In een belangrijke zaak die onlangs diende voor het EHRM werd bepaald dat een publicatie over een overleden vader onrechtmatig kan zijn jegens diens zoon. De deur voor ‘defamation of the dead’ zaken wordt hiermee op een kier gezet.

De feiten:
In 1942 vond de Match Smerti ofwel Death Match plaats. Dit was een voetbalwedstrijd tussen een Oekraïens team met enkele spelers van Dinamo Kiev en een team van de Duitse Luftwaffe. De Oekraïners wonnen met 5 – 3 ondanks vermeend onsportief gedrag van Duitse zijde, bedreigingen met sancties tegen hen en een partijdige scheidsrechter die SS-officier was. Het gevolg van het winnen zou zijn geweest dat de spelers werden afgevoerd naar een plaatselijk concentratiekamp waar vier van hen werden geëxecuteerd.

Op 3 april 2001 verscheen in de krant Komsomolska Pravda een artikel getiteld ‘De waarheid over de Death Match’ waarin werd gesuggereerd dat enkele Oekraïnse spelers helemaal geen helden waren maar collaborateurs. Er werd niet aangegeven om welke spelers het precies zou gaan. Putitsin Jr., zoon van één van de inmiddels overleden spelers genaamd Putitsin, vond dat dit artikel de reputatie van zijn vader beschadigde en vorderde rectificatie. De Oekraïnse rechter wees zijn claims af en vervolgens wendde Jr. zich tot het EHRM.

Ongebruikelijke vraag:
Het EHRM schaart het feitencomplex en klacht onder artikel 8 van het EVRM. Dit artikel regelt het recht op bescherming van het privéleven. Normaliter gaan klachten bij EHRM over directe schade aan eigen reputatie ten gevolge van het handelen van de wederpartij. Opmerkelijk aan deze zaak is de vraag of beschadiging van reputatie van de overleden vader óók inbreuk maakt op de rechten van de zoon onder artikel 8 EVRM.

Oordeel en overwegingen van het EHRM:
Het EHRM oordeelt dat de reputatie van een overleden persoon onder omstandigheden van invloed kan zijn op het privéleven van iemand en dus onder het bereik van artikel 8 kan komen.

The Court can accept, as do the Government, that the reputation of a deceased member of a person’s family may, in certain circumstances, affect that person’s private life and identity, and thus come within the scope of Article 8.

In dit geval is er echter geen sprake van een schending van artikel 8. De identiteit van de vader blijkt niet duidelijk uit het krantenartikel noch wordt ergens direct de suggestie gedaan dat de vader een collaborateur was. De belangen van de zoon zijn te indirect en te ver verwijderd om als inbreuk op artikel 8 te kunnen kwalificeren. Daarnaast heeft ook de media een een belang om over deze kwestie te berichten. Het gaat namelijk om een zaak van publiek belang die in de schijnwerpers staat. De rechten van de zoon zullen daarom tegen die van de media moeten worden afgewogen. De toon van het krantenartikel was noch sensationeel noch provocatief en op een correcte manier opgeschreven. Het belang van de pers weegt in dit geval zwaarder dan de zeer indirecte belangen van de zoon.

De klacht wordt afgewezen.

Conclusie:
Interessant is de beantwoording van de vraag of het mogelijk is dat door het schaden van de reputatie van de overleden vader Putitstin er ook inbreuk werd gemaakt op de rechten van de zoon Putitstin jr. onder artikel 8 EVRM. Het EHRM accepteert dat dit onder omstandigheden mogelijk is. Vervolgens vindt er een belangenafweging plaats over de rechten van de zoon enerzijds en de rechten van de krant anderzijds in het nadeel van de eerste omdat de belangen te ver verwijderd en indirect zijn.

Het EHRM lijkt hiermee de deur op een kier te zetten voor defamation of the dead zaken. Familie van een overledene zou dan op basis van artikel 8 EVRM kunnen optreden tegen het schaden van de reputatie van de overledene. Het is dan echter wel vereist dat er een direct verband is tussen de reputatieschade van de overledene en een schending van de privésfeer van de nabestaande. De beantwoording van deze vraag zal zeer casuïstisch van aard zijn zoals uit dit arrest blijkt.

