Het is als werknemer prettig dat je in Nederland niet zonder meer ontslagen kan worden in het geval van ziekte en aanvankelijk ook gewoon loon doorbetaald krijgt. Wat onder het begrip loon wordt geschaard dat moeten worden doorbetaald verschillen werknemer en werkgever met enige regelmaat van mening. De werknemer legt daarbij het begrip vaak logischerwijs ruim uit terwijl de werkgever het begrip zo beperkt mogelijk uitlegt. Logisch want ieder rekent zoveel mogelijk naar zijn eigen portemonnee toe. In onderhavige zaak leg het gerechtshof in Den Bosch uit wat mede onder het begrip loon moet worden geschaard.

De feiten:
Een werknemer is arbeidsongeschikt geworden en krijgt loon doorbetaald van zijn werkgever. In het geding is of onder de in de toepasselijke Uniforme ArbeidsVoorwaarden opgenomen doorbetalingsverplichting bij ziekte naast het vaste loon ook de overwerkvergoeding valt.

Oordeel en overwegingen van het hof:
Het hof begint met het schetsen van het wettelijk systeem. Werknemer heeft gedurende het eerste en tweede ziektejaar recht op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon. Indien het loon in geld op andere wijze dan op basis van tijdruimte is vastgesteld, dat als loon wordt beschouwd het gemiddelde loon dat de werknemer, wanneer hij niet verhinderd was geweest, gedurende die tijd had kunnen verdienen.

Noch de arbeidsovereenkomst noch de UAV bevatten een bepaling dat werkgever heeft beoogd anders dan ten gunste van haar werknemers af te wijken van wettelijk systeem, van welke artikelen de relevante leden hiervoor zijn omschreven. Door werkgever is zelf nota bene aangevoerd dat zij een bovenwettelijke verplichting op zich heeft willen nemen. Als werkgever de doorbetalingsverplichting ingeval van ziekte had willen beperken tot het basissalaris en de overwerkvergoeding daarvan zoveel mogelijk had willen uitsluiten, dan had zij dat moeten opnemen in de arbeidsovereenkomst of in de UAV.

De werkgever dient dus ook overwerkvergoeding te betalen voor zover dat redelijkerwijs genoten zou zijn. Teneinde de bewijslast voor de werknemer niet onmogelijk te maken dient de werkgever inzage te geven in de werkstaten van andere werknemers om structureel overwerk vast te kunnen stellen.

Conclusie:
Als de werknemer overwerk had gehad tijdens zijn ziekte zou hij recht hebben gehad op overwerkvergoeding. Als het gebruikelijk is onder het personeel om structureel overwerk te draaien dan zal snel worden aangenomen dat een zieke werknemer daaraan zou hebben deelgenomen en dus recht heeft op overwerkvergoeding. Het probleem is dat iets dergelijks natuurlijk nauwelijks te bewijzen is voor de werknemer op basis van verklaringen alleen. De werkgever zal daarom inzicht moeten geven in de werkstaten van het overige personeel om vast te stellen of inderdaad sprake is van structureel overwerk. Daarvan zal afhankelijk zijn of en hoeveel werkgever moet gaan betalen aan achterstallig loon.

Werkgevers die niet het volle pond willen betalen voor zieke werknemers kunnen de vergoeding maximeren tot 70% van het verzekerd dagloon mits de CAO daar de ruimte voor geeft. Het is in ieder geval beter om een duidelijke regeling te maken dan te gaan knutselen met overwerkregelingen, bonussen en commissies want voor dat je weet krijg je letterlijk de rekening gepresenteerd.

Bron:
ECLI:NL:GHSHE:2014:4463

Herfst is altijd een merkwaardig jaargetijde. Je weet nooit wat het weer precies gaat doen. De start van november was ongewoon warm met temperaturen tussen de 17 en 22 graden waarbij je prima op het terras kon zitten terwijl de bomen kleurden. Het andere uiterste hebben we ook gehad waarbij de temperatuur nauwelijks boven de tien graden uitkwam en de wind en regen striemend waren. Zo mogelijk vervelender zijn die dagen waarbij je in tijd van minuten overgaat van het ene seizoen naar het andere. Bij legallife hebben we om het leven van jullie aangenamer te maken op een rijtje gezet welke accessoires je nodig hebt om je leven zo aangenaam mogelijk te maken zodat je van de herfst optimaal kunt genieten of zo nodig trotseren.

