De dagen worden korter en de zon gaat steeds vaker schuil achter wolken. Het weer wordt wisselvalliger en je loopt soms in de regen en soms in perioden van zonneschijn. Kortom de overgang van zomer naar onstuimig herfstweer is in volle gang. Om deze sartoriaal lastige periode te vergemakkelijken volgen hierbij vijf absolute toptips om het transitieseizoen met alle gemak te doorstaan.

1: De buitenlaag moet waterbestendig zijn
Soms is het droog en soms zal het regenen. Zorg voor een jas die een behoorlijke bui kan hebben zodat je droog en comfortabel warm blijft ook als de hemelsluizen even open gaan. Robuuste ‘heritage’ merken en lifestyle merken hebben vrijwel altijd een model en soort jas die past bij je eigen stijl en professionele garderobe. Met een trenchcoat kun je eigenlijk onmogelijk een verkeerde keus maken. Ben je meer voor de actieve levensstijl? Merken als The North Face en Lowe Alpine maken betaalbare shell-jackets in leuke kleuren die gemakkelijk een bui kunnen hebben en die je ook nog in de stad kunt dragen zonder eruit te zien alsof je expeditie naar Mount Everest hebt gemist. Alternatieven kunnen worden gevonden in wax-coats van bijvoorbeeld Barbour of Fjall Raven die zowel casual als formeel uitstekend te dragen zijn.

2: Draag een toplaag
Er zijn van die dagen dat het overdag bijzonder lekker en warm is in de zon maar zodra die achter de horizon verdwijnt, daalt de gevoelstemperatuur richting poolcirkel normen. Zorg dat je niet alleen in een T-shirt, overhemd of blouse de deur uitstapt maar ook een toplaag meeneemt om de temperatuurdaling op te vangen. Er zijn talloze manieren om dit te regelen.

Boven een T-shirt kan altijd een overhemd of voor de dames een blouse. Boven een overhemd of blouse past altijd een colbert of voor de dames een bolero jasje.

3: Boots zijn je vriend:
Er is weinig schoeisel wat zo veelzijdig is als een goede laars. Voor de heren kunnen een paar Chelsea boots net zo gemakkelijk onder een pak worden gedragen als bij jeans met een flanellen overhemd en leren jack voor een stoere uitstraling. Aan de meer casual zijde vinden we stevige worker boots zoals Redwing en Timberland Earthkeepers. Combineer met donkere jeans en ruw gebreide cardigan voor een nonchalante, rauwe en toch verzorgde uistraling.

Dames kunnen opteren voor hogere laarzen van bijvoorbeeld Nordstrom onder een mantelpak of een paar leren enkellaarsjes zoals ASOS veel maakt die zowel formeel als casual uitstekend te dragen zijn.

4: Meerdere dunne lagen is beter dan één dikke laag
Je weet dat je midden in een Nederlandse herfst zit wanneer het ene moment ijskoud is en het volgende moment smorend heet.

De sleutel tot te snel af zijn van de plotselinge temperatuurwisselingen is je outfit zo flexibel mogelijk te maken, bestaande uit meerdere, lichtgewicht lagen die in een oogwenk aan of uit te trekken zijn.

Belangrijk is dat elk van deze stukken op zichzelf als de toplaag gebruikt kan worden en vervaardigd is uit natuurlijke, ademende materialen, zoals katoen of wol. Deze materialen zijn vele malen geschikter voor het regelen van temperatuur dan kunststoffen waarbij overigens wel een uitzondering moet worden gemaakt ten opzichte van technische outdoormaterialen.

5: Neem een praktische tas mee
Een opvallende en praktische tas kan je look helemaal afmaken. Daarnaast moet je ruimte hebben om je jas op te bergen op het moment dat je deze eventjes niet nodig hebt.

En je moet ergens je paraplu, haarproducten, sleutels en alle andere dingen kwijt die je dagelijks bij je draagt. Dus kies voor een tas met voldoende vakken om je spullen ordelijk op te bergen.

Tot besluit:
De herfst kan als tussenseizoen alle kanten op schieten. Het kan mooi weer zijn en een heerlijke nazomer opleveren of het kan verschrikkelijk weer zijn met lokale overstromingen en hagelstenen zo groot als eieren. In alle gevallen wil je er goed uitzien en voorbereid zijn op zowel het beste als het slechtste wat het seizoen heeft te bieden. Sta eens stil bij wat je aan wilt trekken en of het past bij wat je tegemoet kunt zien op een dag. Je zult merken dat je zonder problemen van zowel zon als regen kunt genieten.

