Geachte lezers,

In verband met groot onderhoud achter de schermen, zullen er de komende twee-en-een-halve week geen artikelen worden gepubliceerd. De site zal gewoon toegankelijk blijven en de nieuwsbrief zal verschijnen volgens het vaste schema. We pakken zaterdag 11 mei de draad weer op.

Twijfel je over hoe rechtssubjecten en rechtsobjecten werken en waarin ze van elkaar verschillen? Zie je door alle verschillende definities het bos niet meer?

Geen nood, legallife.nl schept duidelijkheid met vandaag een helemaal gereviseerde en uitgebreide versie van het klassieke nieuwsbriefartikel over rechtssubjecten en rechtsobjecten. Het kan worden gevonden onder de categorie legal van het menu.

Veel leesplezier!

Veel particulieren die een verbouwing willen doen zullen eerst een aantal offertes aanvragen bij verschillende partijen om deze daarna te vergelijken en tot een keus te kunnen komen. In essentie is dit dezelfde methode die bij een aanbestedingsprocedure wordt gebruikt voor publiekrechtelijke lichamen. Maar als je nu een aantal offertes aanvraagt, ben je dan als particulier ook gebonden aan de beginselen die gelden bij een aanbestedingsprocedure zoals bestuursorganen die gebruiken?

De feiten:
Een architect had een aannemer namens zijn opdrachtgever verzocht om een vrijblijvende prijsopgave uit te brengen voor de bouw van een vrijstaande woning volgens een bestek. Bij dat verzoek was een termijn gesteld waarbinnen vragen konden worden gesteld welke vervolgens zouden worden opgenomen in een nota van inlichtingen. Na het uitbrengen van een offerte, berichtte de architect dat er meerdere offertes waren ontvangen en dat er een gesprek zou worden gevoerd met de twee laagste inschrijvers. De aannemer was één van de partijen die op gesprek mocht komen.

Dit gesprek had plaats op 27 december en toen heeft de aannemer een eindvoorstel gedaan. Dezelfde avond ontving hij al bericht dat er overeenstemming was bereikt met een andere aannemer. Tegen die beslissing wordt nu een rechtszaak aangespannen waarbij aannemer zich op het standpunt stelt dat er sprake is van een private meervoudig onderhandse aanbesteding. De architect dient zich daarbij te houden aan de maatstaven die voortvloeien uit de precontractuele redelijkheid en billijkheid. In casu betekent dit dat op de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing zijn. De architect heeft deze beginselen geschonden door na opening van de inschrijving een tweede ronde te organiseren waarbij inschrijvers in concurrentie dienden te treden op basis van eerder door hen ingediende inschrijvingen.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
De rechter stelt allereerst de reikwijdte van het aanbestedingsrecht vast. In beginsel is de werkingssfeer van Europese aanbestedingsrichtlijnen, Nederlandse aanbestedingsregelgeving en aanbestedingsrechtelijke beginselen beperkt tot overheidsinstellingen en daarmee gelijkgeschakelde private opdrachtgevers. Een private partij valt daar niet onder, ook niet wanneer deze wordt bijgestaan door een architect. Echter, ook private partijen zijn gehouden zich te gedragen overeenkomstig de in de precontractuele fase geldende maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Bij een aanbesteding kan dit tot gevolg hebben dat deze partijen aanbestedingsrechtelijke beginselen in acht moeten nemen.

Van een dergelijke situatie kan bijvoorbeeld sprake zijn als een private partij een machtspositie heeft of expliciet heeft gekozen voor een aanbesteding en haar offerteaanvraag dienovereenkomstig heeft ingericht (vgl. HR 4 april 2003, LJN: AF2830). Daar is in onderhavig geval echter geen sprake van. Van een machtspositie is in het geheel niet gebleken en uit de bescheiden valt geen expliciete keus voor een aanbesteding af te leiden.

In een dergelijke situatie hoeft een particulier zich niet laten leiden door aanbestedingsrechtelijke beginselen. Het maatschappelijk belang is daar ook niet mee gediend. De architect was vrij om zijn procedure in te richten met vrijblijvende offertes en na de voorselectie ondernemers onderling in concurrentie te laten treden. De architect was evenmin gehouden om met de laagste bieder in zee te gaan. De vordering wordt afgewezen.

