Na enige vertraging is afgelopen week eindelijk het LJN nummer vervangen door het ECLI nummer (European Case Law Identifier). Net zoals met bankrekeningnummers betekent dit dat de verwijzingen een stuk langer worden. Wel wordt het zoeken van internationale rechtspraak een stuk gemakkelijker. Deze vervanging betekent dat vanaf nu het ECLI de de facto verwijzing is in plaats van het LJN nummer.

De ECLI is als volgt opgebouwd:
Landcode:
Hiermee wordt aangeduid uit welk land de uitspraak afkomstig is. Nederlandse uitspraken hebben de landcode ‘NL’.

Gerechtscode:
Met de gerechtscode wordt aangeduid door welk gerecht een uitspraak is gedaan. De gerechtscodes worden vastgesteld door iedere lid-staat zelf.

Jaar:
Het jaar dat hier staat is het jaar waarin de uitspraak is gedaan. Het is dus niet het jaar waarin een zaak is aangebracht. Het wordt altijd geschreven in vier cijfers.

Nummer:
Dit element maakt de ECLI uniek voor één enkele uitspraak. In Nederland zijn er twee mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is een combinatie van twee letters en vier cijfers: het LJN dat vroeger aan de uitspraak was toegekend. De tweede mogelijkheid is een oplopend volgnummer dat uitsluitend uit cijfers bestaat; voorloopnullen worden daarbij nooit gebruikt. Een dergelijk volgnummer is toegekend aan alle uitspraken die nooit een LJN hebben gehad. Ook uitspraken van vóór 2013 kunnen zo’n oplopend volgnummer hebben.

Momenteel wordt de zoekmachine bij rechtspraak.nl flink omgebouwd. Ook uitspraken die daar nooit gepubliceerd zijn krijgen een ECLI toegewezen waardoor zoekresultaten vooralsnog veel ‘lege’ resultaten bevatten.

Ga vooral niet zelf een ECLI nummer zitten construeren op basis van de gegevens van de uitspraak, maar zoek het LJN nummer op en gebruik dan het gevonden ECLI nummer. Er zijn namelijk wat discrepanties mogelijk onder meer vanwege de recente herindeling van de gerechtelijke kaart.

Voor iedereen die een site bijhoudt is het ook goed om even in het achterhoofd te houden dat de methode van deeplinken (alweer) veranderd is. Wie zich gedurende het LJN tijdperk altijd aan de instructies heeft gehouden, hoeft als het goed is niets te veranderen aan oude links. Nieuwe links zullen wel volgens de nieuwe instructies gemaakt moeten worden omdat zij anders na verloop van tijd niet meer zullen werken.

Ik beveel iedereen aan om eventjes een blik te werpen op de nieuwe zoekmachine en de instructies op rechtspraak.nl zorgvuldig door te lezen. Hieronder heb ik links opgenomen naar de meest relevante pagina’s.

Links/bronnen:
ECLI (en LJN)
Zoeken in uitspraken
Linken naar uitspraken

Onlangs kreeg ik een aardige vraag van een eerstejaars rechtenstudent: “Wat draag je eigenlijk als jurist altijd bij je voor je werk en wat draag je meestal bij je in je vrije tijd?” Deze bewuste student bleek een groot fan van EDC wat zoveel betekent als EveryDay Carry oftewel dingen als gereedschappen, apparatuur en benodigdheden die je op dagelijkse basis bij je draagt. Nu krijg ik wel vaker vragen in de trant van: Wat heb je nodig voor …? of “Wat gebruik je het meest? of “Wat vind je dat juristen altijd nodig hebben?

Om voor eens en altijd een eind aan dat soort vragen te maken zal ik bij deze in een aantal artikelen inzicht geven in wat ik altijd bij me heb, wat ik gewoonlijk bij me draag wanneer ik aan het werk ben en wat ik gewoonlijk privé bij me draag. We beginnen vandaag met de dingen die ik altijd bij me heb.

Sleutels:
Een voordehand liggend iets maar sleutels heb je altijd nodig, zonder kom je immers de deur niet meer in. Ik heb een voorkeur voor een minimum aan gewicht en massa dus ik heb slechts vijf sleutels die ik altijd gebruik aan een sleutelring met daaraan een kleine karabiner. Dit houdt de sleutelbos lekker klein en hanteerbaar en gemakkelijk op te bergen in broekzak of tas.

