Verleden week zijn ringen voor vrouwen besproken. Deze week zijn dan vanzelfsprekend de heren aan de beurt.
Het dragen van persoonlijke verfraaiing is al in de mode sinds de vroege prehistorie. In Neolithische opgravingen werden al kralenketting gevonden gemaakt van het bot van dieren en decoratieve steentjes. Hoe ver zijn we gekomen in die paar millennia en wat is er tegenwoordig op de markt verkrijgbaar? Laten we eens kijken.

Ring:
Allereerst is het nuttig om eventjes vast te stellen wat er precies met een ring bedoeld wordt. We zijn immers allen juristen en houden dus van duidelijkheid. Een ring is een rond voorwerp als versiersel van het lichaam wordt gedragen meestentijds rond de vinger. Voor alle duidelijkheid gaan we het vandaag hebben over de ring waar de meesten waarschijnlijk aan denken, namelijk het exemplaar dat rond de vinger wordt gedragen. Ringen die rond of door andere lichaamsdelen worden gedragen blijven vandaag buiten beschouwing.

Waar op te letten bij aanschaf:

  • Symboliek:
    Een punt waar we eventjes bij stil staan is dat ringen in de Westerse wereld een vrijwel universele symboliek hebben. Er moet dan met name worden gedacht aan verlovingsringen en trouwringen. Een veel voorkomend verschijnsel bij heren zijn ringen met een symbool voor bepaalde genootschappen waar men lid van kan zijn zoals jaarclubs, vrijmetselaars enzovoorts. Check altijd eventjes of de ring geen specifieke groep vertegenwoordigt waar je niet mee wilt worden geassocieerd of die mogelijkerwijs de verkeerde boodschap uitdraagt.
  • Breedte:
    Ringen zijn er allerlei breedtes. Een goede keuze is afhankelijk van de vinger waaraan je de ring wilt gaan dragen, de vorm van je hand en persoonlijke voorkeur. Smalle ringen zullen vrij snel voor een trouwring worden aangezien dus houdt daar rekening mee. De standaardbreedtes lopen uiteen van 3 millimeter voor smalle exemplaren tot ongeveer 2 centimeter voor de brede exemplaren. Een ring moet nooit zo breed zijn dat je de vinger niet meer comfortabel kunt buigen. Een vuistregel is dat de maximale breedte de hoogte is van het vingerkootje minus 4 millimeter.
  • Ringmaat:
    Het is altijd belangrijk om een ring met de juiste maat voor de vinger aan te schaffen. Een ring die te ruim zit zul je snel kwijtraken maar ring die eigenlijk net te strak zit is nog erger, dat kan echt schade veroorzaken doordat de doorbloeding van de vinger letterlijk in de knel komt. Een goede juwelier heeft altijd een setje pasringen om de juiste maat vast te stellen. Met name zegelringen zijn af en toe vrij hoog en dik wat ze topzwaar kan maken. Als de ring niet goed past dan zal deze rond de vinger gaan draaien wat onprettig is en er bovendien vreemd uitziet.
  • Hoogte/dikte van de ring:
    Ook dit wordt goeddeels door smaak geregeerd. Houd er rekening mee dat dikke ringen makkelijker ergens aan blijven haken, dat kan praktische implicaties hebben voor het werk wat je doet.
  • Gewicht:
    Hoe langer je een ring draagt hoe groter de invloed van het gewicht. Als je een zware ring gedurende een hele dag draagt dan kun je vermoeide handen krijgen, incidenteel krijgen mensen zelfs kramp in de hand van het langdurig dragen van een zware ring.
  • Materiaal:
    Er zitten twee aspecten aan het materiaal: smaak en duurzaamheid. Ten eerste is het een kwestie van wat je mooi vind en wat je goed vind staan. Ten tweede heeft elk materiaal ander eigenschappen op het vlak van krasbestendigheid en de mogelijkheid om de algemene misbruik van het dagelijks leven te weerstaan. Goud schittert prachtig geel of wit maar krast makkelijk. Zilver is helderder van kleur dan witgoud maar wordt makkelijk zwart. Titanium is matgrijs keihard en verkleurt nauwelijks maar krast ook vrij gemakkelijk. Carbon-staal is nog weer iets matter dan titanium en absoluut krasongevoelig. Er zijn veel mogelijke keuzes dus er is voor ieder altijd wat wils.

Lookbook:

Tot besluit:
Ringen zijn tijdloze sieraden die desgewenst een leven lang kunnen meegaan of juist modieuze decoraties die slechts een seizoen lang mee hoeven te gaan, het kan een zorgvuldig overwogen investering zijn of een goedkope impulsaankoop. Een ring zegt net als ieder sieraad iets over de drager. Heb je liever eenvoud of iets opzichtigers? Volg je de mode op de voet of kies je voor een eigen ontwerp?

