We hebben in Nederland een vrije markteconomie waarbij in beginsel het toegestaan is om keihard met elkaar te concurreren en ongelimiteerd klanten en personeel van je concurrenten af te snoepen. Wanneer de grenzen van het redelijke en maatschappelijk acceptabele worden overschreden dan spreken we van oneerlijke concurrentie. Als je als ex-dga voormalige klanten en personeel gaat benaderen dan kan dit oneerlijke concurrentie opleveren zoals blijk uit onderhavige zaak.

De feiten:
Gedaagde was tot het faillissement dga van Confesso B.V. TMI, de eiser, heeft in het kader van een doorstart de activa van de gefailleerde vennootschap overgenomen waaronder het personeel. Tot aan het faillissement was Confesso een directe concurrent van TMI. De ex-dga van Confesso begon vervolgens direct met het benaderen van de overgenomen werknemers als voormalig klanten van Confesso om bij hem in dienst te treden c.q. zaken te doen met zijn nieuw op te richten bedrijf Excellus.

Zo geschiedt ook daadwerkelijk en enkele werknemers stappen over van TMI naar Excellus. Zij worden geplaatst bij dezelfde werkgevers waarbij zij daarvoor door Confesso geplaatst waren. Allicht was eiser hier niet blij mee en in kort geding wordt dan ook gevorderd dat de ex-dga met zijn praktijken stopt.

Oordeel en overwegingen van de rechter:
De rechter stelt voorop dat TMI c.s. en Excellus opereren in een vrije markt, waarbinnen concurrentie is toegestaan. Het is in beginsel geoorloofd dat een marktpartij medewerkers en/ of klanten van een andere marktpartij overneemt. Het is inherent aan een vrije markt dat dergelijke praktijken financieel voor- c.q. nadeel oplevert voor de ene of andere partij. De vrijheid om op deze manier te handelen is echter niet onbeperkt en onder omstandigheden kan daarom sprake zijn van onrechtmatig handelen.

In dit geval is kenmerkend dat Excellus is opgericht door de voormalig dga van Confesso. In het licht daarvan kan van ongeoorloofd handelen sprake zijn indien namens Excellus de door TMI c.s. van Confesso overgenomen medewerkers worden benaderd. Hetzelfde geldt voor opdrachtgevers die klant waren van Confesso.

Van onrechtmatig handelen is sprake als Excellus bewust gebruik maakt door ex-dga opgedane kennis, ervaring en contacten en daarbij ten eerste voordeel behaalt en ten tweede daardoor nadeel toebrengt aan TMI bestaande uit verminderd rendement op de investering in de overname van Confesso. De rechter acht het voldoende aannemelijk dat aan deze voorwaarden is voldaan. Het is daarbij van doorslaggevend belang dat de ex-dga direct na het faillissement is begonnen met het contacteren van oud-werknemers en voormalig klanten.

Op straffe van een dwangsom wordt Excellus vervolgens verboden gebruik te maken van de diensten van ex-werknemers van Confesso.

Conclusie:
We hebben een vrije markt economie waarbij het in beginsel is toegestaan om met andere marktpartijen te concurreren om de gunsten van goede werknemers, opdrachtgevers, klanten enzovoorts. Het is inherent aan dit systeem dat daarbij sommige partijen voordeel halen en andere nadeel ondervinden.

Het wordt echter oneerlijke concurrentie als je als ex-dga van een gefailleerde vennootschap direct werknemers en klanten gaat proberen weg te halen bij een firma die bij wijze van doorstart activa overkoopt en daar ook voor betaalt. Je zit dan op oneerlijke wijze andermans investering te ondergraven. In een dergelijk geval zul je moeten stoppen op straffe van een dwangsom.

Overigens is de kous daarmee nog niet af want er is in deze zaak ook al een voorschot op een schadevergoeding toegewezen voor reeds geleden schade door de praktijken van de ex-dga. De uiteindelijke hoogte van de schadevergoeding zal nog moeten worden vastgesteld (in minnelijke schikking of bodemprocedure).

