Goed nieuws voor wie bezig is met gezinsplanning. Het HvJEU heeft in twee Finse zaken besloten dat het mogelijk is om betaald zwangerschapsverlof op te nemen direct aansluiten op onbetaald ouderschapsverlof.

De feiten:
Deze zaak gaat tussen Finse vakbonden namens twee werkneemsters tegen Finse werkgeversbonden en de desbetreffende werkgevers, over de uitleg van een bepaling in de cao voor de gezondheidszorg, respectievelijk de cao voor de technologiesector. Na een eerste bevalling hebben werkneemsters betaald zwangerschapsverlof gehad. Aansluitend daarop hebben ze onbetaald ouderschapsverlof opgenomen en tijdens dit ouderschapsverlof werden ze wederom zwanger. Ze hebben het ouderschapsverlof onderbroken om nogmaals zwangerschapsverlof op te nemen. In de cao is bepaling opgenomen die als gevolg heeft dat dit tweed zwangerschapsverlof onbetaald is omdat eerst betaald werk moet zijn genoten alvorens je wederom betaald zwangerschapsverlof kunt genieten.

Oordeel en overwegingen van het HvJEU:
Het HvJEU overweegt dat een keuze van een werkneemster om haar recht op ouderschapsverlof uit te oefenen niet zou mogen afdoen aan de voorwaarden voor de uitoefening van haar recht om een ander verlof, in casu zwangerschapsverlof, op te nemen. In casu heeft het opnemen van onbetaald ouderschapsverlof voor een werkneemster die genoopt is om onmiddellijk na dat ouderschapsverlof met zwangerschapsverlof te gaan, noodzakelijkerwijze het verlies van loon tot gevolg.[punt 48]

Een voorwaarde als in de cao dwingt een werkneemster op voorhand af te zien van betaald zwangerschapsverlof op het moment dat zij moet beslissen al dan niet onbetaald ouderschapsverlof op te nemen als zij haar ouderschapsverlof zou moeten onderbreken om onmiddellijk erna met zwangerschapsverlof te gaan. Een werkneemster zou er dus toe worden aangezet om een dergelijk ouderschapsverlof niet te nemen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat een zwangerschap niet altijd een voorzien gebeurtenis is waardoor een werkneemster niet altijd van tevoren kan plannen om deze keus te maken.

Het HvJEU concludeert dat dergelijke bepalingen een werkneemster ervan weerhouden om de beslissing te nemen om haar recht op ouderschapsverlof uit te oefenen, vanwege de gevolgen die een dergelijke beslissing zou kunnen hebben voor een zwangerschapsverlof dat zou aanvangen tijdens dat ouderschapsverlof. Dergelijke bepalingen verzetten zich tegen een nuttige werking van de ouderschapsverlof richtlijn.

Conclusie:
Een cao bepaling als onderhavige is vanuit werkgeversoogpunt volstrekt logisch. Je wilt als werkgever immers graag voorkomen dat diverse soorten verlof aan elkaar geregen kunnen worden waardoor je lange tijd zonder een werknemer zit die in sommige gevallen ook nog doorbetaald moet worden. Aan de andere kant is een volgende zwangerschap lang niet altijd een geplande gebeurtenis waardoor het kan zijn dat je onbedoeld verlof aan één gaat rijgen.

Ook wordt de werkneemster in haar keuzevrijheid belemmerd om een afweging te maken wanneer zij zwanger wil worden. Deze combinatie van factoren maken cao bepalingen als in deze zaak in strijd met de ouderschapsverlof richtlijn aldus het HvJEU. Dit betekent dat we binnenkort waarschijnlijk in diverse cao’s in Europa wat aanpassingen kunnen gaan verwachten.

