Eind april van dit jaar was in de media te lezen dat een automobilist een motorrijder met hoge snelheid achtervolgde over de A12 en meerdere malen heeft geprobeerd de motorrijder omver te rijden. De rechtbank heeft nu uitspraak gedaan in deze opzienbarende zaak.

De feiten:
In de ochtend van 27 april is verdachte gearresteerd nadat hij op de Oostweg in Zoetermeer frontaal op een andere auto geklapt. Kort daarop kwam de motorrijder aanlopen die vertelde dat verdachte hem kort daarvoor op de A12 meerdere malen van zijn motor had geprobeerd te rijden. Als klap op de vuurpijl bleek verdachte op het politiebureau 330 ug/l te blazen.

Verdachte is aangeklaagd voor poging tot moord dan wel doodslag, subsidiair poging tot zware mishandeling, dit alles onder de invloed van alcohol. Voor de goede orde wordt hem ook het veroorzaken van verkeershinder onder artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
Uit technisch onderzoek van de politie, camerabeelden en getuigenverklaringen staat vast, dat op de A12 de motorrijder vanuit Den Haag vanaf het Prins Bernhardviaduct te ’s-Gravenhage tot Zoetermeer door de automobilist werd achtervolgd met hoge snelheden. De automobilist probeerde daarbij meerdere keren de motorrijder omver te rijden. De automobilist is met zeer hoge snelheid dicht achter de motorrijder gaan rijden, heeft hem meermalen van achteren aangereden, heeft hem ingeklemd, weggedrukt en is voor hem gaan rijden om vervolgens plotseling te remmen.

Het verweer van de autobestuurder wordt door de rechtbank verworpen. De autobestuurder stelt dat zijn rijgedrag werd veroorzaakt door extreme en acute stress omdat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij werd gevolgd door een man die hem kort tevoren met een pistool had bedreigd vanuit een zwarte Golf 5 die naast hem stond voor een verkeerslicht. Hij wilde slechts wegkomen van de jongen in de zwarte Golf 5. Verdachte heeft verklaard dat op de A12 een motorrijder voor hem reed, die steeds voor hem bleef rijden terwijl verdachte hem probeerde te passeren.

Dit standpunt wordt echter niet gedragen door de getuigenverklaringen welke aangeven dat er ruimte genoeg was om te passeren. Daarnaast is er op de camerabeelden 10 minuten voor het moment van het passeren van verdachte op de camerabeelden en 5 minuten daarna geen zwarte of donkerkleurige Golf te zien. Volgens dezelfde camerabeelden reed verdachte bovendien vóór de motorrijder hetgeen niet strookt met zijn verklaring dat de motorrijder hem er niet langs wilde laten. De rechtbank noemt verklaring van verdachte dan ook onwaarschijnlijk.

De rechtbank acht verdachte schuldig aan poging tot moord. Verdachte heeft tijd heeft gehad om zich te beraden op het besluit, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Uit bewijsmiddelen blijkt dat verdachte meerdere malen, over een lange afstand met meerdere tussenpozen heeft geprobeerd om de motorrijder van het leven te beroven. Ook blijkt uit de verklaring van verdachte dat hij wel tijdens deze rit rationeel kon nadenken. Zo heeft hij bijvoorbeeld de snelweg verlaten om te gaan tanken, hetgeen overeenkomt met het feit dat zijn brandstoftank nagenoeg leeg was.

De rechtbank acht verdachte schuldig aan poging tot moord, het rijden onder invloed en het veroorzaken van verkeershinder. Verdachte wordt veroordeeld tot 6 jaar cel en zeven jaar ontzegging van rijbevoegdheid.

Conclusie:
Verdachte heeft meerdere keren getracht een motorrijder omver te rijden. Hij geeft helaas geen duidelijke verklaring waarom dat gepoogd is. Gezien de omstandigheden die in het vonnis zijn geschetst, heeft motorrijder een leger beschermengelen gehad die overuren draaiden. De bewijsmiddelen geven de rechtbank echter voldoende aanknopingspunten om verdachte zes jaar celstraf op te leggen en een zeven jaar ontzegging van de rijbevoegdheid.

