24. April 2017 · Comments Off on Gemeente Amsterdam mag eigen grond niet ontruimen · Categories: Bestuursrecht, Legal

Wie regelmatig in Amsterdam komt, zal bekend zijn met de kassahuisjes van de rondvaartboten op het stationseiland aan de kant van het Damrak. Daar werden in 2002 tijdelijke steigers geplaatst voor twee rederijen: Canal Company en Rederijen Lovers. Rederij Kooy had daar van oudsher al een kassahuisje staan op grond die eigendom is van de gemeente.

De gemeente en Kooy eisen nu verwijdering van de kassahuisjes in kortgeding. Dit vonnis toont de beperkingen aan de uitoefening van privaatrechtelijke bevoegdheden door de gemeente.

Feiten en omstandigheden:
Aanvankelijk hadden Lovers en Canal Company geen bevoegdheid om een kassahuisje te plaatsen. Er werden steigers neergelegd die slechts mochten dienen als haltepunt voor de rondvaartboten. In 2003 wijzigde de gemeente haar beleid. Sinds dat moment worden de Lovers en Canal Company geacht toestemming voor het gebruik van de openbare ruimte te hebben. Voor de kassahuisjes die zij hebben geplaatst zijn ook vergunningen verleend.

Kooy heeft de Gemeente aansprakelijk gesteld voor schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de aanwezigheid van de twee kassahuisjes van respectievelijk Lovers en Canal in en zij heeft de gemeente gesommeerd over te gaan tot de ontruiming. De gemeente beoogt de aansprakelijkheid beperken door de kassahuisjes te ontruimen.

Oordeel van de rechter:
De voorzieningenrechter stelt voorop dat aan Lovers en Canal toestemming is verleend voor de kassahuisjes. De gemeente beroept zich op de brief uit 2002 waarin aan Lovers en Canal is geschreven dat de Gemeente de plaatsing van de kassahuisjes niet toestond. Volgens de gemeente volgt hieruit dat nimmer in privaatrechtelijke zin is toegestaan de kassahuisjes te plaatsen. Echter, in 2003 is het beleid van de gemeente gewijzigd in die zin dat het wel werd toegestaan om kassahuisjes te creƫren op de steigers. Vervolgens heeft de Gemeente niet kenbaar gemaakt dat haar beleid op enig moment zou zijn aangepast en het Lovers en Canal niet langer zou zijn toegestaan de kassahuisjes te exploiteren.

Daarenboven heeft de gemeente ook niet voldoende spoedeisend belang bij een ontruiming die zij enkel voert vanwege de aansprakelijkheidstelling die zij heeft ontvangen van Kooy. Ook is niet vast komen te staan dat de omzetdaling van Kooy op enige wijze te wijten verband houdt met de aanwezigheid van de kassahuisjes van de concurrenten. De ontruimingsvordering wordt dan ook afgewezen.

Conclusie:
Het gebruik van de privaatrechtelijk gebruiken van de gemeente is aan beperkingen gebonden. De reden dat de gemeente optreedt is dat zij schade die voortvloeit uit de aansprakelijkheidstelling wil beperken. Daarbij wordt gekozen voor de weg van de minste weerstand namelijk een ontruimingsactie van de kassahuisjes van Lovers en Canal Company. Reeds op het ontbreken van het spoedeisende belang faalt de vordering nu een spoedeisen belang noodzakelijk is voor ontvankelijkheid in een kort geding. Bijzonder is de ontruimingsactie nu wel de benodigde publiekrechtelijke vergunningen zijn verleend.

De rechter doet er nog een schepje bovenop door te melden dat de gemeente het gebied niet op korte termijn wil inrichten, de situatie al ruim een decennium duurt en de concurrent nooit bezwaar heeft gemaakt tegen het plaatsen van de huisjes.

Kortom, een gemeente kan niet zonder meer haar privaatrechtelijke bevoegdheden gebruiken als die even net wat handiger zijn dan de publiekrechtelijke bevoegdheden.

Bron:
ECLI:NL:RBAMS:2016:4770