Smartphone:
Het zal vast niemand verbazen dat iemand die blogt een smartphone bij zich draagt. Al ongeveer een jaar is Samsung Galaxy S III de telefoon van keuze, groot genoeg om bruikbaar te zijn en klein genoeg om hanteerbaar te zijn. Ik ben een groot fan van Android vanwege de veelheid aan apps, het kunnen gebruiken van widgets en een uitstekend notificatiecentrum.

Los daarvan is het ontzettend gemakkelijk om vrijwel overal contact te kunnen houden met iedereen, eventjes gauw een mailtje te kunnen beantwoorden, social media te checken en reisinformatie opvragen of gewoon eventjes wat op te zoeken zoals waar de lekkerste koffie in de buurt te krijgen is.

Zolang jij de smartphone hanteert en niet obsessief het ding je leven laat dicteren door op elk pinggeluid te reageren zijn er weinig nuttiger objecten om bij je te dragen.

S3-flip-cover

Portefeuille:
Ik houd van items die in vrijwel alle situaties bruikbaar zijn. Of je nu in casual of formeel gekleed bent, een leren billfold pas overal bij. Daarnaast kan leer behoorlijk wat hebben, hetgeen prettig is want een portefeuille krijgt het vaak zwaar te verduren.

Een portefeuille moet voldoende ruimte bieden voor bankpassen, rijbewijs, briefjes en een paar munten. Het verdient aanbeveling om één keer per week alles wat je niet nodig hebt aan bonnetjes etc. uit je portemonnee te verwijderen. Het verbaast mij iedere keer weer hoe snel je met veel rommel rondloopt die niet nodig hebt.

Nadat mijn trouwe portefeuille recentelijk was overleden, moest er snel vervanging komen. De keus viel op een simpele billfold van Castelijn en Beerens. Zij maken stevige portemonnees van goed, stevig leer wat jaren meegaat. Uiteindelijk is dat goedkoper dan een simpele portefeuille die al na een twee jaartjes uit elkaar valt van pure ellende.

portemonnee_man

Horloge:
Ook qua horloges ben ik een groot voorstander van utilisme en derhalve kies ik graag iets wat zowel casual als semi-formeel gedragen kan worden. Een horloge moet niet te groot of te dik zijn, stevig, betrouwbaar en onderhoudsarm. De keuze voor een leren of stalen band is erg persoonlijk maar ik heb een voorkeur voor staal omdat het sterker is en in tegenstelling tot een leren band waarschijnlijk nooit vervangen hoeft te worden alsmede niet kan gaan afgeven door een beetje regen. Aan de andere kant maakt leer vaak een wat chiquer indruk, het is soepeler en pas zich meer aan de pols aan wat voor velen wellicht comfortabeler is.

Inmiddels draag ik al vele jaren een Fossil Arkitekt FS4311 met een simpele stalen band en zwarte wijzerplaat. De zwarte plaat is vanwege de reflecterende uurmarkeringen ook bij slecht licht goed af te lezen. Het is wat mij betreft de ideale mix tussen gekleed en sportief, kan een stootje hebben één keer per drie jaar de batterij vervangen is te overzien. Daarnaast heeft Fossil een bijzonder aangename prijsstelling van ongeveer tussen de € 80,- en € 110,- Dat brengt het zonder meer binnen het prijsbereik van de meesten en maakt vervangingskosten bij een ongelukje ook nog te overzien.

horloge

Notitieboek en pen:
Je weet nooit wanneer inspiratie toeslaat en wanneer je iets moet opschrijven. Natuurlijk is het gebruiken van een smartphone voor dergelijke dingen een optie maar ik vind het ook prettig om niet voor alles van dingen met batterijen afhankelijk te zijn.

Notitieblokken moeten moeten noch te klein noch te groot zijn. Welk formaat geschikt is, hangt met name af van hoeveel je schrijft en waar je schrijft. Ik heb zelf een voorkeur voor een A5 formaat omdat daar ook makkelijk in getekend kan worden. Veel mensen zullen een A6 formaat verkiezen omdat dat stukken hanteerbaarder is. De keuze voor softcover of hardcover is ook een zeer persoonlijke. Gewoonlijk ontwikkeld iemand een sterke voorkeur voor één van beide. Ik gebruik graag hardcovers aangezien deze meer kunnen hebben een stabiele ondergrond bieden om op te schrijven. Deze keus is gedeeltelijk ingegeven door het A5 formaat wat met een softcover niet meer is dan een vrij slappe bundel papier.

