Ingebrekestelling van een bestuursorgaan is een belangrijke formele eis om in beroep te kunnen gaan tegen een bestuursorgaan. Uit een recente uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat onder omstandigheden een ingebrekestelling kan uitblijven als een dagvaarding van de Staat, onder toevoeging van de inspecteur, aangemerkt moet worden als een mededeling aan de inspecteur.

De feiten:
Een BV heeft bij aangiften verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over de tijdvakken januari 2008 tot en met november 2008 en januari 2009 tot en met mei 2009. Het gaat hier blijkens het vonnis van het hof om zeker 16 aangiften. Vervolgens is door belanghebbende beroep ingesteld bij de Rechtbank wegens het niet-tijdig beslissen door de Inspecteur op deze teruggaafverzoeken.

De rechtsvraag:
De rechtsvraag draait om de ontvankelijkheid van de BV. Is het bestuursorgaan op correct wijze in gebreke gesteld? Voor de Rechtbank heeft de Inspecteur betoogd dat de door belanghebbende ingestelde beroepen niet-ontvankelijk zijn wegens het ontbreken van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:12, lid 2, letter b, Awb. Belanghebbende betoogde dat het instellen van de procedure heeft te gelden als ingebrekestelling. Zo er geen sprake is van een ingebrekestelling, doet zij subsidiair een beroep op artikel 6:12, lid 3, Awb. Daartoe stelde zij dat zij herhaaldelijk vergeefs bij de Inspecteur erop heeft aangedrongen te beslissen op de teruggaafverzoeken en dat niet viel te verwachten dat de Inspecteur door een (formele) ingebrekestelling alsnog daartoe zou overgaan.

Bij de Rechtbank kwam het punt van ingebrekestelling niet aan de orde omdat de Inspecteur dat punt liet vallen maar in hoger beroep onderzocht het hof de stelling ambtshalve en stelde de Inspecteur in het gelijk. Het Hof overwoog daartoe onder meer dat die vorderingen niet rechtstreeks aan de belastingdienst zijn gericht alsmede verwierp zij de stelling dat van belanghebbende redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat zij de Inspecteur in gebreke stelde. Nu moet de Hoge Raad hier in cassatie over oordelen.

Overwegingen en oordeel van de Hoge Raad:
De Hoge Raad stelt de BV in het gelijk. De Hoge Raad volgt de lijn van de rechtbank namelijk dat van belanghebbende niet redelijkerwijs kon worden verwacht dat zij verdere of andere stappen zou nemen om de Inspecteur in gebreke te stellen. Daarnaast merkt de Hoge Raad nog op dat belanghebbende in het kort geding terecht de Staat in rechte heeft betrokken, mede onder toevoeging dat het hier gaat om de Inspecteur omdat de Inspecteur geen rechtspersoon of natuurlijke persoon is. Dat brengt met zich mee dat de door belanghebbende in die procedure ingestelde vordering worden aangemerkt als een mededeling die (mede) is gericht aan de Inspecteur.

De Hoge Raad verwijst door naar een ander hof voor verdere behandeling.

Conclusie:
De Hoge Raad volgt dezelfde lijn als de Rechtbank. Een (formele) ingebrekestelling kan uitblijven als van belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij verdere of andere stappen moet ondernemen. In dat geval moet een dagvaarding van de Staat, onder toevoeging van de inspecteur, aangemerkt worden als een mededeling aan de inspecteur.

Het hof krijgt en passant nog een flinke tik op de vingers door de constatering van de Hoge Raad dat in hoger beroep partijen het eens waren over de juistheid van de feitelijke grondslag van de beslissing van de Rechtbank omtrent de ontvankelijkheid en het Hof heeft zelf geen feiten vastgesteld heeft waarmee die beslissing onverenigbaar zou zijn. Gezien het feit dat de beslissing van de Rechtbank geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en voornoemde omstandigheid in aanmerking nemende, had het Hof niet de vrijheid om op dit punt ambtshalve tot een ander oordeel te komen.