Zorg in ieder geval altijd dat een ring goed past en niet in de weg zit. Je zult de eerste en de laatste niet zijn die een vinger kwijt raakt door het dragen van een ring op het verkeerde moment en dat zou een beetje slordig zijn omdat het zo gemakkelijk te vermijden is. Als je nog nooit bewust hebt nagedacht over de sieraden die je draagt dan is dit een uitstekend moment om er mee te beginnen.

Short stay is een fenomeen dat in opkomst is. De gangbare definitie is het structureel aanbieden van zelfstandige woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een aansluitende periode van tenminste één week en maximaal zes maanden. Het dekt daarmee een reikwijdte van ongeveer de huur voor een paar weekjes vakantie tot het huren van enkele maanden bijvoorbeeld voor expats. Kwalificeert dit echter als het aanbieden woonruimte onder een bestemmingsplan? De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt van niet.

De feiten:
Appelant heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een woning in zeven wooneenheden, waarvan zes voor short stay verhuur. Op de woningen rust een woonbestemming. De gemeente heeft de vergunning geweigerd en ook in beroep kreeg appellant bij de rechtbank nul op het rekest.

Oordeel en overwegingen van de Afdeling:
Het begrip “Woningen” is in de planvoorschriften niet gedefinieerd. Bij de interpretatie van dit begrip dient daarom aansluiting te worden gezocht bij het normale spraakgebruik alsmede dat het bestemd zijn als woning een zekere duurzaamheid vereist. Volgens de gemeente wordt in dit geval onder short stay verstaan het structureel aanbieden van zelfstandige woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes maanden. Appellant heeft niet betoogd dat dit in zijn geval anders is. Aangezien al bij een tijdsvak van één week sprake is van short stay, kan het gebruik als short stay niet als voldoende duurzaam worden aangemerkt om een woonkarakter aanwezig te achten. Ook volgt uit de definitie van short stay dat het in alle gevallen om tijdelijke bewoning zal gaan.

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Conclusie:
Met deze uitspraak staat nu vast dat short stay een andere bestemming is dan wonen. Dat betekent ook dat gemeentes die short stay mogelijk willen maken, hun bestemmingsplannen zullen moeten aanpassen.

Het doorslaggevende element is wederom het gebrek aan duurzaamheid. Dit speelde ook al een rol in de zaak waarin de Afdeling besloot dat short stay woningonttrekking is in de zin van de Huisvestingswet. De Afdeling overwoog in die zaak(5 september 2012 nr. 201105885/1/A3 ECLI:NL:RVS:2012:BX6487) ook dat aan een verblijf korter dan zes maanden niet zonder meer een woonkarakter kan worden ontzegd. Het blijft onduidelijk wanneer een verblijf korter dan zes maanden wel een woonkarakter kan hebben. De Afdeling bleek immers niet ontvankelijk voor het argument dat expats hun hoofdverblijf in de short stay woningen hebben en vaak ook zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Wanneer een dergelijke vorm van hoofdverblijf geen woonkarakter heeft, blijft er weinig over. Een mogelijke situatie die wellicht wel als ‘wonen’ kan worden gekwalificeerd, zijn families die bij een verhuizing tussen een verkoop en een oplevering van een nieuwe woning enkele maanden een verblijf nodig hebben.

In de in dit artikel behandelde uitspraak werd een oplossing voor dit vraagstuk omzeild door te stellen dat reeds bij een verblijf van één week sprake is van short stay en dat de vereiste duurzaamheid dan ontbreekt. Appellant heeft zich gevoegd naar de definitie van short stay zoals die door de gemeente werd aangevoerd en heeft geen verdere argumenten aangevoerd waarom in casu in voorkomende gevallen sprake zou kunnen zijn van een woonkarakter. Er zal dus een keer in een rechtszaak iemand argumenten moeten aanvoeren wanneer een short stay wel een woonkarakter heeft.

Hetgeen we nu zeker weten is dat short stay een onttrekking van woonruimte is in de zin van de huisvestingswet en het is evenmin wonen in de zin van een bestemmingsplan.