Bron:
HvJ EU 13/02/2014, zaaknrs. C-512/11 en C-513/11, Terveys- ja sosiaalialan neuvottelujärjestö / Terveyspalvelualan Liitto

Nederlanders hebben altijd de reputatie bijzonder goed te zijn in het maken van stijlblunders die de gemiddelde Italiaan enkele jaren in therapie doen belanden eer ze beeld weer van hun netvliezen hebben gekregen. Nu gaat stijl natuurlijk om het drukken van je eigen stempel op een garderobe en het aanpassen van de mode aan je persoonlijke smaak maar er is echt een ondergrens. Nu gaat het niet om regels die in steen zijn gehouwen maar er zijn wel een aantal kledingcombinaties en gewoontes die vrijwel universeel als afschuwelijk worden beschouwd. Geslacht is daarbij ondergeschikt want zowel mannen als vrouwen maken zich hier schuldig aan. Om te kijken wat de ergste blunders zijn, heb ik een kleine poll gehouden waar alle lezers van de nieuwsbrief op hebben kunnen stemmen. De top vijf is hieronder vindbaar. Wie zich hier schuldig aan maakt moet zich absoluut aangesproken voelen.

De heuptas:
Ja, ik weet dat je mogelijkerwijs op vakantie bent en denkt die heuptas nodig te hebben omdat ze minder makkelijk leeg te roven zijn door het dievengilde. Je moet al je aardse bezittingen om je middel hebben gebonden in een afzichtelijke canvas puist met neonkleuren zodat je handen vrij zijn om die enorme camera te bedienen die om je nek hangt.

Fout, neem het van mij en de maatschappij aan dat niemand een heuptas nodig heeft. Niet alleen ziet er niet uit maar een heuptas werkt ook als een magneet op dieven omdat het nu eenmaal de plaats is waar de meeste mensen hun kostbaarheden bewaren.

Het joggingpak:
Atletische kleding is nuttig als je aan het sporten bent. Ik ben zeer dankbaar voor de enorme technologische vooruitgang die het mogelijk maakt om een persoonlijke top te behalen zonder dat je kleding aan je lijf vastplakt vanwege het zweet. Er zijn echter steeds meer mensen die schijnbaar moeite hebben om de bakker en de sportschool uit elkaar te houden want ik zie steeds mensen in sportkleding op allerlei vreemde plekken opduiken. Tuurlijk, die sportbroek zal best heel veel comfortabeler zijn dan kleding die je over het algemeen naar je werk draagt maar dat is geen excuus om overal buiten werk sportkleding te dragen.

Bewaar de technische en atletische kleding voor als je naar de sportschool onderweg bent of daadwerkelijk aan het sporten bent. Als je gewoon boodschappen gaat doen draag dan op zijn minst iets van een fatsoenlijk paar jeans met een comfortabel shirt of iets dergelijks, dat hoeft echt niet minder comfortabel te zijn en het ziet er vele malen beter uit.

Baseball petjes/Trucker hats:
Zo rond de milleniumwisseling is het eventjes hip geweest om te pas en te onpas baseballpetjes te dragen. Het liefst met een dikke voering, een ironisch bedoelde tekst erop geborduurd en de klep lichtelijk naar de zijkant wijzend. Als je de zon uit je ogen wilt houden, draag dan een stijlvolle zonnebril. We hebben hier echt geen klimaat die het gebruik van een dergelijke monstruositeit kan rechtvaardigen. Begraaf dus alsjeblieft die lelijke dingen totdat de volgende generatie hipsters ergens in 2040 weer de denkt dat het een fantastisch idee is.

Afzakkende broeken:
Heren, je bent geen gangster en dames het is niet sexy. Waar gaat het nou helemaal over? Ben je aan het oefenen voor een evenwichtsnummer en helpt het lopen met de broeksband op de knieën daarbij? Misschien is het gewoon simpelweg exhibitionisme. Het interesseert ook eigenlijk niet want het ziet er niet uit. In de woorden van rapper Gen. Larry Platt die hier een onverwachtse hit mee had: “Looking like a fool with your pants on the ground … Call yourself a cool cat, looking like a fool.” En zo is het maar net.

Crocs:
De trouwe Converse All-Star (beter bekend als “Chucks”) is een zeldzaam voorbeeld van een schoen die echt nooit van de mode-radar verdwenen is. Dat is best een prestatie aangezien ze al sinds 1917 bestaan. Het grootste succes hebben ze te danken aan het comfort en dit is precies ook het argument wat gebruikt wordt om het hebben van Crocs te verdedigen.