Al met al is deze uitspraak dus een goed resultaat voor belanghebbende die nu al een paar jaar op zijn geld zit te wachten. Een ander Hof zal zich nu moeten gaan uitlaten over de daadwerkelijke toe- dan wel afwijzing van de vordering.

Bron:
ECLI:NL:HR:2013:21 Hoge Raad

Dress shoes oftewel geklede schoenen, hetgeen je draagt bij formele gelegenheden. Wat zijn de opties? Waar moet je naar vragen in de schoenenwinkel? Welke schoenen kun je beter bewaren voor informele gelegenheden? Allemaal vragen waar de gemiddelde mens een keertje in zijn leven tegen aan gaat lopen en vragen die je moet kunnen beantwoorden. Er is immers weinig vervelender dan een perfecte outfit kiezen en vervolgens komen aanzetten met een paar totaal verkeerde schoenen. Deze week gaan we verder met (semi-)formele schoenen voor mannen.

De schoenen voor heren worden meestal ingedeeld naar het soort sluiting van de schoen. Voor alle soorten geldt dat ze verkrijgbaar zijn in zowel formeler als meer casual varianten.

Oxfords:
Een Oxford is een stijl van veterschoen kenmerkt welke zich kenmerkt door de schoenveterogen welke onder de vamp zijn geplaatst. Van Oxfords wordt om deze reden ook wel gezegd dat ze een “gesloten vetersluiting” hebben. In Frankrijk zijn Oxfords bekend onder de naam van Richelieus.

De luxere en meer traditionele Oxfords zijn geheel van leer gemaakt inclusief de zool. Dit zorgt voor het kenmerkende klikkende geluid wanneer men op een harde oppervlakte loopt. Een goede Oxford kan zonder problemen enkele malen worden verzoold wanneer de zool versleten is. Moderner Oxfords hebben ook vaak zolen van kunststof hetgeen soms om budgettaire redenen gedaan is en soms om redenen van comfort.

oxford Een zwarte Oxford van Corvari

Derby’s:
Een derby is nauw verwant aan de Oxford. Het verschil met de Oxford is dat de schoenveterogen aan de bovenzijde zijn geplaatst van een vamp die uit één stuk leer is gesneden. Van derby’s wordt ook wel gezegd dat ze een “open vetersluiting” hebben. Derby’s gelden nog steeds als minder formeel dan Oxfords. In de praktijk is het verschil verwaarloosbaar aangezien veel mensen het verschil niet weten.

derbyEen derby van Tricker’s met brogueing

Loafers:
Loafers worden ook wel instappers of slip-ons genoemd. Het zijn lage schoenen welke geen schoenveters hebben. Aanvankelijk werden loafers ontwikkeld als een casual schoen maar de populariteit vanwege het gemak en comfort van loafers heeft ertoe geleid dat er al snel ook varianten werden ontwikkeld om te dragen met tenue de ville.

De klassieke loafer heeft vaak eenzelfde constructie als de mocassin waarbij de de zool, zijkant en achterkant gemaakt zijn van één stuk leer dat vast wordt gestikt aan de bovenzijde waarbij er al dan niet een vamp kan worden toegevoegd. Moderne loafers worden vaak geconstrueerd net als Oxfords met als enige verschil dat de veters worden weggelaten en dat de tong vaak wordt vastgehouden middels elastiek of een leren band boven de tong langs.

loafer_klassiekEen klassiek model loafer van Polo by Ralph Lauren waarbij duidelijk nog de mocassin erfenis zichtbaar is.

loafer_modernEen modern model loafer van Cole Haan

Monk strap:
Het laatste model wat vaak voorkomt is de zogeheten monk strap ook wel monniksschoen genoemd. Een monk strap is een veterloze schoenstijl welke wordt gesloten middels een riem en gesp. Een monk strap is minder formeel dan een Oxford maar formeler dan een derby. Monk straps worden gemaakt met zowel één gesp als met twee gespen.

monkstrap_enkel Een zwarte enkele monkstrap van Gravati

Recentelijk heeft het CBB uitspraak gedaan in de zaak van de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis en de Voedsel en Warenautoriteit handelende onder autoriteit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Gelukkig kunnen we dankzij deze uitspraak voorlopig stellen dat het hebben van een gevoel voor humor niet verboden is.