Bron:
Rechtbank Noord-Holland ECLI:NL:RBNHO:2013:7988

Bowers en Wilkins is één van de meest bekende name in de wereld van muziekliefhebbers. De P5 hoofdtelefoon draait zowel om superieure audio als om superieure luxe en daar hangt best een prijskaartje aan. Desalniettemin is iedereen die een P5 op heeft gehad razend enthousiast en het wordt één van de beste hoofdtelefoons aller tijden genoemd. Kan de P5 deze belofte inlossen?

Uiterlijk en specs:
bw-p5-headphones

Model On-ear
Open/Gesloten Gesloten
Transducer type Dynamisch mylar membraan, neodymium magneet
Speaker formaat 40 mm
Gevoeligheid 115 dB/V bij 1 kHz
Impedantie 26 Ω
Gewicht 195 g.
Maximum input vermogen 50 mW
Kabeltype Recht
Snoerlengte 1,2 meter
Afstandsbediening geïntegreerd Ja
Aansluiting 3.5 mm jack plug, verloop naar 6.35 mm meegeleverd
Adviesprijs € 299,-

Het is al smullen zodra je de doos in handen krijgt. De verpakking verraadt dat het om een uitermate stijlvol product gaat. De presentatie doet denken aan de beroemde verpakkingen van Apple. Als je de doos opent dan zie onmiddellijk de hoofdtelefoon met de metalen oorschelpen naar je toe gekeerd die stevig ingebed ligt.

In de doos vind je tevens een luxe opbergzak, een cd met opnames die het uiterste van het muzikale kunnen van de P5 laat laat horen, een verloopstekker naar 6,3 mm en alternatieve aansluitkabel zonder afstandsbediening. De hoofdtelefoon wordt namelijk geleverd met een kabel met een afstandsbediening voor iPod geïntegreerd. Dit maakt dan ook meteen duidelijk dat de P5 een product is wat gericht is op mobiel gebruik. Mede met het oog op het mobiele gebruik is de lengte van de kabel beperkt tot 1,2 meter. Dit is ruimschoots voldoende als je een mp3-speler in je jas hebt zitten maar bij stereo thuis heb je wel een verlengkabel nodig.

Als je geen iPod hebt dan kun je met behulp van de bijgeleverde handleiding de kabel vervangen voor een exemplaar zonder afstandsbediening. Het duur eventjes want je moet de oorschelp waar de kabel in zit gedeeltelijk demonteren maar het proces is simpel en pijnloos. Je zult niet snel iets verkeerd doen en slopen.

Bouwkwaliteit:
Voor een bedrag van 300 euro verwacht je natuurlijk wel wat van een hoofdtelefoon. De P5 stelt gelukkig niet teleur. Er is voor de constructie gebruik gemaakt van relatief lichte materialen, waarbij gekozen is voor luxe opties. De hoofdbeugel is van verchroomd RVS en voorzien van een dikke omhulling van schapenleer. De oorschelpen zijn stevig en slim in alle richtingen scharnierend aan de beugel zijn gemonteerd. Voor de oorkussens is eveneens gebruik gemaakt van zacht schapenleer. De hoofdtelefoon is voor het overgrote deel van metaal gemaakt en er is zo min mogelijk plastic gebruikt. Dit zorgt er voor dat de P5 zeer stevig is maar niet bepaald de lichtste ‘mobiele’ hoofdtelefoon.

Gebruiksgemak:
Hoewel de hoofdtelefoon vrijwel geheel van metaal is gemaakt, is dat in de praktijk absoluut geen probleem. Het is opvallend hoe goed de hoofdtelefoon omgevingsgeluid onderdrukt. De Shure SRH-440 wordt met gemak geëvenaard hoewel dat een circumauraal model is. De P5 presteert dat ook nog zonder erg stevig te klemmen, andere on-ear modellen worden nog wel eens afgesteld als een bankschroef voor op je hoofd en dat is beslist oncomfortabel. De P5 wandelt daarmee precies op de juiste wijze over het slappe koord tussen draagcomfort en `intimiteit` van de geluidservaring.