Het zal best dat ze comfortabel zijn maar Chucks zijn echte schoenen en crocs zijn een paar geperforeerde klompen van schuim en rubber. Ik begrijp en respecteer dat ze worden gedragen in ziekenhuizen en verzorgingstehuizen, er geldt een carte blanche wanneer het vanuit professioneel oogpunt wenselijk of noodzakelijk is. Elke andere reden om deze monstruositeiten aan te trekken is onvergeeflijk. Maak dan de Oompa-Loompa look meteen compleet door jezelf oranje te verven, een witte overal aan te trekken en je haar groen te verven.

Gewoonlijk als een rechter iemand wil motiveren om iets niet te doen, wordt het middel van de dwangsom gehanteerd. Ga je dan toch tegen de rechter in dan moet je de dwangsom alsnog betalen. Geldt dit echter ook als ondanks goede bedoelingen de veroordeelde er niet in slaagt zich aan het vonnis te conformeren? In de Quote-zaak oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat dit niet het geval is.

De feiten:
Quote is in 2009 in kort geding veroordeeld om een artikel over een vastgoedhandelaar van de website te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom. Zo geschiedde totdat drie jaar later een nieuwe website wordt ingevoerd. Door een technische fout is het artikel weer in te zien. De vastgoedhandelaar ziet dit en eist onmiddellijk het maximum aan verbeurd verklaarde dwangsommen op. Quote start een kort geding en vraagt de rechter de vastgoedhandelaar te verbieden de dwangsommen te executeren. In het kort geding krijgt Quote gelijk, de vastgoedhandelaar gaat hiermee niet akkoord en hoger beroep volgt.

Oordeel en overwegingen van het hof:
Het hof toetst of Quote voldoende inspanning en zorgvuldigheid heeft betracht om het artikel offline te krijgen en te houden. En passant vermeldt het hof ook dat dit de toetsingsgrond is die voor een beroep artikel 611d Rv. Dat heeft in dit geval verder geen gevolgen.

Het hof onderzoekt hoe het in 2009 door de voorzieningenrechter gegeven bevel moet worden uitgelegd. Het doel was dat het publiek geen kennis meer kon nemen van het artikel. Het hof is van oordeel dat het gegeven rechterlijk bevel naar redelijke uitleg geen betrekking heeft op het weer zichtbaar worden van het artikel door een technisch mankement, omdat van een “ echte publicatie” op 4 november 2012 geen sprake was en dus evenmin van een niet meer “gestaakt houden” van “publicatie”. Het hof gaat uit van een technische fout die Quote niet valt aan te rekenen. Weliswaar het is onmiskenbaar dat door de gemaakte technische fout het artikel toch weer online kwam, maar dat impliceert niet dat met het bevel tevens is beoogd in een dergelijke situatie Quote te straffen met een dwangsom.

Het hof weegt daarbij mee dat het gerechtelijke bevel uit 2009 stamt en dat Quote onmiddellijk aan het vonnis heeft voldaan en publicatie gedurende 3 jaar gestaakt heeft gehouden alsmede dat zij er niet op bedacht was dat een wijziging van haar website-software ook gevolgen zou kunnen hebben voor het kunnen raadplegen van artikelen die in het verleden voor het publiek ontoegankelijk zijn gemaakt. Dit is uiteindelijk het gevolg van een combinatie van ongelukkige menselijke fouten en niet van opzet van (een aantal) medewerkers.

Het hof bekrachtigd het vonnis van de kortgedingrechter (het tweede kort geding) en Quote hoeft geen dwangsommen te betalen.

Conclusie:
De redelijkheid is vervlochten met de Nederlandse rechtspraak en het Nederlandse wetboek. Als je een bevel krijgt op straffe van een dwangsom dan zal men zich daar aan moeten houden anders kost het geld. Dit kan anders zijn als het je redelijkerwijs niet valt aan te rekenen dat je niet aan het bevel hebt voldaan. Daarbij wordt scherp gekeken naar de omstandigheden van het geval. Hier wordt een gunstig oordeel gegeven voor Quote mede omdat zij al drie jaar aan het bevel hebben voldaan en het een stomme combinatie van menselijke fouten die er voor zorgde dat het artikel toch weer gedurende een aantal dagen zichtbaar was. Het hof acht het simpelweg niet redelijk om Quote dat aan te rekenen omdat daarmee het doel van het bevel voorbij geschoten wordt.