Bron:
EHRM 21/11/2013, zaaknr. 16882/03, Putitstin / Oekraïne

Bij feestelijke gebeurtenissen drinkt men vaak champagne. De jaarwisseling en bruiloften zijn vaak niet compleet zonder die knallende kurk en een familielid dat het leuk vindt om de fles te gebruiken als een soort brandspuit. Champagne drinken is echter een beetje een verworven smaak net zoals dat vaak voor whiskey en jenever geldt. Mensen vinden het of heel lekker of ze vinden het helemaal niets en een middenweg is er vaak niet. Natuurlijk kun je besluiten om een champagne te verminken door er limonadesiroop in te gooien maar dat is eigenlijk zonde van de champagne.

In de mailbox trof ik een vraag van iemand die afgelopen jaarwisseling tegen hetzelfde probleem als voorgaande jaren was aangelopen. De lezer in kwestie had een goede champagne aangeschaft maar lang niet alle gasten vonden dat lekker. Deze lezer stelde aan mij de vraag wat ik zou schenken voor gasten die niet van champagne houden maar wat wel feestelijk en met een bubbeltje is. Een leuke vraag over een voor velen herkenbaar probleem en ik vind het de moeite waard om hier een artikel aan te wijden. Ik zal hieronder een paar alternatieven voor champagne bespreken die mijns inziens leuk en feestelijk zijn en daarbij trachten een aantal alternatieven te bieden zodat er voor iedereen wat wils tussen zit.

Prosecco:
Prosecco is waarschijnlijk het meest bekende alternatief voor champagne en wordt soms ook wel verkocht als een soort budgetchampagne wat zonde is want het doet de wijn geen recht aan. Prosecco is de naam van zowel een Italiaanse mousserende witte wijn als de druif waar de wijn van wordt gemaakt. De officiële naam van de druif is overigens glera.

Sinds 2009 heeft Prosecco een DOCG status en de goede Prosecco komt dan ook uit het Conegliano-Valdobbiadene gebied een 50 kilometer ten noorden van Venetië. Prosecco is altijd jong, levendig, fruitig en fris, waar champagne vaak wat volwassener is door de langere tijd die een tweede vergisting op fles in beslag neemt. Hierdoor heeft Prosecco een wat toegankelijker smaak dan champagne. Prosecco wordt zowel als vino frizzante als spumante gemaakt. Spumante is de Italiaanse benaming voor een mousserende wijn die meer dan drie bar druk bevat. Frizzante geeft aan dat de wijn half mousserend is. Voor de frizzante is het tweede gistingsproces korter dan voor de spumante. Het verschil is meestal al zichtbaar aan de kurk: waar die bij spumante wordt vastgezet met een kroonkurk net als champagne, wordt bij de frizzante vaak de bekende kurk met het touwtje gebruikt.

De spumante variant is het meest geschikt voor de feestelijke gelegenheden. Er zijn drie varianten verkrijgbaar: dry, extra dry en brut waarbij dry de minst droge is en brut de meest droge. Extra dry is de klassieke variant en wordt in Italië het meest gedronken. Voor de heerlijke authentieke Italiaanse beleving ben ik een fan van Villa Santi Valdobbiadene Prosecco Superiore DOCG extra dry. Voor cocktails een minder ruim budget of minder kritische drinkers is de prosecco van Martini ook uitstekend.

Een goede prosecco is niet heel goedkoop maar nog altijd een stuk betaalbaarder dan een goede champagne. Het Prosecco Informatie Bureau, ja dat bestaat echt, heeft een nog veel informatie over Prosecco waaronder een overzicht van wijnhuizen.

Cava:
Een ander uitstekend alternatief voor champagne is cava. Cava is een Spaanse mousserende wijn die vooral geproduceerd wordt in Catalonië. Cava wordt gewoonlijk gemaakt van een mengsel van het sap van drie inheemse druivenrassen: xarello, macabeo en parellada. Cava is een ongewone ‘herkomstbenaming’ omdat het feitelijk geen herkomstbenaming is maar een benaming voor een productieproces van mousserende wijnen: de ‘méthode traditionelle’. Dit is dezelfde methode die ook wordt gebruikt om champagne te produceren en om deze reden wordt cava ook wel eens Spaanse champagne genoemd. Dit is natuurlijk onjuist want champagne is wel degelijk een echte herkomstbenaming naar de gelijknamige streek in Frankrijk. Een cava wordt dus eigenlijk gemaakt op dezelfde manier als champagne maar met andere druivenrassen.