De feiten:
Het Ketelhuis vierde in 2009 haar tienjarig bestaan met een poster die haarzelf en de Nederlandse film moest promoten. Deze poster was een parodie op de verpakking van Lucky Strike sigaretten.

poster

De VWA legde het Ketelhuis vervolgens een boete op omdat de vertoning van het logo van een tabaksfabrikant in strijd was met het in artikel 5a lid 2 van de Tabakswet neergelegde verbod om reclame te maken voor tabaksproducten.

Standpunt minister:
De minister stelt dat artikel 5, eerste lid, van de Tabakswet een algemeen verbod behelst en dat de in de overige leden van dat artikel voorziene uitzonderingen restrictief moeten worden uitgelegd. Artikel 5a van de Tabakswet breidt volgens de minister de werking van het reclameverbod nog verder uit. Het parodiërende gebruik van een naam, merk, symbool of een ander onderscheidend teken wordt niet expliciet als uitzondering genoemd.

Gelet op de objectiverende formulering van het begrip ‘reclame’ in artikel 1, onder d, van de Tabakswet kan de intentie van de gebruiker van de filmposter niet afdoen aan het reclamekarakter van de commerciële mededeling. Artikel 5a van de Tabakswet bevat uitsluitend objectieve bestanddelen, zodat de intentie om het reclameverbod te omzeilen niet bewezen hoeft te worden.

Standpunt Ketelhuis:
Het Ketelhuis stelt dat het bewerkte logo op de poster een duidelijk andere vorm heeft dan dat van het merk “Lucky Strike” en dat de poster ook in zijn geheel een duidelijk andere vorm heeft. De boete is in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur mede gelet op het doel van de verbodsbepaling van artikel 5a, tweede lid, van de Tabakswet. Tot slot vormt de boete een ongerechtvaardigde inbreuk vormt op de vrijheid van meningsuiting als in artikel 10 van het EVRM.

Overwegingen en oordeel van het CBB:
Het CBB volgt dezelfde lijn als de rechtbank en kijkt met name naar de intentie van het reclameverbod in de tabakswet. Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 5a van de Tabakswet blijkt dat deze tot doel heeft het omzeilen van de reclamebeperkingen te voorkómen zoals bijvoorbeeld het op de markt brengen van snoepgoed of een ander kindvriendelijk product, dat de naam draagt van of eruit zien als een populair tabaksmerk of productintroducties ten behoeve van verhulde tabakspromotie gericht op tieners. Het gaat dus met name om het bestrijden van sluikreclame of sponsoring.

Het Ketelhuis beoogt met de filmposter haarzelf en de Nederlandse film te promoten. De poster is een parodie op tabaksreclame.
Het College volgt de minister niet in zijn, niet nader toegelichte en onderbouwde, stellingen dat de poster onvermijdelijk de behoefte aan het roken van sigaretten van het merk “Lucky Strike” stimuleert, en dat het oordeel van de rechtbank de handhaving van het reclameverbod onmogelijk maakt en daarmee het verbod tot een dode letter.

Ook het argument dat de intentie om het reclameverbod te omzeilen niet bewezen hoeft te worden, houdt geen stand. Indien er niet beoogd wordt het reclameverbod te omzeilen, is er in beginsel geen grond voor het opleggen van een boete.

In het licht van deze overwegingen hoeft het argument aangaande de vrijheid van meningsuiting niet verder besproken te worden, aldus het College. Het oordeel van de rechtbank wordt bekrachtigd.