Er zijn talloze fabrikanten die stevige notitieboeken waarvan Moleskine waarschijnlijk de bekendste en populairste is. Ook fabrikanten als Paperblank en Leuchtturm zijn bekende fabrikanten van goede notitieblokken. Aanvankelijk gebruikte ik Moleskines maar sinds een twee jaar ben ik over op Leuchtturms welke aanmerkelijk goedkoper zijn dan Moleskines zonder aan kwaliteit in te boeten.

Een notitieboek is onbruikbaar zonder goede pen. Er zijn veel verschillende keuzes mogelijk variërend van vulpen tot balpen en rollerbal. Er zijn weinig pennen betrouwbaarder dan een Fisher Space pen. Ze zijn absoluut onverwoestbaar en liggen prettig in de hand. Vullingen zijn overal ter wereld te verkrijgen en goedkoop het je kunt onder werkelijk alle omstandigheden schrijven, zelfs de NASA gebruikt deze pennen in de ruimte.

De lijn Fisher Space pennen is vrij uitgebreid en er zal voor ieders smaak wat tussen zitten. Ik gebruik nu al meer dan 10 jaar de AG7 wat het originele model is. Alles aan deze pen is zwaar en stevig uitgevoerd. Het gewicht zorgt er voor dat hij stabiel in de hand ligt maar sommigen zullen het wellicht té zwaar vinden en vermoeiend om gedurende langere tijd te hanteren. De AG7 is zo zwaar omdat hij is gemaakt van massief messing met een keiharde chroomcoating. Zelfs na jaren gebruik is er slechts een beetje slijtage zichtbaar. Het uit- en inschuiven van de punt gaat gepaard met een genoeglijke hoorbare en voelbare klik.

Het enige nadeel is de aanschafprijs, die ligt tegenwoordig op een € 60,- Er zijn echter ook beduidend voordeliger versies verkrijgbaar die niet alleen goedkoper maar ook lichter zijn terwijl ze toch de uitstekende schrijfeigenschappen behouden.

pen

USB-Stick:
Je kunt tegenwoordig prima data in de cloud opbergen met een dienst als Skydrive of Google Drive. Wanneer je met een groep aan project samenwerkt is dit superhandig. Niemand heeft USB-stick nog per sé nodig. Toch heb ik er altijd eentje bij me omdat ik af en toe grote documenten moet ‘vervoeren’ welke lang kunnen duren om te uploaden. Daarnaast valt internet soms uit en dat is lastig als je net dat ene document mee naar huis wilt nemen. Gezien het feit dat USB-sticks klein en licht zijn, vormen ze een vooralsnog in mijn ogen nuttige toevoeging.

Ik gebruik meestentijds een Kingston Datatraveller SE9 32 GB. Het is een kleine stick welke ik mede koos omwille van het industriële ontwerp. Het is weliswaar een USB 2.0 maar dat is voor mij snel genoeg. Gezien de snel dalende prijzen van USB 3.0 sticks zou ik nu waarschijnlijk een andere keuze maken maar vooralsnog doet de Kingston het prima en is er voor mij onvoldoende reden om tot vervanging over te gaan.

kingston_datatraveler_se9_32gb

Seizoensitems:

Afhankelijk van het seizoen en het weer wat verwacht kan worden, heb ik gewoonlijk ook de volgende items bij me.