Het smaakpallet loopt uiteen van droog tot zoet waarbij de zoetheid afhangt van de hoeveelheid suiker in de likeur voor de tweede gisting:

  • Brut nature: zonder toevoeging van suiker
  • Extra brut: niet meer dan 6 gram per liter
  • Brut: 6 tot 15 gram per liter
  • Extra seco: 12 tot 20 gram per liter
  • Seco: 17 tot 35 gram per liter
  • Semi-seco: 33 tot 50 gram per liter
  • Dulce: meer dan 50 gram per liter

Josep Raventós was de eerste die in 1872 begon met de productie van cava. Het wijnhuis dat hij begon bestaat nog steeds en gaat tegenwoordig door het leven als Raventós I Blanc. Cava’s van dit huis zijn een uitstekend beginpunt bij een zoektocht naar lekkere cava’s.

Asti en Moscato D’Asti:
We keren nogmaals terug richting Italië voor de liefhebbers van zoete wijnen. In Piëmonte worden de Asti en Moscato D’Asti geproduceerd ook met een DOCG label. Beiden vallen onder de DOCG classificatie en beiden worden gemaakt van de Moscato Bianco druif. Het verschil zit in de sterkere mousse van de Asti en het hogere alcoholgehalte. De Asti is ook iets minder zoet dan de Moscato d’Asti.

Asti wordt altijd jong gedronken en het beste stevig gekoeld, direct uit de koelkast. De smaak is een échte muskaatsmaak, met een zoetheid die niet uit suiker lijkt voort te komen, maar fris is en uit natuurlijk aroma lijkt voort te komen. Asti is een zeer populaire wijn en wordt over heel de wereld geëxporteerd en met recht. De milde zoetheid maakt het een uitstekend alternatief voor mensen die wel van mousserende dranken houden maar absoluut niet van de droogheid van champagne. Asti’s zijn ook heel betaalbare wijnen en je kunt zonder veel moeite goede Asti’s vinden voor minder dan 8 euro per fles. Een heerlijke Asti is de Asti Spumante Ca’ Solare DOCG van het wijnhuis Adria Vini.

Een rode mousserende wijn:
Ja, je leest het goed, een rode mousserende wijn. In Nederland vrijwel geheel onbekend en dat is bijzonder jammer want er zijn heerlijke rode mousserende wijnen verkrijgbaar. Een rode mousserende wijn kan een uitstekend alternatief zijn voor champagne maar is zeker niet voor iedereen weggelegd. Desalniettemin is het heerlijk voor de experimenterende geest om hier eens mee aan de slag te gaan.

Australië is een voorloper op het gebied van rode mousserende wijnen en heeft een goede naam op dit vlak opgebouwd. Voor wie nog nooit iets dergelijks geproefd heeft is een sprankelende shiraz een aanbeveling. Het is een volle wijn met tonen van bramen en bessen vergezeld van zeer zachte tannines. Deakin Estate heeft een heerlijke Red Sparkling Shiraz waar je ongeveer 14 euro per fles voor zult neertellen.

Sparkling sake:
Sake is momenteel nog relatief onbekend en onbemind in Nederland maar begint snel aan terrein te winnen. Sake bestaat in tientallen verschillende varianten en smaken afhankelijk van productiemethode en of er alcohol wordt toegevoegd of niet. Het gaat te ver om alle details uit te leggen maar onder de sake’s bevinden zich ook mousserende varianten die een prima alternatief zijn voor champagne. Een sake met een niet al te hoog alcoholpercentage heeft een milde en zeer subtiele smaak die toch ook zeer fris is. Voor beginners is vaak een zoete variant goed om mee te beginnen. Een in Nederland relatief goed verkrijgbare en milde mousserende sake is Hana Awaka van de Ozeki brouwerij. Deze is licht sprankelend, zoet en fruitig met noten van peer en pruimen.