Splitsingsakten van de Verenigingen van Eigenaren worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Bij uitleg van de splitsingsakte mag slechts acht worden geslagen op wat uit ingeschreven splitsingsstukken aan gegevens herleid kan worden. Op het moment dat meerdere ingeschreven aktes elkaar tegenspreken leidt dat echter wel tot problemen. De rechtbank te Rotterdam legt uit hoe met dat probleem om te gaan.

De feiten:
De ontwikkelingscombinatie Sveaparken C.V. met OCS Beheer B.V. als beherend vennoot heeft een appartementencomplex gebouwd, waarbij het complex gesplitst is in twee soorten appartementsrechten. Naast woonappartement bevat het gebouw op de begane grond appartementsrechten voor bedrijfsruimten en een horecaruimte.

De bedrijfsmatige appartementsrechten staan in de hoofdsplitsingakte omschreven als: “het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van dat gedeelte van het gebouw, gelegen op de begane grond, dat blijkens zijn inrichting bestemd is om te worden gebruikt als bedrijfsruimten, waaronder een horecaruimte en een supermarkt, alles met toebehoren, plaatselijke aanduiding nog onbekend, appartementsindex 2,”

In de ondersplitsingsakte staat vermeld: Iedere eigenaar en Gebruiker is verplicht het Privé Gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan gegeven bestemming, derhalve voor commerciële doeleinden, waarbij het Privé Gedeelte behorend tot Appartementsrecht met index 161 in het bijzonder geschikt is om te worden gebruikt als een horecagelevenheid. OCS verklaart dat de Privé Gedeelten volgens het huidige bestemmingsplan bestemd zijn om te worden gebruikt als ruimten voor detailhandel, horeca of maatschappelijke voorzieningen.

Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd met toestemming van de Vergadering. (…)

Er is dus sprake van een hoofdsplitsingsakte waarbij het voor appartementsrecht met index 2 is opgenomen dat dit voor bedrijfsruimten en een horecaruimte bedoeld was terwijl de ondersplitsingsakte aangeeft dat de overige ruimten wordt in de ondersplitsingsakte opgenomen dat deze mogen worden gebruikt als ruimte voor detailhandel, horeca of maatschappelijke voorzieningen. Afwijken daarvan is slechts mogelijk met instemming van de Vergadering.

Op een gegeven moment wil een appartementseigenaar zijn bedrijfsruimte verhuren aan een exploitant van een snackbar, terwijl er al een Italiaans restaurant in een andere bedrijfsruimte gevestigd is. Dit leidt tot een conflict tussen de appartementseigenaar en de VvE.

Oordeel en overwegingen van de rechtbank:
De rechtbank begint met het citeren van de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad ten aanzien van de uitleg van de openbare registers. Bij de uitleg van een uit de openbare registers kenbare splitsingsakte komt het aan op de daarin tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot splitsing is overgegaan. Deze bedoeling dient naar objectieve maatstaven te worden afgeleid uit de omschrijving in die akte, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte.

De rechtszekerheid vergt dat daarbij slechts acht mag worden geslagen op gegevens die voor derden uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn. Indien de ingeschreven splitsingsstukken voor verschillende uitleg vatbaar zijn, dient de rechter vast te stellen welke uitleg van deze stukken naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is.

In dit geval is OCS degene die tot splitsing is overgegaan; het gaat derhalve om haar bedoeling die uit de akte van hoofdsplitsing afgeleid dient te worden. Uit de beschrijving in de hoofdsplitsingsakte en met name de omschrijving van de bestemming in artikel 25 lid 4 (bedrijfsruimten en een horecaruimte) wordt als bedoeling afgeleid dat er sprake zou zijn dat van appartementsindex 2 één horecaruimte deel uit zou maken. Deze beschrijving prevaleert boven die uit de ondersplitsingsakte nu deze niet verenigd kan worden met de omschrijving in de hoofdsplitsingsakte.

De appartementseigenaar mag de ruimte dus niet verhuren aan een exploitant van een snackbar.

Conclusie:
De hoofdsplitsingsakte is volgens de rechtbank leidend. Leiden criterium daarbij is de tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene tot de splitsing is overgegaan. Deze bedoeling dient volgens de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad naar objectieve maatstaven te worden afgeleid uit de omschrijving in die akte, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte. Het is namelijk van belang dat slechts acht wordt geslagen op gegevens uit de registers die voor derden kenbaar zijn.

Deze uitleg van de rechtbank is dan ook vanuit het oogpunt van rechtszekerheid goed te begrijpen. Anders zou het belang van de openbare registers uitgehold worden totdat we er niet meer daadwerkelijk van op aan kunnen.