Zoals bij veel hoofdtelefoons kun je af en toe wel eventjes last krijgen van het warme oren gevoel. Dit is bij de on-ears zoals de P5 wel wat minder erg dan over-the-ears zoals de Shure. Dankzij de zachte lederen oorkussen voelde ik echter nooit echt klamme oren en aangezien dit verschijnsel alle koptelefoons plaagt, til ik er niet zwaar aan bij de P5.

Geluidskwaliteit:
Het geluid dat de P5 produceert is krachtig en met autoriteit zonder scherp te zijn. Je kunt het volume dus behoorlijk opendraaien zonder dat het blikkerig of oncomfortabel wordt voor het gehoor. Gezien de uitstekende onderdrukking van geluid van buiten is deze neiging echter prima in de hand te houden. De lage tonen zijn krachtig en neutraal hoewel ik graag wat meer contour had gehad. Het verschil tussen verschillende soorten bassen is echter prima hoorbaar dus het is geen probleem. De nadruk lijkt te liggen op de middentonen die rijk van detail zijn en ronduit warm klinken. De hoge tonen zijn goed hoorbaar zonder scherp te zijn en gaan niet ‘kwetteren’ ook als je het volume wat verder opdraait. Ze zijn echter beslist niet ragfijn en missen af en toe wat gelaagdheid.

Kijkend naar het totaalplaatje zijn er hoofdtelefoons die beter presteren over de hele linie maar dan hebben we het over professionele modellen die vele malen duurder zijn of niet gemaakt voor mobiel gebruik. Het is de combinatie van een hoofdtelefoon voor mobiel gebruik die ook nog zeer goed klinkt over de hele linie die de P5 zo uniek maakt. Naar mijn mening is er niets dat een dergelijke kwalitatief hoge coherente soundstage levert in een vergelijkbaar product.

Conclusie:
De bottom line is dat de P5 momenteel waarschijnlijk de beste hoofdtelefoon op de markt is voor mobiele toepassingen. Het draagcomfort is fantastisch, de bouwkwaliteit goed en het geluid subliem en coherent. Het design is zoals we van Bowers en Wilkins gewend zijn nogal uitgesproken. Je zult het fantastisch vinden of fantastisch lelijk.

De prijs zal voor de meesten het grootste struikelblok zijn. Als je veel reist en een audioliefhebber bent, dan is de investering te rechtvaardigen. Zit je echter meestal thuis bij de stereo dan zijn er modellen verkrijgbaar die geschikter zijn.

Eindelijk is de Nederlandse geschriftenbescherming voor databanken om zeep geholpen door de Hoge Raad en dat heeft nogal wat voeten in aarde gehad.

De hele zaak begon met het conflict tussen PR Aviation en Ryanair. PR Aviation biedt via internet de mogelijkheid om vluchtgegevens te zoeken en prijzen te vergelijken waarna direct via de site geboekt kan worden met bemiddeling van PR Aviation. PR Aviation rekent daarvoor zeven euro bemiddelingskosten en biedt meteen de mogelijkheid aan een annuleringsverzekering af te sluiten. Ryanair vond dat PR Aviation inbreuk maakt op haar databankenrecht op de vluchtgegevens en op de auteursrechtelijke geschriftenbescherming. De zaak is nog niet geheel afgedaan en de Hoge Raad heeft een prejudiciële vraag gesteld aan het HvJEU maar het meest interessante aspect is dat eindelijk de geschriftenbescherming voor databanken afgeschaft is.

Voor de achtergrond van het probleem moeten we eventjes terug naar de Databankenrichtlijn die al lang correct geïmplementeerd had moeten zijn in de nationale regelgeving. Volgens de definitie van die richtlijn wordt een databank (zoals gedefinieerd in die richtlijn) beschermd als er sprake is van een eigen intellectuele creatie van de maker, dit wordt ook wel het oorspronkelijkheidscriterium genoemd. Dit botst natuurlijk met de geschriftenbescherming welke juist bescherming biedt aan onpersoonlijke geschriften.

