminst door de rechter vastgesteld. Het is gezien de omvang van de problemen echter wel goed mogelijk dat er sprake is geweest van wanbeleid door één of meer partijen.

Als dat eenmaal gebeurd is dan zullen er wellicht nog verdere procedures volgen met als doel schadevergoeding te verkrijgen maar voordat we in die fase aanbelanden zal er wel aardig wat tijd verstreken zijn.

Bron:
LJN: BZ2265, Raad van State
Minister van Financiën mocht effecten en leningen SNS onteigenen, maar toekomstige vorderingen niet via raadvanstate.nl
Uitspraak Raad van State over SNS opmaat voor verdere actie VEB via veb.net
Nationalisatie SNS blijft overeind via nu.nl
‘Dijsselbloem mocht SNS Reaal onteigenen’ via z24.nl

Comments closed.