Handschoenen:
Als de temperatuur daalt richting vriespunt, wil je toch altijd graag warm blijven. Ik wandel dan nooit de deur uit zonder mijn trouwe handschoenen. Laimbock zal bij de meesten wel bekend zijn als een maker van degelijke comfortabele handschoenen. Ik heb gekozen voor zwart leer met groffe stiksels simpelweg omdat dit vrijwel overal bij past. De handschoenen zijn gevoerd met nepbont en hebben mij afgelopen winters goed heeft gediend. De gevoelstemperatuur lag weliswaar rond -20 graden maar dat voelde ik niet.

handschoenen

Zonnebril:
Zowel met helder winterweer als het mooiste zomerweer gaat de zonnebril altijd mee. Of je nu achter het stuur zit of aan het loungen bent op een terrasje, het leven is aangenamer als je alles scherp ziet en niet bezig bent je retina’s te verbranden met de koperen ploert. Klassieke stijl doet het altijd goed dus ik draag gewoonlijk Rayban Aviators met een zwart montuur en grijze, gepolariseerde glazen omdat deze schittering weghalen terwijl het natuurlijk kleurcontrast niet wordt verstoord. Het kleurkeuze van het montuur is wederom omdat het vrijwel overal bij past. Daarnaast ben ik altijd gecharmeerd van de low-tech uitstraling van Aviators, ze hebben een simpel, robuust en lichtgewicht montuur waaraan weinig kapot kan. Bovendien zorgen de grote glazen ervoor dat er weinig licht langs de randen van het montuur in je gezichtsveld kan ‘lekken’.

rayban aviator

Geen paniek mensen! Ja er zijn wat dingetjes veranderd zoals je kunt zien maar het is nog steeds het oude vertrouwde legallife. De afgelopen twee maanden hebben in het teken gestaan van een kleine verbouwing achter de schermen die uiteindelijk ook moest leiden tot deze verandering. De oude lay-out begon een beetje te vervelen en bovendien doet verandering van spijs eten.

Een aantal items in de rechterkolom is van locatie veranderd om toegankelijker te zijn en de tekst heeft een andere opmaak en wat meer ruimte gekregen. De oplettende kijker zal overigens terecht concluderen dat deze nieuwe look gebaseerd is op het picolight theme voor wordpress. Er zijn echter wel wat aanpassingen gedaan onder meer met betrekking tot de opmaak van de kolommen op kleinere schermen en manier waarop het menu werkt.

Morgen wordt de publicatie van artikelen volgens het reguliere regime hervat. Tot dan en veel leesplezier.

Helaas is er volgende week onderhoud nodig achter de schermen bij legallife. Dit betekent dat er volgende week op maandag en woensdag geen artikel zal verschijnen. Op zaterdag 29 juni zal het reguliere schema worden hervat.

Afgelopen vrijdag stonden de kranten al vol van de uitspraak die de Hoge Raad in de zaak Aegon tegen stichting Koersplandewegkwijt. De Hoge Raad heeft het beroep tegen de uitspraak van het Gerechtshof verworpen. Dit is goed nieuws voor alle gedupeerden die zijn aangesloten bij de stichting maar betekent niet automatisch goed nieuws voor andere gedupeerden. In het kader van de (voorlopige) afronding van gerechtelijke trajecten doen we een uitgebreide nabeschouwing aan de hand van het vonnis van de Hoge Raad en blikken we kort vooruit naar de toekomst.

Koersplan:
De zaak draait om het zogenaamde Koersplanproduct. Deze polissen werden in de jaren 1989–1998 met Spaarbeleg gesloten. Inmiddels is dit deel van het Aegon concern. Deze overeenkomsten behelsden een periodieke inleg die grotendeels werd aangewend om daarmee te beleggen. Na afloop van de looptijd van de polis zou Aegon een bedrag uitkeren aan de belegger of, in geval van voortijdig overlijden, aan zijn erfgenamen. Voor het voortijdig overlijden bevatten de polissen een overlijdensrisicoverzekering. De premie voor die verzekering en vaste kosten werden van de inleg ingehouden. Een dergelijke constructie is een vorm van een spaarkasovereenkomst.

Bij het hof:
Het hof heeft als kernvragen onderscheiden [rov. 4.5.]:

  • Kan in de contractsdocumentatie van het KoersPlan een contractuele grondslag gevonden worden voor het inhouden van een overlijdensrisicopremie op de inleg en zo ja, bestond tussen Spaarbeleg en de deelnemers aan het KoersPlan wilsovereenstemming bestond over de hoogte van de premie
  • was de door Aegon verstrekte informatie op dit punt misleidend was in de zin van art. 6:194 (oud) BW

Het hof concludeerde dat de in de jaren 1989 – 1998 afgesloten KoersPlanovereenkomsten een contractuele grondslag bieden voor het inhouden van een overlijdensrisicopremie [rov. 4.10. t/m 4.18.]. De hoogte van die premie was echter niet in de contractsdocumentatie opgenomen en evenmin voor de deelnemers voldoende bepaalbaar. Hierdoor kan niet worden aangenomen dat die deelnemers met de door Aegon gehanteerde hoogte van de premie hebben ingestemd. De hoogte van de overlijdensrisicopremie, die eenzijdig door Aegon is bepaald, is dus niet met de deelnemers overeengekomen [rov. 4.19. t/m 4.25.]