Conclusie:
Onder een aanbesteding kan worden verstaan: de procedure waarbij een opdrachtgever bekend maakt dat hij een opdracht wil laten uitvoeren en bedrijven vraagt om een offerte in te dienen. Strikt naar dat criterium gekeken, moet de route zoals gevolgd door de architect eigenlijk als een aanbestedingsprocedure worden gekwalificeerd.

In particuliere gevallen is daar echter alleen sprake van als er een machtspositie is of als er expliciet is gekozen voor het houden van een aanbestedingsprocedure. Wellicht was het woord ‘vrijblijvend’ bij het uitbrengen van een offerte een belangrijk criterium waarom hier geen sprake is van een aanbestedingsprocedure.

Ook het maatschappelijk belang wordt genoemd, zij het slechts kort. Vooralsnog lijkt de rechtspraak terughoudend met het toepassen van aanbestedingsrechtelijke beginselen op rechtsverhoudingen waarbij alleen private partijen zijn betrokken. Dit kan voortkomen uit een (niet ongerechtvaardigde) vrees dat het voor een particulier anders niet meer te doen is om een verbouwing uit te laten voeren zonder een advocaat in de arm te nemen die goed op de hoogte is van het bouwrecht.

Particulieren zullen echter wel met enige voorzichtigheid te werk moeten gaan, een gewaarschuwd mens telt immers voor twee. Indien men meerdere partijen een offerte uit laat brengen, komt het gevaar om de hoek kijken dat aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing zijn. Het is daarom belangrijk om altijd duidelijk te maken dat het expliciet niet om een aanbestedingsprocedure gaat.

Bron:
LJN: BZ6325, Rechtbank Rotterdam

Op 6 augustus schreef ik over een geruchtmakende zaak in de erfbelasting. De rechtbank Breda oordeelde toen dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 voor alle tot een nalatenschap behorende goederen zouden moeten gelden, aangezien deze faciliteiten een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling veroorzaken. In die zaak is hoger beroep ingesteld en deze week deed het Hof ‘s-Hertogenbosch uitspraak.

De kern van het geschil:
De centrale rechtsvraag in dit geding is of het gelijkheidsbeginsel als bedoeld in artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM met zich meebrengt dat de bedrijfsopvolgingsregelingen in de Successiewet 1956 ook op ander vermogen dan ondernemingsvermogen van toepassing is. De rechtbank was van oordeel dat dit het geval was omdat de aard en niet hoedanigheid (privévermogen of ondernemingsvermogen) van hetgeen is verkregen relevant is. De begunstiging van ondernemingsvermogen ging volgens de rechtbank veel verder dan redelijk kan worden genoemd. Dat levert een ongerechtvaardigde discriminatie op tussen ondernemingsvermogen en privévermogen.

Overwegingen en oordeel van het Hof:
Het hof begint met een uitgebreide beschouwing van de parlementaire geschiedenis ten aanzien van de ondernemingsfaciliteiten van het begin van de Successiewet tot en met de herziening uit 2010. Ten aanzien van het discriminatieverbod begint het Hof met de constatering dat op fiscaal gebied aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of gevallen voor de toepassing van deze verdragsbepalingen als gelijk moeten worden beschouwd en of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om gelijke gevallen niettemin in verschillende zin te regelen (in dit verband wijst het Hof onder meer op het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2003, nr. 37 755, LJN: AF9678 en van 8 juli 2005, 39 870, LJN: AQ7212)

In aanvulling op de ruime beoordelingsvrijheid dient het oordeel van de wetgever te worden geëerbiedigd tenzij dat van redelijke grond is ontbloot (vgl. onder andere EHRM 22 juni 1999, nr. 46757/99, zaak Della Ciaja/Italië, BNB 2002/398, EHRM 10 juni 2003, nr. 27793/95, zaak M.A. en anderen tegen Finland, V-N 2003/52.2 en EHRM 12 december 2006, nr. 13378/05, zaak Burden en Burden/Verenigd Koninkrijk, EHRC 2007/18). [rov. 4.3.]