Paraplu:
Bij herfst horen wind en regen. Je wilt natuurlijk niet dat je perfecte coupe wordt verpest door een enorme hoosbui. Daarom moet je zorgen voor een stevige paraplu die ook tegen de Hollandse wind kan. De ANWB heeft goedkope stormbestendig paraplu’s die betaalbaar zijn. De liefhebber gaat voor de originele stormbestendige paraplu van Senz, een origineel stuk Dutch design dat wel redelijk aan de prijs is maar ook onverslagen in prestaties. Let ook even op dat je het juiste formaat paraplu kiest. Groot genoeg om functioneel te zijn maar niet groter dan nodig.

Zonnebril met lichtgetinte glazen:
Ook in de herfst kan ze de zon nog redelijk fel branden maar het licht gaat al veel meer richting de fletse witblauwe kleur die het heeft in de winter en daarnaast is de intensiteit ook niet zo groot als in de zomer. Het is handig om een zonnebril te hebben die aansluit bij het veranderende licht. Je kunt het natuurlijk net zo duur of goedkoop maken als je zelf wilt variërend van de uitstekende en budgetvriendelijke brillen van Polaroid tot de prijzige modellen van Maui Jim en designermodellen.

Shawl:
Een lichte shawl is perfect voor wanneer de wind aantrekt. Bewaar de dikke zware wollen sjaals voor als het winter wordt en kies voor een dunne fijngebreide shawl waar je jaren lol van hebt. Materialen als merino zijn licht en zeer warm wat ze zeer geschikt maakt voor een shawl.

Dunne handschoenen:
Soms is het net zo koel dat het prettig is om iets aan te trekken maar net te warm voor echt winterse gevoerde handschoenen. Een paar dunne handschoenen is dan een ideale tussenoplossing. Kies voor de optimale verhouding tussen comfort en stijl gebreide wollen handschoenen, rijhandschoenen met een gehaakte achterzijde of ongevoerde leren handschoenen.

Bestuurders van een vennootschap zijn gehouden een administratie te voeren waaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend. Reeds enige tijd bestaat onduidelijkheid over de invulling van het criterium door de jurisprudentie en of de resultaten daarvan wel helemaal in lijn zijn met de wettelijke bepaling. De Hoge Raad geeft in onderhavige zaak verduidelijking.

De feiten:
De curator van de failliete vennootschap FSM heeft de verweerders in cassatie aansprakelijk gesteld voor een faillissementstekort op grond van artikel 2: 248 BW. Deze vordering van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling wordt onderbouwd op grond van artikel 2:10 BW. De curator stelde dat verweerders de zogenaamde boekhoud- of administratieplicht hadden geschonden.

Jurisprudentie en wettelijke bepaling:
In cassatie stelt de curator zich op het punt dat het hof een te beperkte uitleg heeft gegeven aan de boekhoudplicht. Het hof wees de vordering af met het het arrest Brens q.q./Sarper (HR 11 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0994, NJ 1993/713) in de hand. Kernoverweging uit dat arrest heeft geleid tot de volgende Kernoverweging heeft geleid tot volgende standaard in jurisprudentie:

de administratie moet zodanig zijn dat men snel inzicht kan krijgen in de debiteuren- en crediteurenpositie op enig moment en dat deze posities en stand van de liquiditeiten, gezien de aard en omvang van de onderneming, een redelijk inzicht geven in de vermogenspositie.

Volgens de curator omvat de administratieplicht niet slechts het bieden van een snel inzicht in de vermogenspositie maar dient er ook sprake te zijn van een juiste weergave van het vermogen en het resultaat. Door aansluiting te zoeken bij de beperktere liquiditeits- en vorderingsgegevens uit Brens q.q./Sarper zou het hof dit hebben miskend.

Oordeel Hoge Raad:
De Hoge Raad verduidelijkt dat zij in het arrest Brens q.q./Sarper geen van artikel 2:10 BW afwijkende maatstaf heeft geformuleerd, maar slechts geoordeeld heeft dat hetgeen de feitenrechter in die zaak omtrent de betekenis van de (deels gelijkluidende) voorganger van het artikel had overwogen (art. 2:14 (oud)BW), geen blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad heeft dus geen afwijkende maatstaf geformuleerd maar geoordeeld dat de het oordeel van de feitenrechter in cassatietechnische optiek correct was. De klacht faalt

Conclusie:
In de literatuur werd met enige regelmaat gedebatteerd over hoe de formule van de Hoge Raad in het Brens q.q./Sarper arrest moest worden uitgelegd. Meer specifiek ging het daarbij om de vraag of de Hoge Raad een minder breed criterium had geformuleerd dan in de wet stond. De Hoge Raad verschaft met dit arrest duidelijkheid dat de formule slechts in cassatietechnische zin moet worden gezien. Daarmee is in ieder geval weer één vraag beantwoord.

ECLI:NL:HR:2014:2932