Bron:
ECLI:NL:RVS:2013:1633 Raad van State

Eindelijk is er uitspraak gedaan in de zaak over de hondenbelasting. Dit conflict sleept al weer enige tijd. De vraag is of het onderscheid dat in art. 226 Gemeentewet wordt gemaakt tussen hondenbezitters en andere personen ongerechtvaardigde discriminatie is. De gemeente Sittard-Geleen was in cassatie gegaan omdat ze het niet eens was met het gerechtshof in Den Bosch. Dat besloot dat gemeenten geen hondenbelasting mochten heffen als de opbrengst aan de algemene middelen wordt toegevoegd. In dat geval zouden eigenaren van honden daar namelijk meer aan bijdragen dan anderen. Voor meer details, alsmede de feiten, verwijs ik naar het artikel uit januari dat hieraan is besteed.

Oordeel en overwegingen van de Hoge Raad:
De Hoge Raad begint met de vaststelling dat kan worden getoetst aan de discriminatieverboden die zijn opgenomen in artikel 26 van het IVBPR en in artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM. Dan volgt de standaardformulering voor toetsing van belastingen aan deze artikelen; het uitgangspunt is dat aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt. Het oordeel van de wetgever dient op dit punt te gevolgd te worden tenzij dat van redelijke grond is ontbloot.

Een van de redenen voor hondenbelasting is dat honden zorgen voor bevuiling van de openbare ruimte. De wetgever kon daarbij in redelijkheid uitgaan van de veronderstelling dat gemeenten in het algemeen kosten zullen moeten maken als gevolg van dergelijke bevuiling. Andere huisdieren zullen over het algemeen niet, of in veel mindere mate, de openbare bevuilen. Het onderscheid tussen hondenbezitter en niet-hondenbezitters is derhalve gerechtvaardigd.

De kosten die verbonden zijn aan het opruimen van bevuiling van de openbare ruimte door honden zijn niet dusdanig hoog dat een gemeente de belasting voor het houden van honden binnen haar grenzen in het algemeen of door de hond(en) van de individuele belastingplichtige in het bijzonder daar op moet afstemmen. Dit valt binnen de ruime beoordelingsvrijheid die de gemeente toekomt. Een hondenbelasting mag dus gewoon in de algemene middelen vloeien en hoeft niet als geoormerkt geld te worden behandeld.

Het hof heeft dit miskend door te stellen dat heffing van een hondenbelasting ter verkrijging van algemene middelen slechts gerechtvaardigd is indien de kosten die het hondenbezit voor de gemeente meebrengt van wezenlijke betekenis zijn voor het heffen van die belasting, en de hoogte van die belasting bovendien mede is afgestemd op die kosten.

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en bekrachtigd de uitspraak van de rechter.

Conclusie:
De Hoge Raad oordeelt kortgezegd dat het enkele feit dat de kosten in verband met bevuiling van de openbare ruimte rede is voor de belasting, niet betekent dat een gemeente die kosten apart moet verantwoorden daar zij niet van dusdanige omvang zijn dat er een verband moet worden gelegd tussen kosten en belasting. Dit valt binnen de ruime beoordelingsvrijheid die gemeente toekomt.

Gemeentes kunnen dus weer rustig ademhalen en mogen gewoon hondenbelasting heffen welke naar de algemene middelen vloeit. Zou dit niet het geval zijn dan zouden gemeentes komen te zitten met een onaangename boekhoudkundige verrassing. Je zit namelijk met een potje geoormerkt geld en je zult de kosten apart moeten gaan volgen en verwerken. Je moet dan aan de reinigingsdienst gaan toerekenen X bedrag voor algemene schoonmaakkosten en X bedrag specifiek in verband met honden. Bovendien zul je iets dergelijks aan de inkomstenzijde ook moeten gaan doen want je moet dan immers volgens het hof aantonen dat de kosten die het hondenbezit voor de gemeente meebrengt van wezenlijke betekenis zijn en de hoogte van die belasting afstemmen op die kosten. Dan moet je dus voor het heffen van hondenbelasting de financiële impact van hondenpoep gaan kwantificeren. Dat is voor grote gemeentes misschien nog wel de moeite waard om te doen maar voor een kleinere gemeente misschien de kosten van het onderzoek al niet eens waard.

Bron:
ECLI:NL:HR:2013:917 Hoge Raad

Het dragen van persoonlijke verfraaiing is al in de mode sinds de vroege prehistorie. In Neolithische opgravingen werden al kralenketting gevonden gemaakt van het bot van dieren en decoratieve steentjes. Hoe ver zijn we gekomen in die paar millennia en wat is er tegenwoordig op de markt verkrijgbaar? Laten we eens kijken.

Ring:
Allereerst is het nuttig om eventjes vast te stellen wat er precies met een ring bedoeld wordt. We zijn immers allen juristen en houden dus van duidelijkheid. Een ring is een rond voorwerp als versiersel van het lichaam wordt gedragen meestentijds rond de vinger. Voor alle duidelijkheid gaan we het vandaag hebben over de ring waar de meesten waarschijnlijk aan denken, namelijk het exemplaar dat rond de vinger wordt gedragen. Ringen die rond of door andere lichaamsdelen worden gedragen blijven vandaag buiten beschouwing.