In het verlengde daarvan onderzocht het hof hoe die leemte in de overeenkomsten – het ontbreken van wilsovereenstemming over de hoogte van de premie – moet worden ingevuld. Het heeft zich daarbij achter het oordeel van de rechtbank geschaard dat die leemte in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid in de zin van art. 6:248 BW dient te worden ingevuld door het bepalen van een redelijke premie en heeft de grieven die gericht waren tegen de bepaling van de hoogte van de redelijke premie verworpen [rov. 4.27. t/m 4.42.]. Invulling van die leemte in de overeenkomst geschiedde door bepaling van een redelijke premie, met als uitgangspunt een Aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening.

Ten aanzien van de tweede vraag – of Aegon zich schuldig heeft gemaakt aan misleiding – heeft het hof geconstateerd dat de door Aegon verstrekte informatie op een drietal punten onvolledig en onjuist was. Deze informatie, gelezen in de context van de brochure en de overige contractsdocumentatie, was van materieel belang voor de beleggingsbeslissing van de maatmanbelegger en dus van voldoende belang om die maatmanbelegger te kunnen misleiden [rov. 4.43 t/m 4.52.]. Het hof heeft de vorderingen van de Stichting c.s. grotendeels toegewezen.

Bij de Hoge Raad:

Wilsovereenstemming en leemte:
Het eerste onderdeel richt zich tegen het oordeel dat partijen geen wilsovereenstemming hebben bereikt over de hoogte van de overlijdensrisicopremie en dat de KoersPlanovereenkomsten in zoverre een leemte vertonen. Het onderdeel klaagt dat dit oordeel onjuist dan wel onbegrijpelijk is, omdat alle rechten en verplichtingen van partijen op basis van de contractsdocumentatie exact en objectief kunnen worden neergelegd. [rov. 3.4.1.]

De Hoge Raad stelt voorop dat tussen partijen niet ter discussie staat dat zij overeenkomsten hebben gesloten. In dat geval komt de vraag of die overeenkomst een leemte vertoont erop neer of ter zake van een onderdeel van die overeenkomst geen wilsovereenstemming bestaat. Voor beantwoording van die vraag dient het Haviltex-criterium te worden gehanteerd. De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van pp. is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die pp. in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen pp. behoren en welke rechtskennis van zodanige pp. kan worden verwacht.[rov. 3.4.2.]

De overwegingen van het Hof getuigen niet van miskenning van de Haviltex-maatstaf en zijn niet onduidelijk gemotiveerd. Het hof heeft het bestaan van een leemte onder meer gebaseerd op het feit dat de overlijdensrisicopremie een wezenlijk onderdeel is van de KoersPlanovereenkomsten. De premie is in het algemeen een wezenlijk element is van de verzekering (art. 7:925 BW) en in de KoersPlanovereenkomsten is de hoogte van de premie bepalend is voor de hoogte van de spaarstorting en daarmee voor het te verwachten beleggingsrendement. Naarmate de spaarstorting lager is dan de deelnemer op grond van de contractsdocumentatie mocht verwachten, moet het beleggingsrendement van de spaarkas hoger zijn om het voorgespiegelde eindkapitaal te halen. Bij een gelijkblijvend rendement haalt een deelnemer met een hoge overlijdensrisicopremie dus een lagere opbrengst dan waarop hij kon rekenen, uitgaande van een lage of gemiddelde hoogte van de premie.[rov. 3.4.3.]

Verjaring en 6:248 BW:
De volgende klacht is dat het hof heeft miskend dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid in de zin van art. 6:248 BW van rechtswege werkt, zodat de hoogte van de premie niet door de rechterlijke uitspraak wordt teweeggebracht. Aangezien een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis op de voet van art. 3:307 BW verjaart door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, verjaart die rechtsvordering telkens vijf jaren na de betaling van de inleg door de deelnemer.[rov. 3.5.1.]

