Jaarlijks wordt een kwart van alle inwoners van Nederland van 15 jaar en ouder één of meerdere keren slachtoffer van gewelds-, vermogens- of vandalismedelicten. Het is dan ook weinig verwonderlijk dat in de afgelopen jaren de aandacht voor de rol van slachtoffers van criminaliteit enorm is toegenomen. Staatssecretaris Teeven heeft gisteren zijn visiedocument aangaande slachtofferhulp naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin staat de behoefte van slachtoffers centraal.

Het visiedocument:
Zoals de naam al doet vermoeden bevat een visiedocument de visie op de positie van slachtoffers van criminaliteit en de waar de verantwoordelijkheid van de overheid begint en ophoudt. In het visiedocument wordt een vijftal beleidsuitgangspunten neergezet die de komende vier jaar een speerpunt gaan vormen van het slachtofferbeleid:

  1. Slachtoffers worden erkend en zorgvuldig bejegend en geïnformeerd;
  2. Slachtoffers hebben een sterke positie in het recht;
  3. Slachtoffers krijgen bescherming waar nodig;
  4. Slachtoffers die dat nodig hebben krijgen ondersteuning bij het te boven komen van de gevolgen van het delict;
  5. Slachtoffers hebben mogelijkheden tot herstel van de gevolgen, zowel financieel, praktisch als emotioneel.

De inhoud van deze beleidspunten laten zien hoe de overheid aankijkt tegen de rol van slachtoffers in de strafrechtsketen. Daarbij is een verschuiving naar een grotere rol voor slachtoffers zichtbaar. Hieronder zullen de vijf beleidspunten één voor één worden besproken.

Slachtoffers worden erkend en zorgvuldig bejegend en geïnformeerd:
De stappen die de afgelopen jaren zijn gezet ten aanzien van de rechtspositie van slachtoffers gaan sommigen nog niet ver genoeg en anderen reeds te ver. Doel is nu de positie van slachtoffers in het strafproces verder te versterken, zonder dat slachtoffers een eigenstandig vervolgingsrecht krijgen. Teeven acht een cultuuromslag noodzakelijk in hoe er over slachtoffers wordt gedacht. Alle organisaties binnen de justitiële keten zijn daarom al in 2012 een gezamenlijk project gestart om binnen de beroepsopleiding meer aandacht te richten op (de rechten van) slachtoffers. De eerste resultaten van het project worden nog dit voorjaar verwacht. Ook wordt bijvoorbeeld bij de reclassering gekeken of en zo ja hoe slachtoffers een sterkere positie in het advies van de reclassering aan de rechter kunnen krijgen. Ook is de reclassering bezig met het inrichten van een werkproces om bij toezicht door de reclassering in gevallen van een ernstig misdrijf, een verbinding teleggen tussen de toezichthouder en de casemanager van Slachtoffer Hulp Nederland die het slachtoffer of de nabestaanden bijstaat. Zo worden uitvoerende keten en hulpverlenende keten strakker tegen elkaar aan getrokken.

Er wordt voor informatie voor slachtoffers toegewerkt naar één communicatiekanaal. Dit gebeurt mede onder invloed van de EU-richtlijn minimumnormen voor slachtoffers. Deze richtlijn heeft aanzienlijke consequenties waarbij nauwkeurig moet worden bekeken welke algemene informatie in welke standaardtalen wordt verstrekt en hoe maatwerk georganiseerd kan worden voor bijvoorbeeld het vertalen van zaaksinformatie.

Slachtoffers hebben een sterke positie in het recht:
De rechten van slachtoffers hebben tot doel de belangen van het slachtoffer mee te wegen bij de beslissingen in het strafproces. Daarbij dient de overheid de belangen van de verdachte en de samenleving in balans te brengen met de belangen van slachtoffers. Slechts de overheid heeft het monopolie op het vervolgen en straffen een dader. Het is dan ook niet zo dat slachtoffers een min of meer zelfstandig vervolgingsrecht gaan krijgen. Om slachtoffers een gevoel van genoegdoening te geven dient de overheid haar werk zo goed en zichtbaar mogelijk uit te voeren.

