Vandaag wederom een volledig bijgewerkte versie van een ouder artikel over dresscodes. Ditmaal gaat het om white tie waarmee de drie-eenheid van klassieke dresscodes – tenue de ville, white tie en black tie – eindelijk compleet is. Zoals gebruikelijk zijn ze te vinden in het menu onder dresscodes.

Veel leesplezier!

In beginsel heeft een ondernemer die prestaties verricht welke belast zijn met BTW recht op aftrek van voorbelasting. Het is dan wel belangrijk om facturen te hebben die voldoen aan alle vereisten want zonder een geldige factuur heb je geen recht op aftrek van voorbelasting en ben je afgedragen belasting gewoon kwijt. Een recente zaak van het HvJEU maakt nog eens duidelijk dat het belang van een goede factuur niet onderschat moet worden.

De feiten:
In deze zaak had een Belgisch lichaam (SA) verschillende diensten verricht voor haar groepsmaatschappijen welke belast waren met BTW. Naar aanleiding van controles heeft de Belgische fiscus aftrek van voorbelasting op enkele intragroepsfacturen en de op basis daarvan verrichte aftrek sinds aanslagjaar 1994, voornamelijk op grond dat deze facturen onvolledig waren en niet kon worden bewezen dat voor deze facturen daadwerkelijk prestaties waren verricht. De meeste facturen vermeldden een totaalbedrag, maar de eenheidsprijs en het aantal uren dat personeelsleden van de dienstverrichters hadden gepresteerd ontbraken, zodat het voor de belastingadministratie onmogelijk was de juiste heffing van de belasting te controleren.

Vervolgens is bijkomende informatie verstrekt, maar de fiscus heeft deze informatie niet toereikend voor de uitoefening van de aftrek van de verschillende btw-bedragen bevonden. De aftrek was toen echter al afgewezen.

De SA ging in beroep en uiteindelijk stelde het Hof van Beroep te Bergen twee prejudiciële vragen:

  1. Kan een lidstaat belastingplichtige dienstontvangers de aftrek van btw weigeren wanneer zij in het bezit zijn van weliswaar onvolledige facturen die echter zijn vervolledigd via overlegging van een aantal gegevens, waaruit mogelijkerwijs blijkt dat de gefactureerde diensten daadwerkelijk zijn verricht en waaruit ook de aard en het bedrag van deze handelingen aan het licht treden?
  2. Dient een lidstaat die belastingplichtige dienstontvangers de aftrek van btw weigert op grond dat de door hen overgelegde facturen onvoldoende nauwkeurig zijn, hieruit dan ook niet af te leiden dat deze facturen tevens onvoldoende nauwkeurig zijn om de betaling van de daarin opgenomen btw te aanvaarden? Rust op deze lidstaat in dat geval niet de verplichting, teneinde de neutraliteit van de btw te verzekeren, om aan de ondernemingen die de aldus betwiste diensten hebben verricht, de voorbelasting te restitueren die zij over die diensten aan de lidstaat hebben betaald?

Oordeel en overwegingen van het HvJEU:
Ten aanzien van de eerste vraag:
Artikel 22, lid 3, sub b van de Zesde BTW-Richtlijn, dicteert dat de prijs exclusief belasting, de belasting volgens elk afzonderlijk tarief alsmede, in voorkomend geval, de vrijstelling op de factuur afzonderlijk worden vermeld. Sub c machtigt de lidstaten om criteria vaststellen volgens welke een document kan worden geacht dienst te doen als factuur en lid 8 machtigt de lidstaten ertoe andere verplichtingen voor te schrijven die zij noodzakelijk achten ter waarborging van de juiste heffing van de belasting en ter voorkoming van fraude.

Er mogen echter slechts aanvullende eisen worden gesteld voor zover dat noodzakelijk is om de inning van de btw en de controle daarvan door de belastingadministratie te verzekeren. Bovendien mogen die vermeldingen niet zo talrijk of technisch zijn dat zij de uitoefening van het recht op aftrek nagenoeg onmogelijk of overdreven moeilijk maken.

Het BTW-stelsel verbiedt niet dat onjuiste facturen worden gecorrigeerd. Wanneer is voldaan aan alle materiële vereisten voor het recht op btw-aftrek en de belastingplichtige de betrokken autoriteit een gecorrigeerde factuur heeft bezorgd voordat deze autoriteit een beslissing neemt, kan aftrek van voorbelasting in beginsel niet worden geweigerd op grond dat de oorspronkelijke factuur een fout bevatte.

De gegevens die nodig waren om de facturen te vervolledigen en te corrigeren, zijn verstrekt nadat de fiscus had beslist om het recht op btw-aftrek te weigeren. De overgelegde facturen waren op het tijdstip waarop deze beslissing is genomen, nog niet waren gecorrigeerd teneinde de fiscus de mogelijkheid te geven de juiste heffing van de btw en de controle daarvan te verzekeren.

Het BTW-stelsel verzet zich dan ook niet tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding welke stelt dat het recht op btw-aftrek kan worden geweigerd wanneer onvolledige facturen na de weigeringsbeslissing vervolledigd worden.

