Auteursrecht staat de laatste tijd behoorlijk in de belangstelling en er woeden al tijden discussies over modernisering ervan. Daarbij zijn veel partijen het er over eens dat de Auteurswet aangepast moet worden alleen is er zelden consensus over het hoe en wat er aangepast moet worden.

Als donderslag bij heldere hemel verscheen er ineens een concrete aankondiging over een voorgenomen modernisering van de Auteurswet. Het regeerakkoord noemde immers nog maar weinig concrete plannen op dat vlak. Het plan is om de zogeheten geschriftenbescherming te schrappen. Normaliter werken beschermd die een oorspronkelijk karakter hebben en een persoonlijk stempel van de maker dragen. Een ietwat kort-door-de-bocht-omschrijving is dat een werk alleen bescherming geniet als er creatieve keuzes gemaakt zijn. Er zijn echter ook werken die bescherming genieten hoewel er geen enkele vorm van creativiteit bij komt kijken. Deze vallen onder de zogeheten geschriftenbescherming.

Inhoud van de geschriftenbescherming:
De geschriftenbescherming geldt voor geschriften die bedoeld zijn om openbaargemaakt te worden. Denk bijvoorbeeld aan dingen als een telefoongids wat bestaat uit een verzameling van puur feitelijke informatie. Geschriftenbescherming voldoet niet aan de eisen voor het ‘volledige’ auteursrecht en geniet ook een beperkter bescherming. Deze bescherming strekt zich slechts uit tot bewijsbare ontlening. Daarbij moet dus worden aangetoond dat een tekst is gekopieerd.

Het gaat niet om een oorspronkelijk werk (dan zou het immers onder het ‘volledige’ auteursrecht vallen) dus het kan zijn dat iemand anders exact dezelfde informatie heeft opgeschreven. In de praktijk levert de geschriftenbescherming dan ook vaak bewijsproblemen op.

De geschriftenbescherming moet dan ook worden gezien als meer mededingingsrechtelijk van aard, om één-op-één kopiëren te voorkomen, dan als auteursrechtelijk van aard. Dit is historisch gegroeid. De geschriftenbescherming vloeit voort uit de voorloper van het huidige auteursrecht, het zogenaamde kopijrecht. Het oogmerkt daarvan was de bescherming van de investering van drukkers en uitgevers tegen concurrentie van derden dan de bescherming van de creatieve prestaties van de auteur die het uitgangspunt is van de huidige Auteurswet.

Redenen voor afschaffing:
Een reden voor de voorgestelde afschaffing van de geschriftenbescherming moet worden gezocht in de strijdigheid met het moderne auteursrecht. De geschriftenbescherming wordt veeleer gebruikt om te voorkomen dat anderen profiteren van investeringen die aan het geschrift ten grondslag liggen. Het auteursrecht, en dus de Auteurswet is voor een dergelijke bescherming niet de juiste plaats.

Daarnaast bieden andere regelingen wel de nodige bescherming om in rechte op te treden tegen een inbreuk. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de onrechtmatige daad van art. 6:162 BW.

Ook staat geschriftenbescherming in de weg aan de toegankelijkheid en verspreiding van feitelijke informatie. Verspreiding kan immers worden tegenhouden als het gaat om een rechtstreekse ontlening van informatie, deze kan verboden worden. Dat leidt tot extra werk voor degene die de informatie wil gebruiken voor zover dat niet al kan binnen de grenzen van vrije nieuwsgaring. Het inroepen van geschriftenbescherming kan ook worden gebruikt om producten buiten de Nederlandse markt te houden. Dat is dan een vorm van oneigenlijk gebruik van de regeling. Door geschriftenbescherming weg te nemen, ontstaan meer mogelijkheden voor parallelimport.

Tot slot brengt afschaffing van de geschriftenbescherming meer duidelijkheid omdat in de rechtspraktijk regelmatig onduidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de regeling. Zo is er bijvoorbeeld onduidelijkheid over de vraag in hoeverre de rechtstreekse ontlening van slechts een klein gedeelte van een niet-oorspronkelijk geschrift toelaatbaar is. Een andere onduidelijkheid is of databanken die geen auteursrechtelijke bescherming of sui generis-bescherming genieten toch een vorm van bescherming kunnen genieten op grond van de geschriftenbescherming. Ook de grenzen tussen de hierboven genoemde rechtstreekse ontlening het recht op vrije nieuwsgaring zijn onduidelijk. Door het verwijderen van geschriftenbescherming worden tal van dergelijke vraagstukken opgelost.

Conclusie:
Dit is het eerste concrete signaal van een modernisering van het auteursrecht. De keus van afschaffing van geschriftenbescherming is bepaald geen slechte keus. Het auteursrecht moet creatieve nieuwe werken beschermen zonder in de weg te staan aan het creatief hergebruik van bestaand materiaal of het innovatief gebruik van informatie en de eenvoudige uitwisseling daarvan. Waar het om feitelijke informatie gaat moet het mogelijk zijn om deze te kunnen verspreiden en gebruiken en uitwisselen in oorspronkelijke vorm.

Voor aggregatiefirma’s van feitelijk materiaal blijft er voldoende bescherming bestaan op grond van de databankenrichtlijn. Voor zover er nog argumenten zijn waar niet aan gedacht is, bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid om via internetconsultatie een visie te geven op de voorgenomen wijzigingen.

Bron:
Voorstel van Wet afschaffing geschriftenbescherming
Memorie van Toelichting afschaffing geschriftenbescherming

Comments closed.