Indien je niet bekend bent met sake laat je dan altijd adviseren door een goede speciaalzaak. De wereld van sake is minstens net zo gecompliceerd als die van wijn of whiskey en het is zeker als beginner gemakkelijk om het zicht op de vele varianten kwijt te raken.

Als het zomer wordt wil je vaak graag lekker in de tuin kunnen zitten en genieten van het zonlicht. Velen ergeren zich aan het feit dat buren beplanting hebben welke een gedeelte van dat weldadige licht wegvangt maar is er sprake van onrechtmatige hinder als de bomen in iemands tuin tweederde van naastgelegen tuin bedekken met schaduw?

De feiten:
Deze zaak is er eentje zoals zovelen uit de categorie burenrecht. In dit geval is er onmin over de beplanting waar de standaardpunten over de afstand tot de erfgrens (5:42 BW) en overhangende takken (5:44 BW) voorbij komen. Er zit echter ook een opmerkelijk vraagstuk in wat niet zo heel vaak voorbij komt en dat is of bomen die maar liefst 2/3 van het zonlicht in de zomer wegvangen onrechtmatige hinder oplevert in de zin van 5:37 BW. Volgens dit artikel mag eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.

Oordeel en overwegingen van de rechtbank:
De rechtbank stelt voorop dat het vrijstaat een tuin naar eigen goeddunken te gebruiken, mits dit gebruik niet in strijd komt met de rechten van anderen en hij de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen daarbij in acht neemt. Gedaagden hebben in beginsel het recht hun tuin in te richten en te onderhouden zoals zij dat willen. Daarbij mogen anderen, waaronder de buren, geen onrechtmatige hinder ondervinden. De vraag of het onthouden van licht onrechtmatige hinder oplevert in de zin van artikel 5:37 BW, hangt af van de ernst en de duur daarvan en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden.

Bij een comparitie ter plaatse heeft de rechter gezien dat gedaagden inderdaad hoge bomen hebben en uit foto’s blijkt dat deze in de zomer ongeveer 2/3 van het zonlicht wegvangen. Dat levert in dit geval geen onrechtmatige hinder op. Daartoe overweegt de rechtbank dat Nederland een dichtbevolkt land is en rond woonhuizen geplante bomen komen veelal het leefklimaat ten goede, zodat bomen ook het algemeen belang dienen. Dit wordt onderstreept door het feit dat voor het kappen of rooien van bomen veelal een vergunning is vereist. Eiser heeft bovendien geen recht op onbeperkte toetreding van zonlicht zeker nu hij zelf ook hoge bomen in zijn tuin heeft staan.

De vordering wordt afgewezen.

Conclusie:
Dit is een typisch burenconflict zoals we ze zoveel tegenkomen in de rechtspraak. Het zou zomaar een casus kunnen zijn voor de Rijdende Rechter. In dit geval is de vraag of het hebben van hoge bomen die veel licht wegvangen onrechtmatig is onder 5:37 BW. Daar is geen sprake van omdat het hebben van bomen het algemeen belang dient in een dichtbevolkt land als Nederland en bovendien heeft eiser zelf ook hoge bomen in zijn eigen tuin. Met name dit laatste aspect is een uitstekende illustratie van het gezegde dat je niet in de zon moet gaan lopen als je boter op je hoofd hebt.

Voor het overige geeft het vonnis een leuk beeld van hoe zaken rondom beplanting meestal worden beslecht. De standaardelementen van het te dicht hebben staan op de erfgrens van beplanting en overhangende takken passeren beiden de revue.

Bron:
Rechtbank Gelderland: ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0027

Over de meest voorkomende en belangrijkste dresscodes heb ik al uitgebreid geschreven maar er duiken steeds meer uitnodigingen op met vaag omschreven dresscodes als ‘smart casual’. Wat moet je daar dan mee doen? Bij deze een lijstje van alle dresscodes die ik ooit ben tegengekomen op uitnodigingen en een korte samenvatting van wat het ongeveer inhoudt. Wees gewaarschuwd dat veel van deze nieuwerwets geformuleerde vreselijk vaag zijn en aan veranderende interpretatie onderhevig. Ik geef hier aan wat ik denk dat acceptabel is en wat ongeveer op dezelfde lijn zit als veel bladen schrijven. Vraag bij twijfel altijd aan de gastheer om nadere instructies.