De Hoge Raad stelt vast dat als de rechter ingevolge art. 6:248 lid 1 BW bepaalde rechtsgevolgen verbindt aan een overeenkomst op grond van de redelijkheid en de billijkheid, hij een bestaande rechtsverhouding vaststelt (Parl. gesch. Boek 6, blz. 974). Bij invulling van een leemte in de overeenkomst door de rechter ontstaat dus niet een “nieuwe rechtstoestand” zoals het Hof in rov. 4.40 aannam. De klacht is dus wel gegrond, maar kan niet tot cassatie leiden.[rov. 3.5.2.]

De gevorderde verklaringen voor recht hebben geen betrekking op vorderingen tot nakoming van een “verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen” in de zin van art. 3:307 BW. Van verjaring op grond daarvan is dus geen sprake. Voor zover de vorderingen voor het overige wel gericht zijn op een veroordeling tot nakoming van de overeenkomsten, zien zij klaarblijkelijk op het doen van de verschuldigde uitkeringen aan het einde van de looptijd van de overeenkomsten, welke uitkeringen pas op dat moment opeisbaar worden. In de feitelijke instanties heeft Aegon niet aangevoerd dat, daarvan uitgaande, sprake is van verjaring ingevolge art. 3:307 BW.[rov. 3.5.3.]

Invulling van de redelijke premie:
De laatste noemenswaardige klacht ziet op de invulling van de leemte in de overeenkomst waarbij het hof zijn oordeel baseerde op een aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening. Het onderdeel bestrijdt deze overwegingen met een reeks klachten.

Deze klachten missen doel voor zover deze zijn gericht tegen de interpretatie van het hof heeft van de Aanbeveling, en de rol die het hof in dat verband heeft toegekend aan de zogenoemde stichtingsakkoorden. Het hof heeft hetgeen partijen te dien aanzien hebben gesteld en met producties onderbouwd, op gemotiveerde en begrijpelijke wijze gewogen. Deze weging is van feitelijke aard en kan derhalve niet in cassatie worden getoetst.

De klachten falen eveneens voor zover zij zijn gericht tegen de wijze waarop het hof de overlijdensrisicopremie heeft herberekend. Het hof heeft overwogen dat de aanbeveling van de Ombudsman als uitgangspunt moet worden genomen bij de herberekening van de overlijdensrisicopremie. Partijen hebben geen grieven hebben gericht tegen het desbetreffende op de instemming van partijen gebaseerde oordeel van de rechtbank. In cassatie is dit evenmin bestreden.[rov. 3.6.1 & 3.6.2.]

Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat Aegon in hoger beroep de herberekening en de daaraan door de rechtbank ten grondslag gelegde stellingen van de Stichting c.s. onvoldoende heeft bestreden. Aegon had volgens het hof haar betwisting van de door de rechtbank gemaakte herberekening inhoudelijk moeten onderbouwen door aan te geven hoe hoog een redelijke premie bij het KoersPlan dan wel had moeten zijn alsmede welke premie bij haarzelf of andere verzekeraars voor een vergelijkbaar risico bij een zelfstandige risicoverzekering in rekening werd gebracht. Door dat niet te doen heeft Aegon naar het oordeel van het hof de stellingen van de Stichting onvoldoende betwist. Dat oordeel is niet onjuist of onbegrijpelijk.[rov. 3.6.3.]

Resterende klachten:
De resterende klachten worden met behulp van art. 81 RO de deur uitgeveegd. Dat behoeft geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Conclusie:

Fouten bij Aegon:
Uit het arrest van de Hoge Raad kunnen we afleiden dat Aegon wat steken heeft laten vallen bij het voeren van verweer. Het eerste foutje is relatief klein betreft het verjaringsverweer. Voor zover de vorderingen niet zien op verklaringen voor recht maar op een veroordeling tot nakoming van de overeenkomsten, zien zij klaarblijkelijk op het doen van de verschuldigde uitkeringen aan het einde van de looptijd van de overeenkomsten. Deze uitkeringen worden pas op moment opeisbaar. In de feitelijke instanties heeft Aegon niet aangevoerd dat daarvoor sprake is van verjaring ingevolge art. 3:307 BW. Mogelijk had dit de schade wat kunnen beperken afhankelijk van wanneer de verschuldigde uitkeringen opeisbaar worden. Dit zal per geval verschillen aangezien verschillende polissen op verschillende tijdstippen zullen aflopen.