Bron:
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2013:10721

Je kunt als notaris af en toe in een lastige positie komen. Je hebt een zorgplicht jegens al je cliënten en een ministerieplicht welke bepaalt dat je in beginsel geen dienst mag weigeren. Maar wat als je twee cliënten hebt welke beiden een koopakte hebben getekend voor hetzelfde perceel? Dankzij de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem‑Leeuwarden weten we nu dat je in ieder geval niet één van de cliënten zonder meer heen moet zenden en we hebben ook instructies voor wat je wel moet doen.

De feiten:
In november 2011 heeft de notaris een ongedateerde en niet ondertekende koopakte ontvangen van een perceel, verkocht aan klager en zijn toenmalige echtgenote. Klager is door de notaris verzocht bescheiden aan de notaris te zenden en uitgenodigd voor het passeren van de akte levering van het perceel op 1 december 2011.

Op 22 november 2011 ontving de notaris nogmaals een niet ondertekende koopakte van het perceel. In die akte kochten de toenmalige schoonouders van klager het perceel. Op 1 december 2011 heeft klager zich op het notariskantoor gemeld voor het transport van het perceel. Op dat moment waren ook de toenmalig schoonouders op het kantoor van de notaris aanwezig.

Klager maakte op dat moment kenbaar dat hij en zijn echtgenote het perceel gekocht hadden en dat hij aanspraak op levering maakte. Vervolgens werd klager weggezonden en werd het perceel aan de toenmalig schoonouders geleverd.

Klager stelt zich nu op het standpunt dat de notaris onzorgvuldig jegens hem (en zijn toenmalig echtgenote) heeft gehandeld.

Overwegingen en oordeel kamer:
De kamer stelt voorop dat voor een geldige koopakte slechts een wilsovereenstemming is vereist, er is niet daadwerkelijk een akte vereist. Uit de toelichting van de vertegenwoordiger van verkoper blijkt dat de tweede verkoopovereenkomst is gesloten omdat niet voldoende zeker was dat klager de overeenkomst zou kunnen nakomen.

De kamer gaat ervan uit dat de notaris op 1 december 2011 niet met klager heeft willen spreken en zich dus ook niet heeft verdiept in de rechten die klager meende te hebben en de argumenten die klager voor zijn standpunt had. De betrokken notaris heeft slechts gesteld dat hij zich niet meer kon herinneren of hij op 1 december 2011 met klager heeft gesproken.

Een notaris die zich op hetzelfde moment geconfronteerd ziet met twee mogelijke kopers van eenzelfde perceel, zoals in casu het geval was, bevindt zich in een moeilijke positie. De notaris zal op dat moment moeten onderzoeken of, en indien de vraag bevestigend wordt beantwoord, welke koper recht op overdracht heeft. De notaris zal daarvoor met beide kopers moeten spreken. Als er geen oplossing mogelijk is, zal notaris vooralsnog dienst moeten weigeren.

De notaris kan niet één van de mogelijke kopers zonder enig gesprek wegzenden en het perceel zonder meer aan de andere koper in eigendom overdragen. Hier doet niet aan af dat van de tweede koopovereenkomst een ondertekende koopakte voor handen was. Dit sluit namelijk niet uit dat eerder een koopovereenkomst klager tot stand gekomen kon zijn.

De betrokken notaris heeft derhalve onzorgvuldig gehandeld en krijgt een berisping.

Conclusie:
Als we ons even op de positie van notaris concentreren dan heeft hij een eerdere koper van het perceel zonder enige motivatie en zonder hem te horen weggestuurd. Het is altijd extreem risicovol om als notaris iemand weg te sturen als er mogelijk meerdere partijen aanspraak hebben op hetzelfde object, een situatie waarin een andere partij die aanspraak maakt op een object maar de notaris niet bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn daargelaten.