White tie:
White tie is de meest formele dresscode en betekent dat heren een rokkostuum moeten dragen en vrouwen een galajurk.

White tie optional:
De gastheer zal gekleed zijn white tie en het wordt op prijs gesteld als je zelf ook in white tie verschijnt. Het is echter niet verplicht om white tie te dragen. Als je er voor kiest om geen white tie te dragen dan kun je het beste voor black tie kiezen.

Black tie:
Heren dragen een smoking dames een nette jurk tot over de knie of eventueel een heel chique cocktailjurk.

Black tie optional:
De gastheer zal black tie dragen en wordt op prijs gesteld als je zelf ook in black tie verschijnt. Het is echter niet verplicht om black tie te dragen. De heren kunnen kiezen voor een zwart of navyblauw pak met een wit overhemd en donker gekleurde das. Een heel donkere kleur grijs, op het antraciet af, is ook mogelijk. Draag onder geen beding een bruin gekleurd gekleurd pak, dat neigt teveel naar tenue de ville. Dames kunnen kiezen voor een cocktailjurk, LBD of aanverwant.

Tenue de ville/business formal:
Bij tenue de ville kiezen heren voor een pak. Traditioneel grijze pantalon en blauwe blazer tegenwoordig navyblauw, grijs, zwart of bruin. Dames kiezen een mantelpak met rok of broek of een nette jurk. Business formal is een weinig strak gedefinieerde term maar komt ruwweg overeen met tenue de ville. Naar Amerikaanse begrippen is het bij business formal verplicht om een stropdas te dragen.

Smart casual/business casual:
Smart casual en business casual is een term die voortvloeit uit de invoering van casual friday in omgevingen waar normaliter tenue de ville gebruikelijk is. Het is echter ook een term die in ieder bedrijf weer anders ingevuld wordt. Een standaard veilige invulling voor heren is pantalon en een overhemd eventueel met een trui of blazer. Net iets minder formeel maar ook vaak nog acceptabel zijn chino’s als bijvoorbeeld Dockers ze maakt en polo-shirts. Voor dames is de standaard veilige optie een rok/pantalon en blouse of jurkje. Er zijn ook steeds meer bedrijven die jeans onder smart casual rekenen hoewel dit lang niet overal geldt. Denk bij smart casual aan kledingcombinaties die onder tenue de ville niet acceptabel zouden zijn maar wel comfortabel en netjes zijn. Bij twijfel is het altijd handig om het eerst eventjes te checken.

New York Casual:
Nog zo’n dresscode welke echt ongelooflijk vaag is. Het is gebaseerd op het idee dat New York een soort vierentwintiguurs economie heeft en dat iedereen ongelooflijk bezig is en nooit tijd heeft om zich om te kleden dus je moet kleding hebben die zowel op je werk als in de bar er echt geweldig hip uitziet. De vaagheid gecombineerd met het casual laat veel ruimte om je eigen interpretatie te geven. Vaak worden zeer donkerblauwe of zwarte jeans als basis gekozen en gecombineerd met overhemden en blazers voor de heren en blouses voor de dames al dan niet vergezeld van items als een hip leren jasje. Enkele bladen schrijven dat het doel vooral is om op een nonchalante manier te laten zien dat je veel geld hebt en daarom designer labels moet dragen. Hoewel dat in sommige kringen wellicht inderdaad de bedoeling is, heb ik dat nooit zo erg ervaren of gezien op dergelijke feestjes.

Casual:
In de categorie is vrijwel alles toegestaan zolang het maar geen pyjama is en schoon is. Shorts, T-shirts, jeans leef je uit.