Conclusie:
Een parodie maken op een sigarettenverpakking is toegestaan mits er geen sprake is van een intentie om het (sluik-)reclame en promotieverbod voor tabak te omzeilen. Een mijns inziens terechte uitspraak daar een boete in dit geval een erg disproportionele maatregel is. De Tabakswet is niet bedoeld om dergelijke overduidelijk parodiërende uitingen te verbieden. Het is dan ook niet in te zien hoe deze poster mensen zou aanzetten tot roken.

Bron:
ECLI:NL:CBB:2013:65, College van Beroep voor het bedrijfsleven

1 januari 2003 is een belangrijke datum in de notariële rechtspraktijk. Op die datum werd het vernieuwde boek 4 BW aangaande erfrecht ingevoerd. Er zijn tal van substantiële veranderingen ingevoerd waaronder wat je precies in een codicil kon opnemen. Voor 1 januari 2003 waren de regels daarvoor veel ruimer. Als er dan vervolgens na 1 januari 2003 een codicil wordt gemaakt wat niet aan de vereisten voldoet, dan kun je tegen problemen aanlopen.

Codicil:
Onder het huidige recht (art. 4:97 BW) is een codicil een onderhands, door de erflater geheel met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend stuk kunnen waarmee zonder verdere formaliteiten beschikkingen worden gemaakt aangaande:

  • kleren
  • lijfstoebehoren
  • bepaalde lijfsieraden
  • bepaalde tot de inboedel behorende zaken
  • bepaalde boeken.

Bepaalde moet in deze context overigens worden gelezen als ‘nader omschreven.’ Het voordeel van een codicil is dat het maken laagdrempelig is, er komt immers geen notaris aan te pas om een codicil te maken. Een probleem is echter wel de relatief grote fraudegevoeligheid van codicils, dit is één van de belangrijkste redenen dat de mogelijkheden om een codicil te gebruiken zeer beperkt zijn.

Er kan dus tegenwoordig niet veel in een codicil worden geregeld. Wie meer wil regelen dan binnen het codicil mogelijk is, zal moeten uitwijken naar een testament hetgeen in de wetsterminologie een uiterste wilsbeschikking heet. Eén van de dingen die slechts bij uiterste wilsbeschikking geregeld kunnen worden, is het aanwijzen van een een executeur (art. 4:142 BW). Dat is waar het om draait in deze zaak.

De feiten:
In onderhavige zaak gaat het om een klacht tegen een notaris over de inhoud van de verklaring van erfrecht. Het stuk wat door erflater is opgesteld en waarop klager zich beroept dateert van 2006 en is getypt. In dit stuk werd een executeur aangewezen. Erflater had ook een testament laten opstellen, daarin werd echter geen executeur aangewezen.

De verklaring van erfrecht vermelde derhalve: “In dit testament heeft de overledene geen executeur benoemd. De erfgenamen hebben verklaard niet bekend te zijn met een codicil met een benoeming van een executeur.”

Na wat discussie over en weer volgt een klacht tegen de notaris en diens protocolopvolger. Klager stelt dat de hiervoor weergegeven passage van de verklaring van erfrecht onjuist is, aangezien erflater in februari 2006 de tekst heeft getypt en ondertekend.

Overwegingen en oordeel:
Vóór 1 januari 2003 kon bij codicil een executeur-testamentair worden aangewezen (artikel 982 van het oude Burgerlijk Wetboek). Op grond van het nu geldende recht kan bij codicil geen executeur meer benoemd worden. Dit dient bij uiterste wilsbeschikking te geschieden. Het stuk waarop klager zich beroept dateert van na 1 januari 2003 en is niet handgeschreven. In de onderhavige verklaring van erfrecht is dan ook terecht opgenomen dat er geen sprake is van een codicil.[r.o. 5.2.]

Dit is in onderlinge correspondentie uitvoerig uiteen gezet. De enkele omstandigheid dat dit gegeven ook op een andere manier in de akte had kunnen worden verwoord, kan niet leiden tot de conclusie dat de notaris klachtwaardig heeft gehandeld. Daarbij is in de overweging genomen dat een dergelijke manier van verwoording niet ongebruikelijk is. [r.o. 5.3.]