Bij de implementatie in Nederland zijn de eisen voor sui generis bescherming van databanken en de definitie van databank door elkaar geraakt. Meer specifiek gaat het om het aspect van de substantiële investering. Voor de databank zoals gedefinieerd in de Europese richtlijn is dit geen vereiste maar in de Nederlandse wet is deze wel toegevoegd aan de definitie. Daar werd de gedachtegang aan gehangen dat dataverzamelingen waarin niet substantieel was geïnvesteerd niet onder de wettelijke definitie van databank vielen en dat daarom het oorspronkelijkheidscriterium niet gold voor deze dataverzamelingen. Het gevolg is dat de geschriftenbescherming in Nederland geldt voor dataverzamelingen waarin niet substantieel is geïnvesteerd terwijl dit eigenlijk helemaal niet de bedoeling is.

De Nederlandse situatie wringt eens te meer nu in maart 2012 het Football Dataco arrest is gewezen door het HvJEU. Daar is onomstotelijk in vastgesteld dat databanken slechts dan bescherming genieten wanneer is voldaan aan het oorspronkelijkheidscriterium. Er staat al een wetswijziging in de stijgers om deze situatie te repareren maar de Hoge Raad reduceert dit tot een formaliteit.

Het hoogtepunt van het vonnis zijn de overwegingen 3.5.1. & 3.5.2.:

3.5.1
In het oordeel van het hof ligt besloten dat de gegevensverzameling (hierna ook: de databank) van Ryanair niet aan dit oorspronkelijkheidscriterium voldoet, hetgeen in cassatie niet is bestreden. Daarom heeft Ryanair geen belang bij de klachten van onderdeel 1.
De rechter dient immers zijn nationale recht zoveel mogelijk uit te leggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de relevante richtlijn (HvJEU 10 april 1984, C-14/83, Jur. p. 1891 (Colson) en HvJEU 13 november 1990, C-106/89, Jur. p. I-4135, NJ 1993/163 (Marleasing)). Indien het onderdeel tot vernietiging zou moeten leiden, zou het verwijzingshof daarom tot geen ander oordeel kunnen komen dan dat het beroep van Ryanair op art. 10 lid 1 onder 1° Aw, geen doel kan treffen, in aanmerking genomen
– dat niet is gebleken dat de Nederlandse wetgever bij de implementatie van de Databankenrichtlijn in ons nationale recht iets anders voor ogen heeft gestaan dan een getrouwe omzetting daarvan,
– dat art. 10 lid 1 onder 1° Aw mede is gebaseerd op de veronderstelling dat de daarin bedoelde “andere geschriften” vatbaar zijn voor auteursrechtelijke bescherming, en
– dat databanken die niet aan het oorspronkelijkheidscriterium voldoen, zoals de onderhavige, blijkens de hiervoor in 3.4.3 aangehaalde uitspraak van het HvJEU niet vatbaar zijn voor auteursrechtelijke bescherming.

3.5.2
Het rechtszekerheidsbeginsel en de onwenselijkheid van wetsuitleg contra legem kunnen hieraan niet afdoen. De formulering van art. 10 lid 1 onder 1° Aw laat de hier bedoelde uitleg immers toe. Aan de bedoeling van de wetgever om de geschriftenbescherming voorshands te handhaven, komt bij de uitleg van de onderhavige bepaling geen overwegende betekenis toe. Dit is reeds het geval omdat – zoals hiervoor in 3.4.2 is overwogen – niet is gebleken dat de Nederlandse wetgever bij de handhaving van de geschriftenbescherming heeft willen afwijken van datgene waartoe de Databankenrichtlijn hem verplichtte, in samenhang met de omstandigheid dat de wetgever van de onjuist gebleken veronderstelling uitging dat de geschriftenbescherming buiten het bereik van de Databankenrichtlijn viel.