De kamer erkent dat dit een lastige positie is om in te verkeren. Desalniettemin zul je als notaris in een dergelijke situatie standvastig moeten zijn en dienst moeten weigeren indien er geen andere mogelijkheden zijn. Dit oordeel van de kamer acht ik begrijpelijk daar op de notaris een belangrijke plicht rust ten eerste jegens zijn cliënten om hun rechten te waarborgen en jegens de maatschappij in het algemeen om de rechtszekerheid te waarborgen. Daarbij hoort een zorgvuldige afweging van belangen en een waardering van de feitelijke situatie. Aan de andere kant kan ik mij ook voorstellen dat de betrokken notaris zich overvallen heeft gevoelen door de aanwezigheid van beide partijen op hetzelfde moment en een beoordelingsfout heeft gemaakt. Op een notaris rust echter een zware plicht om zorg te dragen voor de belangen van cliënten in het bijzonder en om de rechtszekerheid te waarborgen in het algemeen. Als je daadwerkelijk als eerste een pand koopt dan moet je er redelijkerwijs van uit kunnen gaan dat je het ook als eerste geleverd krijgt. Als er onduidelijkheid daaromtrent bestaat, dan zal in het uiterste geval een rechter uitsluitsel moeten geven voordat een notaris overgaat tot levering. Desalniettemin kan ik mij levendig voorstellen dat de notaris een menselijke fout heeft gemaakt. Hoewel we graag zouden willen dat notarissen, alsook het gehele rechtssysteem onfeilbaar is, is dit helaas niet het geval.

De klager heeft in materieel opzicht niet heel veel aan deze uitspraak van de kamer, zoals wel vaker het geval is het tuchtrecht. Veel meer dan mogelijkerwijs een gevoel van genoegdoening zal hij er niet aan overhouden. Betekent dat voor klager dat hij geen opties meer heeft? Nee, een vordering op basis van wanprestatie jegens verkoper is een optie. Complicerende factor daarbij is wel dat zijn toenmalig schoonouders inmiddels eigenaar zijn van het perceel. Het kan heel goed zijn dat verkoper op de hoogte was van de familieverhouding en dit ook aantoonbaar aan partijen heeft gemeld. Daarnaast kan een dergelijke rechtszaak mogelijk de verhoudingen tussen ex-echtgenoten en gewezen schoonfamilie verder op scherp zetten. Het is aan klager om de afweging te maken of een dergelijke vordering zin heeft.

Bron:
Kamer van toezicht Arnhem AL/2012/38 YC1026

Gisteren was ik uit eten met een paar studenten bij een goede gelegenheid. De heren en dames waren perfect gekleed en gecoiffeerd, het eten was fantastisch en de ambiance geweldig. Er werd mij verteld dat eenieder veel aandacht had besteed aan de details. Ik geloofde het bijna totdat het moment kwam waarop men moest afrekenen. Uit de zakken van de colberts en de handtassen van de dames kwamen de meest afgrijselijke portemonnees. Modellen van duct tape die op de middelbare school wellicht ‘cool’ werden gevonden tot canvas monstruositeiten welke bijna uit elkaar vallen van ellende en niet te vergeten de eeuwige Fisher Price ‘mijn eerste portemonnee’ welke gesloten wordt met klittenband.

Een goede portefeuille helpt bij het versterken van je image als een professional. Je kunt er immers nog zo professioneel uit zien met je maatpak maar als je een visitekaartje wilt aannemen of wilt afrekenen en er komt een vod tevoorschijn wat uitpuilt van bonnetjes, dan verschijnen er toch wat barstjes in die verder zo professionele uitstraling. Het is daarom de hoogste tijd om dat ding wat je op de middelbare school nog gebruikte, de deur te wijzen en je stijl te upgraden. Hieronder een stappenplan voor het upgraden van je portemonnee.

Stap 1:
Pak je portemonnee die je nu hebt en bekijk de buitenkant eens goed. Is alles nog keurig verzorgd? Is de portemonnee nog schoon? Passen alle pasjes en dergelijke er nog in? Past de portemonnee bij de uitstraling die je graag wilt hebben? Er is een dikke kans dat je tenminste één van deze vragen ontkennend moet beantwoorden. De ervaring leert dat de meeste mensen te veel in hun portemonnee stoppen om het er vervolgens nooit meer uit te halen waardoor de portemonnee zowat uit zijn voegen barst. Ook zijn portemonnees vaak slecht onderhouden en zien ze er ronduit mottig uit.