Er is nog steeds een lopende discussie over de gewenste reikwijdte van het spreekrecht van slachtoffers in een rechtszaak. In lijn met het regeerakkoord is komt er nog dit jaar een wetsvoorstel om het spreekrecht uit te breiden. Slachtoffers hoeven zich dan niet langer te beperken tot de gevolgen van het delict maar zij mogen aich ook uitlaten over de gewenste straf(maat). Daarbij dient er ook aandacht voor te zijn voor het feit dat als gevolg van uitlatingen in het kader van het spreekrecht een slachtoffer alsnog als getuige ter zitting kan worden gehoord. Slachtoffers dienen daar van tevoren nadrukkelijk op te worden gewezen.

Slachtoffers krijgen bescherming waar nodig:
Slachtoffers dienen te worden beschermd. Dat dient zich niet slechts te beperken tot het fysieke vlak maar ook secundaire victimisatie dient voorkomen te worden. Dingen als domiciliekeuze en anonieme aangifte zijn manieren om de veiligheid van slachtoffers bij de aangifte te vergroten. Sinds 1 november 2012 is het onder bepaalde voorwaarden al mogelijk om aangifte op nummer te doen. De identiteit wordt daarbij niet bekend gemaakt. De veiligheid van het slachtoffer moet ook nadrukkelijker worden meegewogen bij de tenuitvoerlegging van straffen. Daarvoor moet standaard worden bekeken of bijvoorbeeld een gebieds- of contactverbod kan worden opgelegd bij verlof of voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Slachtoffers die dat nodig hebben krijgen ondersteuning bij het te boven komen van de gevolgen van het delict:
Er spelen op dit moment meerdere organen een rol in de hulpverlening aan slachtoffers. Zo zijn er Slachtofferhulp Nederland, het Schadefonds Geweldsmisdrijven en het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Zoals eerder vermeld is in het regeerakkoord aangegeven dat er één communicatiekanaal komt voor slachtoffers. In het kader daarvan zal onderzoek worden verricht naar de mogelijkheid om (onderdelen van) deze organisaties samen te voegen zodat de hulpverlening en communicatie in grotere mate gecentraliseerd wordt.

Naast deze instanties zijn er ook nog tal van gespecialiseerde instanties waar slachtoffers van specifieke categorieën misdrijven terecht kunnen.

Slachtoffers hebben mogelijkheden tot herstel van de gevolgen, zowel financieel, praktisch als emotioneel:
Slachtoffers hebben het op tal van terreinen moeilijk. Sommigen dragen levenslang de fysieke en/of emotionele gevolgen op omdat de schade van een misdrijf soms niet meer te herstellen is. Het is echter wel belangrijk achteraf daar waar herstel mogelijk is hier aan bij te dragen. Daders ook moeten bijdragen in de kosten voor de ondersteuning van slachtoffers. Daarom wordt momenteel onderzocht wat de mogelijkheden zijn om een verplichte bijdrage van veroordeelden ten behoeve van slachtoffers te vorderen.

Vaak zal bij misdrijven ook gewoon sprake van materiële schade. Ook daarbij is het uitgangspunt dat de dader betaalt. Een wetsvoorstel om conservatoir beslag te laten leggen bij een dader in het kader van het strafproces is al door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer. Ook is er een project ‘schadeverhaal’ gestart. Dit mikt er onder meer op om belemmeringen voor het schadeverhaal door verzekeraars op te heffen en de uitbreiding van mogelijkheden voor inning door het CJIB te onderzoeken. Een ander aspect ervan is dat het schadeverhaal voor slachtoffers makkelijker moet worden. Een ander element wat ook uit het regeerakkoord komt is dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven nu ook uitgebreid gaat worden tot dood-door-schuld delicten.

Tot slot is een beleidskader herstelbemiddeling ontwikkeld wat dit jaar in de praktijk wordt getest. Voor slachtoffers die behoefte hebben aan interactie met de dader kunnen dit zowel in het strafproces als naast het strafproces aangaan.

Conclusie:
De laatste jaren is er veel te doen rondom de positie van de slachtoffer in het strafrecht. De discussie focuste zich vaak rondom het spreekrecht van slachtoffers in de rechtszaal maar er zit aan de positie van slachtoffers in de strafrechtsketen meer dan één aspect. Deze visienota schetst het beleid voor de komende vier jaar. Enkele maatregelen zijn al in gang gezet en zullen al dit voorjaar resultaten gaan leveren, andere zullen we de komende jaren pas gaan zien.

Bron:
Brief Tweede Kamer: Visie op slachtoffers
Visienota: Recht doen aan slachtoffers

Comments closed.