Bovendien heeft de eerste notaris om klager tegemoet te komen nog aangeboden om de verklaring van erfrecht aan te passen, door onder de door klager gewraakte passage één zin toe te voegen. Dit aanbod is al gedaan ruimschoots voordat de klacht werd ingediend maar klager is daar nooit op ingegaan.[r.o. 5.4.]

Conclusie:
Deze zaak gaat in de kern om juridisch taalgebruik wat verkeerd begrepen is. Het is niet onbegrijpelijk dat klager, gezien de formulering van de zinssnede, denkt dat de notaris voorbij gaat aan het stuk dat door erflater is opgesteld in 2006. Klager lijkt in de veronderstelling te verkeren dat het stuk een codicil is maar daar kan zowel onder het oude BW als onder thans geldig recht geen sprake van zijn.

Er is derhalve geen sprake van een rechtsgeldige aanwijzing van een executeur in de zin van de wet. Een dergelijke suggestie moet in de verklaring van erfrecht zorgvuldig worden vermeden. Dit gezien de bevoegdheden die een executeur kan hebben, waarbij juridisch, met name bij de afwikkeling van de nalatenschap de erfgenamen niet zelfstandig kunnen handelen met betrekking tot de af te wikkelen nalatenschap. De wet bepaalt dat de executeur de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt.

Het frappante is dat uit de correspondentie blijkt dat er kennelijk niets aan in de weg staat om feitelijk te handelen zoals er in het stuk van erflater vermeld staat. De correspondentie richting klager is, mijns inziens, ook niet bijzonder moeilijk leesbaar of technisch van aard. Klager heeft dan ook terecht bakzeil gehaald bij zowel de Kamer als bij het hof dat het vonnis van de Kamer bekrachtigt.

Bron:
ECLI:NL:GHAMS:2013:1905, Hof Amsterdam

Dress shoes oftewel geklede schoenen, hetgeen je draagt bij formele gelegenheden. Wat zijn de opties? Waar moet je naar vragen in de schoenenwinkel? Welke schoenen kun je beter bewaren voor informele gelegenheden? Allemaal vragen waar de gemiddelde mens een keertje in zijn leven tegen aan gaat lopen en vragen die je moet kunnen beantwoorden. Er is immers weinig vervelender dan een perfecte outfit kiezen en vervolgens komen aanzetten met een paar totaal verkeerde schoenen. Om gênante momenten te voorkomen en geleerdheid ten aanzien van alles wat stijl is te bevorderen volgen er komende twee weken een inleiding tot de verschillende stijlen (semi-)formele schoenen voor mannen en vrouwen. Aangezien etiquette gebied dat dames voorgaan, starten we daarmee.

Pumps:
De pump is waarschijnlijk de meeste bekende formele schoenstijl voor dames. Hoe je het ook wendt of keert, met een pump kun je bijna altijd voor de dag komen. Klassieke pumps kunnen een ronde of spitse neus hebben en zijn meestal gemaakt van leer. Ze hebben een blokhak van minstens 5 cm hoog en ongeveer twee centimeter breed.

pump klassiek
Klassieke pump met hoge hak en ronde neus van Maripé

Heden ten dage zijn er tal van variaties op de klassieke pump verkrijgbaar. Zo zijn er peep toe pumps die een kleine opening aan de tenen hebben. Er zijn ook pumps met enkelbandjes. De verscheidenheid in materialen neemt ook toe. Waar vroeger glad, stug leer de boventoon voerde is tegenwoordig suède en zelfs wol verkrijgbaar. Goedkopere pumps worden vaak gemaakt van kunststoffen.