Stap 2:
Maak je portemonnee open en haal alles er uit. Je zult nog verbaasd zijn over de enorme hoeveelheid betaalpasjes, muntgeld, briefgeld, klantenkaarten en bonnetjes die er uit komt zetten. Stal alles ordelijk uit op een tafel en kijk vervolgens eens wat je echt nodig hebt. Vaak zul je als man toekunnen met één of twee pinpassen en creditcards, een OV-chipkaart, rijbewijs en misschien nog iets van een museumjaarkaart of een klantenkaart van een zaak waar je vaak winkelt. Daarnaast heb je hooguit een paar coupures briefgeld en een paar munten nodig voor dingen als kleine boodschappen, parkeerautomaten en fooi.

De ervaring leert dat dames gewoonlijk wat meer spullen in hun portemonnee bewaren zoals met name klantenkaarten en pasfoto’s van de gehele naaste kennissenkring. Dit wordt mede gefaciliteerd door het feit dat damesportemonnees gewoonlijk groter zijn en in een handtas bewaard worden. Daarnaast hebben de dames ook vaak de bescheiden van kaarten voor kinderen etcetera bij zich. Desondanks is het nog steeds een goed streven om zo min mogelijk mee te nemen. De uiterst utilistische dame kan zich beperken tot het rijtje wat hierboven voor de heren genoemd wordt.

Allicht is bovenstaand een beetje chargerend beschreven maar het punt blijft dat je waarschijnlijk met veel meer rommel rondloopt dan dat je strikt genomen nodig hebt. Bekijk eens goed wat je echt nodig hebt en leg dat apart. Dingen als klantenkaarten heb je waarschijnlijk niet altijd nodig. Bewaar dergelijke dingen apart en neem ze slechts mee op het moment dat je ze nodig hebt.

Stap 3:
Bedenk goed welke stijl portemonnee je prettig vindt en welke omvang je nodig hebt en denk ook goed na of je eisen stelt aan het materiaal. Ga eens op internet kijken naar wat de verschillende mogelijkheden zijn en oriënteer je goed. Met een portemonnee welke gemaakt is van leer kun je vrijwel nooit in de fout gaan. Met een beetje liefde, aandacht en verzorging gaat een leren portemonnee jaren mee en wordt deze alleen maar mooier naarmate de tijd voortschrijdt. Er zijn echter ook portemonnees verkrijgbaar van staal of koolstofvezel of een combinatie van materialen.

Een lederwarenzaak is ook altijd leuk om eens wat inspiratie op te doen. Bekijk veel verschillende portefeuilles en bekijk ze ook van binnen. Denk goed na over praktische zaken zoals of je pasjes er niet uit kunnen vallen en of je wel goed bij je meestgebruikte artikelen kunt. Denk ook na over of je meer voor een klassieke stijl portemonnee wilt gaan of meer een industrieel en moderner ontwerp.

Stap 4:
Als je een goed idee hebt van wat je wilt, wordt het tijd om een portemonnee aan te gaan schaffen. Maak een voorselectie van modellen/fabrikanten die je aanspreken. Inspecteer alle details grondig! Is de afwerking goed en zijn naden goed gestikt? Is de kleur goed? Is leer goed geverfd? Kijk ook eventjes of het waarschijnlijk is dat inderdaad alle spullen die daadwerkelijk nodig hebt er in passen.

Stap 5:
Als je de portemonnee hebt gevonden die je wilt dan ben je klaar. Schaf het ding aan, ga naar huis en stop je spullen in je nieuwe portemonnee. Het kan zijn dat je eventjes moet experimenteren met welke pasjes je waar stopt enzovoorts. Zorg goed voor je nieuwe portemonnee. Heren, ga niet op een portemonnee zitten. Het vernielt je portemonnee en is slecht voor je rug omdat je continu scheef zit! Dames, mik je portemonnee niet achteloos in de handtas tussen alle andere dingen. Als je lippenstift of mascara gaan lekken op je portemonnee dan kun je beiden weggooien.

Ter inspiratie:
Natuurlijk zou dit legallife niet zijn als er niet wat voorbeelden de revue passeren. Wat extra inspiratie is nooit weg en voor hetzelfde geld zie je hier net dat ene model waar je altijd naar op zoek bent geweest.

