Wraking is rap aan het stijgen als populair rechtsmiddel. Vaker dan vroeger worden rechters gewraakt, soms terecht en soms onterecht. Wraking inzetten is bedoeld voor als de onpartijdigheid van een rechter in het geding is. Soms wordt het middel enkel en alleen gebruikt om een procedure te traineren of om tijd te winnen.

Een nieuwe trend lijkt daarbij ook de wrakingskamer, die het wrakingsverzoek behandelt, te wraken. Dit kan er zelfs toe leiden dat iemand op een gegeven moment geen wrakingsverzoeken meer mag indienen. In onderhavige zaak is er ook weer sprake van een poging tot het wraken van de rechters van de wrakingskamer.

De feiten:
Er is verzoek gedaan tot wraking van de leden van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van de rechtbank te Utrecht. Deze wrakingskamer was belast met de behandeling van het wrakingsverzoek dat verzoeker eerder heeft ingediend tegen de rechter in de hoofdprocedure.

Verzoeker verzoekt wraking van de wrakingsrechters omdat onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek heeft als onderliggend motivatie dat de rechter in de hoofdprocedure heeft geweigerd kennis te nemen van enkele bescheiden. In de eerdere wrakingsprocedure is op die beslissing voortgebouwd.

De wrakingskamer heeft het nagelaten de onjuiste beslissing recht te zetten. Daarmee is de schijn van partijdigheid gewekt.

De gewraakte rechters menen dat verzoeker niet-ontvankelijk is, omdat hij zijn wrakingsverzoek heeft gedaan nadat op zijn eerdere wrakingsverzoek al was beslist.

Oordeel en overwegingen van de rechter:
Artikel 36 Rv geeft de zowel de mogelijkheid om de rechter in het hoofdgeding te wraken als de rechters van de wrakingskamer zelf. De wet geeft echter niet de mogelijkheid om wraking te verzoeken wanneer de behandeling van de zaak is geƫindigd door het wijzen van een einduitspraak. Een wrakingsverzoek dat is ingediend nadat in de betreffende zaak uitspraak is gedaan wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Het wrakingsverzoek is ingediend nadat de uitspraak mondeling. Dat de schriftelijke uitwerking pas van later datum was doet daar niet aan af.[rov. 4.1.] De rechter verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk. Voorts bepaalt de rechter dat een volgend wrakingsverzoek met betrekking op de hoofdprocedure niet in behandeling zal worden genomen.[rov. 4.4. & 5.1. & 5.2.]

De rechtbank merkt nog ten overvloede op dat niet-ontvankelijkverklaring verzoeker mogelijk zal (her)bevestigen dat de rechtbank er niet toe is te bewegen om kennis te nemen van de bescheiden aangaande de hoofdprocedure. De rechtbank betreurt dit. Naar de rechtbank begrijpt zijn de bescheiden niet in het hoofdgeding betrokken omdat verzoeker deze bescheiden vertrouwelijk behandeld wilde zien. Dit is strijdig met het beginsel van hoor en wederhoor. Door de eis van vertrouwelijkheid te laten vallen, had alsnog bewerkstelligd kunnen worden dat de rechter kennis zou nemen van de bescheiden. [rov. 4.3.]

Conclusie:
Verzoeker wraakt de rechter in hoofdprocedure en de rechters van de wrakingskamer omdat de rechter in het hoofdgeding geen kennis wil nemen van enkele bescheiden waaronder een splitsingsakte. In de ogen van de verzoeker staat dit gelijk aan partijdigheid van de rechter. Het daadwerkelijke probleem is dat hij de bescheiden slechts vertrouwelijk wilde laten behandelen en dat levert strijd op met het fundamentele beginsel van hoor- en wederhoor.

Een tegenpartij kan nooit goede tegenargumenten inbrengen als zij geen zicht heeft op alle relevante materialen, en bewijsmiddelen. Er is dan ook geen enkele rechter die dat zal toelaten. Zo verzoeker het hier niet mee eens was zou dit probleem binnen de hoofdprocedure moeten oplossen en als hij bijzonder van eigen gelijk is overtuigd doorprocederen richting gerechtshof en Hoge Raad.

De poging om ook de wrakingskamer te wraken loopt op de klippen omdat er al een einduitspraak is gedaan. Er kan dan niet langer gewraakt worden. Het enkele feit dat de einduitspraak mondeling gedaan is en schriftelijke uitwerking op een later tijdstip geschiedt, doet hier niet aan af. Het wrakingsverzoek wordt derhalve ook niet inhoudelijk behandeld.

Exact zoals in het voorgaande geval wordt de mogelijkheid om verdere wrakingsverzoeken in te dienen aangaande het hoofdgeding afgesneden omdat anders misbruik wordt gemaakt van het wrakingsmiddel.

Bron:
LJN: BY8975, Rechtbank Utrecht

Comments closed.