28. May 2016 · Comments Off on Besluit strijdig met verbod op vooringenomenheid · Categories: Bestuursrecht, Legal, Rechtspraak

Artikel 2:4 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) stelt dat het bestuursorgaan zijn taak zal vervullen zonder vooringenomenheid. Het is één van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur samen met beginselen zoals zorgvuldige voorbereiding van een besluit (3:2 Awb), evenredige belangenafweging (3:4 lid 2 Awb) en deugdelijke en draagkrachtige motivering van een besluit (3:46 Awb).

Rechtspraak over dit artikel is zeldzaam. Hoewel veel valt af te dingen op het Nederlandse besluitvormingsproces, valt het met de vooringenomenheid gelukkig alleszins mee. Dit is mede een gevolg van het uitgebreide inspraakproces, het poldermodel. Belanghebbenden bij een besluit kunnen hun zegje doen en doen dat ook vaak. Hierdoor is het mogelijk om een goede belangenafweging te maken. Des te interessanter zijn de rechtszaken waarin op basis van (de schijn van) vooringenomenheid besluiten worden vernietigd omdat deze weinig voorkomen.

De feiten:
In onderstaand conflict is het twistpunt de aanwijzing van een benzinestation als monument. Het verzoek tot aanwijzing was afkomstig van de Bond Heemschut. Het Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente ging mee in het verzoek tot aanwijzing mede op grond van het advies opgesteld door ambtenaar X. KAV Holding verzet zich tegen deze aanwijzing waarbij zij betoogt dat X onvoldoende objectief en onafhankelijk is en dat hij de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt.

Oordeel en afweging van de Raad:
Het betoog van KAV Holding slaagt. De Raad overweegt daartoe dat X werkt bij BMA, een gemeentelijke dienst. Hij heeft zich in een interview in het tijdschrift Binnenstad met de titel ‘Het grote gelijk van Heemschut’, dat tevens is gepubliceerd op de website van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, in positieve zin uitgelaten over Heemschut. X heeft in dit interview onder meer gezegd: “Heemschut had en heeft steevast gelijk.” Omdat de aanwijzing tot monument tot stand is gekomen naar aanleiding van een aanvraag van Heemschut, heeft X met deze uitlating de schijn van vooringenomenheid gewekt.

De Raad vernietigt het besluit.

Conclusie:
Het tot stand gekomen besluit wordt als mogelijk vooringenomen gezien nu het besluit gefundeerd is op het advies van X die zijn mening over een dergelijk verzoek reeds tevoren had gepubliceerd in een tijdschrift.

De rechter brengt daarmee een belangrijke nuance aan in de uitspraak door zeer omzichtig en terughoudend te werk te gaan. Nergens wordt gesuggereerd dat de ambtenaar daadwerkelijk vooringenomen is geweest. Het enkele feit dat hij die schijn heeft gewekt is voldoende om het besluit te vernietigen.

Ook blijft in de uitspraak de vraag of het BMA op basis van het advies een goede (financiële) belangenafweging heeft gemaakt buiten beschouwing. Op basis van artikel 3:4 Awb moet dit duidelijk blijken. Ook hier gaat de Raad niet toetsen of een goede belangenafweging is gemaakt doch volstaat met de constatering dat deze niet blijkt uit het besluit waardoor ook dit een grond is voor vernietiging.

Al met al moet de gemeente dus een nieuw advies laten opstellen waarbij X niet betrokken is en een degelijk gemotiveerd besluit nemen.

Bron:
ECLI:NL:RVS:2015:3234