Feestelijke kleding:
De laatste dresscode die ik met name de afgelopen twee jaar vaak tegenkom is feestelijke kleding. Ik krijg vaak het gevoel dat dit op een uitnodiging wordt gezet als het gaat om gelegenheden waar je vaak black tie voor zou hanteren maar waar men de gasten om wat voor reden dan ook vrijer wil laten. Het draait hier allemaal om wat voor evenement je kunt verwachten. Als je ongeveer weet wat de andere gasten zullen aantrekken dan is het handig om daar op af te stemmen. Voor een diner met een niet al te groot gezelschap bij een chique etablissement is black tie waarschijnlijk een goede keuze. Als het een bedrijfsfeest betreft dan kun je beter kiezen voor iets op het niveau van tenue de ville en voor het kinderfeestje van je buurjongen kun je prima jeans aantrekken.

Update: Iconoclastisch chique:
De publieke opinie blijkt onuitputtelijk creatief wanneer het aankomt op het verzinnen van waanzinnige nieuwe dresscodes. Zelden was een dresscode zo ambigu als iconoclastisch chique. Onder een iconoclast wordt immers gewoonlijk iemand begrepen die geen kunst of cultuur kan waarderen, een beeldenstormer of primitieveling zo je wilt. Is iconoclastisch chique derhalve eigenlijk het tegenovergestelde van chique zijnde casual of toch nog weer wat anders. Naar ik mij heb laten uitleggen door verscheidene bronnen moet iconoclastisch chique worden gezien als chique met een vrolijk accent. Te denken valt dan naar ik aanneem aan een waanzinnig gekleurde boutonniere of een paar felgekleurde sokken in een tint die nog altijd als discutabel geldt. Slotsom is dus dat iconoclastisch chique waarschijnlijk nog het meest gemeen heeft met de moderne variant van tenue de ville zij het dat je iets volstrekt vreemds kunt doen en zeggen dat het betreffende element iconoclastisch is.

Tot besluit:
Hiermee zijn alle dresscodes behandeld welke ik geregeld tegenkom. Mocht je nog meer vage dresscodes op uitnodigingen zien dan verneem ik het graag. Ondertussen kun je de meeste dilemma’s die je mogelijk hebt met dresscodes ook oplossen met gezond verstand. Ouderwetse kreten als dat het beter is om overdressed dan underdressed te zijn gaan nog altijd op.

De waardebepaling van woningen bij erfbelasting blijft een heikel punt. In wordt met artikel 21 lid 5 SW aangesloten bij de WOZ-waarde van een huis. Deze WOZ-waarde is echter gebaseerd op de waarde van de woning per 1 januari van het voorafgaande jaar. In een sterk dalende markt betekent dat er soms een fors gat zit tussen de waarde op de peildatum en wat het huis daadwerkelijk waar is op het moment van overlijden. Erfgenamen moeten dan eigenlijk belasting betalen over vermogen wat ze niet daadwerkelijk erven en hebben veelal geen liquiditeiten om een belastingbedrag op te hoesten. Onder omstandigheden zal de rechter een correctie toepassen als er sprake is van een buitensporige last voor belanghebbende. In onderhavige zaak paste de rechtbank een dergelijke correctie toe. Dit behandelde ik reeds in een artikel dat ik in 2012 schreef. Hof Amsterdam is echter een andere mening toegedaan

De feiten:
Belanghebbenden erfden in 2010 een woning. De WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2010, naar de waardepeildatum 1 januari 2009, bedraagt € 840.000. De WOZ-waarde van de woning is voor het kalenderjaar 2011, naar de waardepeildatum per 1 januari 2010, vastgesteld op € 762.500. In de aangifte voor de erfbelasting is aan de woning een waarde van € 762.500 toegekend, zijnde de WOZ-waarde naar de peildatum 1 januari 2010. Met het oog op artikel 21 lid 5 SW heeft de inspecteur de waarde gecorrigeerd naar € 840.000. Net als in het eerdere artikel is in geschil of artikel 21, vijfde lid, Successiewet 1956 in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.

Oordeel en overwegingen van het hof:
Artikel 1 van het Eerste Protocol garandeert het recht op ongestoord genieten van eigendom maar bevestigt ook expliciet het recht van Staten om belasting te heffen zolang daarbij de rechten die het EVRM geeft maar worden gerespecteerd. Het begrip eigendom moet ruim worden uitgelegd en ook rechten en belangen die een vermogenswaarde vertegenwoordigen moeten hieronder worden begrepen.