Voor de klassieke man:
Voor de klassieke heer is er maar één optie: de ouderwetse leren billfold. Wie het op safe wil spelen kan zich beperken tot donkerbruin of zwart maar voor de klassieke man met moderne inborst is er ook voldoende moois verkrijgbaar. Het is altijd een extreem stijlvolle keuze waarmee je altijd goed voor de dag komt. Van links naar rechts De Dom Reilly for Williams billfold van blauw safiano leder, en klassieke billfold van Davek NY in cognac, een billfold uit de Gaucho serie van Neerlands trots Castelijn en Beerens en tot slot een prachtige billfold in two-tone rood en zwart van het relatief onbekende H.J. de Rooy.

Voor de klassieke dame:
Je bent een klassieke Chanel lady. Je hebt altijd de juiste outfit aan en je hebt altijd de perfecte handtas bij je, daar hoort de juiste portemonnee bij. Je hebt altijd foto’s bij je van je vriendinnen en bent voorzien van een grote hoeveelheid klantenkaarten van iedere winkel die frequenteert. Een overslagportemonnee of overslagbeugelportemonnee is de perfecte portemonnee voor jouw. Van links naar rechts: een opvallende rode kalfslederen portemonnee van Valigeria Roncato, een klassieke overslagportemonnee van Louis Vuitton gedecoreerd met een reistafereel en een fantastisch mooie oxblood rundlederen overslagportemonnee van Castelijn en Beerens.

Voor de minimalist:
Het kan zijn dat je van dit artikel zo veel zin hebt gekregen in het afslanken van de portemonnee dat je het erg grondig aan wilt pakken. In dat geval zijn de portemonnees van Bellroy een aanrader. Daar past een redelijke hoeveelheid pasjes en geld in en toch blijven ze zo klein dat ze met gemak in de zak van een colbert verdwijnen. Je kunt het nog grondiger aanpakken en zelfs de portemonnee vrijwel geheel elimineren met een creditcardhouder met geldclip en wie het helemaal grondig wil aanpakken kan zich geheel en al beperken tot een geldclip. Van links naar rechts de Bellroy note sleeve, een creditcardhouder met geldclip van Dalvey en een geldclip van Links of Londen.

Voor de modernist:
Je bent modern en je wilt niet een portemonnee zoals iedereen. Kijk eens naar een fusie van materialen zoals Secrid welke stalen cardhouders combineert met minimalistische lederen portemonnees. Een andere prachtig industrieel vormgegeven portfeuille is de HuMn wallet. Een alternatief is een superstrakke stalen card case zoals Tru Virtu ze maakt, klein en toch genoeg ruimte voor een paar cards en wat briefgeld.

Voor de designliefhebber:
Je kunt niet binnen dezelfde lijntjes kleuren als de rest van de mensheid, dat is immers maar saai. Je wilt je individualiteit graag laten zien in elk aspect van het leven dus waarom niet ook met je portemonnee. Kijk eens naar de houten portefeuilles van HaydanHuya of Maison Martin Margiela. Een andere optie is een kleurrijke en innovatieve portemonnee van Dosh welke gemaakt wordt van polymeren.

Tot besluit:
Als je er professioneel uit wilt zien dan moet je op de details letten. Je kunt een fantastische indruk maken tot het punt waarop een oud vod pakt om het visitekaartje in op te bergen of af te rekenen. Een goede portemonnee heb je gewoon ontzettend veel plezier van. Kies iets dat past bij je eigens stijl en persoonlijkheid en waar je al je benodigdheden in kwijt kunt en als je toch bezig bent bedenk dan eens of je echt wel al die pasjes nodig hebt.

Het uitgangspunt van de zorgrelatie tussen een medisch hulpverlener en diens patiënt, is ex art. 7:454 BW dat geen mededelingen omtrent patiënt aan derden worden gedaan. De ratio van deze geheimhoudingsplicht is het verzekeren van een vrije toegang tot de gezondheidszorg en waarborging van de privacy van de patiënt. Slechts in een enkel geval kan de geheimhoudingsplicht worden doorbroken.

De feiten:
Op 25 maart 2011 is te Amsterdam de erflater overleden. Hij heeft bij testament van 10 oktober 2006 beschikt over zijn nalatenschap. Tot enige en algehele erfgenamen zijn gezamenlijk en voor gelijke delen tot erfgenamen benoemd de Symforagroep en Het Schouw, deel uitmakende van de Stichting Fontis. Amstelring is de rechtsopvolger van de Stichting Fontis.

