Het op orde houden van de Nederlandse financiële huishouding is in beginsel aan het Rijk, de landelijke overheid. We hebben echter nog meer overheden in Nederland: de provincies, gemeentes en waterschappen. Deze moeten ook een bijdrage leveren om het Nederlandse huishoudboekje op orde te houden. Een aanzet daartoe is al gemaakt met wetsvoorstel Houdbare Overheidsfinanciën (de wet HOF). Voor de inhoud van het wetsvoorstel verwijs ik naar het artikel van 27 september.

Op de wet HOF vooruitlopend wordt in het Regeerakkoord al een start gemaakt met de aanpak van de financiële problemen in samenwerking met de regionale en lokale overheden. Daartoe is overleg geweest en een akkoord gesloten, waarbij al gedeeltelijk aansluiting wordt gezocht bij de wet HOF.

Onderwerpen van het overleg:
Er is een Bestuurlijk Overleg geweest tussen de landelijke overheid, vertegenwoordigd door de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Financiën, en de vertegenwoordigende organisaties van de lager overheden de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van
Waterschappen (UvW).

Er is op drie belangrijke onderwerpen overeenstemming bereikt:

  • De Wet houdbare overheidsfinanciën: De normen voor medeoverheden zijn voor komende jaren zodanig vastgesteld dat ruimte blijft voor investeringen.
  • Het Wetsvoorstel schatkistbankieren: medeoverheden zullen hun overtollige middelen zullen onderbrengen in de schatkist.
  • Het BTW-compensatiefonds, waarvoor is overeengekomen dat het kabinet zal afzien van de voorgenomen afschaffing.
  • Daarbij geldt dat de korting van 550 mln euro wordt gehandhaafd en de beheersbaarheid van het fonds wordt gegarandeerd.

De wet hof:
Het grootste struikelpunt van het wetsvoorstel HOF is het af te spreken saldopad. De tekortnormen mogen niet zodanig worden vastgesteld dat elke vorm van investering op lokaal niveau de das om wordt gedaan. Het saldopad is echter niet vastgelegd in de wet. Om de onzekerheid weg te nemen is er al tijdens deze kabinetsperiode overeenstemming over bereikt.

Het Nederlandse begrotingstekort moet geleidelijk teruggebracht van 0,5% van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013, naar 0,2% bbp in 2017. Om lokale investeringsmogelijkheden de ruimte te laten, wordt de wettelijke tekortnorm voor de periode 2013 tot en met 2015 gesteld op maximaal 0,5% bbp. In 2016 en 2017 wordt dat respectievelijk 0,4% bbp en 0,3% bbp. Omdat financiële omstandigheden snel kunnen veranderen volgt eind 2015 een evaluatie. Op basis van de uitkomsten daarvan zal worden bekeken of de beoogde norm voor de jaren 2016 en 2017 realistisch en haalbaar is.

Schatkistbankieren:
Het schatkistbankieren is als wetsvoorstel niet expliciet aan de orde geweest op legallife.nl Het wetsvoorstel behelst simpelweg dat mede-overheden hun overtollige middelen inbrengen in de schatkist. Er zijn inmiddels uit het overleg ook enkele aanpassingen aan het wetsvoorstel voortgevloeid. Daarbij zij expliciet opgemerkt dat uit het overleg blijkt dat mede-overheden het principe van schatkistbankieren niet delen, maar wel accepteren het aangepaste
wetsvoorstel dat voor behandeling naar de Kamer wordt gezonden.

Alle gemeenten, provincies en waterschappen worden verplicht om geld dat ze opzij zetten onder te brengen bij het Rijk. De tegoeden blijven vanzelfsprekend hun eigendom. Met dit mechanisme worden risico’s van beleggingen van gemeenten en provincies tot een minimum beperkt. Gemeentes mogen dan niet langer onbeperkt geld onderbrengen bij een bank als Icesave met alle risico’s van dien.

Een beetje bewegingsvrijheid blijft er wel. Zolang de bruto overtollige middelen 0,75% van het begrotingstotaal (met een minimum per medeoverheid van € 250.000 en een maximum van € 2,5 miljoen) niet overschrijden, behoeft niet in de schatkist te worden gestort maar mag dit bedrag worden aangehouden op een rekening-courant of op een direct opvraagbare spaarrekening.