Het Hof is van oordeel dat er weliswaar een recht is op het ongestoorde genot van de geërfde woning en dat de onderhavige heffing van belasting daarop een inbreuk vormt, maar dat deze inbreuk gerechtvaardigd is. De wetgeving is op regelmatige wijze tot stand gekomen en is voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar in de uitoefening. Met de nationale wetgeving wordt bovendien een legitiem algemeen belang nagestreefd.

Het vonnis van het hof laat vervolgens duidelijk de proportionaliteitstoetsing op twee niveaus zien. Het gaat hierbij om de vraag of er een redelijke proportionaliteit bestaat tussen het individuele belang van de door deze heffing getroffen belastingplichtigen en het algemeen belang. Allereerst op het niveau van regelgeving en vervolgens op individueel niveau.

Het hof geeft geheel in lijn met vaste jurisprudentie van het HvJEU aan dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid (‘wide margin of appreciation’) toekomt wat betreft de beoordeling van wat in het algemeen belang is, alsmede bij de keuze van de middelen om dit belang te dienen. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat het gebruik van de WOZ-waarde leidt tot een belangrijke vereenvoudiging in de wet, zowel voor de Belastingdienst als voor de belastingplichtigen. Voor deze vereenvoudiging is essentieel dat de WOZ-waarde in zoveel mogelijk gevallen wordt gebruikt en dat daarmee discussies over de waarde worden vermeden.

Het Hof is van oordeel dat de vereiste ‘fair balance’ tussen het algemene belang en de bescherming van de met deze wetgeving gemoeide individuele belangen van betrokken belastingplichtigen niet is geschaad. De wetgever heeft als doel gehad een praktische en eenvoudige regeling voor de waardering van eigen woningen te treffen. Daarbij is aanvaard dat de relevante waarderingsdatum minimaal 12 en maximaal 24 maanden ligt vóór de overlijdensdatum. Van de afwegingen die ten grondslag hebben gelegen aan deze keuze kan niet worden gezegd dat zij elke redelijke grond ontberen.

Dan gaat het hof over tot het toetsen van proportionaliteit op individueel niveau. In dat kader wordt gekeken of belanghebbenden als gevolg van de onderhavige heffing een buitensporige last dragen (‘individual and excessive burden’). Zo er al sprake is van een vervluchtigde waarde, bedraagt deze hooguit € 40.000. Dit is gering in vergelijking met de verkrijging als geheel (waarin begrepen de woning). Er is dan ook geen sprake van een buitensporige last voor belanghebbenden. De woning moet dus in de aangifte erfbelasting worden opgenomen voor de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2010 (waardepeildatum 1 januari 2009).

Conclusie:
Met deze uitspraak wordt eens te meer geïllustreerd hoe casuïstisch de toepassing van artikel 21 lid 5 SW is. De rechter zal vrijwel altijd van oordeel zijn dat de belastingheffing een gerechtvaardigde inbreuk is op artikel 1 Eerste Protocol en dat de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsmarge is gebleven waar het gaat om de proportionaliteitstoets aan de wet. Het breekpunt is vrijwel altijd of er sprake is van een buitensporige last voor belanghebbenden tengevolge van toepassing van de regelgeving. In het eerdere artikel wat ik schreef was de rechter nog van oordeel dat de last buitensporig was, het hof ziet dit anders omdat de vervluchtiging van de waarde minimaal is in verhouding tot de totale waarde van de nalatenschap.

Of dit nu als een buitensporige last gezien moet worden, kan uren over gediscussieerd worden. Zelf ben ik de mening toegedaan dat een gat van minstens 12 maanden en maximaal 24 maanden tussen het moment van waardebepaling en moment van overlijden wel erg groot is met name in de rap fluctuerende marktwaardes in het huidige economische klimaat. Aan de andere kant valt er ook wel wat te zeggen voor eenvoud van het systeem.

Het vonnis is in ieder geval zeer de moeite waard om eventjes na te lezen. Het is heel goed zichtbaar hoe het Hof stapsgewijs te werk gaat met de toetsing van de regelgeving.

Bron:
Gerechtshof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2013:4593