Ten aanzien van de tweede vraag:
Artikel 2, lid 1, Zesde BTW-richtlijn onderwerpt de levering van goederen en de diensten welke in het binnenland door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht aan de BTW. Ex artikel 10, lid 2, ontstaat het belastbaar feit en wordt de belasting verschuldigd op het ogenblik waarop het goed wordt geleverd of de dienst wordt verricht. Uit deze bepalingen en vaste jurisprudentie volgt dat verschuldigdheid van de btw door de belastingplichtige dienstverrichter niet afhankelijk is van de voorwaarde dat de belastingplichtige dienstontvanger daadwerkelijk het recht op btw-aftrek heeft uitgeoefend.

Aangezien de aan btw onderworpen diensten daadwerkelijk zijn verricht, was de btw over deze handelingen verschuldigd en is de btw over deze handelingen terecht aan de belastingadministratie betaald.

Conclusie:
Lidstaten hebben de vrijheid om aanvullende vereisten te stellen aan facturen om te verzekeren dat belastingheffing goed verloopt. Het recht op aftrek mag in beginsel niet geweigerd worden zodra een factuur nog hersteld kan worden voordat een beslissing is genomen. Komen gewijzigde of aanvullende gegevens echter pas nadat de beslissing is genomen, dan kan het recht op aftrek wel geweigerd worden. Een nationaalrechtelijke regeling van dien aard is niet in strijd met het BTW-recht.

Ook geeft het weigeren van het recht van aftrek geen recht op teruggaaf van de berekende en reeds afgedragen BTW. Indien een ondernemer belaste prestaties verricht en BTW verschuldigd wordt, dan moet deze gewoon worden betaald.

Dit toont maar weer eens te meer het belang van het voeren van een goede administratie voor ondernemers aan. Indien facturen incompleet zijn kan het zijn dat je afgedragen BTW gewoon kwijt bent en geen recht hebt op aftrek van voorbelasting.

Bron:
HvJ EU 08/05/2013, zaaknr. C-271/12, Martens / België

Wachtgeldregelingen zijn velen al tijden een doorn in het oog. Eigenlijk is wachtgeld een werkloosheiduitkeringsregeling voor politici en bestuurders. Na ontslag of beëindiging van het verkiezingsmandaat ontvangt men maandelijks een geldbedrag in afwachting van ander werk of pensioen. De wachtgeldregelingen zijn vrij ruim en er ontstaat al snel recht op wachtgeld. De regeling gaat echter al snel zeer stevig op de schop bij de lagere overheden.

Vanaf 1 juli kunnen er geen nieuwe wachtgeldregelingen bijkomen voor aftredende gemeenteraadsleden en statenleden. Op 8 mei stemde de ministerraad in met het voorstel van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) om de bestaande regelingen voor een (wachtgeld)uitkering te laten verdwijnen. Dat gebeurt dan feitelijk na de gemeenteraadsverkiezingen (2014) en de provinciale verkiezingen (2015). Alleen zittende raads- en statenleden kunnen nog een uitkering krijgen als zij na de komende verkiezingen niet terugkeren.

Het voorstel zal eveneens aan de Raad van State worden gezonden voor advies. Het gaat daarbij niet om een wet maar om De ministerraad heeft ermee ingestemd het voorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. Het gaat hierbij niet om een wet maar om een besluit over de rechtspositie van raads- en statenleden. Derhalve speelt de Tweede Kamer bij dit besluit geen rol.

Plasterk vindt het lidmaatschap van de gemeenteraad of de Provinciale Staten een nevenfunctie naast een ‘hoofdberoep’. Raads- en Statenleden zijn er voor hun inkomen niet van afhankelijk, zo wordt het besluit gemotiveerd. Overigens kennen lang niet alle gemeenten of provincie een uitkeringsregeling voor aftredende politici. Bij het merendeel zijn wachtgeldregelingen al lang afgeschaft.

De tekst van het besluit en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij publicatie in de Staatscourant.

Bron:
Geen uitkering meer na aftreden gemeenteraadsleden en statenleden via rijksoverheid.nl
Geen wachtgeld meer voor gemeenteraadslid via ad.nl

Iedereen kent de algemene voorwaarden bij een overeenkomst. De kleine lettertjes die bijzonder verraderlijk kunnen zijn omdat niemand ze ooit echt leest en er allerlei bepalingen in staan waar je als wederpartij van de gebruiker zelden bij gebaat bent. Indien niet aan alle wettelijke vereisten voor het van toepassing zijn van en de inhoud van de algemene voorwaarden is voldaan, is een bepaling vernietigbaar. Dit is dan bijzonder onfortuinlijk voor de gebruiker van de algemene voorwaarden welke over het algemeen geconfronteerd zal worden met flinke kostenposten. De regels waar een gebruiker van algemene voorwaarden aan moet voldoen als consumenten de wederpartij zijn, zijn strenger dan als de wederpartij een professionele partij is. Dit heeft te maken met consumentenbescherming. Een mooi voorbeeld van hoe dit in de praktijk werkt zien we in onderhavige casus.