Als we dit stuk tekst condenseren dan blijven een aantal bepalende elementen over:

  • De rechter dient zijn nationale recht zoveel mogelijk uit te leggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de relevante richtlijn
  • De wetgever heeft een fout gemaakt bij de implementatie van de richtlijn en uit niets blijkt dat dit bewust is gedaan.
  • Artikel 10 lid 1 onder 1° Auteurswet is mede gebaseerd op de veronderstelling dat de daarin bedoelde “andere geschriften” vatbaar zijn voor auteursrechtelijke bescherming
  • databanken die niet aan het oorspronkelijkheidscriterium voldoen zijn niet vatbaar voor auteursrechtelijke bescherming.
  • Deze wetsuitleg is niet contra legem en er is evenmin strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De formulering van art. 10 lid 1 onder 1° Aw laat deze uitleg gewoon toe.

Daarmee is nu eindelijk een einde gekomen aan de geschriftenbescherming voor databanken in Nederland. De Hoge Raad neemt daarmee een voorschot op de wetswijziging waardoor deze eigenlijk nauwelijks meer van belang is in praktisch opzicht.

Bron:
Hoge Raad ECLI:NL:HR:2014:88

Er is vaak onduidelijkheid en debat over de vraag of beelden van verdachten nu wel of niet op internet mogen worden getoond door de politie. Als deze afweging niet correct wordt gemaakt kan dat leiden tot een vormverzuim onder art. 359a Sv wat tot bewijsuitsluiting of strafvermindering aanleiding kan geven en dat is iets wat je graag wilt voorkomen. De Hoge Raad heeft in een recente uitspraak beslist dat de huidige wettelijke regelingen kunnen dienen als basis voor het publiceren van beelden op internet.

De feiten:
Op 4 december 2011 werd er gereld bij stadion De Galgenwaard te Utrecht tijdens en na een voetbalwedstrijd tussen FC Utrecht en FC Twente. Om de identiteit van enkele relschoppers vast te stellen zijn stills van camerabeelden van verdachte openbaar gemaakt, onder andere via de internetsite politie.nl. Naar aanleiding daarvan heeft de verdachte zich gemeld bij de politie omdat hij zichzelf herkende als de afgebeelde persoon. De verdachte is vervolgens veroordeeld wegens, kort gezegd, ‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen’.

Bij het hof:
Artikel 2 van de Politiewet 1993 geeft de politie de bevoegdheid handelingen te verrichten die de in die bepaling aan haar opgedragen taak meebrengt. Dit artikel heeft een heel algemene taakomschrijving wat in combinatie met artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering als wettelijke grondslag afdoende is om het tonen van beelden van verdachte op internet te rechtvaardigen.

Daar komt nog bij dat het de gebruikte opsporingsmethode niet disproportioneel was nu de politie geen andere opties meer had. Eerdere oproepen in de pers aan verdachte(n) om zich te melden leverden niets op en er hebben zich geen getuigen gemeld. Ten slotte speelt de aard van de verdenking een rol.

Oordeel en overweging van de Hoge Raad:
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat art. 2 Politiewet 1993 in samenhang met art. 141 en 142 Sv als wettelijke basis kan dienen voor het tonen van een of meer foto(’s) van de verdachte op internet. Het oordeel komt er op neer dat het plaatsen van de camerabeelden van de verdachte op internet onder deze omstandigheden niet in strijd is met beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Derhalve was het niet onrechtmatig de beelden op internet te plaatsen. In het verlengde hiervan is er geen vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv dat tot bewijsuitsluiting of strafvermindering aanleiding kan geven. Mede gelet op hetgeen als verweer is aangevoerd, is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en behoeft het geen nadere motivering.