Ook op het vlak van hakken zijn de nodige veranderingen geweest. De meest bekende is waarschijnlijk de stillettohak ook wel naaldhak genoemd. De term stilletto verwijst overigens slechts naar de hak en niet naar de stijl schoen. Een stilettohak is een hak van tenminste 7 centimeter hoog en minder 1 centimeter breed. Een andere veel geziene hak is de sleehak ook wel wedge genoemd. Hierbij loopt de hak over de hele lengte van de schoen geleidelijk omhoog (net als een sleehelling).

pump modernEen peep toe pump met sleehak en enkelbandje van Taupage

Slingback:
Slingbacks zijn nauw verwant aan de pump. Er is eenzelfde variëteit aan materialen en hakken verkrijgbaar maar het verschil zit in de achterzijde. Een pump heeft altijd een gesloten hiel. In plaats daarvan heeft een slingback een smalle band die langs de bovenkant van de hiel loopt, waarbij de rest van de hiel open is.

slingback Een slingback van Geox

Mule:
Het woord mule associëren wij gewoonlijk met een ezel maar het is ook een model schoen. Een mule is een schoenstijl die niet vastzit aan de hielzijde en vaak een gesloten voorzijde heeft. Een mule kan elke hakhoogte hebben – van vlak tot hoog. Pumps en slingbacks zijn vrijwel zonder uitzondering geschikt om te dragen in een formele setting. Voor mules ligt dat echter anders. Mules zijn er zowel in varianten die geschikt zijn voor formeel gebruik als meer casual variaties.

mule Mule van Louis Vuitton

Sandaal:
Sandalen zijn een open type schoentype, bestaande uit een enkele zool die aan de voet wordt gehouden door enkele riempjes die over de wreef en soms rond de enkel lopen. Het onderscheid tussen een sandaal en ander schoentype is soms lastig te maken. Het gemeenschappelijke criterium is dat een sandaal gewoonlijk het meeste van het bovenste deel van de voet onbedekt laat, met name de tenen. Sandalen zijn niet zonder uitzondering geschikt voor formeel gebruik, integendeel er zijn vele outdoormodellen die je niet op een feestje moet dragen. De aanwezigheid van een (kleine) hak is sowieso altijd een goede indicatie dat je niet met een outdoormodel van doen hebt. Ook de aanwezigheid van decoratie, het gebruik van veel riempjes etc. zijn goede indicatoren voor welk gebruik de maker de sandaal beoogd heeft.

sandaal Een sandaal van Casadei

Ballerina’s:
Ballerina’s of Dolly schoenen zijn afgeleid van de zachte balletschoenen. Ze hebben een zeer lage hak en soms zelfs helemaal geen hak. De voorkant is altijd afgerond. Klassieke ballerina’s worden gekenmerkt door een lint-achtige binding langs de bovenkant die wordt vastgezet met een klein strikje bij de tenen. Hiermee kon de balletschoen losser of vaster worden gezet. Veel ballerina’s hebben nog een strikje op de schoen maar dit heeft zelden nog een functie. Er zijn ook veel ballerina’s waar dit strikje helemaal verdwenen is.

Ballerina’s kunnen vaak uitstekend in een ietwat formele setting worden gedragen. Ze gelden echter wel als minder formeel dan een pump. Het zal bij formele gelegenheden derhalve vaak aankomen op de overweging hoe formeel de gelegenheid precies is.

ballerinas Ballerina’s van Chanel

Loafer:
Loafers zijn meestal plat en worden meestal meer als mannelijk en comfortabel gezien dan iets met een hak. De typische loafer heeft een ietwat vierkante neus en is meestal uitgevoerd in donkere kleuren, zoals zwart of bruin. Loafers kunnen op zijn best als semi-formeel worden gezien. Het verdient aanbeveling om loafers met zorg uit te kiezen of helemaal links te laten liggen omdat ze vrij snel als erg oubollig en mannelijk worden ervaren door de toeschouwer. Houd er rekening mee dat loafers vrijwel zonder uitzondering een casual schoen zijn.

loafer Een loafer van Ella Cruz