Gezien het bepaalde in artikel 1 Sw, dat successierecht wordt geheven over de waarde van al wat krachtens erfrecht wordt verkregen, zijn is erven van ondernemingsvermogen gelijk aan het erven van niet-ondernemingsvermogen. Derhalve dient beoordeeld te worden of er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor het ongelijk behandelen van die gevallen. [rov. 4.4. & 4.5.]

Aanvankelijk zijn de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten gecreëerd om te voorkomen dat een verder gezonde onderneming die vererft moet worden gestaakt of geforceerd moet worden verkocht tengevolge van heffing van erfbelasting omdat er onvoldoende liquide middelen zouden kunnen zijn om een dergelijke heffing te voldoen. Dit zou een onnodig verlies aan werkgelegenheid en economische diversiteit opleveren.[rov. 4.6.]

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat in de loop der tijd een ander doel aan de vrijstelling is toegekend. Het mogelijke ontbreken van liquide middelen is niet langer de rechtvaardiging om de verkrijging van ondernemingsvermogen anders te behandelen dan niet-ondernemingsvermogen.De continuïteit van de onderneming is voorop komen te staan, ook in die gevallen waarin belastingheffing niet tot betalingsproblemen zou leiden.[rov. 4.7.]

Het Hof oordeelt dat het waarborgen van de continuïteit van een onderneming een objectieve en redelijke rechtvaardiging is om een onderscheid te maken tussen ondernemingsvermogen en niet-ondernemingsvermogen nu dit onder meer van belang is voor behoud van de werkgelegenheid en economische diversiteit.

Gezien de eisen gesteld aan de te vererven onderneming (als bedoeld in artikel 3.4 of 3.5 IB 2001), en de voortzettingseis (minstens 5 jaren art. 53c Sw) is het onderscheid niet disproportioneel en is de wetgever haar beoordelingsvrijheid niet te buiten gegaan omdat het niet van redelijke grond is ontbloot. [rov. 4.8. & 4.9.]

Conclusie:
Het Hof heeft geoordeeld dat het onderscheid tussen ondernemingsvermogen en niet-ondernemingsvermogen geen ongerechtvaardigd onderscheid is. Het overzicht van de parlementaire geschiedenis laat een verschoven focus zien. Aanvankelijk gold de vrijstelling voor (een deel van) het ondernemingsvermogen om te voorkomen dat een onderneming door liquiditeitsproblemen tengevolge van een belastingaanslag feitelijk zou moeten opdoeken. De focus is verschoven naar de continuiteit van de onderneming in alle gevallen te waarborgen.

Dit is voldoende om het maken van een onderscheid te rechtvaardigen. De wettelijke eisen die worden gesteld om de ondernemingsfaciliteiten te mogen gebruiken zijn voldoende grondslag om vast te kunnen stellen dat de wetgever haar ruime beoordelingsmarge niet te buiten is gegaan en dat de getroffen regeling niet van elke redelijke grond is ontbloot.

Dat is slecht nieuws voor iedereen die hoopvol was dat de aanslag erfbelasting fors verminderd ging worden en goed nieuws voor fiscus. Het is de vraag of erfgenaam nu in cassatie zal gaan.

LJN: BZ7841, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch
Successiewet discrimineert niet via rechtspraak.nl

Vorige week waren de dames aan de beurt, deze week de heren. Inmiddels is er weer gearriveerd wat daadwerkelijk enigszins op de lente lijkt. Dat betekent dat het tijd is voor de grote lenteschoonmaak en daarbij dient de garderobe niet ontzien te worden. De zo ontstane ruimte kan mooi weer worden opgevuld met een paar verse kledingstukken om je persoonlijke stijl weer verder te ontwikkelen. Om wat richting te geven gaan we eens kijken wat je deze lente/zomer in de schappen kunt vinden.