Waar op te letten bij aanschaf:

  • Symboliek:
    Een punt waar we eventjes bij stil staan is dat ringen in de Westerse wereld een vrijwel universele symboliek hebben. Er moet dan met name worden gedacht aan verlovingsringen, trouwringen of belovingsringen. Onder deze laatste categorie kunnen alle ringen worden geschaard die verband houden met een eed die draagster ervan heeft gezworen; te denken valt aan kuisheid, christelijkheid etc.

    Check altijd eventjes of de ring geen specifieke groep vertegenwoordigt waar je niet mee wilt worden geassocieerd of die mogelijkerwijs de verkeerde boodschap uitdraagt. Zo zal een smalle ring met een briljantje bovenop al snel worden aangezien voor een trouwring of verlovingsring.

  • Breedte:
    Ringen zijn er allerlei breedtes. Een goede keuze is afhankelijk van de vinger waaraan je de ring wilt gaan dragen, de vorm van je hand en persoonlijke voorkeur. Brede ringen kunnen al snel een vrij mannelijke indruk geven. De standaardbreedtes voor vrouwenringen lopen uiteen van 1 millimeter voor de erg smalle exemplaren tot ongeveer 1 centimeter voor de breder exemplaren. De ring moet niet zo breed zijn dat je de vinger niet meer comfortabel kunt buigen. In verband met comfort wordt dan ook aanbevolen om niet breder te gaan dan de hoogte van het vingerkootje minus 4 millimeter.
  • Ringmaat:
    Het is altijd belangrijk om een ring met de juiste maat voor de vinger aan te schaffen. Een ring die te ruim zit zul je snel kwijtraken maar ring die eigenlijk net te strak zit is nog erger, dat kan echt schade veroorzaken doordat de doorbloeding van de vinger letterlijk in de knel komt. Een goede juwelier heeft altijd een setje pasringen om de juiste maat vast te stellen.
  • Hoogte/dikte van de ring:
    Ook dit wordt goeddeels door smaak geregeerd. Houd er rekening mee dat dikke ringen makkelijker ergens aan blijven haken, dat kan praktische implicaties hebben voor het werk wat je doet.
  • Gewicht:
    Het lijkt van weinig belang maar het gewicht van een ring is iets om over na te denken. Hoe langer een ring draagt hoe groter de invloed van het gewicht. Als je een zware ring gedurende een hele dag draagt dan kun je vermoeide handen krijgen, incidenteel krijgen mensen zelfs kramp in de hand van het langdurig dragen van een zware ring. Ook kan het gewicht er voor zorgen dat je sneller last krijgt van RSI gerelateerde klachten
  • Materiaal:
    Er zitten twee aspecten aan het materiaal: smaak en duurzaamheid. Ten eerste is het een kwestie van wat je mooi vind en wat je goed vind staan. Ten tweede heeft elk materiaal ander eigenschappen op het vlak van krasbestendigheid en de mogelijkheid om de algemene misbruik van het dagelijks leven te weerstaan. Goud schittert prachtig geel of wit maar krast makkelijk. Zilver is helderder van kleur dan witgoud maar wordt makkelijk zwart. Titanium is matgrijs keihard en verkleurt nauwelijks maar krast ook vrij gemakkelijk. Carbon-staal is nog weer iets matter dan titanium en absoluut krasongevoelig. Er zijn ontzettend veel keuzes.

Lookbook:

Tot besluit:
Ringen zijn tijdloze sieraden die desgewenst een leven lang kunnen meegaan of juist modieuze decoraties die slechts een seizoen lang mee hoeven te gaan, het kan een zorgvuldig overwogen investering zijn of een goedkope impulsaankoop. Een ring zegt net als ieder sieraad iets over de drager. Houd je van opzichtige diamanten of juist van bescheiden eenvoud, heb je liever warm goud of kies je voor iets als koel titanium? Ben je een fashionista of kies je voor een tijdloos ontwerp?

Zorg in ieder geval altijd dat een ring goed past en dat het ontwerp niet in de weg zit bij je werk. Je zult de eerste en de laatste niet zijn die een vinger kwijt raakt door het dragen van een ring op het verkeerde moment en dat zou een beetje slordig zijn omdat het zo gemakkelijk te vermijden is. Als je nog nooit bewust hebt nagedacht over de sieraden die je draagt dan is dit een uitstekend moment om er mee te beginnen.