Voor de appartementseigenaar is het bericht van de rechter natuurlijk niet leuk. Hij is een huurder kwijt en dat doet pijn in de portefeuille.

Bron:
ECLI:NL:RBROT:2015:322

Voor talrijke diensten van publiek belang is het verplicht om een opdracht aan te besteden. Andersom hebben aanbestedende diensten ook een grote mate van vrijheid om een aanbesteding stop te zetten. Zij hoeven hiervoor niet altijd gewichtige redenen te hebben. Een en ander is meerdere malen bevestigd bij het HvJEU en laat zich goed illustreren aan de hand van een recente procedure voor het Haagse Hof.

De feiten:
De Rijksgebouwendienst – inmiddels deel van het Rijksvastgoedbedrijf – heeft een openbare Europese aanbestedingsprocedure voor het installeren en onderhouden valveiligheidsvoorzieningen in vijf gebouwen uitgeschreven. Van gebouwen 1, 3 en 5 is de procedure gestopt omdat er geen inschrijvingen zijn die voor gunning in aanmerking komen.

Eurosafe was een inschrijver op de aanbesteding waarvan de inschrijving ongeldig werd verklaard vanwege belangenverstrengeling. Eurosafe startte een kort geding tegen de ongeldigheidsverklaring en stopzetting van de aanbesteding. De voorzieningenrechter oordeelde dat de inschrijving op goede gronden ongeldig is verklaard en tevens dat de aanbestedingsprocedure op goede gronden is stopgezet. Eurosafe gaat vervolgens in hoger beroep.

Oordeel en overwegingen van het Hof:
Het hof stelt voorop dat op een aanbestedende dienst in beginsel geen rechtsplicht rust tot het sluiten van een overeenkomst. De aanbestedende dienst kan in ieder stadium van de procedure van opdrachtverlening afzien. De Staat heeft deze bevoegdheid ook neergelegd in aanbestedingsdocumenten. Eurosafe heeft niet gesteld dat zij zich daartegen heeft verzet en heeft ook overigens niet gesteld dat de Staat deze bevoegdheid niet heeft.

In het door de Staat aangehaalde arrest van 11 december 2014 (HvJ EU 11/12/2014, zaaknr. C-440/13, Croce Amica One Italia) heeft het Hof van Justitie de regel bevestigd dat de aanbestedende dienst niet slechts in uitzonderlijke gevallen van het plaatsen van een overheidsopdracht kan afzien en dat het besluit daartoe niet noodzakelijkerwijs op gewichtige redenen hoeft te berusten.

Het Hof van Justitie heeft verder overwogen dat een besluit tot intrekking van de aanbesteding kan zijn ingegeven door redenen die met name verband houden met de beoordeling of uit het oogpunt van het algemeen belang opportuun is om een aanbestedingsprocedure te voltooien, onder meer gelet op het feit dat de economische context of de feitelijke omstandigheden dan wel de behoeften van de aanbestedende dienst zijn gewijzigd. Het overwoog verder dat aan een dergelijk besluit ook de vaststelling ten grondslag kan liggen dat het concurrentieniveau te laag was, gelet op het feit dat aan het einde van de procedure voor het plaatsen van de betrokken opdracht nog slechts één geschikte inschrijver geschikt bleek om deze uit te voeren.

Met dit arrest van het HvJEU in gedachten, is het de Staat ook toegestaan om de aanbestedingsprocedure in te trekken als de inschrijving van Eurosafe ten onrechte ongeldig zou zijn verklaard. Dan zou immers slechts één geschikte inschrijver resteren die de opdracht uit kan voeren. Dit kan voor de Staat reden zijn de aanbesteding te beëindigen en ervoor te kiezen de opdracht in gewijzigde vorm in de markt te zetten.

Het hof (Den Haag) overweegt voorts dat se vraag of bij een nieuwe aanbesteding sprake zal zijn van een wezenlijke wijziging van de specificaties van de opdracht, nu nog niet kan en behoeft te worden beoordeeld, maar zal eerst in die nieuwe aanbestedingsprocedure aan de orde kunnen komen.

Conclusie:
Aanbestedende diensten hebben een grote mate van vrijheid om de aanbesteding stop te zetten. Wel is belangrijk dat dit gesteund kan worden door de aanbestedingsdocumenten en dat de besluitvorming op een transparante wijze gebeurt en de motivatie goed doortimmerd is. Het risico is anders aanwezig dat de besluitvorming de rechterlijke toets der kritiek niet kan doorstaan.

Bron:
ECLI:NL:GHDHA:2015:219 Hof Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2014:12126 Voorzieningenrechter Den Haag.