Metallics:
Ook voor mannen zien we veel metallics terug op de catwalks. Zeker voor deze trend geldt zorgvuldig afwegen en niet blind volgen. Metallics zijn luid, aanwezig, bruisend en dienen daarom met zorg gekozen te worden. Ze geven echter wel aan menig outfit net een extra elan mee mits goed gecombineerd met andere materialen. Denk bijvoorbeeld eens aan een kort jack met een klassiek silhouet maar dan uitgevoerd met een metallic look.

BurberryMensMetallicsMetallics bij Burberry Prorsum

Flora prints:
Flora prints zijn helemaal in dit seizoen en zullen dan ook veelvuldig in de kledingrekken terug te vinden zijn. Laat deze trend echter geen excuus zijn om een vaal hawaihemd aan te trekken. Je wilt er stijlvol en wellicht een beetje gewaagd uitzien, niet als een stereotype Amerikaans toerist op een cruise. Je kunt gaan van het uitgesproken aanwezige gebruik van de trend in een hoofdelement van de garderobe of je kunt het beperken tot een accessoire.

paulsmithspringsummer2013pfw4 Een flora overhemd van Paul Smith. De floraprint is bijna op het abstracte af.

Shirts_GQ_04Feb13_pr_b_1083x658Een ietwat subtieler gebruik van floraprints bij slechts een stropdas. Een look die door J. Crew wordt voorgestaan.

Pastels, blauw en geel:
Ook voor mannen zijn veel pasteltinten terug te vinden in de garderobe en daarnaast spelen de kleuren blauw en geel belangrijke rol. Deze twee laatste zijn terug te vinden van valere tinten tot bijzonder fel. Een felblauw of felgeel item wordt vaak gebruikt als focuspunt van de outfit waarbij de rest bestaat uit pastels.

Pastels_comp_GQ_04Feb13_pr_b Een outfit met alleen pasteltinten gecombineerd door GQ.

blues Een mooie look van een blauwe blazer als focusitem van de outfit. De combinatie met de roze/gele stropdas is gewaagd en maakt het geheel lekker zomers.

Strepen:
Een veel gezien verschijnsel was strepen van werkelijke elke incarnatie. Variërend van Amerikaans preppy tot Bretonse strepen, werkelijk alles is voorbij gekomen. Het belangrijkste bij strepen is de richting; lopen ze verticaal, horizontaal of diagonaal? Het aloude gezegde dat verticale strepen slank maken is nog altijd waar maar er komt nog altijd meer bij kijken. Hoe fijner de streep met hoe meer je weg kunt komen zonder dat het er vreemd uitziet.

Art prints:
Het merendeel van de mensheid is niet kunstzinnig aangelegd maar daarom kunnen we er nog wel kunstig uitzien. Dat is nu makkelijker dan ooit met de vele art prints die de kop opsteken. De prints voor mannen lopen uiteen van volstrekt abstracte penseelstreken tot herkenbaarder kunstwerken die wat doen denken aan Picasso’s eerste experimenten met kubisme.

givenchymensspringsummer2013pfw40 Art print van Givenchy

Tot besluit:
Zoals altijd geldt dat dit slechts een algemene indruk geeft van de trends van dit seizoen. Een aantal elementen van voorgaande seizoenen zien we ook terugkomen: bomberjackets en camo blijven. Voor alles aangaande die trends verwijs ik dan ook naar de eerdere artikelen in de nieuwsbrieven.

De mode voor mannen en vrouwen vertoont dit seizoen behoorlijk wat overeenkomsten. Metallics, pastels en art prints zijn voor beiden aanwezig maar er zijn ook subtiele verschillen. Zo zijn de art prints voor vrouwen vrijwel zonder uitzondering geheel abstract terwijl dit voor heren niet het geval is. Ook zien we de metallics voor heren veel meer terug bij klassieke items zoals baseball jackets en zelfs pakken. Metallics zijn wat mij betreft ook de meest opvallende nieuwkomer dit seizoen. De fluorescerende kleuren van vorig jaar zien we dit seizoen nog met name terug in het vele blauw en geel wat wordt gedragen door heren maar de rest van het aandachtstrekkende spectrum is vervangen voor de metallics.