Nu vordert de halfzus van de erflater, in het vonnis aangeduid als A, vernietiging van het testament omdat Amstelring als verzorgende instelling volgens de wet geen voordeel mag trekken uit het testament. Volgens A was erflater ten tijde van het opmaken van het testament niet in staat zijn wil te bepalen. Zodoende vordert A dat een onafhankelijke deskundige het zorgdossier zal mogen bekijken om vast te stellen of erflater inderdaad niet compos mentis was. Het zorgdossier resideert onder Amstelring waar erflater onder behandeling was.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
De rechtbank stelt voorop dat artikel 3:34 lid 1 BW bepaalt dat, indien iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord iets verklaart, een met de verklaring overeenstemmende wil wordt geacht te ontbreken. Lid 2 maakt een eenzijdige rechtshandeling die niet tot een of meer bepaalde personen gericht was, zoals een testament, nietig.

De benoeming van een deskundige om het dossier te beoordelen, heeft tot gevolg dat inzage dient te worden gegeven in de medische gegevens van erflater. Op praktische gronden kan erflater zelf die toestemming niet langer geven. Uitgangspunt is dat een hulpverlener over de gegevens omtrent de patiënt waarover hij beschikt, geen mededelingen aan derden mag doen. De ratio achter de geheimhoudingsplicht – enerzijds de vrije toegang tot de gezondheidszorg en anderzijds de waarborging van de privacy van de patiënt – blijft ook na overlijden bestaan.

Onder heersende rechtspraak (Hoge Raad 20 april 2001, NJ 2001, 600) is een inbreuk op de geheimhoudingsplicht mogelijk indien indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Er bestaan zwaarwegende aanwijzingen dat er sprake was van wilsonbekwaamheid ten tijde van het opmaken van het testament;
  2. aannemelijk is gemaakt dat de overledene, ware hij nog in leven geweest, toestemming gegeven zou hebben
  3. deze wijze van gegevensopenbaring is de enige effectieve mogelijkheid om de gewenste opheldering te verschaffen.

Hoewel erflater leed aan depressiviteit, epilepsie, verwardheid en oriëntatiestoornissen, hadden deze klachten volgens de rechtbank niet de omvang van een zodanige stoornis van de geestvermogens dat erflater zijn wil niet meer kon bepalen bij het opmaken van het testament. Evenmin is gebleken dat E leed aan deze klachten op het tijdstip dat het testament opgesteld werd. Het afgeven van zorgindicatie 2 alsmede een onderbewindstelling van erflater zijn pas op een later tijdstip geschied.

Alle omstandigheden bij elkaar bezien moet leiden tot de conclusie dat er onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen zijn dat erflater ten tijde van het opmaken van het testament er niet toe in staat was zijn wil te bepalen en dat op grond van die aanwijzingen de geheimhoudingsplicht van Amstelring opzij gezet dient te worden. De rechtbank zal dan ook geen deskundige benoemen. Nu zonder een deskundige geen oordeel kan worden gevormd over de geestesgesteldheid van erflater, zijn er ook geen gronden voor nietigheid van het testament onder artikel 3:34 BW.

Ook de stelling dat Amstelring geen voordeel uit het testament mag genieten omdat zij een zorginstelling is (4:59 lid 2 BW) gaat niet op nu het testament werd opgesteld toen erflater niet in een instelling verbleef. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bepaalde in artikel 4:59 lid 2 BW alleen dan geldt ten tijde van het verblijf van betrokkene in de instelling. Op het moment dat een persoon niet in een instelling verblijft, is er immers ook geen gevaar voor beïnvloeding van een erflater in spe vanuit die instelling. Bepalend is derhalve de locatie waar een erflater verblijft ten tijde van het opstellen van het testament.