Conclusie:
De Hoge Raad bevestigt dat art. 2 Politiewet 1993 in samenhang met art. 141 en 142 Sv als wettelijke basis kan dienen voor het tonen van beelden van verdachten op internet. Voorwaarde hiervoor is wel dat voldaan is de vereisten van de proportionaliteit en subsidiariteit, anders kan er alsnog sprake zijn van vormverzuim met alle vervelende gevolgen van dien.

Bron:
Hoge Raad ECLI:NL:HR:2014:23

Meer dan eens is mij door studenten gevraagd of ze beter kunnen kiezen voor een iPhone met iOS of voor één van de vele Android alternatieven van andere fabrikanten. In dit artikel zal ik een aantal overwegingen geven die kunnen helpen bij het nemen van een beslissing. Je behoeftes en wensen dicteren voor een aanzienlijk gedeelte wat de beste keus voor je is.

Android:
Android is een opensource besturingssysteem voor mobiele telefoons, tablet-pcs en nog veel meer. Het is gebaseerd op de Linuxkernel en het Java-platform om te programmeren. Opensource betekent dat de broncode vrij beschikbaar is en iedereen vrij is om er aanpassingen aan te maken. Dit maakt het een aantrekkelijk besturingssysteem voor veel telefoonfabrikanten om aan te passen en op een smartphone te schuiven. De ‘kale versie’ van Android is vrijwel alleen op Google’s eigen Nexus toestellen te vinden. Bekende fabrikanten die een andere grafische schil over het besturingssysteem leggen, genaamd een UI ofwel User Interface, zijn onder meer Samsung met TouchWiz en HTC met Sense.

Omdat Android vaak in verregaande mate wordt aangepast zijn er vrijwel geen twee Androidtoestellen die gelijk zijn. De kern van Android blijft echter in de meeste gevallen gelijk en omdat Android Open Source is zijn er veel partijen die allerlei interessante en leuke tweaks maken. Zeker voor degene de technisch handig is en/of graag verregaande controle over zijn smartphone heeft, is Android de meest voor de hand liggende keuze. Het is mogelijk om elk detail van je smartphone in te stellen en het is zelfs mogelijk om diep in de basis van het systeem te gaan sleutelen en functies toe te voegen of te verwijderen.

Omdat het systeem afkomstig is van Google, is de integratie met Google diensten voortreffelijk. Dit is natuurlijk met name interessant als je gebruik maakt van Gmail voor je e-mail en Google Agenda voor je digitale agenda.

iOS:
Het mobiele besturingssysteem van Apple is iOS voor de iPhone, iPad, iPod touch en Apple TV. Aanvankelijk is het slechts gemaakt voor de iPhone maar later ook uitgebreid naar andere apparaten. In tegenstelling tot Android is iOS geen opensource systeem en Apple houdt de broncode stevig in handen. iOS is dan ook alleen maar verkrijgbaar op Apples eigen apparatuur.

Dit betekent dat het besturingssysteem altijd gelijk is ongeacht welke iPhone je aanschaft (verschillen tussen de opeenvolgende generaties van het besturingssysteem daargelaten). Dit verschaft Apple enorm veel controle over het systeem wat vertaald wordt naar een bijna naadloze gebruikerservaring over de verschillende apparaten van Apple zoals de Mac(book) en Apple TV. Een iPhone komt dan ook het best tot zijn recht op het moment dat je meerdere producten van Apple hebt. Middels iCloud verschijnen bijvoorbeeld contacten die je toevoegt op de iPhone onmiddellijk ook in het adresboek van je Mac.

Het gevolg van het gesloten systeem van Apple is wel dat er veel minder aan valt te passen aan de telefoon dan met Android het geval is. Dit weerhoudt enkelen er overigens niet van om het toch te proberen wat resulteert in zogeheten jailbreaks die soms goed en soms minder goed werken. Als je niet van plan bent om te knutselen aan de telefoon of ieder detail wilt regelen dan is een iPhone een prima keuze. Ze zijn stabiel, uitermate voorspelbaar en nemen je een gedeelte van het werk uit handen wat je bij Android zelf moet regelen.