Over de tegoeden in de schatkist ontvangen de mede-overheden een rente die gelijk is aan het rentepercentage dat de Staat betaalt over leningen op de geld- en kapitaalmarkt. De rente op geld in de schatkist kan nooit negatief zijn.

Het schatkistbankieren zal niet worden verankerd in de Comptabiliteitswet maar in de wet Financiering Decentrale overheden, conform de wens van de mede-overheden. Daarnaast wordt in het voorstel een extra bepaling opgenomen waardoor decentrale overheden hun tegoeden onder bepaalde voorwaarden ook aan elkaar kunnen uitlenen. Die voorwaarden zien erop dat het lenen enkel gebeurt binnen de collectieve sector, zodat dit eveneens leidt tot consolidatie van de schuld. Onderlinge leningen worden geregistreerd bij het CBS en mogen uiteraard niet in strijd zijn met andere regelgeving op dat vlak.

Ook de eerder beoogde ‘roodstandfaciliteit’ is op verzoek van de mede-overheden geschrapt; er is dus geen sprake van kredietverlening aan de mede-overheden door de Nederlandse staat.

Het BTW-Compensatiefonds:
Uit het BTW-compensatiefonds worden mede-overheden gecompenseerd voor zover zij BTW niet kunnen aftrekken. De beoogde bezuiniging va € 550 miljoen per jaar zal worden gerealiseerd via een structurele korting op het Gemeente- en Provinciefonds. Dit gebeurt in lijn met de verdeling van het BCF over gemeenten en provincies in de begroting 2013. Het jaarlijks budget voor het BCF zal worden gemaximeerd. Daarbij geldt als maximum voor 2015 de raming 2014 zoals
opgenomen in de begroting 2013. Tevens wordt met ingang van 2015 de ontwikkeling van het BCF gekoppeld aan de accrespercentages.

Conclusie:
Akkoorden als dit, volgende uit het Bestuurlijk Overleg, zijn een voorbeeld van het poldermodel in optima forma. Het Bestuurlijk Overleg tussen de verschillende overheden is een ongelooflijk belangrijk overleg waarbij veel belangrijke zaken worden geregeld.

In dit specifieke overleg is eigenlijk al vooruitgelopen op twee wetsvoorstellen en is er zelfs een akkoord gemaakt om een wetsvoorstel aan te passen. Deze wetsvoorstellen zullen allicht nog wel de toets der kritiek van de Staten-Generaal moeten doorstaan maar de overheden zitten in deze in elk geval op één lijn. Dat voorkomt interne ruzie bij de behandeling van deze voorstellen door de Staten-Generaal en zorgt met een beetje geluk voor een soepele doorloop.

Wat betreft de wet HOF is de belangrijkste onzekerheid, het saldopad, vast afgesproken. Dat geeft enige mate van gemoedsrust en maakt ook planning voor komende jaren mogelijk. Het is immers lastig budgetteren als niet duidelijk is hoeveel tekort er mag worden aangegaan.

Dat mede-overheden niet blij zijn met het schatkistbankieren is logisch. Zij raken immers de beschikkingsbevoegdheid over hun eigen geld kwijt. Hier lijden gemeentes die goed beleid hebben gevoerd over hun geld toch een beetje onder gemeentes die dat niet hebben gedaan. Bij het IceSave debacle hadden veel gemeentes geld gestald in IJsland omdat de rente lekker hoog was. Toen dat verdampte kwamen veel gemeentes in acute financiële problemen. Dit wetsvoorstel haalt een vette streep door dergelijke mogelijkheden door gewoon de landelijke schatkist als stallingsplek voor tegoeden aan te wijzen.

Voor wat betreft het BTW-compensatiefonds doet iedereen wat water bij de wijn. Het fonds als zodanig blijft wel bestaan maar er wordt behoorlijk op gekort en het fonds wordt gemaximeerd.

Bron:
Financieel akkoord Rijk en mede-overheden via rijksoverheid.nl
Conclusies bestuurlijk overleg via rijksoverheid.nl

Comments closed.