De feiten:
Eiser had een duur schilderij gekocht wat hij bij Kortmann had laten opslaan. Het schilderij had forse afmetingen en is opgeslagen in een speciale box die eerder was gebruikt voor een ander schilderij. Vanwege de afmetingen paste het werk niet in de privé opslagruimte van eiser en is het in de algemene opslag geplaatst. Een werknemer van Kortmann zag de box daar staan en veronderstelde dat deze leeg was (deze was immers eerder gebruikt voor een ander schilderij wat eruit was gehaald). De werknemer reed het schilderij naar buiten naar de container om af te voeren maar vanwege het formaat past het niet in de container. Vervolgens is de werknemer enkele malen met de vorkheftruck op de box en het schilderij ingereden waarbij het schilderij zwaar beschadigd raakte.

Niet in geschil is dat tussen eiser en Kortmann een overeenkomst van bewaarneming ex artikel 7:600 lid 1 BW bestond. Dit gaf Kortmann de verplichting het schilderij later weer in dezelfde toestand te retourneren aan eiser. Onder artikel 7:602 BW rustte op Kortmann de verplichting om bij de bewaring van het schilderij de zorg van een goed bewaarder in acht te nemen. Door de fout van de werknemer heeft Kortmann niet aan haar zorgplicht voldaan en kan zij eveneens niet meer kan voldoen aan haar verplichting om het schilderij in gelijke staat te retourneren. Kortmann is daarmee tekort geschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting en is gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden.

Kortmann stelt zich op het standpunt dat de aansprakelijkheid is beperkt als gevolg van artikel 11 van de FENEX-condities, dit zijn de algemene voorwaarden die gehanteerd worden door de expeditiebranche. Eiser betwist de toepasselijkheid van de Fenex-condities, omdat deze niet zijn overeengekomen. Zouden zij toch van toepassing zijn dan stelt eiser dat de beperking van de vergoedingsplicht in artikel 11 een onredelijk bezwarend beding is als bedoeld in artikel 6:237 sub f BW en hij beroept zich op de vernietiging van dit beding.

Overwegingen en oordeel van de rechtbank:
De rechtbank stelt voorop dat algemene voorwaarden slechts van toepassing zijn indien deze tussen partijen zijn overeengekomen door middel van aanbod en aanvaarding. Van een expliciet aanbod en aanvaarding van die condities is geen sprake geweest bij het aangaan van de overeenkomst, dit is noch gebleken noch gesteld ter zitting. Volgens Kortmann zijn de Fenex-condities wel van toepassing, omdat bij het sluiten van de overeenkomst reeds een bestendige commerciële relatie bestond en op de eerder aan eiser toegezonden facturen werd verwezen naar de Fenex-condities. Kortmann stelt dat eiser daarmee de Fenex-condities stilzwijgend heeft aanvaard. [rov. 4.6.]

De enkele verwijzing naar algemene voorwaarden na het sluiten van een overeenkomst heeft niet tot gevolg dat deze voorwaarden alsnog op de overeenkomst van toepassing zijn. Zelfs indien wordt aangenomen dat het in bewaring geven van een nieuw kunstvoorwerp steeds een nieuwe overeenkomst eiser 1 en Kortmann tot stand komt, brengt de verwijzing op eerder verzonden facturen nog niet mee dat eiser door daar niet tegen te protesteren de toepasselijkheid van de Fenex-condities op de overeenkomst van bewaarneming van het schilderij stilzwijgend heeft aanvaard. Blijkens eerdere jurisprudentie van de HR bestaat geen rechtsregel die inhoudt dat verwijzing naar algemene voorwaarden op facturen ter zake van één of meer eerdere transacties zonder meer ertoe dwingt de toepasselijkheid van die voorwaarden op latere transacties te aanvaarden (HR 15 maart 1991, NJ 1991, 416).

Weliswaar is in de rechtspraak onder omstandigheden stilzwijgende aanvaarding van algemene voorwaarden aangenomen in geval van verwijzing op facturen bij een bestendige handelsrelatie tussen ondernemingen, maar van een dergelijke relatie is hier geen sprake nu eiser als consument heeft gecontracteerd.[rov. 4.7.]

Nu de Fenex-condities niet van toepassing zijn, kan Kortmann zich niet beroepen op beperking van haar schadevergoedingsplicht en moet zij de volledige schade te vergoeden. De rechtbank wijst een deskundige aan om de hoogte van de schade vast te stellen.

Conclusie:
Onder omstandigheden kan stilzwijgende aanvaarding van algemene voorwaarden tussen professionele partijen plaatsvinden. Wanneer de wederpartij echter contracteert in de rol van consument kan hier geen sprake van zijn. Ook verwijzing naar algemene voorwaarden op eerdere transacties dwingt niet toepasselijkheid van die algemene voorwaarden op latere transacties te aanvaarden. Derhalve is het altijd belangrijk om uitdrukkelijk de algemene voorwaarden van toepassing te laten zijn.

En mocht je ooit een slechte dag hebben, bedenk je dan dat er een werknemer is geweest die zijn baas heeft moeten vertellen dat hij met een vorkheftruck op een peperduur schilderij is ingereden.

Bron:
LJN: BZ8783, Rechtbank Haarlem