Andere overwegingen:
Natuurlijk zijn we er hiermee nog niet. Naast de algemene karakteristieken die bepaald worden door de opzet van het besturingssysteem zijn er ook nog andere overwegingen die een rol (kunnen) spelen. Ik zal er hieronder een aantal van bespreken.

Budget:
De bovenkant van de smartphonemarkt wordt gekenmerkt door gepeperde prijzen. iPhones bevinden zich helemaal aan de bovenkant qua prijs en zijn vaak duurder dan Android tegenhangers die vergelijkbare functionaliteit bieden. Android smartphones zakken ook vaak sneller in prijs dan iPhones. Als je met een kleiner budget zit dan vallen iPhones sowieso af aangezien Android telefoons in werkelijk elke prijscategorie verkrijgbaar zijn met een startbedrag vanaf ongeveer 100 euro.

Dit is het meest relevant wanneer je een smartphone los koopt en er dan een sim-only abonnement bij doet. Als je een telefoon ‘krijgt’ bij je abonnement dan lopen iPhones en de duurdere Android toestellen qua prijs uiteindelijk vaak niet ver uiteen.

Apps:
Als je een smartphone aanschaft dan ga je er vanzelfsprekend apps op zetten. De meest populaire apps zijn voor ieder besturingssyteem verkrijgbaar. Facebook, Twitter, Whatsapp etc. zijn allen verkrijgbaar voor zowel iOS als Android. Het loont om te kijken of er apps zijn die je graag wilt hebben en slechts voor één van beide systemen vekrijgbaar zijn. Als ik eventjes binnen het vakgebied van rechten kijk, dan zie ik geen apps die voor mij een doorslag geven voor het ene of het andere besturingssysteem. Wel is het zo dat er voor iOS meer apps verkrijgbaar zijn die rechtenstudenten misschien interessant vinden zoals het prima naslagwerk hetRecht, opMaat en BoomBasics.

Tweaks:
Hoe meer je aan de smartphone wilt kunnen instellen hoe meer je richting Android gedreven zult worden. Sommige functies die je graag wilt zul je misschien kunnen toevoegen aan iOS middels apps maar de control-freak en zeker de tweakers zullen al snel richting Android kijken. Voor mij was dit de doorslaggevende reden om enkele jaren geleden voor een Android smartphone te kiezen (al heb ik nog steeds een iPod touch om apps te kunnen testen.) Het gebrek van een goed notificatiecentrum met toggles voor meestgebruikte functies, het feit dat ik het uiterlijk verregaand wil aanpassen aan mijn eigen smaak en het gebruik van widgets, maakt Android voor mij vele malen geschikter.

Accessoires:
Voor zowel de iPhone als voor Android toestellen zijn veel accessoires verkrijgbaar al zijn er voor de iPhone nog altijd meer verschillende accessoires verkrijgbaar dan voor Android toestellen. Dat heeft ook te maken met het feit dat ontwikkelen voor de iPhone aantrekkelijker is omdat er niet veel verschillende varianten zijn waarmee met je een investering in één keer toegang hebt tot een aanzienlijk gedeelte van de markt.

De basisaccessoires zoals koptelefoons, hoesjes en kabels zijn altijd voor zowel Android toestellen als iPhones goed verkrijgbaar alleen zijn de iPhone accessoires wel altijd aanmerkelijk duurder dan de accessoires voor Android. Dat is niet per se erg maar wel iets om rekening mee te houden.

Connectiviteit en synchronisatie:
Je merkt aan Android dat het gebaseerd is op Linux. Android kan werkelijk overal mee verbinden en het delen van gegevens is ook vaak makkelijker dan bij Apple. Bij de presentatie van iOS 5 was Twitter-integratie groot nieuws. Daarna werd iets voor iOS 6 Facebook-integratie aangekondigd alsof het de uitvinding van het jaar was. Op Android is alles met alles geïntegreerd, wat betekent dat je foto’s, applicaties, bestanden – wat je maar wilt – deelt met elk programma dat een deelfunctie heeft. De veelzijdigheid van de deelfunctie in Android is natuurlijk wel afhankelijk van welke apps je hebt geïnstalleerd. Je kunt een foto niet delen naar Instagram als je de Instagram-app niet hebt geïnstalleerd.