Conclusie:
Het is in dit geval niet mogelijk om de geheimhoudingsplicht die zorginstelling heeft te doorbreken. De omstandigheden in overweging nemende zijn er onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen dat er sprake was van wilsonbekwaamheid ten tijde van het opmaken van het testament. Daarmee is niet voldaan aan de vereisten zoals geformuleerd in Hoge Raad 20 april 2001, NJ 2001, 600. In het verlengde daarvan wordt er geen deskundige benoemd. Dat houdt in dat wilsonbekwaamheid van erflater niet kan worden vastgesteld en er geen grond is voor aantasting van het testament door artikel 3:34 BW.

Bron:
Rechtbank Amsterdam ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5828 NJF 2013/189 (MvM)

De fiscus heeft ter uitoefening van haar taak verscheidene bevoegdheden om correcte belastingheffing mogelijk te maken. Zo heeft iedere belastingplichtige ingevolge art. 47 Awr (Algemene Wet Rijksbelastingen) de verplichting desgevraagd aan de inspecteur: a. de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn en; b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan – zulks ter keuze van de inspecteur – waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de belastingheffing te zijnen aanzien, voor dit doel beschikbaar te stellen.

Indien niet aan deze verplichtingen wordt voldaan, kan een informatiebeschikking worden opgelegd als bedoeld in art. 52a Awr. In onderhavig geval is de vraag of een informatiebeschikking terecht is opgelegd.

De feiten:
De Nederlandse fiscus heeft in het kader van een zogenaamde spontane uitwisseling van de Belgische fiscus fotokopieën gekregen van rekeningoverzichten van Nederlandse rekeninghouders. Naar aanleiding daarvan is verder onderzoek verricht. Uit dat onderzoek bleek onder meer dat eiseres in het geding in de periode 1994 tot en met 1996 obligaties, een lopende rekening en effecten aanhield in het buitenland. Eiseres heeft in haar aangiften over 2008 tot en met 2010 geen vermogensbestanddelen opgenomen die betrekking hebben op een buitenlandse bankrekening.

Eiseres heeft ontkend dat zij een buitenlandse bankrekening heeft, zij heeft de fiscus dan ook geweigerd bankgegevens te verstrekken over de jaren 2008 tot en met 2010. De fiscus legde vervolgens een informatiebeschikking op. Eiseres ging hiertegen in beroep. De vraag is nu of de bankgegevens welke zijn verkregen van de Belgische fiscus een gegronde reden opleveren om een informatiebeschikking op te leggen.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
De rechter stelt eerst vast dat indien niet aan de verplichtingen van artikel 47 Awr wordt voldaan, een informatiebeschikking ingevolge art 52a Awr mag worden afgegeven. De fiscus heeft de gegevens welke ontvangen zijn van de Belgische fiscus vergeleken met de informatie in het eigen informatiebeheersysteem. Eiseres is de enige in Nederland met de naamcombinatie die overeenkwam met de naam en rekening op de fotokopieën. Zodoende kan de fiscus voldoende aannemelijk maken eiseres rechthebbende is van de saldi op de Belgische bankrekening.

Daarnaast vond de rechter dat de gegevens relevant zijn voor de belastingheffing over de jaren 2008 tot en met 2010. Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 8 januari 1986, nr. 23 034, LJN: AW8125) is namelijk voor de aanwezigheid van een belang als bedoeld in artikel 47 van de Awr is namelijk slechts vereist dat het gevraagde op zichzelf beschouwd van belang kan zijn voor de belastingheffing van de betrokken belastingplichtige. De verkregen gegevens stammen zijn namelijk weliswaar verouderd maar het kan niet worden uitgesloten dat eiseres niet nog steeds de bewuste buitenlandse rekening aanhoudt. Omdat de rekening goeddeels bestaat uit obligaties en effecten is het aannemelijk dat het gaat om een belegging voor de langere termijn en dat de buitenlandse rekening nog steeds bestaat.

De informatiebeschikking is derhalve terecht opgelegd.

Conclusie:
Het logisch dat eiseres een poging waagt om onder de informatiebeschikking uit te komen. Zij heeft namelijk zeer waarschijnlijk buitenlands vermogen wat zijn niet heeft opgegeven bij de fiscus. Als de fiscus die gegevens alsnog in handen krijgt dan kan blijken dat eiseres een zogeheten zwartspaarder is. Dat betekent dat zij een aanzienlijke boete wegens belastingontduiking tegemoet kan zien.

Bron:
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2013:9517