Bron:
Gerechtshof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2014:170

Wie graag de ‘court room drama’s’ kijkt op televisie ziet altijd dat er gigantische bedragen aan schadevergoedingen die in de V.S. worden toegekend. In Nederland zal dat zo’n vaart niet lopen omdat hier het uitgangspunt is dat slechts de schade wordt vergoed die daadwerkelijk geleden is. Het lastigste element daarbij is de immateriële schade omdat deze bijzonder lastig op geld te waarderen is. Dit in tegenstelling tot de zogeheten punitive damages, laten we het straffende schadevergoeding noemen, die in de V.S. worden toegekend. Deze damages kunnen in de miljoenen lopen.

Schadevergoeding in NL:
Onderhavige zaak illustreert de wijze waarop in Nederland met schadevergoeding wordt omgesprongen. Het betreft hier het vervolgvonnis op de zaak van het plaatsen van de naaktfoto’s en video’s van een bekende actrice op internet. In nieuwsbrief 10 is het tussenvonnis behandeld waarin werd vastgesteld dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld. Door de handelswijze van gedaagde is eiseres aangetast in haar goede naam en eer. Voorts is er een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Dit geldt temeer daar eiseres destijds een bekende televisiepersoonlijkheid was en derhalve bekend was bij een breed publiek.

Thans gaat het over de vaststelling van de hoogte van de geleden schade. De claim die voorligt bestaat uit materiële schade van € 334.450,- bestaande uit onder meer inkomensschade en kosten voor een psycholoog en € 25.000,- aan immateriële schade.

De rechtbank wijst de materiële schade af. Zij acht het causaal verband met het onrechtmatig handelen van gedaagde, alsmede de omvang van de schade onvoldoende onderbouwd. Zo zijn de kosten voor psycholoog pas opgekomen in 2012 en 2013 terwijl het incident in 2007 plaatshad. De inkomensschade die geclaimd wordt bestaat uit weinig meer dan een lijst van bedragen, er is geen nadere onderbouwing met financiële stukken.

De rechtbank acht een immateriële schadevergoeding ter grootte van € 3.000,- toewijsbaar. Van belang is daarbij dat ernstige inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van eiseres. De rechtbank hecht hierbij waarde aan het feit dat eiseres een bekend persoon was.

Conclusie:
Er wordt een relatief laag bedrag aan schadevergoeding toegekend. We gaan dus niet binnenkort naar de ‘Amerikaanse toestanden’ die bij tijd en wijle weer eens in de belangstelling staan. Sowieso zou voor dergelijke gigantische schadevergoedingen eerst de wet aangepast moeten worden dus we zullen het in ieder geval niet binnenkort in Nederland gaan meemaken dat er miljoenen aan schadevergoedingen worden toegekend.

Wellicht zal er nog een hoger beroep volgen. Als de component inkomensschade beter wordt onderbouwd, zou dat misschien nog een materiële schadevergoeding op kunnen leveren. De gevorderde schadevergoeding voor psycholoog zou naar mijn verwachting ook in hoger beroep niets opleveren. Er is simpelweg teveel tijd verstreken tussen het eerste publiceren van het materiaal en de gang naar de psycholoog waardoor het causaal verband praktisch volledig weg is.

Tot slot is er nog een opvallend verschil met een soortgelijke zaak welke vorig jaar speelde rondom het model Ancilla Tilia. Ook van haar werd ongeoorloofd materiaal gepubliceerd. Hier werd echter een veel hoger bedrag uitgekeerd van € 100.000,- mede omdat hier naast schadevergoeding ook een beroep werd gedaan op inbreuk op auteursrecht en portretrecht. Opvallend genoeg is dat in deze zaak niet gedaan, waardoor mogelijkerwijs een stuk schadevergoeding is misgelopen.

Bron:
ECLI:NL:RBNNE:2014:2592
ECLI:NL:RBAMS:2013:4771 (zaak betreffende Mw. Tilia)