Ook in fysiek opzicht is de connectiviteit van Android-toestellen gemakkelijker. Ze worden over het algemeen aangesloten via micro-usb en als ze mogelijkheid bieden om TV’s of beeldschermen aan te sluiten is dat vrijwel altijd micro-HDMI. Voor een iPhone heb je een speciale verloopkabel nodig van de lightning connector naar het type aansluiting wat je wil gebruiken.

Tot slot is ook de synchronisatie bij Android veelzijdiger, hoewel niet noodzakelijkerwijs beter. Bij veel Androidtoestellen kun je het geheugen gemakkelijk uitbreiden middels een micro-SD kaartje en op het moment dat je bestanden wilt uitwisselen met een pc dan werkt dat net als bij een USB-stick. Kabeltje erin en je kunt via een bestandsverkenner bestand van en naar de gewenste map verplaatsen en kopiëren. Bij Apple kun je bepaalde bestanden die alleen zelf hoeft te hebben synchroniseren via iCloud. Andere bestanden heb je het snelst losgeweekt via een reguliere clouddienst die gewoon alles accepteert zoals Google Drive.

Mijn afweging:
Er wordt mij ook vaak gevraagd waarom ik voor Android kies en of dat betekent dat ik iOS slecht vind. Laat ik eerst eens beginnen met het feit dat ik absoluut geen fanboy ben van één van beiden. Het gaat er om wat het beste bij mijn wensen past en dat is simpelweg Android. Ik ben een enorme geek en knutselaar en ik wil een toestel graag helemaal aan mijn smaak aan kunnen passen. Ik wil homescreens kunnen indelen zoals het mij belieft en ik wil widgets kunnen gebruiken om snel toegang te hebben tot de relevante informatie zoals mails, nieuws en agenda. De telefoon hoeft mij geen werk uit handen te nemen, sterker nog, dat vind ik uitermate vervelend. De details stel ik graag zo in als het zelf wil.

Het enige wat dan mogelijkerwijs nog iOS zou kunnen pleiten zijn unieke apps die op Android niet verkrijgbaar zijn maar geen van de unieke apps heeft voor mij een dergelijke meerwaarde dat het de doorslag geeft. De apps die ik het meest gebruik zijn ook voor Android verkrijgbaar en daarmee is het lot iOS bezegeld.

Het enige wat ik jammer vind is dat er bij Android niets is wat kan tippen aan het design van Apple. Ik heb al vaker te kennen gegeven een fan te zijn van industrieel, minimalistisch design en dan zijn de bare-bones no-nonsense aluminium designs van Apple natuurlijk prachtig. HTC was met de Hero op het juiste pad maar sindsdien heb ik niets meer gezien wat in mijn optiek ook maar in de buurt komt van wat Apple op dat vlak presteert.

Conclusie:
Je hoeft het natuurlijk niet eens te zijn met mijn oordeel. Zeker op het moment dat je al meerdere producten van Apple hebt is een iPhone natuurlijk de meest voor de hand liggende keuze. Zorg dat je goed ingelezen bent en stel vast wat je wensen zijn wat breekpunten zijn. Ga ook zeker naar een goede telefoonretailer en bekijk verschillende toestellen. Vanwege de grote variatie aan Android toestellen kan het zijn dat je de ene fantastisch vind en de andere helemaal niets. Praat ook met verschillende mensen en vraag waar zij problemen mee ondervinden bij het gebruik van hun iPhone of Android. Uiteindelijk kun je niet echt een heel erg verkeerde keus maken als je een smartphone wilt hebben. Beiden hebben hun eigen charme en eigen categorie fans om verschillende redenen.