Een echter kolossale fout is dat Aegon bij het Hof niet inzichtelijk heeft willen maken waarom de premie zo hoog was. Het hof stelde vast dat betwisting van de door de rechtbank gemaakte herberekening inhoudelijk onderbouwd zou moeten worden door aan te geven hoe hoog een redelijke premie bij het KoersPlan dan wel had moeten zijn en, gelet op punt 7 van de Aanbeveling, daartoe zou hebben aangegeven welke premie bij haarzelf of andere verzekeraars voor een vergelijkbaar risico bij een zelfstandige risicoverzekering in rekening werd gebracht. Doordat Aegon dat niet heeft gedaan, heeft het hof zelf een vaststelling gedaan van wat een redelijke premie was. Ongelukkigerwijs voor Aegon stelde het hof een redelijke premie vast op ongeveer 15% van Aegon in rekening bracht.

Ook bij de Hoge Raad kreeg Aegon nul op het rekest omdat deze handelswijze van hof logischerwijs niet als onbegrijpelijk werd gezien. Aegon heeft dus eigenlijk gegokt dat de vaststelling van hof wel mee zou vallen en daarmee hebben ze zich grandioos misrekend. “Aegon stond op het standpunt dat de overlijdensrisicoverzekering integraal onderdeel uitmaakte van Koersplan; vandaar dat het geen aparte premie heeft af willen geven, waardoor nu een volstrekt willekeurige en extreem lage premie als uitgangspunt is genomen. Achteraf kunnen we concluderen dat dit niet handig is geweest.” aldus Aegon.

Gevolgen:
Aegon zal moeten betalen aan de 30.000 polishouders die participeerden in deze rechtszaak. Er zijn dan echter nog wel een 570.000 polishouders die niet in deze rechtszaak geparticipeerd hebben. Voor hen betekent het niet automatisch dat zij recht hebben op dezelfde vergoeding.

Als zij hun gelijk willen halen, dan zullen ze zelf een rechtszaak moeten starten. Aegon zal vermoedelijk geen tweede keer dezelfde fouten maken dus de uitkomst van een tweede rechtszaak zal waarschijnlijk anders zijn. Hoe (on)gunstig de uitkomst dan is, is lastig in te schatten. Dat zal grotendeels afhangen van hoe aannemelijk Aegon de gekozen premiehoogte kan maken.

Betekent dat dan dat 570000 helemaal in de kou blijven staan? Dat valt gelukkig ook wel weer mee, Aegon zit namelijk echt niet te wachten op nog eens een stapel rechtszaken. Aegon gaat voor de overige Koersplan-klanten inzichtelijk maken welke premie bij zichzelf of andere verzekeraars voor een vergelijkbaar risico bij een zelfstandige risicoverzekering in rekening werd gebracht. Aegon gaat aan de hand van die analyse pro-actief bekijken waar verdere compensatie nodig is. Aegon zal daartoe in overleg treden met Stichting Koersplan De Weg Kwijt en individuele klanten.

De premie die bij zichzelf of voor andere verzekeraars voor een vergelijkbaar risico bij een zelfstandige risicoverzekering zal waarschijnlijk wel gaan afwijken van de constatering die hof en Hoge Raad gedaan hebben. Het is dus goed mogelijk dat de groep overige klanten er minder goed vanaf komt.

We zullen de komende tijd moeten gaan zien hoe dit plan van Aegon precies uit gaat pakken. Het is echter nog steeds goed mogelijk dat een aantal gedupeerden aangemoedigd door het succes van stichting Koersplandewegkwijt rechtszaken gaat starten zonder dat ze goed de risico’s kunnen overzien.

Bron:
LJN: BR2836, Gerechtshof Amsterdam
LJN: BZ3749, Hoge Raad
Persbericht: Reactie Aegon uitspraak Hoge Raad via Aegon.nl
Aegon neemt premie voor alle Koersplan-klanten onder loep via amweb.nl
Dossier Koersplan Aegon via rtlz.nl